Operating Instructions
Basiskennis
- 40 -
Scherp stellen
Richt de AF-zone op het onderwerp en druk vervolgens de ontspanknop tot de helft in.
A B
C
D
GFE
Focus
Wanneer er
scherp gesteld is
op het onderwerp
Wanneer er niet
scherp gesteld is
op het onderwerp
Aanduiding voor
de scherpstelling
Aan Knippert
AF-zone
Wit"Groen Wit"Rood
Geluid
2
2 pieptonen 4 pieptonen
AAanduiding voor de scherpstelling
BAF-zone (normaal)
CAF zone (wanneer u de digitale zoom gebruikt of wanneer het donker is)
DFocusbereik
EDiafragmagetal
1
FSluitertijd
1
GISO-gevoeligheid
1
Als de juiste belichting niet kan worden verkregen, wordt deze afgebeeld in rood.
(Bij gebruik van de itser wordt de belichting echter niet in rood afgebeeld.)
2
Het geluidsvolume kan worden ingesteld met [SHUTTER VOL.] (P26)
Wanneer er niet op het onderwerp scherp gesteld is (zoals wanneer deze zich niet
in het midden bevindt van de compositie van de opname die u wilt maken)
1 Richt de AF-zone op het onderwerp en druk vervolgens de ontspanknop tot de
helft in om de scherpstelling en belichting te vergrendelen.
2 Houd de ontspanknop half ingedrukt terwijl u het toestel beweegt en de
beeldcompositie maakt.
• U kunt herhaaldelijk de acties in stap
1 opnieuw proberen voordat u de
ontspanknop volledig indrukt.
Wij raden aan de gezichtsherkenningsfunctie te gebruiken wanneer u opnamen van
mensen maakt. (P86)
Onderwerpen en opnameomstandigheden waarbij het moeilijk is scherp te stellen
•
Snel bewegende onderwerpen, extreem heldere onderwerpen of onderwerpen zonder contrast
• Wanneer de display van het opneembare bereik in rood wordt weergegeven
•
Wanneer u opnamen maakt van onderwerpen via ramen of in de buurt van glanzende voorwerpen
• Wanneer het donker is of bij het optreden van golfbeweging
• Wanneer het toestel zich te dicht bij het onderwerp bevindt of wanneer u een opname
maakt van zowel onderwerpen ver weg als onderwerpen dichtbij










