Gebruiksaanwijzing voor geavanceerde Kenmerken Digitale camera Model Nr. DMC-FS33 Gelieve deze gebruiksaanwijzing volledig door te lezen alvorens dit apparaat in gebruik te nemen.
Inhoud Vóór gebruik Beknopte gebruiksaanwijzingen................ 4 Standaardaccessoires............................... 6 Namen van de onderdelen........................ 7 Hoe u het aanraakpaneel gebruikt............ 9 Voorbereiding De batterij opladen.................................. 11 • Over de levensduur van de batterij en de afspeelduur.................................. 14 De kaart (optioneel)/ de batterij plaatsen en verwijderen...... 15 Over het ingebouwde geheugen/de kaart...
• [BABY1] / [BABY2]............................ 68 • [HUISDIER]....................................... 69 • [ZONSONDERG.]............................. 69 • [H. GEVOELIGH.].............................. 69 • [HI-SPEED BURST].......................... 70 • [FLITS-BURST]................................. 71 • [STERRENHEMEL]........................... 72 • [VUURWERK]................................... 72 • [STRAND]......................................... 73 • [SNEEUW]........................................
Vóór gebruik Beknopte gebruiksaanwijzingen Dit is een overzicht van hoe u met deze camera opnamen maakt en weergeeft. Raadpleeg bij elke stap de tussen haakjes aangegeven pagina’s.  Insteektype 1 Laad de batterij op. (P11) • De batterij is bij levering nog niet opgeladen. Laad de batterij dus eerst op. 90° Connectortype  2 Plaats de batterij en kaart in het toestel. (P15) • Als u geen kaart gebruikt, kunt u opnamen maken of weergeven met het ingebouwde geheugen.
Vóór gebruik 4 Geef de opnamen weer. 1 Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN]-keuzeschakelaar naar [5]. 2 Kies de opname die u wilt bekijken.
Vóór gebruik Standaardaccessoires Controleer of alle accessoires aanwezig zijn voordat u het toestel gebruikt. • De accessoires en de vorm hiervan zijn afhankelijk van het land of de regio waar de camera is gekocht. Raadpleeg de Basisgebruiksaanwijzing voor bijzonderheden over de accessoires. • Battery Pack wordt in de tekst aangegeven als batterijpakket of batterij. • Battery Charger wordt in de tekst batterijlader of lader genoemd.
Vóór gebruik Namen van de onderdelen 1 1 2 3 Flitser (P50) Lens (P140) Indicator voor zelfontspanner (P57) AF-hulplamp (P93) 4 5 6 7 8 9 Aanraakpaneel/LCD-monitor (P9, 49, 125, 140) [OPNAME]/[AFSPELEN]-keuzeschakelaar (P21) [MODE]-knop (P33) [DISPLAY]-knop (P49) [MENU]-knop (P22) [Q.
Vóór gebruik 10 11 12 13 14 15 10 11 Aan/uit-schakelaar (P19) Zoomregelaar (P42) Luidspreker (P101) Microfoon (P75) Ontspanknop (P36, 75) Knop voor intelligente automatische functie (P35) 12 13 14 15  16 Oogje voor handriem • Zorg ervoor de handriem te bevestigen wanneer u het toestel gebruikt, zodat u de camera niet kunt laten vallen.
Vóór gebruik Hoe u het aanraakpaneel gebruikt U kunt de camera bedienen door de LCD-monitor (aanraakpaneel) rechtstreeks aan te raken met uw vinger. Aanraken Het aanraakpaneel aanraken en loslaten. Hiermee selecteert u pictogrammen of opnamen. • Dit werkt mogelijk niet goed als meerdere pictogrammen tegelijk worden aangeraakt; probeer daarom het pictogram in het midden aan te raken. Slepen Een beweging waarbij de vinger contact houdt met het aanraakpaneel.
Vóór gebruik Algemene informatie over de bedieningspictogrammen van het aanraakpaneel De bediening van het aanraakpaneel is gemakkelijker als u weet welke pictogrammen vaak verschijnen. Behalve van de pictogrammen kunt u ook gebruik maken van sommige knoppen of bedieningselementen op de camera. A Hiermee gaat u naar de volgende of vorige pagina op een menuscherm, etc. als er meerdere pagina’s zijn. • U kunt ook gebruik maken van de zoomregelaar op de camera om naar de volgende of vorige pagina te gaan.
Voorbereiding De batterij opladen Over batterijen die u kunt gebruiken met dit apparaat Met deze camera kunt u gebruik maken van de bijgeleverde batterij of specifieke optionele batterijen. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing betreffende het onderdeelnummer van de beschikbare optionele batterijen in uw streek. Het blijkt dat op sommige markten batterijpakketten in omloop zijn gebracht die sterk gelijken op het echte product, maar in feite nagemaakt zijn.
Voorbereiding 2  Steek de stekker van het opladersnoer in het stopcontact. Insteektype • De stekker van de netvoedingskabel zal niet helemaal aansluiten op het stopcontact. Er blijft een tussenruimte over zoals op de afbeelding. • Er wordt begonnen met opladen zodra het lampje [CHARGE] A groen oplicht. 90° Connectortype A  3 Verwijder de batterij nadat deze is opgeladen. • De batterij is volledig opgeladen zodra het lampje [CHARGE] A dooft.
Voorbereiding Opladen Oplaadtijd Bijgeleverde batterij Optionele batterij Circa 100 min Circa 130 min met de bijgeleverde oplader • De aangegeven oplaadtijd is voor wanneer de batterij geheel leeg is geraakt. De oplaadtijd kan variëren afhankelijk van hoe de batterij gebruikt is. De oplaadtijd voor een batterij in hete/koude omgevingen of een batterij die lange tijd niet is gebruikt, is mogelijk langer dan normaal.
Voorbereiding Over de levensduur van de batterij en de afspeelduur De levensduur van de batterij (op basis van de CIPA-standaard bij gebruik van de normale beeldfunctie) Bijgeleverde batterij Optionele batterij Capaciteit 740 mAh 940 mAh Aantal opnamen dat kan worden gemaakt Circa 300 beelden Circa 380 beelden Opnametijd Circa 150 min Circa 190 min Opnameomstandigheden volgens de CIPA-standaard • CIPA is een afkorting van [Camera & Imaging Products Association].
Voorbereiding De kaart (optioneel)/de batterij plaatsen en verwijderen • Controleer of het toestel uit staat. • We raden een kaart van Panasonic aan. 1 Schuif het schuifknopje in de richting van de pijl en open de batterij/kaartklep. OPEN LOCK • Gebruik altijd echte Panasonic-batterijen. • Als u andere batterijen gebruikt, garanderen wij de kwaliteit van dit product niet.
Voorbereiding Opmerking • Haal de batterij uit het toestel na gebruik. Steek de verwijderde batterij in de batterijhouder (mee geleverd). • Verwijder de batterij niet totdat de LCD-monitor wordt uitgeschakeld, omdat anders de instellingen verkeerd opgeslagen kunnen worden. • De bijgeleverde batterij is alleen bedoeld voor dit toestel. Gebruik de batterij niet voor andere apparatuur. • Een volle batterij raakt leeg als u deze lang niet gebruikt. • Zet de camera uit voordat u de kaart of batterij verwijdert.
Voorbereiding Over het ingebouwde geheugen/de kaart De volgende bedieningshandelingen kunnen met dit toestel worden uitgevoerd. • Wanneer geen kaart is geplaatst: Opnamen kunnen worden gemaakt in het ingebouwde geheugen en worden weergegeven. • Wanneer een kaart is geplaatst: Opnamen kunnen worden gemaakt op de kaart en worden weergegeven.
Voorbereiding Kaart De volgende soorten kaarten kunnen met dit apparaat worden gebruikt. (Deze kaarten worden aangeduid als kaart in de tekst.) Soort kaart Opmerkingen SD-geheugenkaart (8 MB t/m 2 GB) U kunt gebruik maken van een SDHCSDHC-geheugenkaart (4 GB t/m 32 GB) geheugenkaart of een SDXC-geheugenkaart in apparatuur die met deze kaarten compatibel is.
Voorbereiding De datum/tijd instellen (Klokinstelling) • De klok is in de fabriek nog niet ingesteld. 1 2 3 4 Zet de camera aan. • Als het taalselectiescherm niet wordt afgebeeld, ga dan verder met stap 4. OFF Raak het pictogram voor de taalselectie op het scherm aan. Selecteer de taal. • Het bericht [AUB KLOK INSTELLEN] verschijnt. (Dit bericht verschijnt niet bij gebruik van de [AFSPELEN]-functie) Raak [KLOKINST.] aan.
Voorbereiding 5 Raak [e]/[r]/[w]/[q] aan om het jaar, de maand, de dag, het uur, de minuut, de weergavevolgorde of het formaat van de tijddisplay in te stellen, en raak [INST.] aan. Aq Bw A : De tijd in uw woongebied B : De tijd van uw reisbestemming (P81) 4: Annuleren zonder de klok in te stellen. • Selecteer [24 UURS] of [AM/PM] voor het formaat van de tijddisplay. • AM/PM wordt afgebeeld als [AM/PM] wordt geselecteerd.
Voorbereiding Het menu instellen Het toestel wordt geleverd met menu’s die u de mogelijkheid bieden instellingen te verrichten voor het maken van opnamen en deze weer te geven precies zoals u wilt en menu’s die u de mogelijkheid bieden meer plezier te hebben met het toestel en deze met groter gemak te gebruiken. In het bijzonder bevat het menu [SET-UP] belangrijke instellingen met betrekking tot de klok en de stroom van het toestel.
