Gebruiksaanwijzing voor geavanceerde kenmerken Digitale Camera Model Nr. DMC-GX7 Lees deze instructies zorgvuldig door voordat u dit product gebruikt en bewaar deze handleiding, zodat u deze later kunt raadplegen.
De benodigde informatie vinden In deze “Gebruiksaanwijzing voor geavanceerde kenmerken” kunt u de informatie die u nodig heeft op de volgende pagina’s vinden. Door op een paginanummer te klikken, kunt u naar de aangekoppelde pagina springen en snel de informatie vinden.
Gebruik van deze handleiding Klik op deze icoon om naar “De benodigde informatie vinden” te springen. Klik op deze icoon om naar “Inhoud” te springen. Klik op deze icoon om terug te keren naar de eerder weergegeven pagina. Over de aanduiding van de toepasbare modus Toepasbare modussen: De iconen duiden op de modussen die voor de functie beschikbaar zijn.
Inhoud De benodigde informatie vinden.........................................................................2 Gebruik van deze handleiding.............................................................................3 Voor Gebruik Zorgdragen voor de fotocamera .......................................................................10 Standaardaccessoires........................................................................................11 Namen en functies van de componenten............................
Omschakelen van de informatie die op het opnamescherm weergegeven wordt ............................................................................................71 Afspelen van foto’s/films ...................................................................................75 • Opnamen terugspelen .................................................................................75 • Bewegende beelden terugspelen ................................................................
• Verhogen van de resolutie [I.resolutie].......................................................142 • Combineren van beelden met verschillende belichtingen [HDR]...............143 • Verminderen van het lange sluitergeluid [Lang sl.n.red] ............................144 • Corrigeren van de helderheid op de randen van het scherm [Schaduwcomp.] ........................................................................................144 • Instellen van de kleurruimte [Kleurruimte]................................
Stabilisator, zoom en flitser Optische beeldstabilisator...............................................................................203 • Gebruik van de optische beeldstabilisatorfunctie van een lens .................204 • Gebruik van de optische beeldstabilisatorfunctie van dit toestel ...............206 • Minimaliseren van de trilling van de sluiter ................................................209 Beelden maken met de zoom ..........................................................................
• [Afspeelfunctie] ..........................................................................................245 Gebruik van de afspeelfuncties ......................................................................246 • Creëren van foto’s uit een video ................................................................246 • [Locatie vermelden]....................................................................................247 • Verwijderen van onnodige delen [Retouche wissen] ...............................
• Snel verbinding maken met dezelfde instellingen als voorheen ([Selecteer doelapparaat uit geschiedenis]/ [Selecteer doelapparaat uit favorieten]).....................................................305 • Instellingen om beelden te versturen .........................................................307 [Wi-Fi setup] Menu ...........................................................................................309 Aansluiten op andere apparatuur Van 3D-beelden genieten .....................................
Voor Gebruik Zorgdragen voor de fotocamera Niet blootstellen aan sterke trillingen, schokken of druk. • De lens, de monitor of de ombouw kunnen beschadigd worden bij gebruik onder de volgende omstandigheden. Hierdoor kunnen ook storingen ontstaan of kan het zijn dat het beeld niet wordt opgenomen, indien u: – Het toestel laten vallen of er tegen stoten. – Hard op de lens of op de monitor duwt. Dit toestel is niet stof-/druppel-/waterbestendig.
Voor Gebruik Standaardaccessoires Controleer of alle accessoires bijgeleverd zijn alvorens het toestel in gebruik te nemen. • De accessoires en de vorm ervan kunnen verschillen, afhankelijk van het land of het gebied waar u de camera hebt gekocht. Raadpleeg voor details over de accessoires “Beknopte gebruiksaanwijzing”. • Batterijpak wordt aangegeven als batterijpak of batterij in de tekst. • Batterijlader wordt aangegeven als batterijlader of lader in de tekst.
Voor Gebruik Namen en functies van de componenten ∫ Camera 1 2 3 4 5 6 7 8 Zelfontspannerlampje (P186)/ AF-lamp (P157) Flits (P217) Sensor NFC-antenne [ ] (P272) Pasmarkering voor de lens (P22) Bevestiging Lensvergrendeling Lensvrijgaveknop (P23) 1 2 3 5 6 4 7 8 9 10 11 12 13 Oogsensor (P63) Oogdop (P372) Zoeker (P63) [LVF]-knop (P63)/[Fn4]-knop (P47) Openingshendel flitser (P217) • De flitser gaat open en het wordt mogelijk 14 15 16 17 18 19 20 Hendel focusmodus (P146, 158) [AF/AE LOCK]-knop (
Voor Gebruik 27 Stereomicrofoon (P237) • Zorg ervoor de microfoon niet te bedekken 27 28 29 30 31 32 met uw vinger. Dat zou het geluid moeilijk opneembaar kunnen maken.
Voor Gebruik ∫ Lens H-H020A (LUMIX G 20 mm/ F1.7 II ASPH.) 1 1 2 3 4 5 6 7 2 H-FS1442A (LUMIX G VARIO 14– 42 mm/ F3.5 – 5.6 II ASPH./MEGA O.I.S.) 1 5 276 3 4 3 4 Lensoppervlak Focusring (P158) Contactpunt Pasmarkering voor de lens (P22) Tele Breed Zoomring (P210) • De onderling verwisselbare lens (H-H020A) maakt gebruik van een lensaandrijfsysteem om een compacte en heldere F1.7 lens te realiseren. Hierdoor kunnen geluid en trillingen optreden tijdens het scherpstellen, maar dit is geen storing.
Voor Gebruik Monitor/Zoeker U kunt de hoek van de monitor/zoeker regelen. Stel de hoek van de monitor/zoeker in. • Let op dat uw vinger, enz., niet in de monitor/zoeker bekneld raakt. • Let bij het instellen van de hoek van de monitor/zoeker op dat u niet te veel kracht uitoefent omdat dit beschadigingen of een slechte werking kan veroorzaken. • Wanneer u dit toestel niet gebruikt, sluit de monitor/zoeker dan volledig in de oorspronkelijke stand.
Voor Gebruik Aanraakscherm Het aanraakpaneel van dit toestel is capacitatief. Raak het paneel rechtstreeks aan met uw blote vinger. ∫ Aanraken Aanraken en loslaten van het aanraakscherm. Voor het selecteren van onderdelen of iconen. • Als u kenmerken met gebruik van het aanraakscherm Fn5 Fn6 Fn7 selecteert, raak dan het midden van de gewenste icoon aan. Fn8 Fn9 ∫ Verslepen Een beweging zonder het aanraakscherm los te laten.
Voor Gebruik • Raak het paneel aan met een schone, droge vinger. • Als u een in de handel verkrijgbaar beschermvel voor de monitor gebruikt, neem dan de instructies in acht die bij het vel verstrekt worden (sommige beschermvellen voor monitors kunnen het zicht of de werking verslechteren). • Druk niet met harde puntige voorwerpen, zoals een balpen, op de monitor. • Niet te werk gaan met uw nagels. • Veeg de monitor af met een droge, zachte doek als deze vingerafdrukken of ander vuil bevat.
Voor Gebruik Modusknop op de achterkant/Modusknop op de voorkant Er zijn 2 handelingen die u moet uitvoeren bij het gebruiken van de functieknop achterop, deze dient links- of rechtsom gedraaid te worden en vervolgens moet deze voor het beslissen ingedrukt worden. De modusknop op de voorkant wordt bediend door deze naar links of rechts te draaien. Draaien: De selectie van items of de instelling van waarden wordt uitgevoerd tijdens de diverse instellingen.
Voor Gebruik Instellen van de werkwijzen van de modusknop op de achterkant en de modusknop op de voorkant [MENU] > [Voorkeuze]>[Instellingen wieltje] Onderdeel Beschrijving van instellingen [Wieltje toewijzen (F/SS)]: Kent de bediening van de lensopeningwaarde en de sluitertijd toe in de handmatige belichtingsmodus [ F SS]: Kent de lensopeningwaarde toe aan de modusknop op de voorkant en de sluitertijd aan de modusknop op de achterkant.
Voor Gebruik Over de Lens ∫ Micro Four Thirds™ montagespecificatielens Dit toestel kan de speciale lenzen gebruiken die compatibel zijn met de specificatie van de lensmontage van het Micro Four Thirds Systeem (Micro Four Thirds montage). ∫ Four Thirds™ montagespecificatielens Een lens met Four Thirds montagekenmerken kan gebruikt worden met gebruik van de montageadapter (DMW-MA1: optioneel).
Voor Gebruik Over de lens en de functies Er zijn functies die niet gebruikt kunnen worden, of het kan zijn dat de werking anders is, al naargelang de lens die gebruikt wordt. Instelling Auto Focus/Auto lensopening/[Oogsensor AF] (P64)/Defocus control functie (P86)/[Stabilisatie] (P203)/Touch zoom (P216)/[Schaduwcomp.] (P144)/[Quick AF] (P156)/ [Powerzoomlens] (P214) Raadpleeg de website voor details over de gebruikte lens.
Voorbereiding De Lens veranderen Door de lens te veranderen, zult u de opties die u heeft voor het maken van foto's en dus het plezier met de camera doen toenemen. Verander de lens m.b.v. de volgende procedure. • Controleer dat het toestel uitstaat. • Verwissel de lens in een plaats met weinig vuil of stof. Raadpleeg P372 als vuil of stof op de lens terechtkomen. Bevestigen van de lens Voorbereiding: Verwijder de achterste lensdop van de lens. • Als de body-kap op het toestel zit, verwijder deze dan.
