Operation Manual

Basisbediening
- 36 -
Onderwerpen en opnameomstandigheden waarbij u moeilijk kunt scherpstellen
Snel bewegende onderwerpen, extreem lichte onderwerpen of onderwerpen zonder
contrast
Wanneer u opnamen maakt van onderwerpen door ramen of bij glanzende objecten
Wanneer het donker is of de camera trilt
Wanneer de camera te dicht bij het onderwerp staat of wanneer u een foto maakt van
onderwerpen die zowel ver weg als dichtbij zijn (als de weergave van het opnamebereik
rood is).
Jitter (cameratrilling) voorkomen
Wanneer de trillingswaarschuwing [
0
] verschijnt, gebruikt u de [STABILISATIE] (P80),
een statief of de zelfontspanner (P52).
De sluitertijd zal in de volgende specieke gevallen langer worden. Houd de camera
stil vanaf het ogenblik dat de ontspanknop wordt ingedrukt tot de foto op het scherm
verschijnt. We raden een statief aan.
Lngz. sy./Rode-og
In [NACHTPORTRET], [NACHTL. SCHAP], [PARTY], [KAARSLICHT],
[STERRENHEMEL] en [VUURWERK] in de scènemodus
Richtingwaarnemingsfunctie
Foto’s gemaakt als de camera verticaal wordt gehouden, worden verticaal (geroteerd)
afgespeeld. Deze functie werkt alleen wanneer [LCD ROTEREN] (P93) op [ON] is gezet.
Foto’s worden niet verticaal afgespeeld als ze werden gemaakt terwijl de camera
omhoog of omlaag werd gericht
Bewegende beelden opgenomen met verticaal gehouden camera worden niet verticaal
weergegeven.