Operating Instructions
Gevorderd (Opnamen maken)
- 91 -
[DIG. ZOOM]
Raadpleeg P22 voor bijzonderheden over de instellingen van het
[OPNAME]-functiemenu.
Met deze functie kunnen onderwerpen nog verder worden vergroot dan met de optische
zoom of extra optische zoom.
Toepasbare functies: 1 / 5
[OFF]/[ON]
Opmerking
• Raadpleeg P42 voor bijzonderheden.
• Het verdient aanbeveling [STABILISATIE] in te stellen op [AUTO] of [MODE1] als
cameratrilling (golfbeweging) tijdens het zoomen een probleem is.
• Bij gebruik van de macro-zoomfunctie staat de digitale zoom vast ingesteld op [ON].
• [DIG. ZOOM] kan niet worden geselecteerd bij gebruik van de functie voor bewegende
beelden. Gebruik wordt gemaakt van de instelling van een andere opnamefunctie.
[KLEURFUNCTIE]
Raadpleeg P22 voor bijzonderheden over de instellingen van het
[OPNAME]-functiemenu.
Met de opties hieronder kunt u de opnamen scherper of zachter maken, de kleuren van
de beelden in sepiakleuren veranderen of andere kleureffecten bereiken.
Toepasbare functies: 4 1 6
[STANDAARD] : Dit is de standaardinstelling.
[NATURAL] : Het beeld wordt zachter.
[VIVID] : Het beeld wordt scherper.
[B/W] : Het beeld wordt zwart-wit.
[SEPIA] : Het beeld wordt sepia.
[COOL] : Het beeld wordt blauwachtig.
[WARM] : Het beeld wordt roodachtig.
Opmerking
• Wanneer u opnamen maakt op donkere plaatsen, kan er ruis optreden. Om ruis te
voorkomen, raden wij aan [NATURAL] te selecteren.
• U kunt [NATURAL], [VIVID], [COOL] of [WARM] niet selecteren bij gebruik van de
intelligente automatische functie.
• Bij gebruik van de intelligente automatische functie kunt u de kleurfunctie afzonderlijk
instellen.










