Operating instructions

Basisbediening
- 33 -
Als u de belichting wilt wijzigen en wilt fotograferen wanneer de foto te donker
lijkt (P51)
Als u de kleuren wilt wijzigen en wilt fotograferen wanneer de foto te rood lijkt
(P72)
Scherpstellen
Richt het AF-gebied op het onderwerp en druk de ontspanknop vervolgens half in.
Scherpstelling Als het onderwerp
is scherpgesteld
Als het
onderwerp niet is
scherpgesteld
Scherpstelindicatie
Aan Knippert
AF-gebied Wit
"
Groen Wit
"
Rood
Geluid Piept 2 keer Piept 4 keer
C
Scherpstelindicatie
D
AF-gebied (normaal)
E
AF-gebied (wanneer u de digitale zoom gebruikt of het donker is)
F
Scherpstelbereik
(bij het gebruik van de zoomfunctie)
G
Diafragmawaarde
H
Sluitertijd
I
ISO-gevoeligheid
Als de juiste belichting niet kan worden bereikt, wordt deze in rood weergegeven. (Dit is
echter niet het geval als de itser wordt gebruikt.)
Wanneer het onderwerp niet scherp is (zoals wanneer het zich niet in het
midden van de compositie bevindt van de foto die u wilt maken)
1 Richt het AF-gebied op het onderwerp en druk de ontspanknop vervolgens half in
om de scherpstelling en belichting vast te zetten.
2 Houd de ontspanknop half ingedrukt terwijl u de camera beweegt om de compositie
te maken.
U kunt de handelingen in stap 1
enkele keren herhalen voordat u
de ontspanknop volledig indrukt.
We raden u aan de
gezichtsdetectiefunctie te
gebruiken wanneer u foto’s maakt
van mensen. (P74)