Operating Instructions

Gevorderd (Opnamen maken)
- 89 -
Automatische witbalans
Afhankelijk van de dominante omstandigheden waaronder opnamen worden gemaakt,
kunnen de opnamen een roodachtige of blauwachtige tint aannemen. Wanneer er
meerdere lichtbronnen worden gebruikt of er niets is met een kleur die in de buurt komt
van wit, kan het bovendien gebeuren dat de automatische witbalans niet goed werkt.
Selecteer voor de witbalans in dat geval een andere instelling dan [AWB].
1)
10000 K
9000 K
8000 K
7000 K
6000 K
5000 K
4000 K
3000 K
2000 K
1000 K
2)
4)
6)
7)
8)
9)
10)
3)
5)
1 De automatische witbalans functioneert
binnen dit bereik.
2 Blauwe lucht
3 Bewolkte lucht (regen)
4 Schaduw
5 TV-scherm
6 Zonlicht
7 Wit TL-licht
8 Licht van gloeilamp
9 Zonsopgang en zonsondergang
10 Kaarslicht
K= Kelvin Colour Temperature
(Kelvin-kleurtemperatuur)
De witbalans handmatig instellen
1 Selecteer [n].
2 Richt de camera op een wit stuk papier of iets dergelijks,
zodat het kader in het midden gevuld wordt met alleen het
witte object, en raak vervolgens [INST.] aan.
De witbalans kan niet goed worden ingesteld als het
onderwerp te helder of te donker is. Verbeter in dat geval het
omgevingslicht en stel opnieuw de witbalans in.
[BELICHTING]
Raadpleeg P60 voor bijzonderheden.