Operating Instructions
Gevorderd (Opnamen maken)
- 60 -
Gebruik deze functie wanneer u de juiste belichting niet kunt krijgen vanwege het verschil
in helderheid tussen het onderwerp en de achtergrond. Bekijk de volgende voorbeelden.
Onderbelichting Juiste belichting Overbelichting
De belichting positief
compenseren.
De belichting negatief
compenseren.
1
Druk op [Q.MENU] in en houd deze knop ingedrukt (P24).
A
2
Raak het pictogram A aan.
3
Compenseer de belichting door [w]/[q]
aan te raken.
• Selecteer [0 EV] om terug te keren naar de
oorspronkelijke belichting.
4
Raak [EXIT] aan.
• Raak [EXIT] aan om het snelmenu te sluiten. U kunt ook de ontspanknop tot de
helft indrukken om het menu te sluiten.
Opmerking
• EV is een afkorting voor [Exposure Value] (Belichtingswaarde). Deze heeft betrekking
op de hoeveelheid licht die door de lensopening en de sluitertijd naar de CCD gestuurd
wordt.
• De belichtingscompensatiewaarde verschijnt links onderaan op het scherm.
• Zelfs als het toestel wordt uitgezet, wordt de ingestelde belichtingswaarde onthouden.
• Het compensatiebereik van de belichting wordt beperkt door de helderheid van het
onderwerp.
• Belichtingscompensatie kan niet worden gebruikt wanneer [STERRENHEMEL] van de
scènefunctie is geselecteerd.
Belichtingscompensatie
[OPNAME]-functie: 1 / 5 6