Voorbereiding Menuonderdelen instellen Deze paragraaf beschrijft hoe de instellingen van de normale beeldfunctie worden geselecteerd; dezelfde instelling kan worden gebruikt voor het menu [AFSPELEN] en [SET-UP]. Voorbeeld: De [AF MODE] wijzigen van [2] in [3] bij gebruik van de normale beeldfunctie 1 Zet de camera aan. OFF ON A [OPNAME]/[AFSPELEN]-keuzeschakelaar B [MODE]-knop C [MENU]-knop 2 Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN]-keuzeschakelaar naar [1], en druk vervolgens op [MODE].
Voorbereiding 5 6 7 Raak [AF MODE] aan. • Raak [r] aan om naar het tweede scherm te gaan. (P10) Raak [3] aan. • Afhankelijk van het item verschijnt de instelling hiervan mogelijk niet of wordt het mogelijk op een andere manier afgebeeld. (P10) Raak [EXIT] aan om het menu te sluiten.
Voorbereiding Gebruik van het snelmenu Met het snelmenu kunnen sommige menu-instellingen gemakkelijk worden opgeroepen. Daarnaast kan met het scherm van het snelmenu gebruik worden gemaakt van diverse handige opnamefuncties. • Sommige menu-items kunnen met de functies niet worden ingesteld. • 1 2 Druk tijdens het maken van opnamen de knop [Q.MENU] in en houd deze ingedrukt. Raak het pictogram aan en vervolgens de door u gewenste instelling.
Voorbereiding Voer de volgende instellingen uit indien dat nodig is. Over het Set-up-menu [KLOKINST.], [SLAAPSMODUS] en [AUTO REVIEW] zijn belangrijke items. Controleer de instellingen hiervan voordat u de items gebruikt. • Met de intelligente automatische functie kunnen alleen [KLOKINST.], [WERELDTIJD], [TOON], [TAAL] en [O.I.S. DEMO] worden ingesteld. Raadpleeg P22 voor bijzonderheden over hoe u de instellingen in het menu [SET-UP] selecteert. n [KLOKINST.] De datum en de tijd instellen.
Voorbereiding Hiermee stelt u de pieptoon en sluitertoon in. ! [TOON] $ [VOLUME] ! [TOONNIVEAU]: ["] (Geluid uit) [#] (Laag) [$] (Hoog) 1 [SHUTTER VOL.]: [2] (Geluid uit) [3] (Laag) [4] (Hoog) % [PIEPTOON]: [&]/[']/[(] 5 [SHUTTER TOON]: [6]/[7]/[8] Stel het volume van de luidspreker af op één van de 7 niveaus. • Als u de camera aansluit op een TV, wijzigt dit het volume van de TV-luidsprekers niet.
Voorbereiding Deze menu-instellingen maken het gemakkelijker voor u om de LCD-monitor te zien wanneer u op heldere plaatsen bent of wanneer u het toestel hoog boven uw hoofd houdt. - [LCD MODE] [OFF] x [AUTO POWER LCD]: De helderheid wordt automatisch aangepast, afhankelijk van hoe helder het om het toestel heen is. c [SPANNING LCD]: De LCD-monitor wordt helderder en gemakkelijker zichtbaar, ook tijdens het maken van opnamen in de buitenlucht. y [GR.
Voorbereiding U kunt de levensduur van de batterij verlengen. P [SLAAPSMODUS] Het toestel wordt automatisch uitgeschakeld als het toestel niet gebruikt wordt gedurende een met de instelling geselecteerde tijdsperiode. [OFF]/[2 MIN.]/[5 MIN.]/[10 MIN.] • Druk de ontspanknop tot de helft in of zet het toestel uit en weer aan om [SLAAPSMODUS] te annuleren. • Bij gebruik van de intelligente automatische functie wordt [SLAAPSMODUS] ingesteld op [5 MIN.]. • [SLAAPSMODUS] werkt niet in de volgende gevallen.
Voorbereiding Stel in hoeveel tijd na de opname het beeld op het scherm verschijnt. s [AUTO REVIEW] [OFF] [1 SEC.] [2 SEC.] [HOLD]: De opnamen worden afgebeeld totdat er op een willekeurige knop gedrukt wordt. • [AUTO REVIEW] wordt, ongeacht de instelling hiervan, geactiveerd als gebruik wordt gemaakt van [HI-SPEED BURST] (P70), [FLITS-BURST] (P71) en [FOTO FRAME] (P74) van de scènefunctie en [BURSTFUNCTIE] (P90).
Voorbereiding Selecteer het USB-communicatiesysteem voordat of nadat u het toestel op uw PC of printer aansluit met de USB-kabel (bijgeleverd). ^ [USB MODE] g [SELECT. VERBINDING]: Selecteer [PC] of [PictBridge(PTP)] als u het toestel hebt aangesloten op een PC of op een printer die ondersteuning biedt voor PictBridge. h [PictBridge(PTP)]: Selecteer deze functie nadat of voordat u het toestel hebt aangesloten op een printer die ondersteuning biedt voor PictBridge.
Voorbereiding @ [VERSIE DISP.] Het is mogelijk te controleren welke firmwareversie op de camera wordt gebruikt. v [FORMATEREN] Het ingebouwde geheugen of de kaart wordt geformatteerd. Het formatteren wist alle gegevens onherroepelijk, dus controleer de gegevens zorgvuldig voordat u formatteert. • Gebruik een batterij met voldoende batterijstroom of de AC-adapter (optioneel) en het DC-koppelstuk (optioneel) wanneer u formatteert. Zet het toestel niet uit tijdens het formatteren.
Voorbereiding 9 [TAAL] Stel de taal in die op het scherm wordt afgebeeld. • Als u per ongeluk een andere taal instelt, selecteer dan [9] in de menupictogrammen om de gewenste taal in te stellen. Geeft de hoeveelheid golfbeweging weer die de camera heeft gedetecteerd ([O.I.S. DEMO]) De functies van het toestel worden afgebeeld als diavoorstellingen. ([AUTO DEMO]) . [DEMOFUNCTIE] [O.I.S.
Voorbereiding Wisselen van functie De [OPNAME]-functie selecteren Wanneer de [OPNAME]-functie is geselecteerd, kan het toestel worden ingesteld op de intelligente automatische functie waarmee de optimale instellingen worden vastgesteld in overeenstemming met het onderwerp dat opgenomen moet worden en met de opnameomstandigheden, of kan het toestel worden ingesteld op de scènefunctie die het meest geschikt is voor het betreffende onderwerp.
Voorbereiding Lijst van [OPNAME]-functies 1 Normale beeldfunctie (P39) De onderwerpen worden opgenomen met uw eigen instellingen. / My Scene Mode (P61) De opnamen worden gemaakt met een eerder geregistreerde scènefunctie. 5 Scènefunctie (P62) Hiermee maakt u opnamen die in overeenstemming zijn met de betreffende scène. 6 Functie voor bewegende beelden (P75) Deze functie biedt u de mogelijkheid bewegende beelden met geluid op te nemen.
Basiskennis [OPNAME]-functie: 4 Opnamen maken met de automatische functie (4: intelligente automatische functie) Alle instellingen van de camera worden aangepast aan het onderwerp en de opnameomstandigheden. Wij raden deze manier van opnemen dus aan voor beginners of als u de instellingen wenst over te laten aan de camera om gemakkelijker opnamen te maken.
Basiskennis 4 Druk de ontspanknop tot de helft in om scherp te stellen. 1 • De focusaanduiding 1 (groen) gaat branden wanneer er op het onderwerp scherp gesteld is. • Door de gezichtsherkenningsfunctie wordt de AF-zone 2 afgebeeld rond het gezicht van het onderwerp. In andere gevallen wordt deze 2 afgebeeld op het punt van het onderwerp waarop scherp gesteld is. • Het focusbereik is 5 cm (Groothoek)/1,0 m (Tele) tot 7.
Basiskennis Scènedetectie Wanneer het toestel de optimale scène identificeert, wordt het pictogram van de betreffende scène gedurende 2 seconden afgebeeld in een blauwe kleur. Daarna verandert het pictogram weer in de gebruikelijke rode kleur. 4 " 3 [i-PORTRET] 4 [i-LANDSCHAP] 2 [i-MACRO] 5 [i-NACHTPORTRET] • Alleen wanneer [w] is geselecteerd 1 [i-NACHTL. SCHAP] 7 [i-ZONSONDERG.] • [4] wordt geselecteerd als geen van de scènes van toepassing is en tegelijkertijd de standaardinstellingen worden gebruikt.
Basiskennis Instellingen van de intelligente automatische functie • Alleen de volgende opties kunnen bij gebruik van deze functie worden ingesteld. [OPNAME]-functiemenu ––[FLITS] (P50)/[ZELFONTSPANNER] (P57)/[FOTO RES.] (P83)/[BURSTFUNCTIE] (P90)/[KLEURFUNCTIE] (P91) ¼¼De instellingen die u kunt selecteren, zijn anders dan wanneer andere [OPNAME]-functies worden gebruikt. [SET-UP]-menu ––[KLOKINST.]/[WERELDTIJD]/[TOON]/[TAAL]/[O.I.S.
Basiskennis [OPNAME]-functie: 1 Opnamen maken met uw favoriete instellingen (1: Normale beeldfunctie) Het toestel stelt automatisch de sluitertijd en de lensopening in volgens de helderheid van het onderwerp. U kunt met grotere vrijheid opnamen maken door de diverse instellingen in het [OPNAME]-menu te wijzigen. 1 Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] -keuzeschakelaar naar [1], en druk vervolgens op [MODE]. A [MODE]-knop B [OPNAME]/[AFSPELEN]-keuzeschakelaar 2 3 4 Raak [NORMALE FOTO] aan.
