Operation Manual

- 151 -
Wi-Fi
[Wi-Fi setup] Menu
Voor details over hoe [Wi-Fi] menu-instellingen te selecteren, P41 raadplegen.
Configureer de instellingen die nodig zijn voor de Wi-Fi-functie.
[Wi-Fi setup] kan niet veranderd worden als er een Wi-Fi-verbinding is.
1 Selecteer [Wi-Fi setup] in het [Wi-Fi]-menu en druk op [MENU/SET].
2 Druk op 3/4 om het onderdeel te selecteren en druk op [MENU/SET].
Raadpleeg P139 voor details.
Voor details over hoe karakters in te voeren, raadpleeg Tekst Invoeren sectie op P87.
Als u een PC met standaardinstellingen gebruikt, is het niet nodig om de werkgroep te veranderen.
[Smart transfer]
[PC-verbinding]
U kunt de werkgroep instellen.
Om beelden naar een PC te sturen, wordt een verbinding met
dezelfde werkgroep als de PC van bestemming vereist.
(De fabrieksinstelling is “WORKGROUP”.)
[Werkgroepnaam wijzigen]:
Voer de werkgroep van de PC in waarmee de verbinding gemaakt
wordt.
Verlaat het menu nadat het ingesteld is.
[Terug naar standaard]:
Herstelt de status van de fabrieksinstellingen.
Het bevestigingsbeeldscherm wordt weergegeven. Het wordt
uitgevoerd als [Ja] geselecteerd wordt.
Verlaat het menu na de uitvoering.
[Toestelnaam]
U kunt de naam van dit toestel veranderen.
1 Druk op [DISP.].
2 De gewenste inrichtingsnaam invoeren.
Voor details over hoe karakters in te voeren, raadpleeg Tekst
Invoeren
sectie op P87.
Er kunnen maximaal 32 tekens ingevoerd worden.