Operating Instructions
Gevorderd (Opnamen maken)
- 55 -
Close-up’s maken
[OPNAME]-functie: 1 6
1
Druk op [Q.MENU] in en houd deze knop ingedrukt (P24).
A
2
Raak het pictogram A aan.
3
Raak het item aan.
• Raak [EXIT] aan om het snelmenu te sluiten. U
kunt ook de ontspanknop tot de helft indrukken
om het menu te sluiten.
B
4
Druk de ontspanknop half in om scherp
te stellen en druk de knop vervolgens
helemaal in om de opname te maken.
BFocusbereik
• [a] wordt afgebeeld tijdens de AF-
macrofunctie en [.] wordt afgebeeld tijdens de
macro-zoomfunctie.
• Selecteer [OFF] bij step 3 als u de procedure wilt
annuleren.
• Tijdens het zoomen worden het zoombereik, het focusbereik en de
zoomvergroting afgebeeld.
[MACRO-AF]
Met deze functie kunt u close-up’s maken van een onderwerp, bijv. wanneer u opnamen
van bloemen maakt. U kunt opnamen maken van een onderwerp tot op een afstand van
5 cm vanaf de lens door de zoomregelaar helemaal tot Groothoek (W) (1×) te draaien.
Focusbereik bij gebruik van AF-macrofunctie
¼
Het focusbereik verandert in stappen.
1,0 m
5 cm
T
W