Basiskennis Scherp stellen Richt de AF-zone op het onderwerp en druk vervolgens de ontspanknop tot de helft in.
Basiskennis Golfbeweging (cameratrilling) voorkomen Als een golfbewegingswaarschuwing [0] verschijnt, maak dan gebruik van [STABILISATIE] (P92), een statief of de zelfontspanner (P57). • De sluitertijd zal vooral in de volgende gevallen langzamer zijn. Houd het toestel stil vanaf het moment dat u de ontspanknop indrukt totdat het beeld op het scherm verschijnt. We raden in dit geval het gebruik van een statief aan.
Basiskennis [OPNAME]-functie: 4 1 MS 5 6 Opnamen maken met de zoom Gebruik van de optische zoom/gebruik van de extra optische zoom (EZ)/ gebruik van de digitale zoom U kunt inzoomen om personen en voorwerpen naar u toe te halen, of uitzoomen om landschappen in groothoek vast te leggen. Als u onderwerpen nog dichter naar u toe wilt halen (maximaal 16,9×), stel de beeldgrootte dan in op 10M of minder. Zelfs hogere vergrotingsniveaus zijn mogelijk als [DIG. ZOOM] is ingesteld op [ON] in het menu [OPNAME].
Basiskennis Het mechanisme van de extra optische zoom Als u de beeldgrootte instelt op [C] (3 miljoen pixels), wordt het CCD-gebied van 14M (14,1 miljoen pixels) afgesneden tot het middelste gebied van 3M (3 miljoen pixels), zodat een opname met een hoger zoomeffect mogelijk is. • • • • • • • • • • Opmerking De digitale zoom kan niet worden ingesteld wanneer 4 geselecteerd is. De aangegeven zoomvergroting is een schatting. “EZ” is een afkorting van “Extra optische Zoom”.
Basiskennis [AFSPELEN]-functie: 5 Opnamen weergeven ([NORMAAL AFSP.]) 1 Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN]keuzeschakelaar A naar [5]. • Normaal afspelen wordt automatisch ingesteld in de volgende gevallen. ––Als u van [OPNAME] bent overgeschakeld naar [AFSPELEN] ––Als de camera werd aangezet terwijl de [OPNAME]/[AFSPELEN]-keuzeschakelaar op [5] stond. 2 Schuif de opname vooruit of terug door het scherm horizontaal te verslepen (P9).
Basiskennis De afspeelzoom gebruiken 1 2 Draai de zoomregelaar naar [7] (T). 1"2"4"8"16 Vergroot het af te beelden gedeelte door [e]/ [r]/[w]/[q] aan te raken. • Wanneer u het af te beelden gedeelte vergroot, wordt circa 1 seconde lang de aanduiding A van de zoomstand afgebeeld. • Het beeld zal terugkeren naar zijn originele grootte (1) door [71.0] aan te raken. • De vergroting wijzigt door [e] of [z] aan te raken. Ook de zoomhendel kan worden gebruikt.
Basiskennis Een [AFSPELEN]-functie kiezen 1 Druk op [MODE] tijdens het afspelen. 2 Raak de functie aan. [NORMAAL AFSP.] (P44) Alle opnamen worden weergegeven. [DIASHOW] (P95) De opnamen worden opeenvolgend weergegeven. [CATEGOR. AFSP.] (P98) De in categorieën onderverdeelde gegroepeerde opnamen worden weergegeven. [FAVORIET AFSP.] (P100) Uw favoriete opnamen worden weergegeven. ¼¼[FAVORIET AFSP.] wordt niet afgebeeld als [FAVORIETEN] niet ingesteld is.
Basiskennis [AFSPELEN]-functie: 5 Opnamen wissen Opnamen kunnen niet worden teruggehaald zodra deze zijn gewist. • Opnamen in het weergegeven ingebouwde geheugen of op de weergegeven kaart worden gewist. Eén enkele opname wissen 1 Selecteer de te wissen opname en druk vervolgens op [4]. A [4]-knop 2 Raak [APART WISSEN] aan. 3 Raak [JA] aan.
Basiskennis Meerdere opnamen (tot 50) of alle opnamen wissen 1 2 3 Druk op [4]. Raak [MULTI WISSEN] of [ALLES WISSEN] aan. • [ALLES WISSEN] " stap 5. Raak de opname aan die u wilt wissen. (herhaal deze stap) • [b] verschijnt op de geselecteerde opnamen. Opnieuw aanraken annuleert de instelling. 4 5 Raak [UITVOER.] aan. Raak [JA] aan. Als [ALLES WISSEN] is geselecteerd bij de optie [FAVORIETEN] (P109) Het selectiescherm wordt opnieuw afgebeeld.
Gevorderd (Opnamen maken) Over de LCD-monitor Druk op [DISPLAY] om een ander scherm te kiezen. A LCD-monitor B [DISPLAY]-knop • Wanneer het menuscherm verschijnt, is de [DISPLAY]knop niet geactiveerd. Tijdens afspeelzoom (P45), terwijl u bewegende beelden afspeelt (P101) en tijdens een diashow (P95) kunt u alleen “Normaal display F” of “Geen display H” selecteren.
Gevorderd (Opnamen maken) [OPNAME]-functie: 4 1 / 5 Opnamen maken met de ingebouwde flitser A Fotoflitser Bedek de flitser niet met uw vingers of andere voorwerpen. De geschikte flitsinstelling selecteren De flitser afstemmen op de opnameomstandigheden. 1 Druk op [Q.MENU] in en houd deze knop ingedrukt (P24). 2 Raak het pictogram B aan. 3 Raak het item aan. • Raadpleeg “Beschikbare flitsinstellingen voor de opnamefuncties” voor informatie over de mogelijke flitsinstellingen.
Gevorderd (Opnamen maken) Item Beschrijving van instellingen q: AUTO De flitser wordt automatisch geactiveerd wanneer dit nodig is voor de opnameomstandigheden. @: AUTO/Rodeogenreductie De flitser wordt automatisch geactiveerd wanneer dit nodig is voor de opnameomstandigheden. De flits wordt één keer geactiveerd vóór de eigenlijke opname om het rode-ogeneffect (ogen van het onderwerp die rood worden op het beeld) te verminderen en vervolgens opnieuw geactiveerd voor de eigenlijke opname.
Gevorderd (Opnamen maken) Beschikbare flitsinstellingen voor de opnamefuncties De beschikbare flitsinstellingen zijn afhankelijk van de opnamefuncties.
Gevorderd (Opnamen maken) Het beschikbare flitsbereik om opnamen te maken • Het beschikbare flitsbereik is een benadering.
Gevorderd (Opnamen maken) Sluitertijd voor elke flitsinstelling Flitsinstelling Sluitertijd (Sec.) q @ Flitsinstelling [ o 1/30 t/m 1/1600 Sluitertijd (Sec.) 1 of 1/8 t/m 1/16001 1 of 1/4 t/m 1/16002 t ` De sluitertijd is afhankelijk van de [STABILISATIE]-instelling (P92). Als [GEVOELIGHEID] (P85) is ingesteld op [,]. • 1 2: De sluitertijd wordt maximaal 1 seconde in de volgende gevallen. ––Als de optische beeldstabilisator ingesteld is op [OFF].
Gevorderd (Opnamen maken) [OPNAME]-functie: 1 6 Close-up’s maken 1 Druk op [Q.MENU] in en houd deze knop ingedrukt (P24). 2 Raak het pictogram A aan. 3 4 Raak het item aan. • Raak [EXIT] aan om het snelmenu te sluiten. U kunt ook de ontspanknop tot de helft indrukken om het menu te sluiten. A Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen en druk de knop vervolgens helemaal in om de opname te maken. B Focusbereik • [a] wordt afgebeeld tijdens de AFmacrofunctie en [.
Gevorderd (Opnamen maken) [MACRO ZOOM] U kunt een opname maken met de digitale zoom tot 3× terwijl u voor de uiterste groothoekstand de afstand tot het onderwerp handhaaft [5 cm]. • Het focusbereik is 5 cm tot 7 tijdens de macro-zoomfunctie, ongeacht de zoompositie. • Het zoombereik wordt afgebeeld in blauw. (digitaal zoombereik C) • De beeldkwaliteit is slechter dan wanneer opnamen op normale wijze worden gemaakt. • De volgende functies worden niet geactiveerd.
Gevorderd (Opnamen maken) [OPNAME]-functie: 4 1 / 5 Opnamen maken met de zelfontspanner 1 Druk op [Q.MENU] in en houd deze knop ingedrukt (P24). 2 Raak het pictogram A aan. 3 4 Raak het item aan. • Raak [EXIT] aan om het snelmenu te sluiten. U kunt ook de ontspanknop tot de helft indrukken om het menu te sluiten. A Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen en druk de knop vervolgens helemaal in om de opname te maken.
Gevorderd (Opnamen maken) [OPNAME]-functie: 4 1 / 5 Opnamen maken met de aangeraakte zone scherpgesteld (Selectie van Aanraking AF-zone) Het is mogelijk om op het aangeraakte punt van het scherm de scherpstelzone in te stellen. 1 Raak het onderwerp op het scherm waarop u wilt scherpstellen aan. A Selectie van Aanraking AF-zone • De AF-zone wordt afgebeeld als de zone wordt herkend. A 2 B Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen en druk de knop vervolgens helemaal in om de opname te maken.
