Operating Instructions

Basiskennis
- 36 -
2
1
4
Druk de ontspanknop tot de helft in om
scherp te stellen.
De focusaanduiding 1 (groen) gaat branden
wanneer er op het onderwerp scherp gesteld is.
Door de gezichtsherkenningsfunctie wordt de
AF-zone 2 afgebeeld rond het gezicht van
het onderwerp. In andere gevallen wordt deze
afgebeeld op het punt van het onderwerp waarop
scherp gesteld is.
Het focusbereik is 5 cm (Groothoek)/1,0 m (Tele) tot 7.
De maximale close-upafstand (de kortste afstand die mogelijk is voor het maken
van een opname van het onderwerp) verschilt al naargelang de zoomvergroting.
5
Druk de ontspanknop volledig in (druk de knop verder in), en
maak de opname.
De geheugenaanduiding (P17) wordt rood als er opnamen worden
gemaakt in het ingebouwde geheugen (of op de kaart).
Opmerking
Houd de camera stil als u de ontspanknop indrukt.
Bedek de itser of de AF-hulplamp niet met uw vingers of andere voorwerpen.
Raak de voorkant van de lens niet aan.
Wanneer u opnamen maakt met de itser (P50)
Als u [w] selecteert, wordt [w], [e], [r] of [{] geselecteerd, afhankelijk
van het type onderwerp en de helderheid.
Als u [e] of [r] selecteert, wordt de digitale rode-ogencorrectie geactiveerd.
De sluitertijd wordt langzamer tijdens [r] of [{].
Wanneer u opnamen maakt met de zoom (P42)