Voorbereiding De lens losmaken Voorbereiding: Bevestig de lensdop. Terwijl u op de ontgrendelknop van de lens A drukt, draait u de lens naar de pijl, tot de lens stopt waarna u deze verwijdert. Inschakelen/uitschakelen van de vrijgave van de sluiter zonder lens. [MENU] > [Voorkeuze]>[Opn. zonder lens] [ON]: De sluiter werkt, ongeacht de vraag of er een lens op het toestel is aangebracht.
Voorbereiding De lenskap gebruiken Wanneer u opneemt met sterk achtergrondlicht, zou er zich onregelmatige reflectie kunnen voordoen binnen de lens. De lenskap reduceert dit fenomeen van ongewenst licht op de gemaakte beelden en vermindert de contrastdaling. De lenskap neemt het teveel aan licht weg en verbetert de beeldkwaliteit. • De onderling verwisselbare lens (H-H020A) heeft geen lenskap.
Voorbereiding Het bevestigen van de Schouderriem • We raden aan de schouderriem te bevestigen wanneer u het toestel gebruikt om het vallen ervan tegen te gaan. 1 Haal de schouderriem door het lusje van de schouderriem op het toestel. A: Lusje voor schouderriem 2 3 4 Haal het uiteinde van de schouderriem door de ring in de richting van de pijl en haal het vervolgens door de stopper. Haal het uiteinde van de schouderriem door het gat aan de andere kant van de stopper.
Voorbereiding Opladen van de Batterij ∫ Over batterijen die u voor dit toestel kunt gebruiken Er is geconstateerd dat namaakbatterijpakketten, die sterk op het originele product lijken, in omloop gebracht worden op bepaalde markten. Niet alle batterijpakketten van dit soort zijn op gepaste wijze beschermd met een interne bescherming om te voldoen aan de eisen van de toepasselijke veiligheidstandaards. Er is een mogelijkheid dat deze batterijpakketten tot brand of explosie kunnen leiden.
Voorbereiding ∫ Over het [CHARGE] lampje Het [CHARGE] lampje wordt ingeschakeld: Het [CHARGE] lampje is tijdens het laden ingeschakeld. Het [CHARGE] lampje gaat uit: Het [CHARGE] lampje zal uitgaan als het laden zonder problemen voltooid is. (Sluit de lader af van het stopcontact en verwijder de batterij als het laden geheel klaar is.) • Als het [CHARGE] lampje knippert – De batterijtemperatuur is te hoog of te laag.
Voorbereiding Uitvoertijd en aantal te maken beelden bij benadering ∫ Foto's maken (wanneer u de monitor gebruikt) (Volgens CIPA-norm in de Programma AE-modus) Als de onderling verwisselbare lens (H-H020A) gebruikt wordt Aantal beelden Ongeveer 320 beelden opnametijd Ongeveer 160 min Als de onderling verwisselbare lens (H-FS1442A) gebruikt wordt Aantal beelden Ongeveer 350 beelden opnametijd Ongeveer 175 min ∫ Foto's maken (wanneer u de zoeker gebruikt) (Volgens CIPA-norm in de Programma AE-modus)
Voorbereiding Opnamevoorwaarden volgens CIPA-standaard • CIPA is een afkorting van [Camera & Imaging Products Association]. • Temperatuur: 23 oC/Vochtigheid: 50%RH wanneer de monitor/zoeker aan staat. • Gebruik van een SDHC-geheugenkaart. • De geleverde batterij gebruiken. • Opname 30 seconden nadat het toestel aangezet is starten. – Als uw lens niet uitgerust is met de optische beeldstabilisatorfunctie, stel dan de optische beeldstabilisator in op [ ].
Voorbereiding ∫ Films opnemen (met gebruik van de monitor) – [AVCHD] (Opnemen terwijl de beeldkwaliteit op [FHD/50i] staat) Als de onderling verwisselbare lens (H-H020A) gebruikt wordt Opneembare tijd Ongeveer 130 min Huidige opnametijd Ongeveer 65 min Als de onderling verwisselbare lens (H-FS1442A) gebruikt wordt Opneembare tijd Ongeveer 140 min Huidige opnametijd Ongeveer 70 min – [MP4] (Opnemen terwijl de beeldkwaliteit op [FHD/25p] staat) Als de onderling verwisselbare lens (H-H020A) gebruikt w
Voorbereiding ∫ Afspelen (met gebruik van de monitor) Als de onderling verwisselbare lens (H-H020A) gebruikt wordt Terugspeeltijd Ongeveer 230 min Als de onderling verwisselbare lens (H-FS1442A) gebruikt wordt Terugspeeltijd Ongeveer 240 min • De uitvoertijden en aantal te maken beelden zullen verschillen afhankelijk van de omgeving en de gebruiksaanwijzing. In de volgende gevallen worden de gebruikstijden bijvoorbeeld korter en wordt het aantal te maken beelden verminderd.
Voorbereiding Invoering en verwijdering van de kaart (optionele)/batterij • Controleer of het toestel uit staat. • We raden een kaart van Panasonic aan. 1 Zet de vrijgavehendeltje in de richting van de pijl en open de batterij/kaartklep. • Altijd echte Panasonic batterijen gebruiken. • Als u andere batterijen gebruikt, garanderen wij de kwaliteit van dit product niet. 2 Batterij: Let op bij de richting van plaatsing van de batterij en plaats hem volledig naar binnen, tot u een blokkeergeluid hoort.
Voorbereiding • Verwijder de batterij na gebruik. (Een volle batterij raakt leeg als u deze lang niet gebruikt.) • De batterij wordt warm na het gebruik/laden of tijdens het laden. Ook de fotocamera wordt warm tijdens het gebruik. Dit is echter geen storing. • Voordat u de kaart of batterij eruit haalt, het toestel uitzetten en wachten totdat de stroomlamp helemaal uitgegaan is.
Voorbereiding Over de -kaart Kaarten die met dit toestel gebruikt kunnen worden De volgende kaarten, die overeenstemmen met de SD-standaard, kunnen gebruikt worden met dit toestel. (Deze kaarten worden aangeduid als kaart in de tekst.) Opmerkingen SD-geheugenkaart (8 MB tot 2 GB) SDHC-geheugenkaart (4 GB tot 32 GB) SDXC-geheugenkaart (48 GB, 64 GB) • SDHC-geheugenkaarten en SDXC-geheugenkaarten kunnen alleen gebruikt worden in apparatuur die daarmee compatibel is.
Voorbereiding • Schrijfbescherming-schakelaar A voorzien (Wanneer deze schakelaar op de [LOCK] positie staat, is er geen verdere gegevens schrijven, wissen of formattering mogelijk. Het vermogen gegevens te schrijven, te wissen en te formatteren wordt hersteld wanneer de schakelaar teruggezet wordt naar zijn 2 originele positie.
Voorbereiding Approximatief aantal opneembare beelden en beschikbare opnametijd ∫ Aantal opnamen • [9999i] wordt weergegeven als er meer dan 10000 foto’s gemaakt kunnen worden.
Voorbereiding • Het aantal mogelijke opnamen en de opnametijd zijn correct bij benadering. (Ze wijzigen afhankelijk van de opnamecondities en het kaarttype.) • Het aantal mogelijke opnamen en de beschikbare opnametijd variëren afhankelijk van de onderwerpen. • De maximumtijd voor het continu opnemen van films met [AVCHD] bedraagt 29 minuten en 59 seconden. • De maximumtijd voor het continu opnemen van films met [MP4] bedraagt 29 minuten en 59 seconden of tot 4 GB.
Voorbereiding De datum en de tijd instellen (Klokinstelling) • De klok is niet ingesteld wanneer het toestel vervoerd wordt. 1 Zet het toestel aan. • De statusindicator gaat branden wanneer u dit apparaat op 1 zet. • Als het taalselectiescherm niet wordt afgebeeld, OFF ON overgaan op stap 4. 2 3 4 5 Op [MENU/SET] drukken. Druk op 3/4 om de taal te selecteren en druk op [MENU/SET]. Op [MENU/SET] drukken.
Voorbereiding De klokinstelling veranderen Selecteer [Klokinst.] in het [Set-up]-menu. (P40) • De klok kan opnieuw ingesteld worden zoals afgebeeld wordt in de stappen 5 en 6. • De klokinstelling wordt behouden gedurende 3 maanden m.b.v. de ingebouwde klokbatterij zelfs zonder de batterij. (De opgeladen batterij in het apparaat laten gedurende 24 uur om de ingebouwde batterij op te laden.
Voorbereiding Menu instellen Deze camera biedt menuselecties die u in staat stellen de werking daarvan naar eigen goeddunken in te stellen zodat u uw ervaring met het fotograferen maximaal kunt benutten. In het bijzonder, bevat het [Set-up] menu belangrijke instellingen met betrekking tot de klok en de stroom van het toestel. Controleer de instellingen van dit menu voordat u overgaat tot het gebruik van het toestel.
Voorbereiding Menu 2 Beschrijving van instellingen [Opname] (P345 tot 347) In dit menu kunt u de beeldverhouding, het aantal pixels en andere aspecten van de beelden die u aan het opnemen bent instellen. [Bewegend beeld] (P235 tot 237) Dit menu laat u de [Opname-indeling], [Opn. kwaliteit], en andere aspecten voor filmopnames instellen. [Voorkeuze] (P349 tot 351) De werking van het toestel, zoals het weergeven van het beeldscherm en de werking van de knoppen, kan naar goeddunken ingesteld worden.