Gevorderd (Opnamen maken) Opmerking • De best geschikte scène wordt geselecteerd voor het aangeraakte gebied in de modus Intelligent auto. • De selectie van het scherpstelgebied door aanraking zal niet werken in de volgende gevallen.
Gevorderd (Opnamen maken) [OPNAME]-functie: 1 / 5 6 Belichtingscompensatie Gebruik deze functie wanneer u de juiste belichting niet kunt krijgen vanwege het verschil in helderheid tussen het onderwerp en de achtergrond. Bekijk de volgende voorbeelden.  Onderbelichting Juiste belichting Overbelichting De belichting positief compenseren. De belichting negatief compenseren. 1 Druk op [Q.MENU] in en houd deze knop ingedrukt (P24). 2 Raak het pictogram A aan.
Gevorderd (Opnamen maken) [OPNAME]-functie: / 5 Opnamen maken die overeenkomen met de scène die wordt opgenomen (Scènefunctie) Als u een scènefunctie kiest die overeenkomt met het onderwerp en de opnameomstandigheden, zal de camera automatisch de optimale belichting en tint instellen. Scènes registreren met de scènefunctie (/ : My Scene Mode) Met [MIJN SCENE MODE] kunt u de scènefunctie registreren die u als opnamefunctie het vaakst gebruikt.
Gevorderd (Opnamen maken) Voor elke opname de scènefunctie selecteren (5: Scène Mode) Met [SCÈNE-MODUS] kunt u de scènefunctie selecteren telkens wanneer u een opname maakt. 1 Raak in stap 2 (P61) [SCÈNE-MODUS] aan. 2 Raak de scènefunctie aan. • Het opnamescherm voor de geselecteerde scènefunctie zal worden afgebeeld. • Door in het opnamescherm van de scènefunctie [SCN] aan te raken, keert u terug naar het menuscherm van de scènefuncties.
Gevorderd (Opnamen maken) [PORTRET] Wanneer u overdag opnamen maakt van personen buiten, biedt deze functie de mogelijkheid deze personen er beter uit te laten zien en hun huid een gezonder uiterlijk te geven. Technieken voor portretten Deze functie kunt u als volgt doeltreffender maken: 1 Draai de zoomregelaar zo ver mogelijk naar Tele. 2 Ga dicht bij het onderwerp staan voor een beter effect. Opmerking • De begininstelling voor [AF MODE] is [3].
Gevorderd (Opnamen maken) [TRANSFORMEREN] Met deze functie kunt u van een onderwerp zodanig een opname maken dat het onderwerp er dun of uitgerekt uitziet, met tegelijkertijd een gladde huid. 1 Raak het transformatieniveau aan. • Deze functie kan worden ingesteld vanaf het snelmenu (P24). 2 Maak de opnamen. Opmerking • De beeldgrootte (resolutie) is vast ingesteld, zoals hieronder beschreven. ––[C] voor [+], [M] voor [*] en [U] voor [}] • U kunt opnamen maken en afdrukken op formaat 4˝×6˝/10×15 cm.
Gevorderd (Opnamen maken) [LANDSCHAP] Hiermee kunt u opnamen maken van een landschap in de volle breedte. Opmerking • De flitsfunctie wordt vast ingesteld op [o]. • Het focusbereik is 5 m t/m 7. [SPORT] Selecteer deze functie wanneer u opnamen wilt maken van sportscènes of andere snel bewegende objecten. Opmerking • Als de camera is ingesteld op [STABILISATIE] en er weinig golfbeweging is, of wanneer [STABILISATIE] is ingesteld op [OFF], dan is de maximale sluitertijd 1 seconde.
Gevorderd (Opnamen maken) [NACHTL. SCHAP] Hiermee kunt u levendige opnamen maken van een nachtelijk landschap. Opmerking • De flitsfunctie wordt vast ingesteld op [o]. • Het focusbereik is 5 m t/m 7. • Het verdient aanbeveling voor het maken van opnamen gebruik te maken van een statief en de zelfontspanner.
Gevorderd (Opnamen maken) [PARTY] Selecteer deze functie als u opnamen wilt maken op een bruiloft, een feest binnenshuis, etc. Hiermee kunt u opnamen maken van mensen en achtergronden met een helderheid die vrijwel overeenkomt met die van de werkelijkheid. Technieken voor het maken van opnamen tijdens feesten • Gebruik de flitser. (U kunt de camera instellen op [[] of [`].) • Het verdient aanbeveling voor het maken van opnamen gebruik te maken van een statief en de zelfontspanner.
Gevorderd (Opnamen maken) [BABY1] / [BABY2] Met deze functie kunt u van een baby opnamen maken met een mooie huidkleur. Als u de flitser gebruikt, is het licht van de flits zwakker dan anders. Voor [BABY1] en [BABY2] kunnen verschillende geboortedata en namen worden ingesteld. U kunt ervoor kiezen om de geboortedatum en naam af te beelden als u de opnamen weergeeft of om deze op de gemaakte opname te stempelen met gebruik van [TEKST AFDR.] (P103).
Gevorderd (Opnamen maken) [HUISDIER] Selecteer deze functie als u opnamen wilt maken van een huisdier zoals een hond of een kat. U kunt de geboortedatum en naam van uw huisdier instellen. U kunt ervoor kiezen om de geboortedatum en naam af te beelden als u de opnamen weergeeft of om deze op de gemaakte opname te stempelen met gebruik van [TEKST AFDR.] (P103). Raadpleeg [BABY1]/[BABY2] op P68 voor informatie over [LEEFTIJD] of [NAAM]. Opmerking • De begininstelling voor de AF-hulplamp is [OFF].
Gevorderd (Opnamen maken) [HI-SPEED BURST] Dit is een handige manier om snelle bewegingen of een beslissend ogenblik vast te leggen. Beeldgrootte (resolutie) en hoogte/breedteverhouding 1 Raak de beeldgrootte en hoogte/breedteverhouding aan die u wilt selecteren. • 3M (4:3), 2,5M (3:2) of 2M (16:9) wordt geselecteerd als beeldgrootte. 2 Maak opnamen. • Er worden continu foto’s gemaakt door de ontspanknop volledig ingedrukt te houden.
Gevorderd (Opnamen maken) [FLITS-BURST] Met deze functie worden met gebruik van de flitser continu foto’s gemaakt. Deze functie komt van pas als u op donkere plaatsen continu foto’s wilt maken. Beeldgrootte (resolutie) en hoogte/breedteverhouding 1 Raak de beeldgrootte en hoogte/breedteverhouding aan die u wilt selecteren. • 3M (4:3), 2,5M (3:2) of 2M (16:9) wordt geselecteerd als beeldgrootte. 2 Maak opnamen. • Er worden continu foto’s gemaakt door de ontspanknop volledig ingedrukt te houden.
Gevorderd (Opnamen maken) [STERRENHEMEL] Met deze functie kunt u levendige opnamen maken van een sterrenhemel of een donker onderwerp. De sluitertijd instellen Kies een sluitertijd van [15 SEC.], [30 SEC.] of [60 SEC.]. 1 Raak het aantal seconden aan dat u wilt selecteren. • Het is ook mogelijk om met het snelmenu het aantal seconden te wijzigen. (P24) 2 Maak opnamen. • Druk de ontspanknop helemaal in om het aftelscherm af te beelden. Beweeg het toestel niet als dit scherm afgebeeld wordt.
Gevorderd (Opnamen maken) [STRAND] Hiermee kunt u van de blauwe kleur van de zee, hemel, etc. opnamen maken die nóg levendiger zijn. Ook wordt onderbelichting van mensen onder krachtig zonlicht voorkomen. Opmerking • De begininstelling voor [AF MODE] is [3]. • Raak de camera niet aan met natte handen. • Zand of zeewater kunnen de camera beschadigen. Laat geen zand of zeewater in de lens of op de contactpunten komen.
Gevorderd (Opnamen maken) [ZANDSTRAAL] Met deze functie worden opnamen gemaakt met een korrelige textuur, alsof deze is gezandstraald. Opmerking • De ISO-gevoeligheid wordt vast ingesteld op [ISO1600]. • Het focusbereik is 5 cm (Groothoek)/1,0 m (Tele) tot 7. [FOTO FRAME] Met deze functie maakt u opnamen met rondom een kader. Het kader instellen 1 Raak het kader aan dat u wilt selecteren. • Het aantal pixels wordt vast ingesteld op 2M (4:3). 2 Maak de opnamen.
Gevorderd (Opnamen maken) [OPNAME]-functie: 6 Functie voor bewegende beelden 1 2 3 Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN]-keuzeschakelaar naar [1], en druk vervolgens op [MODE]. Raak [FILM] aan. Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen en druk deze vervolgens helemaal in om te beginnen met opnemen. A B A Geluidsopname • De beschikbare opnametijd B wordt aan de rechterbovenzijde van het scherm afgebeeld en de verstreken opnametijd C wordt aan de rechteronderzijde van het scherm afgebeeld.
Gevorderd (Opnamen maken) Instellingen voor de opnamekwaliteit wijzigen 1 Druk op [MENU]. 2 Raak [OPN. KWALITEIT] aan. 3 Raak het item aan. Item Beeldgrootte fps 1280 × 720 pixels 30 848 × 480 pixels 30 x 640 × 480 pixels 30 y 320 × 240 pixels 30 a w Hoogte/ breedteverhouding 16:9 4:3 Opnamen kunnen niet worden gemaakt in het ingebouwde geheugen. ¼¼ 4 Raak [EXIT] aan om het menu te sluiten. • U kunt ook de ontspanknop tot de helft indrukken om het menu te sluiten.
