Operating Instructions
Voorbereiding
- 20 -
Tips om mooie opnamen te maken
• Om vallen te voorkomen, moet u de
bijgeleverde polsriem aan uw pols
bevestigen. (P6)
• Het toestel voorzichtig vasthouden met beide
handen, armen stil houden en uw benen een
beetje spreiden.
• Houd de camera stil als u de ontspanknop
indrukt.
• Zorg ervoor dat u de flitser, de AF-assistlamp de
microfoon, de luidspreker, de lens, enz., niet met
uw vingers aanraakt.
A Draagriem
B Flits
C AF assistentielamp
∫ Richtingfunctie ([Lcd roteren])
Beelden die opgenomen zijn met een verticaal gehouden toestel worden verticaal
(gedraaid) afgespeeld. (Alleen wanneer [Lcd roteren] (P40) ingesteld is)
•
Als het toestel verticaal gehouden wordt en omhoog en omlaag gekanteld wordt om beelden op
te nemen, kan het zijn dat de functie voor richtingsdetectie niet correct werkt.
• Bewegende beelden die met een verticaal gehouden toestel gemaakt zijn worden niet verticaal
afgebeeld.
Wanneer de beeldbibberalert [ ] verschijnt, [Stabilisatie] (P85), een statief of de
zelfontspanner (P71) gebruiken.
•
De sluitertijd zal vooral in de volgende gevallen langzamer zijn. Houdt het toestel stil vanaf het
moment dat u de ontspanknop indrukt totdat het beeld op het scherm verschijnt. We raden in
dit geval het gebruik van een statief aan.
– In [Panorama assist], [Nachtportret], [Nachtl.schap], [Party], [Kaarslicht], [Sterrenhemel],
[Vuurwerk] of [Hoge dynamiek] in de scènefunctie
Doe de polsriem om en houdt het toestel voorzichtig vast
Golfstoring (camerabeweging)










