Operating Instructions
20 VQT3F08 (DUT)
Scènedetectie
Wanneer het toestel de optimale scène identifi ceert, wordt het
pictogram van de betreffende scène gedurende 2 seconden blauw
weergegeven. Daarna wordt het pictogram weer rood.
4
3 [i-Portret] 5 [i-Nachtportret]
• Alleen bij selectie van [w]
4 [i-Landschap] 1 [i-Nachtl. schap]
2 [i-Macro] 7 [i-Zonsonderg.]
• [4] wordt ingesteld als geen van de scènes van toepassing is en de
standaardinstellingen worden gebruikt.
•
Bij selectie van [
3
] of [
5
] herkent de camera automatisch een gezicht,
en zal scherpstelling en belichting worden aangepast (Gezichtsherkenning).
Bewegende onderwerpen volgen en scherp stellen (AF Tracking)
U kunt scherpstellen op het beoogde onderwerp en de belichting
daarop aanpassen door het scherm aan te raken. Zelfs als de camera
daarna wordt bewogen, wordt continu scherpgesteld op het onderwerp
en wordt de belichting steeds navenant aangepast.
1 Raak op het scherm het onderwerp aan
waarop u wilt scherpstellen.
• Het AF-kader (het kader voor AF tracking)
wordt geel weergegeven en de best
passende scène wordt bepaald.
• Raak [
T
] aan om AF Tracking uit te schakelen.
2 Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen
en druk de knop vervolgens helemaal in om de
opname te maken.
VQT3F08_DMC-FP7_FP5-EG_DU.indd 20VQT3F08_DMC-FP7_FP5-EG_DU.indd 20 2011/01/07 13:33:372011/01/07 13:33:37










