Operating Instructions

Opnemen
- 78 -
Opzetten van [ ] (AF-opsporing)
Raak het onderwerp aan.
De AF-zone wordt geel en het onderwerp wordt vergrendeld.
De focus en de belichting zullen continu automatisch bijgesteld worden
en volgen de beweging van het onderwerp. (Dynamische opsporing)
De vergrendeling wordt gewist als [ ] aangeraakt wordt.
Aantekening
Bediening door aanraking is rechtsboven op de LCD-monitor niet mogelijk, ook al wordt een
beeld weergegeven.
Dynamische opspoorfunctie zou er niet in kunnen slagen te vergrendelen, zou het onderwerp
in AF-opsporing kunnen verliezen of ander onderwerp op kunnen sporen afhankelijk van de
opnameomstandigheden zoals die, die hier beneden staan.
Wanneer het onderwerp te klein is
Wanneer de opnameplaats te donker of te helder is
Wanneer het onderwerp te snel beweegt
Wanneer de achtergrond dezelfde of een soortgelijke kleur heeft als het onderwerp
Wanneer er zich golfstoring voordoet
Wanneer u de zoom gebruikt
Als AF Lock niet werkt, zal het frame van Tracking AF rood worden en vervolgens verdwijnen.
Voer de AF Lock opnieuw uit.
AF-opsporing zal niet werken wanneer het onderwerp niet gespecificeerd is, het onderwerp
verloren is gegaan of er niet in geslaagd is opgespoord te worden. Het beeld zal in dat geval
gemaakt worden met [ ] in [AF mode].
AF Tracking wordt gewist als Touch Shutter op [ ] wordt gezet.
Onder de volgende omstandigheden kan het niet op [ ] gezet worden.
In [Panorama assist], [Speldenprik], [Zandstraal] of [Hoge dynamiek] in de scènefunctie
In [Zwart/Wit], [Sepia], [Cool] of [Warm] in [Kleurfunctie]