Operating Instructions

Overige informatie
- 138 -
Opnamen maken
Het beeld kan niet opgenomen worden.
Is de [OPNAME]/[AFSPELEN]-keuzeschakelaar ingesteld op [1]? (P33)
Is er nog ruimte over in het ingebouwde geheugen of op de kaart?
" Wis onnodige opnamen om het beschikbare geheugen te vergroten. (P47)
Het opgenomen beeld is witachtig.
Het beeld kan witachtig worden als er vuil aanwezig is, bijvoorbeeld vingerafdrukken.
" Als de lens vuil is, schakel dan het toestel in, schuif de lenscilinder (P8) uit en wrijf
het lensoppervlak voorzichtig schoon met een zachte droge doek.
Het gebied rondom waar de opnamen werden gemaakt, wordt donker.
Werd de opname gemaakt met de itser op korte afstand en de zoom nabij [W] (1×)?
" Zoom een beetje in en maak vervolgens de opnamen. (P42)
De opname is te licht of te donker.
" Controleer de instelling van de belichtingscompensatie. (P60)
Er worden tegelijkertijd 2 of 3 opnamen gemaakt.
" Stel [HI-SPEED BURST] (P70), [FLITS-BURST] (P71) van de scènefunctie of
[BURSTFUNCTIE] (P90) van het [OPNAME]-functiemenu in op [OFF].
Het object is niet goed scherp.
Het focusbereik varieert afhankelijk van de opnamefunctie.
" Selecteer de juiste functie voor de afstand naar het onderwerp.
Het onderwerp ligt buiten het focusbereik van het toestel. (P39)
Er is doen zich camerabewegingen (golfbeweging) voor of het onderwerp beweegt
enigszins. (P41)
De gemaakte opname is wazig. De optische beeldstabilisator is niet effectief.
" De sluitertijd wordt langzamer wanneer opnamen worden gemaakt op donkere
plaatsen; houd daarom het toestel met beide handen stevig vast om de opnamen te
maken. (P35)
" Gebruik de zelfontspanner als u opnamen maakt met een langzame sluitertijd. (P57)