Operating Instructions

Gevorderd (Opnamen maken)
- 62 -
Voor elke opname de scènefunctie selecteren (5: Scène Mode)
Met [SCÈNE-MODUS] kunt u de scènefunctie selecteren telkens wanneer u een opname
maakt.
1 Raak in stap 2 (P61) [SCÈNE-MODUS] aan.
2 Raak de scènefunctie aan.
Het opnamescherm voor de geselecteerde scènefunctie zal worden afgebeeld.
Door in het opnamescherm van de scènefunctie [SCN] aan te raken, keert u terug
naar het menuscherm van de scènefuncties.
Opmerking
De itsinstelling van de scènefunctie wordt teruggezet naar de begininstelling wanneer
een andere scènefunctie wordt geselecteerd.
Wanneer u een opname maakt met een scènefunctie die niet geschikt is voor de
opnameomstandigheden, kan de tint van het beeld verschillen van de werkelijke scène.
De volgende items kunnen in de scènefunctie niet worden ingesteld omdat het toestel
deze automatisch optimaal instelt.
[GEVOELIGHEID]
[KLEURFUNCTIE]
De selectie van het scherpstelgebied door aanraking kan worden gebruikt, behalve voor
de volgende scènemodi.
[STERRENHEMEL]/[VUURWERK]
De sluitertijd voor scènefuncties, behalve [SPORT], [NACHTPORTRET],
[NACHTL. SCHAP], [KAARSLICHT], [BABY1]/[BABY2], [HUISDIER], [FLITS-BURST],
[STERRENHEMEL], [VUURWERK] en [SNEEUW] varieert tussen 1/8e seconde en
1/1600e seconde.