Operation Manual
10. Gebruik van de Wi-Fi-functie
252
Functies Wi-Fi
∫ Voor Gebruik
•
Voer van tevoren de datum- en tijdinstellingen uit. (P35)
• Om de Wi-Fi-functie op dit toestel te gebruiken, wordt een draadloos toegangspunt vereist, dan
wel een bestemmingstoestel dat uitgerust is met de draadloze LAN-functie.
∫ Over de Wi-Fi verbindingslamp
∫ De [Wi-Fi]-knop
In deze gebruiksaanwijzing zal een functieknop waaraan [Wi-Fi] toegekend is [Wi-Fi]-knop
genoemd worden (op het moment van aankoop is [Wi-Fi] aan [Fn5] toegekend.)
•
Raadpleeg voor informatie over de functieknop P58.
Opstarten van de [Wi-Fi]-functie
1 Raak [ ] aan.
2 Raak [ ] aan.
Als de camera niet met Wi-Fi verbonden is, druk dan op [Wi-Fi]. De camera zal dan
gereed zijn om met de smartphone verbonden te worden. U kunt de camera
rechtstreeks met de smartphone verbinden. (P255)
•
Als de camera gereed is om verbonden te worden, kunt u op [DISP.] drukken om met dezelfde
instellingen als voorheen verbinding te maken. Dit is een gemakkelijke en snelle manier om
een verbinding tot stand te brengen. (P286)
Brandt rood: Als de Wi-Fi-functie op ON staat of als er een
Wi-Fi-verbinding is
Knippert rood: Als u beeldgegevens verzendt
Fn5
Fn6
Fn6
Fn7
Fn6
Fn8
Fn9
SNAP
Fn5