Voorbereiding • Er zijn functies die niet ingesteld of gebruikt kunnen worden afhankelijk van de functies of de menu-instellingen die gebruikt worden op het toestel wegens de specificaties. In deze gebruiksaanwijzing worden de stappen voor de instelling van een menu-onderdeel als volgt beschreven. [MENU] > [Opname]>[Kwaliteit]>[›] ∫ Sluit het menu Druk op [ ] aan of druk de sluiterknop tot halverwege in. ∫ Schakelen naar andere menu’s bijv. naar het [Set-up]-menu vanuit het [Opname]-menu. 1 Druk op 2.
Voorbereiding Snel oproepen van veelgebruikte menu's (Quick Menu) M.b.v. het snelle menu, kunnen sommige menu-instellingen gemakkelijk gevonden worden. • De kenmerken die afgesteld kunnen worden m.b.v. het Snelle Menu worden bepaald door de functie of een weergavestijl waar het toestel zich in bevindt. De [Q.MENU]/[Fn1]-knop kan op twee manieren gebruikt worden: als [Q.MENU] of als [Fn1] (functie 1). Op het moment van aankoop staat de knop aanvankelijk op [Q.MENU].
Voorbereiding ∫ Als het aanraakscherm gebruikt wordt 1 Druk op [Q.MENU] om het Snelmenu weer te geven. 2 Raak het menu-onderdeel aan. 3 Raak de instelling aan. 4 Raak [Exit] aan om het menu te verlaten als de instelling eenmaal voltooid is. • U kunt het menu sluiten door de sluiterknop tot halverwege 50 i in te stellen. 1.7 60 4:3 L 0 AFS AUTO AWB Omschakelen van de methode voor het instellen van onderdelen van het Quick Menu [MENU] > [Voorkeuze]>[Q.
Voorbereiding Stel het snelmenu in met uw favoriete items Als [Q.MENU] (P44) in het [Voorkeuze]-menu op [CUSTOM] gezet is, kan het Quick Menu naar wens veranderd worden. Er kunnen tot 15 items in het Quick Menu ingesteld worden. 1 Druk op 4 om [ ] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET]. 4:3 L 2 3 Druk op 3/4/2/1 om het menu-item in de bovenste rij te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET]. Druk op 2/1 om de lege ruimte op de onderste regel te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
Voorbereiding [Bewegend beeld]-menu • [Filmopnamestnd] ([Opname-indeling] Menu [Voorkeuze] • [Stille modus] (P195) • [AFS/AFF/AFC] (P147) • [Peaking] (P160) • [Histogram] (P73) • [Richtlijnen] (P73) • [Opn.gebied] (P231) • [Stapsg. zoom] (P214) • [Zoom snelheid] (P214) (P235)/[Opn. kwaliteit] (P235)) • [Foto/film] (P233) 4 Druk op [ ]. • Het zal naar het beeldscherm van stap 1 terugkeren. Druk op [MENU/SET] om naar het opnamescherm te schakelen.
Voorbereiding Toekennen van veelgebruikte functies aan de knoppen (functieknoppen) U kunt veelgebruikte functies aan specifieke knoppen en iconen toekennen. ロヷョバョㄏフ ョㄏヒ ヲハヮユワヶ Fn5 Fn6 Fn5 Fn6 Fn7 Fn7 Fn8 Fn9 Fn8 Fn9 ョㄏビ 1 ョㄏピ Selecteer het menu. [MENU] > [Voorkeuze]>[Fn knopinstelling] 2 3 4 Op 3/4 drukken om [Instelling in opnamemodus] of [Instelling in afspeelmodus] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
Voorbereiding Instellen van de functieknop voor opnames U kunt de toegekende functies gebruiken door tijdens de opname op een functieknop te drukken. • De volgende functies kunnen aan de knop toegekend worden: [Fn1], [Fn2], [Fn3] of [Fn4], of aan de icoon: [Fn5], [Fn6], [Fn7], [Fn8] of [Fn9]. [Opname] menu/Opnamefuncties • [Wi-Fi] (P266): [Fn3] • [Q.
Voorbereiding ∫ Configureren van de instelling van de functieknoppen vanuit het beeldscherm met opname-informatie op de monitor. Het aanraken van [Fn] op het beeldscherm met opname-informatie op de monitor (P71) stelt u ook in staat om het scherm weer te geven in stap 3. ∫ Gebruik van de functieknoppen met aanraakhandelingen [Fn5], [Fn6], [Fn7], [Fn8] en [Fn9] worden gebruikt door de functieknoppen aan te raken. 1 Raak [ ] aan. Fn5 2 Raak [Fn5], [Fn6], [Fn7], [Fn8] of [Fn9] aan.
Voorbereiding Instellen van de functieknop voor afspelen U kunt een toegekende functie rechtstreeks op een geselecteerd beeld instellen door tijdens het afspelen op de functieknop te drukken. • De volgende functies kunnen aan de knop toegekend worden: [Fn1], [Fn3] of [Fn4]. [Afspelen]-menu/Afspeelfuncties • [Favorieten] (P260): [Fn1]¢ • [Print inst.
Voorbereiding Configureren van de basisinstellingen van dit toestel (instellingmenu) Voor details over hoe [Set-up] menu-instellingen te selecteren, P40 raadplegen. [Klokinst.] en [Besparing] zijn belangrijke onderdelen. Controleer de instellingen ervan alvorens ze te gebruiken. [Klokinst.] — • Raadpleeg P38 voor details. Stel de tijd van uw thuisgebied en reisbestemming in. U kunt de plaatselijke tijden op de reisbestemmingen afbeelden en deze opnemen op de beelden die u maakt.
Voorbereiding De vertrekdatum en de terugkeerdatum van de reis, evenals de naam van de reisbestemming, kunnen ingesteld worden. U kunt het aantal dagen dat verstreken is weergeven wanneer u de beelden afspeelt en dit afdrukken op de beelden die opgenomen zijn [Tekst afdr.] (P251). [Reissetup]: [SET]: [Reisdatum] De vertrekdatum en de terugkeerdatum worden ingesteld. Het verstreken aantal dagen (het aantal dagen erna) van de reis wordt opgenomen.
Voorbereiding Stel het volume in voor elektronische geluiden en voor het elektronische sluitergeluid. [Toon] [Beep volume]: [E-shutter vol]: [u] (Hoge) [ ] (Hoge) [t] (Laag) [ ] (Laag) [s] (OFF) [ ] (OFF) • De [E-shutter vol] werkt alleen als [SH] voor de burst-modus of [Elektronische sluiter] op [ON] gezet is. [Luidsprekervolume] Stel het volume van de luidspreker af op één van de 7 niveaus. • Als u de camera aansluit op een TV wijzigt dit het volume van de TV-luidsprekers niet.
Voorbereiding Regelt de helderheid van de monitor op grond van het niveau van het omgevingslicht. [Helderheid scherm] „ [AUTO]: De helderheid wordt automatisch aangepast afhankelijk van hoe helder het om het toestel heen is. … 1 [MODE1]: Maakt de monitor helderder. … 2 [MODE2]: Zet de monitor op de standaardhelderheid. … 3 [MODE3]: Maakt de monitor donkerder.
Voorbereiding Het toestel kan zo ingesteld worden dat onnodig batterijverbruik voorkomen wordt. U kunt het toestel zo instellen dat de stroom automatisch uitgeschakeld wordt, de monitor automatisch uitgeschakeld wordt of zo weergegeven wordt dat het stroomverbruik van de monitor verminderd wordt. [Besparing] [Slaapsmodus]: Het toestel wordt automatisch uitgeschakeld als het toestel niet gebruikt wordt gedurende een op de instelling geselecteerde tijdsperiode. [10MIN.]/[5MIN.]/[2MIN.]/[1MIN.
Voorbereiding Selecteer het USB-communicatiesysteem wanneer u de camera op uw PC of printer aansluit met de USB-aansluitingskabel (bijgeleverd). [USB mode] y [Select. verbinding]: [PC] of [PictBridge(PTP)] kiezen als u het toestel op een PC of een printer hebt aangesloten die PictBridge verwerkt. { [PictBridge(PTP)]: Instellen wanneer u verbinding maakt met een printer die PictBridge ondersteunt. z [PC]: Instellen wanneer u verbinding maakt met een PC.
Voorbereiding Hiermee wordt ingesteld hoe het toestel op een televisie, enz., aangesloten moet worden. [Video uit]: Stel in om in elk land het systeem van de kleuren-TV overeen te doen komen. [NTSC]: Video-output wordt op NTSC systeem ingesteld. [PAL]: Video-output wordt op PAL systeem ingesteld. • Dit zal werken als de AV-kabel (optioneel) of de HDMI-minikabel aangesloten zijn. [TV-aspect]: De verschillende TV-typen instellen. [16:9]: Aansluiten op een TV met een 16:9 scherm.
Voorbereiding Instellingen die dit toestel in staat stellen om door de afstandsbediening van de VIERA-apparatuur bediend te worden, door dit toestel automatisch te verbinden met de met VIERA Link compatibele apparatuur, met gebruik van de HDMI-minikabel. [ON]: De VIERA Link-compatibele apparatuur kan op afstand worden bediend. (Niet alle handelingen zijn mogelijk) Het hoofdtoestel kan niet volledig met behulp van de knoppen worden bediend.
Voorbereiding [Taal] De taal op het scherm instellen. • Als u per ongeluk een andere taal instelt, kiest u [~] in het pictogrammenmenu om de gewenste taal in te stellen. [Versie disp.] — • Dit stelt de firmwareversies van de camera en de lens in staat gecontroleerd te worden. • [–. –] wordt afgebeeld als het bedrijfswaren van de lens wanneer de lens er niet op zit. • Druk op [MENU/SET] op het beeldscherm voor de weergave van de versie om informatie over de software in het toestel weer te geven.
Voorbereiding [Wi-Fi resetten] Zet alle instellingen in het [Wi-Fi]-menu opnieuw op de fabrieksinstellingen.¢ • Reset de camera altijd wanneer u deze weggooit of verkoopt om te voorkomen dat er persoonlijke informatie die in de camera opgeslagen is misbruikt wordt. • Reset de camera altijd nadat u een kopie maakt van persoonlijke informatie wanneer u de camera opstuurt om deze te laten repareren. ¢ Uitgezonderd [LUMIX CLUB] (P299) [Pixelverbeter.
Voorbereiding Tekst Invoeren Het is mogelijk om de namen van baby's, huisdieren en plaatsen in te voeren terwijl u opneemt. Als een scherm weergegeven wordt dat er uit ziet zoals rechts getoond wordt, kunt u de karakters (alleen alfabetische karakters en symbolen) invoeren. 1 Druk op 3/4/2/1 om tekst te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET] om deze te registreren.
Basiskennis Tips om mooie opnamen te maken Het toestel voorzichtig vasthouden met beide handen, armen stil houden en uw benen een beetje spreiden. • Dek de flitser, het AF Assist-lampje A, de microfoon B (P13) of de luidspreker C niet af met uw vingers of met voorwerpen. • Houd de camera stil als u de ontspanknop indrukt. • Wanneer u beelden maakt, ervoor zorgen dat u stabiel staat en dat er geen gevaar is van het tegen iemand of iets, enz. aan stoten.
Basiskennis Gebruik van de zoeker Schakelen tussen Monitor/Zoeker ∫ Gebruiken van de oogsensor voor het schakelen tussen de Monitor en Zoeker Als [LVF/Scherm auto] van [Oogsensor] (P63) in het [Voorkeuze]-menu op [ON] gezet is en uw oog of een voorwerp wordt vlakbij de zoeker gebracht, dan schakelt het ロヷョバョㄏフ display automatisch over naar het display van de zoeker.
Basiskennis De AF-oogsensor Als [Oogsensor AF] in het [Voorkeuze]-menu op [ON] gezet is, zal de camera automatisch het brandpunt bijstellen als de oogsensor geactiveerd wordt. • Er zullen geen pieptonen klinken wanneer het brandpunt verkregen wordt in [Oogsensor AF]. In deze gevallen niet beschikbaar: • De [Oogsensor AF] werkt misschien niet onder omstandigheden met gedimd licht.
Basiskennis Een foto maken • Zet de drivemodus op [ 1 2 ] (enkel) door op 4 ( ) te drukken. Selecteer de opnamemodus. (P69) De ontspanknop tot de helft indrukken om scherp te stellen. A Lensopening B Sluitertijd D C • De diafragmawaarde en de sluitersnelheid worden weergegeven. (Het zal rood knipperen als de correcte belichting niet bereikt wordt, tenzij de flitser ingesteld is.) • Als het beeld correct scherp gesteld is, zal de foto gemaakt worden, omdat [Prio.
Basiskennis 3 Druk de ontspanknop helemaal in (verder indrukken), en maak het beeld. • Als u na het scherpstellen op een onderwerp in-/uitzoomt, kan de nauwkeurigheid van het brandpunt verloren gaan. Stel het brandpunt in dat geval opnieuw in. • Het bereik van de scherpstelling is anders, afhankelijk van de gebruikte lens.
Basiskennis Foto’s maken met gebruik van de Touch Shutter functie Door het scherp te stellen onderwerp slechts aan te raken, zal het scherp gesteld worden en wordt de foto automatisch gemaakt. 1 Raak [ ] aan. 2 Raak [ ×] aan. • De icoon zal in [ ] veranderen en het wordt mogelijk een foto te maken met de Touch Shutter-functie. AE 3 Raak het scherp te stellen onderwerp aan en neem de foto. • De foto kan gemaakt worden wanneer het brandpunt verkregen is.
Basiskennis Films opnemen Dit kan volledig hoge definitie bewegende beelden die compatibel zijn met het AVCHD-formaat of bewegende beelden die opgenomen zijn in MP4 opnemen. De audio zal stereo opgenomen worden. 1 Start het opnemen door op de bewegend beeldknop te drukken. A Verstreken opnametijd B Beschikbare opnametijd • Het is mogelijk om geschikte video’s voor iedere functie op te nemen. • De indicator van de opnamestaat (rood) C zal flitsen tijdens het opnemen van bewegende beelden.
Basiskennis Selecteren van de opnamemodus Selecteer de functie door de functieknop te draaien. • Draai de functieknop langzaam om de gewenste functie A te selecteren. Intelligent Auto Modus (P82) De onderwerpen worden opgenomen met behulp van instellingen die automatisch gebruikt worden door het toestel. Intelligent Auto Plus modus (P82) Stelt u ook in staat om de helderheid en de kleurschakering in te stellen in Intelligent Auto modus.
Basiskennis Creatieve bewegende beeldfunctie (P125) Neemt bewegende beelden op met een handmatig ingestelde waarden van de lensopening en de sluitertijd. ¢ U kunt geen foto’s nemen. Klantmodus (P128) Gebruik deze functie om opnamen te maken met eerder geregistreerde instellingen. Scene Guide modus (P99) Hiermee maakt u beelden die passen bij de scène die u opneemt. Creative Control modus (P113) Opnemen terwijl het beeldeffect gecontroleerd wordt.
Basiskennis Omschakelen van de informatie die op het opnamescherm weergegeven wordt Druk op [DISP.] om te wijzigen. • U kunt kiezen tussen [ ] (monitorstijl) en [ ] (zoekerstijl) voor zowel de monitor als het scherm van de zoeker, met gebruik van [Scherm disp. stijl] en [LVF disp. stijl] in het [Voorkeuze]-menu.
Basiskennis ([ ] zoekerstijl) • Het scherm zal als volgt omgeschakeld worden: (Voorbeeld van weergave op zoeker) 50 i 4:3 L AFS 0 50 i 98 0 4:3 L 0 9898 AFS 98 0 98 G Met informatie (gedetailleerde informatie)¢ H Met informatie I Met informatie (gedetailleerde informatie, weergave kantelsensor)¢ J Met informatie (weergave van de kantelsensor) ¢ Histogrammen worden afgebeeld wanneer de [Histogram] van het [Voorkeuze] menu ingesteld is op [ON].
Basiskennis Weergeven/niet weergeven van het histogram [MENU] > [Voorkeuze]>[Histogram]>[ON]/[OFF] De positie kan ingesteld worden door het histogram te verslepen. • Een Histogram is een grafiek die helderheid langs de horizontale as (zwart of wit) en het aantal pixels bij elk helderheidniveau op de verticale as afbeeld. Hiermee controleert u snel de belichting van een beeld.
Basiskennis ∫ Over de weergave van de kantelsensor Met de kantelsensor afgebeeld, is het makkelijk om de kanteling van de camera, enz. te corrigeren. 1 2 Druk op [DISP.] om de kantelsensor weer te geven. Controleer de kanteling van de camera. A Horizontale richting: Kanteling naar links toe corrigeren B Verticale richting: Corrigeren neerwaartse kanteling • Wanneer de kanteling van de camera klein is, verandert de indicator naar groen.
Basiskennis Afspelen van foto’s/films Opnamen terugspelen 1 Druk op [(]. 2 Druk op 2/1. 1/98 2: De vorige opname terugspelen 1: De volgende opname terugspelen • Als u 2/1 ingedrukt houdt, kunt u de beelden achter elkaar afspelen. • De beelden kunnen ook voor- of achteruit langs gelopen worden door aan de modusknop op de voorkant te draaien of door het scherm horizontaal te verslepen.
Basiskennis De terugspeelzoom gebruiken Draai de modusknop op de achterkant naar rechts. 1k 2k 4k 8k 16k • Als de vergroting veranderd wordt, zal de aanduiding van de zoompositie A ongeveer 1 seconde weergegeven worden. A 2.0X • Hoe meer het beeld vergroot wordt, hoe slechter de kwaliteit ervan wordt. • U kunt het vergrote deel bewegen door op 3/4/2/1 van de cursorknop te drukken of door het scherm te verslepen.
Basiskennis Bewegende beelden terugspelen Dit toestel is ontworpen voor het afspelen van films met gebruik van AVCHD, MP4 en QuickTime Motion JPEG formaten. Selecteer in de afspeelmodus een beeld met de filmicoon ([ ]) en druk op 3 om het af te spelen. A 12s A Opnametijd film • Nadat het afspelen gestart is, wordt de verstreken afspeeltijd op het scherm weergegeven. 8 minuten en 30 seconden wordt bijvoorbeeld weergegeven als [8m30s]. • Sommige informatie (opname-informatie, enz.
Basiskennis De op het terugspeelscherm Afgebeelde Informatie veranderen Druk op [DISP.] om het monitorscherm te schakelen. ュリヴヱハ • Het scherm zal als volgt omgeschakeld worden: 4:3 L 1/98 98 0 WB ISO AWB 200 AFS P F1.7 60 STD. 0 ISO200 '(& F1.7 60 0 200 AWB 60 F1.
Basiskennis Weergeven/niet weergeven van de wit verzadigde zones [MENU] > [Voorkeuze]>[Highlight]>[ON]/[OFF] Wanneer de automatische overzichtfunctie geactiveerd is of wanneer u terugspeelt, verschijnen er witte verzadigde zones die in het zwart en wit knipperen. Dit beïnvloedt het gemaakte beeld niet. • Als er wit verzadigde zones zijn, raden we aan de belichting naar negatief te compenseren (P166), onder raadpleging van het histogram (P73) en het beeld dan opnieuw te maken.
Basiskennis Beelden wissen Is het beeld eenmaal gewist dan kan hij niet meer teruggehaald worden. • Beelden die geen deel uitmaken van de DCF-standaard of die beschermd zijn, kunnen niet gewist worden. Om een enkele opname uit te wissen 1 Selecteer het te wissen beeld in de afspeelmodus en druk vervolgens op [ ]. • Dezelfde handeling kan uitgevoerd worden door [ ] aan te raken. 2 ョㄏビ Druk op 3 om [Apart wissen] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
Basiskennis Wissen van meer beelden (tot 100¢) of van alle beelden ¢ De beeldengroepen worden als een enkel beeld beschouwd (alle beelden in de geselecteerde beeldengroep zullen gewist worden). 1 2 Druk in de afspeelmodus op [ ]. Op 3/4 drukken om [Multi wissen] of [Alles wissen] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. • [Alles wissen] > Het bevestigingsbeeldscherm wordt weergegeven. De beelden worden gewist door [Ja] te selecteren.
Opnamemodussen Beelden maken m.b.v. de automatische functie (Intelligent Auto Modus) Opnamefunctie: Indien u de instellingen op de camera zo wilt laten en opnames wilt maken zonder aan de instellingen te hoeven denken, gebruik dan de Intelligent Auto Plus modus of de Intelligent Auto modus, die optimale instellingen van het onderwerp en de omgeving zullen maken.
Opnamemodussen ∫ Schakelen tussen de Intelligent Auto Plus modus en de Intelligent Auto modus 1 Op [MENU/SET] drukken. • Druk op 2 en druk op 3/4 om [ ] of [ ] te selecteren. 2 Druk op 2/1 om [ ] of [ ] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET]. • Druk op [DISP.] of raak [ DISP. ] aan om de beschrijving van de geselecteerde modus weer te geven. Het is ook mogelijk om het selectiescherm weer te geven door in de opnamemodus de icoon van de opnamemodus aan te raken.
Opnamemodussen Wanneer u bewegende beelden opneemt ¦ > [i-Portret] [i-Landschap] [i-Zacht licht] [i-Macro] • [¦] is ingesteld als geen van de scènes van toepassing zijn en de standaardinstellingen ingesteld zijn. • Wanneer [ ], [ ] of [ ] geselecteerde is, zal de camera automatisch een gezicht detecteren en het brandpunt en de belichting bijstellen.
Opnamemodussen ∫ Menu's die ingesteld kunnen worden Alleen de volgende menu’s kunnen ingesteld worden. Intelligent Auto Plus modus Menu Onderdeel [Opname] [Fotostijl]/[Aspectratio]/[Fotoresolutie]/[Kwaliteit]/[Burstsnelh.]/[Auto bracket]/ [Zelf ontsp.]/[Intervalopname]/[Stop-motionanimatie]/[Elektronische sluiter]/ [Sluitervertraging]/[Ex. tele conv.]/[Kleurruimte]/[Stabilisatie]/[Gezicht herk.]/ [Profiel instellen] [Bewegend beeld] Raadpleeg “Gebruik van het [Bewegend beeld] Menu” op P235.
Opnamemodussen Foto's maken met een wazige achtergrond (Defocus Control) Opnamefunctie: De wazigheid van de achtergrond kan gemakkelijk ingesteld worden terwijl u het beeldscherm controleert. 1 Druk op de modusknop op de achterkant om het instellingenscherm weer te geven. • Telkens wanneer in de Intelligent Auto Plus modus op de modusknop op de achterkant gedrukt wordt, schakelt de camera tussen werking met instelling van de helderheid (P87), werking met Defocus Control en gewone werking.
Opnamemodussen • Door op het scherm voor de instelling van de wazigheid op [ ] te drukken zal de instelling gewist worden. • In de Intelligent Auto modus ( of ), wordt de Auto Focus modus op [Ø] gezet. De positie van de AF-zone kan ingesteld worden door het scherm aan te raken (de grootte van de zone kan niet veranderd worden). • Al naargelang de gebruikte lens kan een lensgeluid gehoord worden als Defocus Control gebruikt wordt. Dit komt door de opening van de lens en duidt niet op een storing.
Opnamemodussen Kleurinstelling 1 Druk op 1 om het instellingenscherm weer te geven. 2 Draai aan de modusknop op de achterkant om de kleur in te stellen. • Dit zal de kleur van het beeld van roodachtig naar blauwachtig afstellen. • Druk op [MENU/SET] om naar het opnamescherm terug te keren. ∫ Verander de instellingen door het aanraakpaneel te gebruiken 1 Raak [ ] aan. 2 Raak het item aan dat u wenst in te stellen. [ ]: Kleurtoon [ ]: Helderheid 3 Versleep de schuifbalk om in te stellen.
Opnamemodussen Het maken van beelden met uw favoriete instellingen (Programma AE-modus) Opnamemodus: Het toestel stelt automatisch de sluitertijd en de lensopening in volgens de helderheid van het object. U kunt beelden maken in grote vrijheid door verschillende instellingen in [Opname] menu te veranderen. 1 2 Zet de modusknop op [ ]. Druk de sluiterknop tot halverwege in om de diafragmawaarde en de waarde van de sluitersnelheid op het beeldscherm weer te geven. SS F 250 125 60 30 15 2.0 2.
Opnamemodussen Weergeven/niet weergeven van de belichtingsmeter [MENU] > [Voorkeuze]>[Lichtmeter]>[ON]/[OFF] • Als [Lichtmeter] op [ON] gezet is, zal belichtingsmeter B SS 250 125 60 30 15 weergegeven worden wanneer een Programme Shift, een F 2.0 2.8 4.0 5.6 8.0 instelling van de lensopeningswaarde of van de sluitertijd 0 200 4.0 60 98 uitgevoerd wordt. • Ongeschikte zones van het bereik worden weergegeven in het B rood.
Opnamemodussen Programmaschakeling In programma AE-functie kunt u de ingestelde openingswaarde en de sluitertijd wijzigen zonder de belichting te wijzigen. Dit heet programmaschakeling. U kunt de achtergrond waziger maken door de openingswaarde kleiner te maken of een bewegend voorwerp met meer beweging opnemen door de sluitertijd langzamer in te stellen als u een opname maakt in de AE-programmafunctie.
Opnamemodussen Opnamen maken door het diafragma/de sluitertijd te specificeren Opnamemodus: Lensopening-Prioriteit AE-modus Stel de openingswaarde in op een hogere waarde als u een scherpe achtergrond wenst. Stel de openingswaarde minder groot in als u de achtergrond niet echt scherp wenst. 1 2 Stel de functieknop in op [ ]. Stel de lensopeningwaarde in door aan de modusknop op de voorkant of op de achterkant te draaien. A Lensopeningwaarde B Belichtingsmeter SS F 60 4.0 15 8.0 8 11 4 16 8.
Opnamemodussen Sluiter-Prioriteit AE-modus Als u een scherpe opname wenst te maken van een snel bewegend object, stelt u een hogere sluitertijd in. Als u een trail-effect wenst, stelt u een lagere snelheid in. 1 2 Stel de functieknop in op [ ]. Stel de sluitertijd in door aan de modusknop op de voorkant of op de achterkant te draaien. A Sluitertijd B Belichtingsmeter SS F 60 125 250 500 1000 11 8.0 5.6 4.0 2.8 250 A Sluitertijd: Langzaam Het wordt gemakkelijker om beweging uit te drukken.
Opnamemodussen Handmatige belichtingsfunctie Bepaalde belichting door handmatig de opening en de sluitertijd in te stellen. De handmatige belichtingshulp verschijnt op het onderste gedeelte van het scherm om de belichting aan te geven. 1 2 Stel de functieknop in op [ ]. Draai aan de modusknop op de achterkant om de sluitertijd in te stellen en draai aan de modusknop op de voorkant om de lensopeningwaarde in te stellen.
Opnamemodussen Handmatige belichtingsassistentie 0 0 −3 De belichting is goed. +3 Stel een hogere sluitertijd of een grotere openingswaarde in. 0 Stel een lagere sluitertijd of een kleinere openingswaarde in. • De handmatige-belichtingsassistentie is een benadering. Wij raden aan de opnamen op het weergavescherm te controleren. ∫ Over [B] (Bol) Als u de sluitersnelheid op [B] zet, zal de sluiter openblijven terwijl de sluiterknop volledig ingedrukt wordt (tot ongeveer 120 seconden).
Opnamemodussen Controleren/niet controleren van de effecten van de lensopening en de sluitertijd op het opnamescherm. [MENU] >[Voorkeuze]> [Constant preview]>[ON]/[OFF] • Sluit de flits. • Het kan alleen gebruikt worden in de Manuele Belichtingsfunctie. • De helderheid van het scherm en van de opgenomen beelden kunnen verschillen. Controleer de beelden op het afspeelscherm. • Draai aan de modusknop op voor-/achterkant om [Lichtmeter] weer te geven.
Opnamemodussen Controleer de effecten van diafragma en sluitertijd (Preview-functie) Toepasbare modussen: De effecten van de lensopening en de sluitersnelheid kunnen met gebruik van de preview-modus gecontroleerd worden. • Bevestig de effecten van de lensopening: U kunt de velddiepte (daadwerkelijk focusbereik) controleren voordat u de foto neemt, door de bladsluiter te sluiten op de waarde van de lensopening die u instelt.
Opnamemodussen Gemakkelijk de sluitertijd/sluitertijd voor geschikte belichting (OnPush AE) instellen Toepasbare modussen: Wanneer de belichtingsinstelling te helder of te donker is, kunt u één druk-AE gebruiken om een geschikte belichtingsinstelling te verkrijgen. Hoe te weten of de belichting ongeschikt is • Als de lensopeningen en sluitertijd rood knipperen A wanneer de ontspanknop tot de helft ingedrukt wordt. • Als de handmatige belichtingsassistentie anders is dan 1.
Opnamemodussen Foto’s maken die overeenkomen met de scène die opgenomen wordt (Scene Guide modus) Opnamemodus: Als u een scène selecteert die overeen moet komen met het onderwerp en de opname-omstandigheden, zal de camera de optimale belichting, kleur en focus instellen en u zo in staat stellen een opname te maken die passend is voor de scène. 1 2 Stel de functieknop in op [ ]. Druk op 2/1 om de scène te selecteren.
Opnamemodussen Genieten van een verscheidenheid aan beeldeffecten Als de weergave van het beeldscherm van de scèneselectie op gidsweergave gezet is, worden tips gegeven voor de creatie van beeldeffecten die voor iedere scène, enz., geschikt zijn. Om van een grotere verscheidenheid aan beeldeffecten te genieten, raden wij aan dat u deze leest alvorens opnames te maken. • De pagina's kunnen omgeslagen worden door op 3/4 te drukken.
Opnamemodussen [Geprononceerd portret] Past de helderheid van het gezicht aan en vervaagt de achtergrond voor een geprononceerd portret. Tips • Als u een lens met de zoomfunctie gebruikt, kunt u het effect vergroten door zo veel mogelijk in te zoomen en door de afstand tussen de camera en het onderwerp te verkleinen. [Zachte huid] Maakt een helder portret met zachte, jonge huidtinten.
Opnamemodussen [Scherp tegenlicht] Buitenshuis wordt de flits gebruikt om het gezicht gelijkmatiger te verlichten. Tips • Open de flitser. (U kunt deze op [ ‰ ] zetten.) • De witverzadiging kan optreden als het onderwerp te dichtbij is. • Geflitste foto’s die dichterbij of buiten het bereik van de flitser genomen worden, kunnen te helder of te donker blijken te zijn. • Als [Stille modus] op [ON] gezet is, wordt de flitser niet geactiveerd.
Opnamemodussen [Landschap] Landschappen worden nog pakkender door de lucht en de bomen iets verzadigder weer te geven. [Blauwe lucht] Maakt opnamen bij volle zon helderder met een stralende blauwe hemel. [Romantische zonsondergang] Versterkt de atmosfeer van een romantische zonsondergang door de paarstinten te accentueren. [Levendige zonsondergang] Creëert een krachtige zonsondergang door de roodtinten te accentueren.
Opnamemodussen [Glinsterend water] Maakt glinsterende waterpartijen helderder en versterkt de blauwtinten licht. • De weergave van het opnamescherm zal meer dan normaal vertraagd worden en het scherm zal eruit zien als of er frames wegvallen. • Het sterrenfilter dat op deze wijze gebruikt wordt, kan glinstering veroorzaken op onderwerpen anders dan wateroppervlakken [Heldere nachtopname] Verbetert opnamen bij weinig licht door de kleuren in het donkere beeld meer te verzadigen.
Opnamemodussen [Warme nachtopname] Creëert een gloeiende avondhemel door warme kleurtinten te versterken. Tips • Wij raden u aan een statief en de zelfontspanner te gebruiken. • De sluiter kan gesloten blijven nadat u de opname gemaakt heeft. Dit komt door signaalverwerking en duidt niet op storing. • Er kan ruis zichtbaar worden wanneer u opnamen maakt op donkere plekken. [Artistieke nachtopname] Verleent nachtopnamen een artistiek effect door lichtsporen vast te leggen met een langzame sluitertijd.
Opnamemodussen [Nachtportret] Maakt een helder portret tegen een nachtelijke achtergrond met de invulflits en een langere belichting. Tips ].) • Open de flits. (U kunt instellen op [ • Wij raden u aan een statief en de zelfontspanner te gebruiken. • Als [Nachtportret] geselecteerd is, houd het onderwerp dan ongeveer 1 seconde stil nadat de foto genomen is. • Als [Stille modus] op [ON] gezet is, wordt de flitser niet geactiveerd. • De sluiter kan gesloten blijven nadat u de opname gemaakt heeft.
Opnamemodussen [Gerechten] Geeft gerechten op hun best weer door de helderheid van het beeld te verhogen. Tips • Als u een lens met de zoomfunctie gebruikt, kunt u het effect vergroten door zo veel mogelijk in te zoomen en door de afstand tussen de camera en het onderwerp te verkleinen. • Wij raden u aan een statief en de zelfontspanner te gebruiken. • Voor het maken van close-ups raden wij aan dat u de flitser sluit en het gebruik ervan vermijdt.
Opnamemodussen [Sport] Maakt scherpe opnamen van bijvoorbeeld sportevenementen met minder kans op beweging door een snellere sluitertijd. [Monochroom] Creëert monochrome opnamen die de unieke sfeer van het moment kunnen vastleggen.
Opnamemodussen [Panorama-opname] Er worden continu beelden gemaakt terwijl u het toestel horizontaal of verticaal beweegt en deze worden gecombineerd om een enkel panoramabeeld te maken. 1 Controleer de opnamerichting en druk vervolgens op [MENU/SET]. • Er wordt een horizontale/verticale richtlijn weergegeven. Veranderen van de opnamerichting 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Opname] > [Panorama-instellingen] > [Richting] 2 Selecteer de opnamerichting en druk vervolgens op [MENU/SET].
Opnamemodussen 3 Druk de sluiterknop volledig in maak met de camera een kleine cirkelbeweging in de richting van de pijl op het scherm. Opnemen van links naar rechts A • Beweeg de camera op een contante A Opnamerichting en pannen (Richtlijn) snelheid. Beelden zouden niet goed gemaakt kunnen worden als de camera te snel of te langzaam bewogen wordt. 4 Druk de sluiterknop nog een keer in om de foto-opname te eindigen.
Opnamemodussen ∫ Techniek voor Panorama Shot-functie A Beweeg de camera in de opnamerichting zonder deze te schudden. Als de camera te veel geschud wordt, zouden er geen beelden gemaakt kunnen worden of zou het gemaakte panoramabeeld smaller (kleiner) kunnen worden. B Beweeg het toestel naar de rand van het bereik dat u wenst op te nemen.
Opnamemodussen • De optimale bewegingssnelheid van de camera varieert en is afhankelijk van de lens die gebruikt wordt. • Als de brandpuntafstand groot is, zoals wanneer een telelens bevestigd is, beweeg de camera dan langzaam. • De focus, witbalans en belichting zijn op de optimale waarden vastgesteld voor het eerste beeld.
Opnamemodussen Foto’s maken met verschillende beeldeffecten (Creative Control modus) Opnamemodus: In deze modus maakt u opnames met extra beeldeffecten. U kunt de effecten die u wilt toevoegen instellen door de voorbeeldbeelden te selecteren en deze op het scherm na te kijken. 1 2 Stel de functieknop in op [ ]. A Druk op 3/4 om de beeldeffecten (filters) te selecteren. • Het beeldeffect van het geselecteerde voorbeeldbeeld zal toegepast worden in een preview-weergave A.
Opnamemodussen • Om de Creative Control-modus te veranderen, selecteert u de [ ]-tab op het menuscherm, selecteert u [Filter wijzigen] en drukt u vervolgens op [MENU/SET]. U kunt terugkeren naar stap 2. • De Creative Control instellingen worden zelfs bewaard als het toestel uitgeschakeld wordt. • Witbalans zal vastgesteld zijn op [AWB] en [Gevoeligheid] zal vastgesteld zijn op [AUTO]. Pas het effect aan om het overeen te doen komen met uw preferenties.
Opnamemodussen Instelling helderheid 1 Druk op de modusknop op de achterkant om het instellingenscherm weer te geven. • Telkens wanneer u op de modusknop op de achterkant drukt, wordt geschakeld tussen de instelling van de helderheid, Defocus Control en einde werking. 2 ±0 -5 -4 -3 -2 -1 0 +1 +2 +3 +4 +5 Draai aan de modusknop op de achterkant om in te stellen. ∫ Verander de instellingen door het aanraakpaneel te gebruiken 1 Raak [ ] aan. 2 Raak het item aan dat u wenst in te stellen.
