Operating Instructions

Basiskennis
- 35 -
Opnamen maken met de automatische functie
(
4
: intelligente automatische functie)
[OPNAME]-functie: 4
Alle instellingen van de camera worden aangepast aan het onderwerp en de
opnameomstandigheden. Wij raden deze manier van opnemen dus aan voor beginners
of als u de instellingen wenst over te laten aan de camera om gemakkelijker opnamen te
maken.
De volgende functies worden automatisch geactiveerd:
Scènedetectie/[STABILISATIE]/Gezichtsherkenning/Bewegingsdetectie/Compensatie
van achtergrondverlichting/Digitale rode-ogencorrectie
A [4]-knop
1
Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN]-keuzeschakelaar naar [1].
2
Druk op [4].
Als de intelligente automatische functie wordt geselecteerd, verschijnt aan de
linkerbovenzijde van het scherm het pictogram [4] of een pictogram dat is
geïdenticeerd met de scènedetectiefunctie (P37).
Door [4] opnieuw in te drukken gaat u terug naar de eerdere functie.
B C
3
Houd het toestel voorzichtig vast met beide
handen, houd uw armen stil en spreid uw benen
een beetje.
B Flitser
C AF-hulplamp