Operating Instructions

Gevorderd (Opnamen maken)
- 54 -
Sluitertijd voor elke itsinstelling
Flitsinstelling Sluitertijd (Sec.)
q
1/30 t/m 1/1600
@
t
`
Flitsinstelling Sluitertijd (Sec.)
[
1 of 1/8 t/m 1/1600
1
1 of 1/4 t/m 1/1600
2
o
1
De sluitertijd is afhankelijk van de [STABILISATIE]-instelling (P92).
2
Als [GEVOELIGHEID] (P85) is ingesteld op [,].
1
2
: De sluitertijd wordt maximaal 1 seconde in de volgende gevallen.
Als de optische beeldstabilisator ingesteld is op [OFF].
Als de camera heeft geconstateerd dat er weinig golfbeweging is wanneer de optische
beeldstabilisator ingesteld is op [MODE1], [MODE2] of [AUTO].
Bij gebruik van de intelligente automatische functie is de sluitertijd afhankelijk van de
geïdenticeerde scène.
Bij gebruik van de scènefunctie zal de sluitertijd verschillen van die in de bovenstaande
tabel.
Opmerking
Als u de itser te dicht bij een voorwerp brengt, wordt het voorwerp mogelijk vervormd
of verkleurd door de hitte of het licht van de its.
Als u een opname maakt buiten het itsbereik, wordt het onderwerp mogelijk verkeerd
belicht en kan de opname te donker of te licht zijn.
Wanneer de itser wordt opgeladen, knippert het itspictogram in een rode kleur en kunt
u geen opname maken, zelfs niet wanneer u de ontspanknop helemaal indrukt.
De witbalans wordt mogelijk niet goed ingesteld als het itsniveau niet toereikend is voor
het onderwerp.
Bij een snelle sluitertijd is het itseffect mogelijk niet toereikend.
Het kan even duren om de itser op te laden als u opnieuw een opname wilt maken.
Maak de opname nadat de geheugenaanduiding is verdwenen.
Het effect van rode-ogenreductie verschilt tussen mensen. Als het onderwerp ver van de
camera stond of niet naar de eerste its keek, is het effect mogelijk niet aanwezig.