Opnamemodussen [Expressief] Versterkt kleuren en geeft opnamen een popart-effect. Items die ingesteld kunnen worden Frisheid Zwak uitgedrukte kleuren Popkleuren [Retro] Vervaagt de foto voor een ouderwetse indruk. Items die ingesteld kunnen worden Kleur Geel benadrukt Rood benadrukt [Vroeger] Dit effect voegt een heldere, zachte en nostalgische sfeer aan het beeld in zijn geheel toe.
Opnamemodussen [Donker] Dit effect geeft het beeld een donkere, ontspannen uitstraling en verbetert heldere delen. Items die ingesteld kunnen worden Kleur Rood benadrukt Blauw benadrukt [Sepia] Dit effect veroorzaakt een sepiabeeld. Items die ingesteld kunnen worden Contrast Laag contrast Hoog contrast [Zwart-wit] Dit effect veroorzaakt een zwart-witbeeld.
Opnamemodussen [Ruw zwart-wit] Dit effect veroorzaakt een zwart-witbeeld met een korrelachtig effect. Items die ingesteld kunnen worden Zanderigheid Minder zanderig Zanderiger • De weergave van het opnamescherm zal meer dan normaal vertraagd worden en het scherm zal eruit zien als of er frames wegvallen. [Zacht zwart-wit] Dit effect maakt het gehele beeld waziger om een zachter gevoel van een zwart-witbeeld te laten uitgaan.
Opnamemodussen [Hoge dynamiek] Dit effect levert optimale helderheid voor zowel donkere als heldere delen. Items die ingesteld kunnen worden Frisheid Zwart-wit Popkleuren [Kruisproces] Geeft foto's een bezielend kleureffect. Items die ingesteld kunnen worden Kleur Groene toon/Blauwe toon/Gele toon/Rode toon • Selecteer de gewenste kleurtoon door aan de modusknop op de achterkant te draaien en druk vervolgens op [MENU/ SET]. [Speelgoedcam.
Opnamemodussen [Speelgoedcamera levendig] Dit effect creëert een levendig en helder beeld, alsof het door een speelgoedcamera gemaakt is. Items die ingesteld kunnen worden Zone met afgenomen helderheid aan de randen Klein Groot [Bleach bypass] Dit effect geeft een groter contrast en minder verzadiging, voor de creatie van een kalm beeld.
Opnamemodussen [Miniatuureffect] Dit effect vervaagt de buitenranden van de foto om de indruk te wekken van een kijkdoos. Items die ingesteld kunnen worden Frisheid Zwak uitgedrukte kleuren Popkleuren ∫ Instelling van het type defocus Met [Miniatuureffect] kunt u het onderwerp opzettelijk laten uitkomen door focus en defocus delen in te stellen. U kunt de oriëntatie van de opname (defocus oriëntatie) en de positie en de afmetingen van het scherp gestelde deel instellen.
Opnamemodussen [Zachte focus] Dit effect vervaagt het hele beeld om een zachtere uitstraling te creëren. Items die ingesteld kunnen worden Mate van defocus Zwakke defocus Sterke defocus • De weergave van het opnamescherm zal meer dan normaal vertraagd worden en het scherm zal eruit zien als of er frames wegvallen. [Fantasie] Dit effect creëert een fantastisch beeld in een bleke kleurtoon.
Opnamemodussen [Kleuraccent] Versterkt uw persoonlijke indruk door een kleur te accentueren en andere te vervagen. Items die ingesteld kunnen worden Hoeveelheid overgelaten kleur Kleine hoeveelheid kleur Grote hoeveelheid kleur ∫ Stel de kleur in die u overlaat Stel de kleur in die u overlaat door een locatie op het scherm te selecteren. 1 Druk op [Fn2] om het instellingenscherm weer te geven. • Het instelscherm kan ook weergegeven worden door het in volgorde aanraken van [ en van [ 2 ] ].
Opnamemodussen ∫ Instelling van de lichtbron U kunt de positie en de grootte van een lichtbron veranderen. 1 Druk op [Fn2] om het instellingenscherm weer te geven. • Het instelscherm kan ook weergegeven worden door het in volgorde aanraken van [ en van [ 2 ] ]. Druk op 3/4/2/1 om de middelste positie van de lichtbron te bewegen. • De positie van de lichtbron kan ook bewogen worden door het scherm aan te raken. • Het midden van de lichtbron kan naar de rand van het scherm bewogen worden.
Opnamemodussen Films opnemen met de handmatig ingestelde lensopeningwaarde/sluitertijd (Creatieve bewegende beeldfunctie) Opnamemodus: Het is mogelijk om de openingswaarde en de sluitersnelheid manueel te veranderen en video’s op te nemen. 1 Zet de modusknop op [ 2 Selecteer het menu. ]. [MENU] > [Bewegend beeld]>[Belicht.stand] 3 Druk op 3/4 om [P], [A], [S] of [M] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
Opnamemodussen • Lensopening – Stel de openingswaarde in op een hogere waarde als u een scherpe achtergrond wenst. Stel de openingswaarde minder groot in als u de achtergrond niet echt scherp wenst. • Sluitertijd – Als u een scherpe opname wenst te maken van een snel bewegend object, stelt u een hogere sluitertijd in. Als u een trail-effect wenst, stelt u een lagere snelheid in.
Opnamemodussen Minimaliseren van werkgeluiden tijdens een filmopname Het bedrijfsgeluid van de zoom of knopwerking zou opgenomen kunnen worden wanneer deze gehanteerd worden tijdens de opname van een bewegend beeld. Het gebruik van de aanraakiconen maakt de stille werking tijdens het opnemen van films mogelijk. • Zet [Stille bediening] in het [Bewegend beeld]-menu op [ON]. 1 2 3 Start de opname. Raak [ ] aan. Raak de icoon aan.
Opnamemodussen Registreren van uw favoriete instellingen (Klantmodus) Opnamemodus: U kunt de huidige camera-instellingen als klantinstellingen registreren. Als u vervolgens opnames maakt in de Klantmodus, kunt u de geregistreerde instellingen gebruiken. • Begininstelling van de AE-programmafunctie is aan het begin geregistreerd als de standaard instellingen.
Opnamemodussen Opnemen m.b.v. geregistreerde gebruikelijke instelling U kunt gemakkelijk de instellingen die u geregistreerd heeft met [Geh voorkeursinst.] oproepen. Stel de modusknop in op [ ] of [ ]. • De klantinstelling die geregistreerd is voor [ 1 Stel de functieknop in op [ ] of [ ] wordt opgeroepen. ]. • De gebruikelijke instelling die geregistreerd is voor [ ], [ ] of [ ] wordt opgeroepen. De meest recentelijk gebruikelijke instelling wordt opgeroepen.
Instellingen van beeld- en fotokwaliteit Instellen van de beeldkwaliteit door een effect toe te voegen [Fotostijl] Toepasbare modussen: Er kunnen 6 soorten effecten geselecteerd worden om overeen te komen met het beeld dat u wenst op te nemen. Het is mogelijk de items zoals kleur of beeldkwaliteit van het effect naar uw wens af te stellen. [MENU] > [Opname]>[Fotostijl] Instellingen Beschrijving van instellingen [Standaard] Dit is de standaard instelling.
Instellingen van beeld- en fotokwaliteit Onderdeel Effect [r] Verhoogt het verschil tussen de heldere en donkere vlakken op het beeld. [s] Vermindert het verschil tussen de heldere en donkere vlakken op het beeld. [r] Het beeld is zeer scherp. [s] Het beeld is onscherp. [r] De kleuren van het beeld zijn levendig. [s] De kleuren van het beeld zijn natuurlijker. [r] Versterkte geruisvermindering. De beeldresolutie kan een beetje minder worden. [s] Minder geruisvermindering.
Instellingen van beeld- en fotokwaliteit Bijstellen van heldere/donkere delen [Schaduw markeren] Toepasbare modussen: U kunt de helderheid van heldere en donkere gedeeltes van een beeld bijstellen terwijl u de helderheid op het scherm controleert. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Opname]>[Schaduw markeren] 2 Druk op 2/1 om het item te selecteren.
Instellingen van beeld- en fotokwaliteit • De beeldschermweergave kan omgeschakeld worden door op het scherm voor de instelling van de helderheid op [DISP.] te drukken. HIGH LIGHT HIGH LIGHT 2SVODDQ SHADOW SHADOW 2SVODDQ ,QVW ,QVW • De instellingen die op ヤ / ヤ / ヤ geregistreerd zijn, zullen zelfs bewaard blijven als dit toestel uitgeschakeld wordt. • Als dit toestel uitgeschakeld wordt, zal de instelling die bijgesteld is met / / opnieuw op de fabrieksinstelling gezet worden.
Instellingen van beeld- en fotokwaliteit De witbalans instellen Toepasbare modussen: In zonlicht, onder gloeilampen of in andere soortgelijke toestanden waar de kleur van wit naar roodachtig of blauwachtig gaat, past dit item zich aan de kleur van wit aan die het dichtst in de buurt zit van wat gezien wordt door het oog in overeenkomst met de lichtbron. 1 2 Druk op 1 ( ). Selecteer de witbalans door aan de modusknop op de achterkant te draaien.
