Operating Instructions
Voorbereiding
- 13 -
Opladen
Bijgeleverde batterij Optionele batterij
Oplaadtijd
Circa 100 min Circa 130 min
¼
met de bijgeleverde oplader
• De aangegeven oplaadtijd is voor wanneer de batterij geheel leeg is geraakt. De
oplaadtijd kan variëren afhankelijk van hoe de batterij gebruikt is. De oplaadtijd
voor een batterij in hete/koude omgevingen of een batterij die lange tijd niet is
gebruikt, is mogelijk langer dan normaal.
Als het [CHARGE]-lampje knippert
• De temperatuur van de batterij is te hoog of te laag. Laad de batterij opnieuw op bij een
temperatuur tussen 10 °C en 35 °C.
• De polen op de lader of op de batterij zijn vuil. Wrijf ze in dit geval schoon met een
droge doek.
Batterijaanduiding
De batterijaanduiding verschijnt op de LCD-monitor.
[Deze verschijnt niet wanneer u de camera gebruikt met de AC-adapter (optioneel)].
• De aanduiding wordt rood en knippert als de resterende batterijstroom op is. Laad de
batterij opnieuw op of vervang de batterij door een volle batterij.
Opmerking
• De batterij wordt warm na gebruik/laden of tijdens het laden. Ook de camera wordt
warm tijdens gebruik. Dit is geen storing.
• De batterij kan opnieuw worden opgeladen als deze nog niet helemaal leeg is, maar het
is niet aan te raden om de batterij bij te laden als de batterij vrijwel helemaal opgeladen
is. (Aangezien het kenmerkende zwellen plaats zou kunnen vinden.)
• Laat geen metalen voorwerpen (zoals klemmetjes) in de buurt van de
contactzones van de stroomplug. Anders kan door kortsluiting of gegenereerde
hitte brand en/of elektrische schokken worden veroorzaakt.










