Operating Instructions
Overige informatie
- 128 -
Wat u wel en niet moet doen met dit toestel
Behandeling van de camera
• Raak de lens of aansluitpunten niet aan met vuile handen. Zorg er ook voor dat er
geen vloeistoffen, zand en andere vreemde materialen de ruimte rondom de lens,
knoppen, etc. binnendringen.
• Schud niet met de camera en stoot er niet tegen aan. Stel de camera niet bloot
aan sterke druk.
Anders kunnen storingen optreden, kunt u mogelijk geen opnamen maken of kan de
lens, de LCD-monitor of de behuizing beschadigd raken.
• Het verdient aanbeveling om de camera uit uw broekzak te halen als u
gaat zitten en de camera niet met kracht in een volle of krappe tas, etc.
te proppen. Hierdoor kan de LCD-monitor beschadigd raken of kunt u
letsel oplopen.
• Hang geen andere spullen aan de handriem die met het toestel wordt
mee geleverd. Bij het opbergen zou er anders iets tegen de LCD-
monitor kunnen komen en zou deze zo beschadigd kunnen raken.
• Wees in het bijzonder op de volgende plaatsen voorzichtig,
aangezien op die locaties storingen kunnen optreden.
– Plaatsen met veel zand of stof.
– Plaatsen waar water in contact kan komen met dit toestel, bijvoorbeeld bij gebruik op
een regenachtige dag of op het strand.
• Deze camera is niet waterdicht. Als water of zeewater op de camera spat, gebruik
dan een droge doek om het camerahuis zorgvuldig schoon te maken.
Als het toestel niet normaal werkt, neem dan contact op met de dealer waar u de
camera hebt gekocht of met het reparatiecentrum.
Over condens (als de lens beslagen is)
• Condens doet zich voor bij verandering van de omgevingstemperatuur of vochtigheid.
Wees voorzichtig als u condens waarneemt, omdat condens leidt tot vlekken op de lens,
schimmels en storingen in de camera.
• Bij condens moet u de camera uitzetten en deze circa 2 uur uitgeschakeld houden. De
condens verdwijnt op natuurlijke wijze als de temperatuur van de camera dicht in de
buurt van de omgevingstemperatuur komt.
Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik










