Operating Instructions

Opnemen
- 68 -
Het functiemenu [Opname] gebruiken
Voor details over [Opname] instellingen van het functiemenu raadplegen P34.
De flits instellen voor opnamen.
Toepasbare functies:
ñ· ¿
Instellingen
¢ De flits wordt twee maal geactiveerd. Het onderwerp dient niet te bewegen totdat de
tweede flits geactiveerd is. Interval tot de tweede flits is afhankelijk van de helderheid
van het onderwerp.
[Flitser]
: AUTO
De flits wordt automatisch geactiveerd wanneer dit nodig is voor de
opnamecondities.
:
AUTO/
Rode-ogenredu
ctie
¢
De flits wordt automatisch geactiveerd wanneer dit nodig is voor de
opnamecondities.
De flits wordt een keer geactiveerd vóór de eigenlijke opname om het
rode-ogeneffect (ogen van het object die rood worden op het beeld) te
verminderen en vervolgens opnieuw geactiveerd voor de eigenlijke opname.
Gebruik deze functie wanneer u opnamen maakt van personen in
slecht belichte omstandigheden.
:
Vast ingesteld
op AAN
:
Vast ingesteld
op AAN/
Rode-ogenredu
ctie
¢
De flits wordt altijd geactiveerd ongeacht de opnamecondities.
Gebruik deze functie wanneer uw object achtergrondbelichting heeft
of onder fluorescent licht staat.
:
Langzame
synchr./Reductie
rode-ogeneffect
¢
Als u beelden maakt met een donker landschap op de achtergrond, maakt
deze functie de sluitertijd langzamer zodra de flits geactiveerd wordt, zodat
het donkere landschap op de achtergrond helder zal worden. Tegelijkertijd
vermindert het rode-ogeneffect.
Œ:
Vast ingesteld
op UIT
De flits wordt in geen enkele opnameconditie geactiveerd.
Gebruik deze functie om opnamen te maken op plekken waar het
gebruik van een flits niet toegestaan is.