Quick Start Guide

19
SQT1386 (DUT)
Basisbediening
Functieknoppen
[Fn1] tot en met [Fn3] zijn knoppen op de camera.
[Fn4] tot en met [Fn8] zijn aanraakknoppen. Ze worden weergegeven door de
tab [
] op het opnamescherm aan te raken.
U kunt veelgebruikte functies aan specifieke knoppen toewijzen met
[Fn knopinstelling] in het menu [Voorkeuze].
Cursorknop
Deze knop wordt gebruikt om de cursor op de menuschermen te verplaatsen en
voor andere functies.
In deze handleiding wordt de knop die moet worden gebruikt, aangeduid met
.
U kunt de volgende bewerkingen uitvoeren tijdens het opnemen: (Afhankelijk
van de modus of de weergavestijl van de camera kunnen sommige opties of
instellingen niet worden geselecteerd.)
[
] (belichtingscompensatie) ( )
Corrigeert de belichting als er tegenlicht is of als het onderwerp te donker of te
licht is.
[ ] (witbalans) ( )
Hiermee wordt de kleur aan de natuurlijke kleur aangepast, afhankelijk van de
lichtbron.
[ ] (aandrijfstand) ( )
[Burstfunctie]
Er wordt een burst foto’s gemaakt terwijl u de ontspanknop helemaal ingedrukt
houdt.
[4K-FOTO]
(→26)
[Post Focus]
(→30)
[Zelfontspanner]
Selecteer [ ] ([Enkel]) of [ ] om de aandrijfstand uit te schakelen.