Gevorderd (Opnamen maken) Opmerking • De flitsfunctie wordt vast ingesteld op [o]. • Het verdient aanbeveling een kaart te gebruiken met een SD Speed Class van “Class 6” of hoger als u bewegende beelden wilt opnemen. ¼¼ De SD Speed Class-kwalificatie is de snelheidsstandaard voor opeenvolgende schrijfbewerkingen. • Raadpleeg P148 voor informatie over de beschikbare opnametijd. • De beschikbare opnametijd die afgebeeld wordt op het scherm, neemt mogelijk niet op regelmatige wijze af.
Gevorderd (Opnamen maken) [OPNAME]-functie: 4 1 MS 5 6 Nuttige functies op reisbestemmingen Opslaan op welke dag van uw vakantie u de opname maakt Raadpleeg P22 voor bijzonderheden over de instellingen van het menu [SET-UP]. Als u de vertrekdatum of de reisbestemming van de vakantie vooraf instelt, wordt bij het maken van de opname het aantal dagen opgeslagen (welke dag van de vakantie het is) dat is verstreken sinds de vertrekdatum.
Gevorderd (Opnamen maken) 6 Raak [LOCATIE] aan. 7 Raak [SET] aan. 8 9 10 Voer de locatie in. • Lees de paragraaf “Karakters invoeren” op P94 voor bijzonderheden over hoe u karakters invoert. Raak [ANNUL] aan. • Raak [EXIT] aan om het menu te sluiten. Maak een opname. • Direct nadat u de reisdatum hebt ingesteld of als u de camera aanzet nadat eerder de vertrekdatum was ingesteld, wordt circa 5 seconden lang het aantal dagen afgebeeld dat is verstreken sinds de vertrekdatum.
Gevorderd (Opnamen maken) Opmerking • De reisdatum wordt berekend aan de hand van de datum in de klokinstelling en de vertrekdatum die u instelt. Als u [WERELDTIJD] (P81) afstemt op de reisbestemming, dan wordt de reisdatum berekend aan de hand van de datum in de klokinstelling en de ingestelde reisbestemming. • Zelfs als u het toestel uitzet, wordt de instelling van de reisdatum onthouden.
Gevorderd (Opnamen maken) Opnamedatums/tijden op overzeese reisbestemmingen (wereldtijd) Raadpleeg P22 voor bijzonderheden over de instellingen van het menu [SET-UP]. U kunt de plaatselijke tijden op de reisbestemmingen afbeelden en deze opnemen op de opnamen die u maakt. • Selecteer [KLOKINST.] om vooraf de huidige datum en tijd in te stellen. (P19) 1 2 3 Selecteer [WERELDTIJD] in het menu [SET-UP].
Gevorderd (Opnamen maken) 4 5 Raak [BESTEMMING] aan. C Afhankelijk van de instelling verschijnt op het scherm de tijd van uw vakantiebestemming of van uw eigen woongebied. C Raak [w] of [q] aan om het gebied van uw bestemming te selecteren, en raak [INST.] aan. D Huidige tijd van uw bestemming E E Tijdverschil • Als zomertijd [z] wordt gebruikt op uw D reisbestemming, raak dan [z] aan. (De tijd wordt één uur vooruit gezet.) Raak [z] opnieuw aan als u wilt terugkeren naar de oorspronkelijke tijd.
Gevorderd (Opnamen maken) Gebruik van het [OPNAME]-functiemenu [FLITS] Raadpleeg P50 voor bijzonderheden. [ZELFONTSPANNER] Raadpleeg P57 voor bijzonderheden. [FOTO RES.] Raadpleeg P22 voor bijzonderheden over de instellingen van het [OPNAME]-functiemenu. Stel het aantal pixels en de hoogte/breedteverhouding van de opnamen in. Hoe hoger het aantal pixels, hoe fijner het detail van de opnamen is, zelfs wanneer deze worden afgedrukt op grote vellen.
Gevorderd (Opnamen maken) Opmerking A • “EZ” is een afkorting van “Extra optische Zoom”. • Een digitaal beeld bestaat uit een groot aantal punten die pixels heten. Hoe groter het aantal pixels, hoe fijner B het beeld is als het wordt afgedrukt op een groot vel papier of als het wordt afgebeeld op een PC-monitor. A Veel pixels (Fijn) B Weinig pixels (Grof) ¼¼ Deze opnamen zijn voorbeelden om het effect te laten zien.
Gevorderd (Opnamen maken) [GEVOELIGHEID] Raadpleeg P22 voor bijzonderheden over de instellingen van het [OPNAME]-functiemenu. Dit laat het aan de gevoeligheid voor licht (ISO-gevoeligheid) toe ingesteld te worden. Het instellen op een hoger figuur, stelt u in staat ook op donkere plekken beelden te maken zonder dat de beelden donker worden.
Gevorderd (Opnamen maken) [AF MODE] Raadpleeg P22 voor bijzonderheden over de instellingen van het [OPNAME]-functiemenu. Met deze functie kunt u de scherpstelmethode gebruiken die bij de posities en bij het aantal te selecteren onderwerpen past. Toepasbare functies: 1 / 5 [3]: Gezichtsherkenning De camera detecteert automatisch het gezicht van de persoon. De scherpstelling en belichting kunnen vervolgens worden afgestemd op dat gezicht, ongeacht waar het gezicht zich in het beeld bevindt. (max.
Gevorderd (Opnamen maken) • De gezichtsherkenningsfunctie werkt mogelijk niet onder bepaalde opnameomstandigheden, waaronder ook de hieronder genoemde omstandigheden, waardoor het onmogelijk is gezichten te detecteren. [AF MODE] wordt ingesteld op [\].
Gevorderd (Opnamen maken) [WITBALANS] Raadpleeg P22 voor bijzonderheden over de instellingen van het [OPNAME]-functiemenu. Onder zonlicht, gloeilampen of vergelijkbare omstandigheden waarbij de kleur van wit naar roodachtig of blauwachtig neigt, wordt met deze functie het beeld aangepast aan de kleur van wit die het meest overeenkomt met wat in verhouding tot de lichtbron door het oog wordt gezien.
Gevorderd (Opnamen maken) Automatische witbalans Afhankelijk van de dominante omstandigheden waaronder opnamen worden gemaakt, kunnen de opnamen een roodachtige of blauwachtige tint aannemen. Wanneer er meerdere lichtbronnen worden gebruikt of er niets is met een kleur die in de buurt komt van wit, kan het bovendien gebeuren dat de automatische witbalans niet goed werkt. Selecteer voor de witbalans in dat geval een andere instelling dan [AWB]. e automatische witbalans functioneert D binnen dit bereik.
Gevorderd (Opnamen maken) [BURSTFUNCTIE] Raadpleeg P22 voor bijzonderheden over de instellingen van het [OPNAME]-functiemenu. Met deze functie worden continu opnamen gemaakt zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt. Selecteer vervolgens alleen de opnamen die u mooi vindt. Toepasbare functies: 4 1 / 5 [OFF]/[&] Burstsnelheid (opnamen/seconde) circa 1,5 Hangt af van de resterende ruimte in het Aantal opnamen dat kan worden gemaakt ingebouwde geheugen of op de kaart.
Gevorderd (Opnamen maken) [DIG. ZOOM] Raadpleeg P22 voor bijzonderheden over de instellingen van het [OPNAME]-functiemenu. Met deze functie kunnen onderwerpen nog verder worden vergroot dan met de optische zoom of extra optische zoom. Toepasbare functies: 1 / 5 [OFF]/[ON] Opmerking • Raadpleeg P42 voor bijzonderheden. • Het verdient aanbeveling [STABILISATIE] in te stellen op [AUTO] of [MODE1] als cameratrilling (golfbeweging) tijdens het zoomen een probleem is.
Gevorderd (Opnamen maken) [STABILISATIE] Raadpleeg P22 voor bijzonderheden over de instellingen van het [OPNAME]-functiemenu. Met behulp van deze functies wordt tijdens het maken van opnamen golfbeweging gedetecteerd, en compenseert het toestel automatisch de golfbeweging, waardoor het mogelijk is om opnamen te maken zonder golfbeweging. Toepasbare functies: 1 / 5 [OFF] [AUTO] : Afhankelijk van de omstandigheden wordt de optimale golfbewegingscompensatie geselecteerd.
Gevorderd (Opnamen maken) [AF ASS. LAMP] Raadpleeg P22 voor bijzonderheden over de instellingen van het [OPNAME]-functiemenu. Het is voor de camera gemakkelijker om bij weinig licht scherp te stellen als u het onderwerp verlicht. Toepasbare functies: 1 / 5 [OFF] : De AF-hulplamp gaat niet branden. [ON] : Wanneer u opnamen maakt op donkere plaatsen, zal de AF-hulplamp gaan branden als u de ontspanknop tot de helft indrukt. (Er worden dan grotere AF-zones afgebeeld.
Gevorderd (Opnamen maken) Karakters invoeren Namen die zijn ingesteld bij [BABY1]/[BABY2] en [HUISDIER] van de scènefunctie of bij [LOCATIE] van de reisdatum, worden ook opgenomen als de titels. (Er kunnen alleen alfabetische karakters en symbolen worden ingevoerd.) 1 2 3 Open het tekstinvoerscherm. • Voor de naaminstelling bij [BABY1]/[BABY2] of [HUISDIER] van de scènefunctie (P61) • Voor de [LOCATIE]-instelling van de reisdatum (P78) Voer de karakters in.
Geavanceerd (weergeven) [AFSPELEN]-functie: 5 Opnamen opeenvolgend weergeven (diashow) U kunt in combinatie met muziek de opnamen weergeven die u hebt gemaakt, en u kunt dit opeenvolgend doen met een vast ingestelde pauze tussen de weergave van de verschillende opnamen. Ook kunt u de opnamen gezamenlijk gegroepeerd per categorie weergeven of alleen de opnamen weergeven die u als favoriet hebt ingesteld als diashow.
Geavanceerd (weergeven) Bedieningshandelingen die tijdens de diashow kunnen worden uitgevoerd 1 Roep het bedieningspaneel op door het scherm aan te raken. • Als er gedurende 2 seconden geen bedieningshandeling wordt uitgevoerd, zal het scherm terugkeren naar de oorspronkelijke toestand. A Bedieningspaneel A 2 Raak op het bedieningspaneel de items aan die u wilt selecteren.
Geavanceerd (weergeven) [AFSPELEN]-functie: 5 Opnamen weergeven per opnamedatum ([KALENDER]) U kunt opnamen weergeven per opnamedatum. 1 2 3 Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN]-keuzeschakelaar naar [5], en druk vervolgens op [MODE]. Raak [KALENDER] aan. • U kunt ook de zoomregelaar verschillende keren naar [6] (W) draaien om het kalenderscherm af te beelden. Raak [e]/[r]/[w]/[q] aan om de datum te selecteren die u wilt weergeven, en raak [INST.] aan.
Geavanceerd (weergeven) [AFSPELEN]-functie: 5 Opnamen selecteren en deze weergeven ([CATEGOR. AFSP.]/[FAVORIET AFSP.]) [CATEGOR. AFSP.] Deze functie biedt u de mogelijkheid opnamen te zoeken per scènefunctie of andere categorieën (zoals [PORTRET], [LANDSCHAP] of [NACHTL. SCHAP]) en opnamen te sorteren in elk van de categorieën. U kunt dan de opnamen in elke categorie weergeven. 1 2 3 Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN]-keuzeschakelaar naar [5], en druk vervolgens op [MODE]. Raak [CATEGOR. AFSP.] aan.
Geavanceerd (weergeven) [CATEGORIE] q r y Opname-informatie bijv. scènefuncties [CATEGORIE] [PORTRET], [i-PORTRET], [GAVE HUID], [TRANSFORMEREN], [ZELFPORTRET], [NACHTPORTRET], [i-NACHTPORTRET], [BABY1]/[BABY2] [LANDSCHAP], [i-LANDSCHAP], [ZONSONDERG.], [i-ZONSONDERG.], [LUCHTFOTO] [NACHTPORTRET], [i-NACHTPORTRET], [NACHTL. SCHAP], [i-NACHTL. SCHAP], [STERRENHEMEL] - 99 - Opname-informatie bijv.
Geavanceerd (weergeven) [FAVORIET AFSP.] U kunt de opnamen weergeven die u hebt ingesteld als [FAVORIETEN] (P109) (alleen wanneer [FAVORIETEN] is ingesteld op [ON] en er opnamen aanwezig zijn die ingesteld zijn als [FAVORIETEN]). 1 2 Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN]-keuzeschakelaar naar [5], en druk vervolgens op [MODE]. Raak [FAVORIET AFSP.] aan. Opmerking • U kunt in het menu [AFSPELEN] alleen [LCD ROTEREN], [PRINT INST.] of [BEVEILIGEN] gebruiken.
Geavanceerd (weergeven) [AFSPELEN]-functie: 5 Bewegende beelden afspelen Selecteer bewegende beeld [6] en raak [ 9 ] aan om de bewegende beelden af te spelen. A B C A Pictogram van bewegende beelden B Afspeelpictogram van bewegende beelden C De opnametijd van de bewegende beelden • Nadat het afspelen van de beelden is begonnen, wordt in de rechterbovenhoek van het scherm de verstreken afspeeltijd getoond. Bijvoorbeeld 8 minuten en 30 seconden wordt afgebeeld als [8m30s].
Geavanceerd (weergeven) Opmerking • U kunt geluid horen uit de luidspreker. Raadpleeg [VOLUME] (P26) voor informatie over hoe u het volume wijzigt in het menu [SET-UP]. • Het bestandsformaat dat met dit toestel kan worden afgespeeld, is QuickTime Motion JPEG. • De gebundelde software omvat het programma Quick Time waarmee op de PC bewegende beelden kunnen worden afgespeeld die met de camera zijn gemaakt.
Geavanceerd (weergeven) [AFSPELEN]-functie: 5 Gebruik van het [AFSPELEN]-functiemenu U kunt in het afspeelfunctiemenu verschillende functies gebruiken, bijv. opnamen draaien, beveiligen, etc. • Met [TEKST AFDR.], [NW. RS.] of [CROPPING] kunt u een nieuwe opname creëren door een bestaande opname te bewerken. U kunt geen nieuwe opname creëren als er geen vrije ruimte is in het ingebouwde geheugen of op de kaart. Daarom raden we aan te controleren of er vrije ruimte is en dan de opname te bewerken.
Geavanceerd (weergeven) 5 Raak [INST.] aan. • De beeldgrootte (resolutie) wordt kleiner als u [TEKST AFDR.] instelt voor een opname met een beeldgrootte (resolutie) die groter is dan [C], zoals hieronder wordt getoond. Beeldverhouding Beeldgrootte + =/E/T " C * ~"M } |"U • Als u bij stap 4 de optie [NAAM] selecteert, verschijnt een scherm waarin u wordt gevraagd of samen met de naam ook [LEEFTIJD] moet worden gestempeld. 6 7 Raak [JA] aan. Raak [ANNUL] aan om terug te keren naar het menuscherm.
Geavanceerd (weergeven) [NW. RS.] De beeldgrootte (aantal pixels) reduceren U kunt de beeldgrootte van de gemaakte opname(n) reduceren om de opnamen als bijlage te kunnen meesturen met e-mail of op een website te kunnen publiceren. 1 Selecteer [NW. RS.] in het [AFSPELEN]-functiemenu (P22). 2 Raak [ENKEL] of [MULTI] aan. 3 Selecteer de opname(n) en grootte(s). [ENKEL] [ENKEL]-instelling 1 Raak [w]/[q] aan om de opname te selecteren, en raak [INST.] aan. 2 Raak de beeldgrootte aan.
Geavanceerd (weergeven) 4 5 Raak [JA] aan. Raak [ANNUL] aan om terug te keren naar het menuscherm. • Het menuscherm wordt automatisch hersteld als u [MULTI] selecteert. • Raak [EXIT] aan om het menu te sluiten. Opmerking • De beeldkwaliteit van een opname waarvan de grootte is gewijzigd, is minder goed. • Het kan zijn dat u de grootte niet kunt wijzigen van opnamen die met andere apparatuur zijn gemaakt.
Geavanceerd (weergeven) [BIJSNIJD.] U kunt een belangrijk deel van een gemaakte opname vergroten en vervolgens uitsnijden. 1 2 3 Selecteer [BIJSNIJD.] in het [AFSPELEN]-functiemenu (P22). Raak [w]/[q] aan om de opname te selecteren, en raak [INST.] aan. Selecteer het gedeelte dat u wilt uitsnijden. Verkleinen Raak [z] aan: Vergroten Raak [e] aan: Verkleinen Raak [e]/[r]/[w]/[q] aan: Verplaatsen • U kunt ook de zoomregelaar gebruiken. 4 5 6 Vergroten De positie verplaatsen Raak [INST.] aan.
Geavanceerd (weergeven) [LCD ROTEREN] Deze stand biedt u de mogelijkheid automatisch beelden verticaal af te beelden als deze gemaakt zijn met het toestel verticaal gehouden. 1 2 3 Selecteer [LCD ROTEREN] in het [AFSPELEN]-functiemenu. (P22) Raak [ON] aan. • Als u [OFF] selecteert, worden de opnamen getoond zonder dat deze zijn gedraaid. • Raadpleeg P44 voor informatie over hoe u opnamen weergeeft. Raak [EXIT] aan om het menu te sluiten.
Geavanceerd (weergeven) [FAVORIETEN] U kunt het volgende doen nadat u opnamen hebt gemarkeerd als favorieten. • Alleen de opnamen weergeven die zijn ingesteld zijn als favorieten. ([FAVORIET AFSP.]) • Als diashow alleen de opnamen weergeven die zijn gemarkeerd als favorieten. • Alle opnamen wissen die niet zijn gemarkeerd als favorieten. ([ALLES WISSEN BEHALVEz]) 1 2  3 4 Selecteer [FAVORIETEN] in het [AFSPELEN]-functiemenu. (P22) Raak [ON] aan.
Geavanceerd (weergeven) [PRINT INST.] DPOF (“Digital Print Order Format”) is een systeem waarmee u kunt selecteren welke opnamen u wilt afdrukken, hoeveel kopieën u van elke opname wilt afdrukken en of de opnamedatum wel of niet moet worden afgedrukt als u een DPOF-compatibele printer gebruikt of de opnamen laat afdrukken door een fotowinkel. Neem contact op met de fotowinkel voor verdere bijzonderheden.
Geavanceerd (weergeven) De datum afdrukken ([DATUM]-instelling) • Wanneer u voor het afdrukken van uw digitale opnamen naar een fotowinkel wilt gaan, let er dan op dat u, indien u dat wilt, ook aangeeft dat de datum op de opnamen moet worden afgedrukt. • Afhankelijk van de fotowinkel of printer wordt de datum mogelijk niet afgedrukt, ook al hebt u de camera zo ingesteld dat de datum moet worden afgedrukt.
Geavanceerd (weergeven) [BEVEILIGEN] U kunt opnamen beveiligen om te voorkomen dat deze per abuis worden gewist. 1 Selecteer [BEVEILIGEN] in het [AFSPELEN]-functiemenu (P22). 2 Raak [ENKEL] of [MULTI] aan. 3 Selecteer de opname(n) die u wilt beveiligen. [ENKEL]-instelling Raak [w]/[q] aan om de opname te selecteren, en raak [INST.] aan. • De instelling annuleert u door de beveiligde opname te selecteren en [ANNUL] aan te raken. [MULTI]-instelling Raak het beeld aan om de opname te selecteren.
Geavanceerd (weergeven) [KOPIE] Opnamen kopiëren van het ingebouwde geheugen naar een kaart U kunt de gegevens van de door u gemaakte opnamen kopiëren van het ingebouwde geheugen naar een kaart of van een kaart naar het ingebouwde geheugen. 1 2 Selecteer [KOPIE] in het [AFSPELEN]-functiemenu (P22). Raak de kopieerbestemming aan die u wilt selecteren. N: Alle opnamen die in het ingebouwde geheugen zijn opgeslagen, worden in één keer gekopieerd naar de kaart. " stap 4.
Aansluiten op andere apparatuur Aansluiting op een PC U kunt opnamen op een PC zetten door het toestel en de PC met elkaar te verbinden. • Als de opnamen zijn opgeslagen op een kaart, kunt u de kaart ook gebruiken door deze rechtstreeks aan te sluiten op een SD-geheugenkaartsleuf van uw PC. Raadpleeg voor details de handleiding van de PC. • Als uw computer geen ondersteuning biedt voor SDXC-geheugenkaarten, wordt een bericht weergegeven met het verzoek de kaart te formatteren. (Formatteer de kaart niet.
Aansluiten op andere apparatuur 1 2 3 4 5 Sluit de camera aan op een PC via de USB-kabel A (bijgeleverd). • Gebruik geen enkele andere USB-kabel dan de bijgeleverde kabel. Gebruik van andere kabels dan de bijgeleverde USB-kabel zou een storing kunnen veroorzaken. Raak [PC] aan. USB MODE • Als eerder [USB MODE] (P30) ingesteld is op [PC] in het menu [SET-UP], dan wordt de camera automatisch SEL. USB MODE verbonden met de PC zonder dat het selectiescherm PictBridge(PTP) [USB MODE] wordt weergegeven.
Aansluiten op andere apparatuur De inhoud bekijken van het ingebouwde geheugen of de kaart met behulp van de PC (mapsamenstelling) • Ingebouwd geheugen • Kaart DCI M 100_PANA 100_PANA 1 P1000001.JPG 2 3 P1000002.JPG P1000999.JPG 101_PANA 1 Mapnummer 2 Bestandsnummer 3 JPG: Opnamen MOV: Bewegende beelden MISC: DPOF-print Favorieten 999_PANA MISC  Er wordt een nieuwe map aangemaakt als opnamen worden gemaakt in de volgende situaties.
Aansluiten op andere apparatuur [AFSPELEN]-functie: 5 De opnamen afdrukken Als u het toestel aansluit op een printer die PictBridge ondersteunt, kunt u op de LCDmonitor van de camera de af te drukken opnamen selecteren en aangeven dat moet worden begonnen met afdrukken. • Als de opnamen zijn opgeslagen op een kaart, kunt u de kaart ook gebruiken door deze rechtstreeks aan te sluiten op een SD-geheugenkaartsleuf van uw printer. Raadpleeg voor details de handleiding van de printer.
Aansluiten op andere apparatuur Opmerking • Dit toestel kan niet rechtop staan als de AC-adapter aangesloten is. Als u het toestel gebruikt op een vlak oppervlak, dan raden wij u aan het toestel op een zachte doek te plaatsen. • Gebruik geen enkele andere USB-kabel dan de bijgeleverde kabel. Gebruik van andere kabels dan de bijgeleverde USB-kabel zou storing kunnen veroorzaken. • Zet het toestel uit voordat u de AC-adapter (optioneel) aansluit of loskoppelt.
Aansluiten op andere apparatuur Meerdere opnamen selecteren en afdrukken 1 Raak [VEELV. AFDR.] aan. 2 Raak een item aan dat u wilt selecteren. PictBridge MULTI SELECTEREN 1/2 ALLES SELECTEREN PRINT INST.(DPOF) ANNUL Item [MULTI SELECTEREN] Beschrijving van instellingen Er worden tegelijkertijd meerdere opnamen afgedrukt. • Raak de opnamen aan en [2] verschijnt op de opnamen die moeten worden afgedrukt. (Wanneer u de geselecteerde opname opnieuw aanraakt, wordt de instelling geannuleerd.
Aansluiten op andere apparatuur Afdrukinstellingen MULTI SELECTEREN Selecteer de items en stel deze in zowel op het scherm 1/2 PRINT START bij stap 2 van de procedure “Een opname selecteren OFF PRINT MET DAT. OFF en afdrukken” als bij stap 3 van de procedure ON 1 AANTAL PRINTS “Meerdere opnamen selecteren en afdrukken”.
Aansluiten op andere apparatuur [PAPIERAFMETING] Item Beschrijving van instellingen h Prioriteit wordt gegeven aan de printerinstellingen. [L/3.
Aansluiten op andere apparatuur [LAY-OUT PAGINA] (Layouts voor afdrukken die kunnen worden ingesteld met dit toestel) Item Beschrijving van instellingen h Prioriteit wordt gegeven aan de printerinstellingen 3 1 opname zonder kader op 1 pagina 4 1 opname met een kader op 1 pagina 5 2 opnamen op 1 pagina 6 4 opnamen op 1 pagina • U kunt een item niet selecteren als de printer geen ondersteuning biedt voor de paginaopmaak.
Aansluiten op andere apparatuur [AFSPELEN]-functie: 5 Opnamen weergeven op een TV-scherm Opnamen weergeven met de AV-kabel Maak gebruik van de bijgeleverde AV-kabel. Voorbereiding: Stel [TV-ASPECT] in. (P30) Schakel de camera en de televisie uit. AV OUT DIGITAL 1 Geel: naar de videoaansluiting 2 Wit: naar de geluidsaansluiting A Lijn de markeringen uit en sluit de connectors aan.
Aansluiten op andere apparatuur Opmerking • Afhankelijk van de aspect ratio (hoogte/breedteverhouding) worden er aan de boven- en onderzijde of linker- en rechterzijde mogelijk zwarte stroken afgebeeld. • Gebruik geen andere AV-kabels dan de bijgeleverde kabel. • Lees de gebruiksaanwijzing van de TV. • Als u een beeld verticaal weergeeft, kan het wazig zijn.
Overige informatie Schermdisplay Tijdens het maken van opnamen Opnamen maken met de normale opnamefunctie [1] (Begininstelling) 1 Opnamefunctie 1 2 3 4 5 2 Flitsfunctie (P50) 14 M 3 AF-zone (P40) 13 4 Focus (P40) 5 Beeldgrootte (P83) 6 Batterijaanduiding (P13) 7 Aantal opnamen dat kan worden gemaakt (P146) 8 Ingebouwd geheugen (P17) F3.
Overige informatie Tijdens het maken van opnamen (na het instellen) 14 15 16 17 18 14 Selectie van Aanraking AF-zone (P58) ISO a: AF-macrofunctie (P55) 100 WARM QVGA R1m32S .
Overige informatie Tijdens weergave 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 1 2 3 4 5 6 Weergavefunctie (P44) 14 M Beveiligd beeld (P112) 17 100-0001 Favorieten (P109) 1/30 1 16 Gestempeld met tekstaanduiding (P103) 15s 15 WARM Beeldgrootte (P83) 1E DAG 14 Pictogram voor bewegende beelden (P101) 13 2 mnd. 10dg. Batterijaanduiding (P13) 10:00 1.MEI.
Overige informatie Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik Wat u wel en niet moet doen met dit toestel Behandeling van de camera • Raak de lens of aansluitpunten niet aan met vuile handen. Zorg er ook voor dat er geen vloeistoffen, zand en andere vreemde materialen de ruimte rondom de lens, knoppen, etc. binnendringen. • Schud niet met de camera en stoot er niet tegen aan. Stel de camera niet bloot aan sterke druk.
Overige informatie Houd het toestel uit de buurt van magnetische apparatuur (zoals magnetrons, televisie, videospelletjes, enz.). • Indien u het toestel op of naast een televisie gebruikt, kunnen de beelden en de geluiden van de toestel onderbroken worden door de straling van de elektromagnetische golven. • Gebruik het toestel niet in de buurt van een mobiele telefoon omdat het geluid ervan een nadelige invloed kan hebben op de beelden en de geluiden.
Overige informatie Schoonmaken Voordat u het toestel schoonmaakt, moet u de batterij of het DC-koppelstuk verwijderen (optioneel), of de stekker uit het stopcontact halen. Wrijf het toestel vervolgens schoon met een droge zachte doek. • Wanneer het toestel bevuild is, kan dit worden schoongemaakt door het vuil eraf te wrijven met een uitgeknepen vochtige doek en daarna met een droge doek. • Gebruik geen schoonmaakmiddelen zoals benzeen, verdunner, alcohol, keukenschoonmaakmiddelen, etc.
Overige informatie Batterij De batterij is een oplaadbare lithium-ionbatterij. De stroom wordt opgewekt door de chemische reactie in de batterij. Deze reactie wordt beïnvloed door de omgevingstemperatuur en de vochtigheid. Door te hoge of te lage temperaturen gaan batterijen minder lang mee. Haal de batterij na gebruik altijd uit het toestel. • Steek de batterij in de batterijhouder (meegeleverd).
Overige informatie Kaart Bewaar de kaart niet op plaatsen met een hoge temperatuur, waar gemakkelijk elektromagnetische golven worden gegenereerd of statische elektriciteit wordt opgewekt, of op plaatsen die blootgesteld zijn aan direct zonlicht. Verbuig de kaart niet en laat de kaart niet vallen. • Hierdoor kan de kaart beschadigd raken of wordt de opgenomen inhoud mogelijk beschadigd of gewist. • Berg de kaart na gebruik op in de kaarthoes of het opbergzakje.
Overige informatie Wanneer u het toestel lange tijd niet gebruikt • Berg de batterij op een koele en droge plaats op, in een ruimte met een relatief stabiele temperatuur: [Aanbevolen temperatuur: 15 °C tot 25 °C, Aanbevolen vochtigheid: 40% tot 60%] • Verwijder de batterij en de kaart altijd uit het toestel. • Als de batterij in het toestel wordt gelaten, zal deze ontladen zelfs als het toestel uit staat.
Overige informatie Waarschuwingen op het scherm Soms verschijnen op het scherm bevestigingen of foutmeldingen. De belangrijkste berichten worden hieronder beschreven. [GEHEUGENKAART TEGEN SCHRIJVEN BEVEILIGD] " De schrijfbeveiligingsschakelaar op de kaart staat op [LOCK]. Schuif de schakelaar terug om deze te ontgrendelen. (P18) [GEEN JUISTE FOTO OM WEER TE GEVEN] " Maak een opname of plaats een kaart met een gemaakte opname en geef deze vervolgens weer.
Overige informatie [NIET VOLDOENDE RUIMTE INTERN GEHEUGEN]/[NIET VOLDOENDE GEHEUGEN OP DE KAART] • Er is geen ruimte over in het ingebouwde geheugen of op de kaart. ––Wanneer u opnamen kopieert van het ingebouwde geheugen naar de geheugenkaart (batchkopie), worden de opnamen gekopieerd totdat de kaart vol is. [DIV. FOTO’S KUNNEN NIET GEKOP.
Overige informatie [OPNAME BEW. BEELDEN GEANN. SCHRIJFSNELHEID KAART TE BEPERKT] • Het verdient aanbeveling een kaart te gebruiken met een SD Speed Class van “Class 6” of hoger als u bewegende beelden wilt opnemen. ¼¼De SD Speed Class-kwalificatie is de snelheidsstandaard voor opeenvolgende schrijfbewerkingen.
Overige informatie Problemen oplossen Probeer eerst de volgende procedures (P137 tot 145). Als het probleem niet opgelost is, kan dit worden verbeterd door bij het maken van opnamen de optie [RESETTEN] (P29) te selecteren in het menu [SET-UP]. Batterij en stroombron Zelfs als de camera is ingeschakeld, kan deze niet worden bediend. • De batterij is niet juist geplaatst. (P15) • De batterij is leeg. De LCD-monitor gaat uit terwijl het toestel aanstaat.
Overige informatie Opnamen maken Het beeld kan niet opgenomen worden. • Is de [OPNAME]/[AFSPELEN]-keuzeschakelaar ingesteld op [1]? (P33) • Is er nog ruimte over in het ingebouwde geheugen of op de kaart? " Wis onnodige opnamen om het beschikbare geheugen te vergroten. (P47) Het opgenomen beeld is witachtig. • Het beeld kan witachtig worden als er vuil aanwezig is, bijvoorbeeld vingerafdrukken.
Overige informatie De opname ziet er onafgewerkt uit. Er verschijnt ruis op het beeld. • Is de ISO-gevoeligheid hoog of de sluitertijd laag? (de ISO-gevoeligheid is in de fabriek ingesteld op [,]. Daarom zal er bij het maken van opnamen binnenshuis, etc. ruis optreden.) " Verlaag de ISO-gevoeligheid. (P85) " Stel [KLEURFUNCTIE] in op [NATURAL]. (P91) " Maak opnamen op heldere plaatsen. • Is [H. GEVOELIGH.
Overige informatie Lens De opname is vervormd of rondom het onderwerp is een niet-bestaande kleur aanwezig. • Het kan vanwege de kenmerken van de lens voorkomen dat, afhankelijk van de zoomvergroting, het onderwerp enigszins vervormd is of de randen gekleurd zijn. Als groothoek wordt gebruikt, kunnen de contouren van het beeld er vervormd uitzien omdat het perspectief verbeterd wordt. Dit is geen storing. LCD-monitor De LCD-monitor gaat uit ook al staat het toestel aan.
Overige informatie Flitser De flitser wordt niet geactiveerd. • Staat de flitsinstelling op [o]? " Wijzig de flitsinstelling. (P50) • De flitsfunctie is niet beschikbaar als [BURSTFUNCTIE] (P90) in het [OPNAME]-functiemenu is geselecteerd. De flitser wordt meerdere keren geactiveerd. • De flitser wordt tweemaal geactiveerd wanneer de rode-ogenreductie (P51) is geselecteerd.
Overige informatie Met een kalenderzoektocht worden opnamen afgebeeld met datums die verschillen van de eigenlijke datums waarop de opnamen werden gemaakt. • Is de klok van de camera goed ingesteld? (P19) • Wanneer wordt gezocht naar opnamen die zijn bewerkt op een PC of gemaakt zijn met andere apparatuur, worden deze mogelijk afgebeeld met datums die verschillen van de eigenlijke datums waarop de opnamen werden gemaakt. Op de gemaakte opname verschijnen witte ronde vlekken die op zeepbellen lijken.
Overige informatie TV, PC en printer De opname verschijnt niet op de televisie. • Is het toestel correct op de TV aangesloten? " Stel de TV-ingang in op externe invoer. De displayzones op het TV-scherm en de LCD-monitor van het toestel verschillen. • Afhankelijk van het TV-model worden de opnamen horizontaal of verticaal uitgetrokken of worden deze mogelijk afgebeeld met afgesneden randen. Bewegende beelden kunnen niet op een TV worden afgespeeld.
Overige informatie Overige Er werd per ongeluk een onleesbare taal gekozen. " Druk op [MENU], selecteer het menupictogram [e] van [SET-UP] en selecteer vervolgens het pictogram [9] om de gewenste taal te selecteren. (P32) Een rode lamp gaat soms aan wanneer de ontspanknop tot de helft ingedrukt wordt. • Op donkere plaatsen gaat de AF-hulplamp (P93) branden in een rode kleur om gemakkelijker op het onderwerp te kunnen scherp stellen. De AF-hulplamp gaat niet aan. • Is [AF ASS.
Overige informatie De bestandsnummers zijn niet op volgorde geregistreerd. • Wanneer u na een bepaalde actie een bedieningshandeling uitvoert, worden de opnamen mogelijk opgeslagen in mappen met nummers die anders zijn dan de nummers die vóór deze bedieningshandeling werden gebruikt. (P116) De mapnummers worden in oplopende volgorde geregistreerd.
Overige informatie Aantal opnamen dat kan worden gemaakt en de beschikbare opnametijd • Het aantal mogelijke opnamen en de opnametijd zijn bij benadering gegeven. (deze zijn afhankelijk van de opnameomstandigheden en het kaarttype.) • Het aantal mogelijke opnamen en de beschikbare opnametijd variëren afhankelijk van de onderwerpen. • Wanneer het aantal opneembare beelden meer dan 99999 is, wordt dit weergegeven als “+99999” op het scherm.
Overige informatie Hoogte/ breedteverhouding * } Beeldgrootte ~ | 9 11 54 105 210 440 880 1330 1790 2700 3600 5230 7230 10400 14120 65 125 250 520 1030 1580 2110 3190 4250 6180 8540 12560 17040 Ingebouwd geheugen (Circa 40 MB) 256 MB 512 MB 1 GB 2 GB 4 GB 6 GB Kaart 8 GB 12 GB 16 GB 24 GB 32 GB 48 GB 64 GB - 147 -
Overige informatie Beschikbare opnametijd (om bewegende beelden op te nemen) Instelling opnamekwaliteit Ingebouwd geheugen (Circa 40 MB) 256 MB 512 MB 1 GB 2 GB 4 GB 6 GB Kaart 8 GB 12 GB 16 GB 24 GB 32 GB 48 GB 64 GB a w x — — — 59 s 2 min 00 s 4 min 00 s 8 min 20 s 16 min 30 s 25 min 10 s 33 min 40 s 50 min 50 s 1 uur 8 min 1 uur 38 min 2 uur 16 min 3 uur 20 min 4 uur 29 min 2 min 35 s 5 min 10 s 10 min 20 s 21 min 20 s 41 min 50 s 1 uur 3 min 1 uur 25 min 2 uur 8 min 2 uur 52 min 4 uur 9 min
Overige informatie • SDXC logo is een handelsmerk van SD-3C, LLC. • QuickTime en het QuickTime-logo zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van Apple Inc. en worden onder licentie gebruikt. • Screenshots van Microsoft-producten zijn herdrukt met toestemming van Microsoft Corporation. • Andere namen, bedrijfsnamen en productnamen die in deze handleiding voorkomen, zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van de betreffende bedrijven.