Operating Instructions
Voorbereiding
- 33 -
De [OPNAME]-functie selecteren
Wisselen van functie
Wanneer de [OPNAME]-functie is geselecteerd, kan het toestel worden ingesteld op de
intelligente automatische functie waarmee de optimale instellingen worden vastgesteld
in overeenstemming met het onderwerp dat opgenomen moet worden en met de
opnameomstandigheden, of kan het toestel worden ingesteld op de scènefunctie die het
meest geschikt is voor het betreffende onderwerp.
4
Intelligente automatische functie (P35)
De onderwerpen worden opgenomen met instellingen die automatisch door de
camera worden geselecteerd.
Een [OPNAME]-functie selecteren in de [OPNAME]-functielijst
OFF ON
1
Zet de camera aan.
A[OPNAME]/[AFSPELEN]-keuzeschakelaar
B[MODE]-knop
2
Schuif de
[OPNAME]/[AFSPELEN]-keuzeschakelaar
naar [1].
3
Druk op [MODE].
4
Raak de functie aan.