Instellingen van beeld- en fotokwaliteit • Onder fluorescente verlichting, LED-verlichting-inrichting enz., zal de geschikte Witbalans variëren afhankelijk van het verlichtingstype, gebruik daarom [AWB] of [ [ 2 ]. 1 ], • De witbalans wordt alleen berekend voor onderwerpen die binnen het bereik van de flitser van het toestel liggen. (P217) • De instelling van de witbalans wordt zelfs bewaard als de camera uitgeschakeld wordt.
Instellingen van beeld- en fotokwaliteit De witbalans handmatig instellen Stel de witbalanswaarde in. Een gebruik voor het overeen doen komen van de omstandigheid waarin u foto’s maakt. 1 2 Druk op 1 ( ). Draai aan de modusknop op de achterkant of op de voorkant om [ te selecteren en druk vervolgens op 3. 3 Richt de camera op een wit stuk papier of iets dergelijks zodat het frame in het middel gevuld is met het witte object en druk dan op [MENU/SET].
Instellingen van beeld- en fotokwaliteit De witbalans fijn afstellen U kunt de witbalans fijn instellen als u de gewenste tint niet krijgt met de gewone witbalans. 1 2 Selecteer de witbalans en druk vervolgens op 4. Druk op 3/4/2/1 om de witbalans fijn in te stellen. • U kunt ook een fijnere afstelling maken door de grafiek van de witbalans aan te raken. 2: 1: 3: 4: 3 G A A (AMBER: ORANJE) B (BLAUW: BLAUWACHTIG) G (GROEN: GROENACHTIG) M (MAGENTA: ROODACHTIG) B M • Door op [DISP.
Instellingen van beeld- en fotokwaliteit Witbalans Bracket Bracket wordt ingesteld op basis van de afstellingen van de witbalansfijnafstelling; met één druk op de sluiterknop worden automatisch 3 opnamen ineens met verschillende kleuren gemaakt. 1 Verricht de fijnafstelling van de witbalans in stap 2 van “De witbalans fijn afstellen” en stel vervolgens de bracket in door aan de modusknop op de achterkant te draaien.
Instellingen van beeld- en fotokwaliteit Instellen van de beeldkwaliteit en -grootte Instellen van de beeldverhouding Toepasbare modussen: Dit biedt u de mogelijkheid de aspectratio van de beelden te kiezen die het best bij het afdrukken of het terugspelen past. [MENU] > [Opname]>[Aspectratio] Instellingen [4:3] Beschrijving van instellingen [Aspectratio] van een 4:3 TV [3:2] [Aspectratio] van een 35 mm filmcamera [16:9] [Aspectratio] van een hoge-definitie TV, enz.
Instellingen van beeld- en fotokwaliteit Wanneer de aspectratio [16:9] is. Instellingen Wanneer de aspectratio [1:1] is. Beeldformaat Instellingen Beeldformaat [L] (12M) 4592k2584 [L] (11.5M) 3424k3424 [ M] (6M) 3232k1824 [ M] (6M) 2416k2416 [ S] (2M) 1920k1080 [ S] (3M) 1712k1712 • Als [Ex. tele conv.] (P211) ingesteld is, wordt [ ] weergegeven op de beeldgroottes van iedere beeldverhouding, met uitzondering van [L]. • Het beeldformaat zal vast op [S] gezet worden als [Burstsnelh.
Instellingen van beeld- en fotokwaliteit • U kunt geavanceerdere opnamebewerking genieten als u RAW files gebruikt. U kunt RAW files opslaan in een fileformaat (JPEG, TIFF etc.) dat afgebeeld kan worden op uw PC etc., deze ontwikkelen en bewerken m.b.v. de software “SILKYPIX Developer Studio” van Ichikawa Soft Laboratory op de CD-ROM (bijgeleverd). •[ ]-beelden worden met een kleiner datavolume opgenomen dan [ ] of [ ].
Instellingen van beeld- en fotokwaliteit Instellen van beeldgerelateerde functies Compenseren van het contrast en de belichting [Int.dynamiek] (Intelligente regeling van het dynamische bereik) Toepasbare modussen: Contrast en belichting worden gecompenseerd als het verschil in helderheid tussen de achtergrond en het onderwerp groot is, enz. [MENU] > [Opname]>[Int.
Instellingen van beeld- en fotokwaliteit Combineren van beelden met verschillende belichtingen [HDR] Toepasbare modussen: U kunt 3 beelden met verschillende niveaus van belichting in een enkel beeld combineren met rijke schakeringen. U kunt het verlies aan gradatie minimaliseren in heldere en donkere zones, wanneer het contrast tussen de achtergrond en het onderwerp bijvoorbeeld groot is. Een door HDR gecombineerd beeld wordt in JPEG opgenomen.
Instellingen van beeld- en fotokwaliteit Verminderen van het lange sluitergeluid [Lang sl.n.red] Toepasbare modussen: De camera verwijdert automatisch ruis die ontstaat bij een tragere sluitertijd, wanneer u nachtscènes enz. wilt opnemen, zodat u toch mooie opnamen kunt maken. [MENU] > [Opname]>[Lang sl.n.red] Instellingen: [ON]/[OFF] • [Lange sluitertijd ruisreductie lopend] wordt weergegeven gedurende dezelfde tijd als de sluitertijd voor de signaalverwerking.
Instellingen van beeld- en fotokwaliteit Instellen van de kleurruimte [Kleurruimte] Toepasbare modussen: Stel dit in als u de kleurweergave wenst te corrigeren van opgeslagen beelden op de PC, een printer enz. [MENU] > [Opname]>[Kleurruimte] Instellingen Beschrijving van instellingen [sRGB] Kleurbereik is ingesteld op sRGB-Kleurbereik. Dit wordt het meeste gebruikt in computeruitrustingen. [AdobeRGB] Kleurbereik is ingesteld op AdobeRGB-Kleurbereik.
Instellingen van brandpunt en belichting Foto’s maken met Auto Focus Toepasbare modussen: Op deze manier kunt u de focusmethode gebruiken die bij de posities en het aantal te selecteren onderwerpen past. 1 2 3 4 Zet de hendel van de focusfunctie op [AF]. Zet [AFS/AFF/AFC] in het [Voorkeuze]-menu op [AFS], [AFF] of [AFC] (P147) Druk op 2 ( MF AF ). Druk op 2/1 om de AF-modus te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
Instellingen van brandpunt en belichting Over de focusmodus (AFS/AFF/AFC) Toepasbare modussen: 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Voorkeuze]>[AFS/AFF/AFC] 2 Druk op 3/4 om het onderdeel te selecteren en druk op [MENU/SET]. • Selecteer de focusmodus afhankelijk van de beweging van het onderwerp en de scène die u aan het opnemen bent. • De ingestelde focusmodus zal toegekend worden aan [AF] van de hendel van de focusmodus.
Instellingen van brandpunt en belichting Wanneer u opneemt met gebruik van [AFF], [AFC] • Het kan enige tijd duren om scherp te stellen als u het zoomhendeltje van Wide naar Tele zet of plotseling van een onderwerp dat ver weg is op een onderwerp dichtbij scherpstelt. • Druk de opspanknop opnieuw half in als u niet goed scherp kunt stellen. • Terwijl de ontspanknop tot de helft ingedrukt is, zou er trilling op het scherm gezien kunnen worden.
Instellingen van brandpunt en belichting Soort Auto Focus modus Over [š] ([Gezichtsdetectie]) De camera vindt automatisch het gezicht van de persoon. De focus en de belichting worden ingesteld op de waarden die het best passen bij dat gezicht, ongeacht waar het gezicht zich in het beeld bevindt. (max. 15 zones) Als het toestel een gezicht detecteert, wordt de AF-zone weergegeven. Geel: Wanneer de ontspanknop tot de helft ingedrukt wordt, wordt de frame groen wanneer het toestel scherpgesteld heeft.
Instellingen van brandpunt en belichting Instelling van [ ] ([Tracking AF]) De focus en de belichting kunnen worden aangepast aan een specifiek onderwerp. De focus en de belichting zullen het onderwerp blijven volgen, zelfs als dat beweegt. (Dynamische opsporing) ∫ Als de knoppen gebruikt worden Plaats het onderwerp in het AF-tracking frame en druk de sluiterknop tot halverwege in om het onderwerp te vergrendelen. A AF-volgframe • De AF-zone wordt groen zodra de camera het onderwerp waarneemt.
Instellingen van brandpunt en belichting • De belichting wordt bijgesteld in overeenstemming met het vergrendelde onderwerp als [Meetfunctie] op [ ] gezet is. (P168) • Als het vergrendelen niet lukt, zal de AF-zone in het rood knipperen en verdwijnen. Probeer nog een keer te vergrendelen. • AF Tracking kan onder bepaalde beeldomstandigheden uitgeschakeld zijn, als het erg donker is bijvoorbeeld. In dat geval zal de AF-modus als [Ø] werken.
Instellingen van brandpunt en belichting Over [ ] ([23-zone]) Er kunnen tot 23 AF-zones scherp gesteld worden. Dit is zelfs werkzaam als een onderwerp zich niet in het midden van het scherm bevindt (het frame van de AF-zone zal gelijk zijn aan de instelling van de beeldverhouding). (Het kader van de AF-zone is gelijk aan de instelling van de beeldverhouding) • De 23 AF-zones kunnen in 9 zones onderverdeeld worden en de zone waarop men wilt scherpstellen kan ingesteld worden.
Instellingen van brandpunt en belichting Instellen van de positie van de AF-zone/veranderen van de maat van de AF-zone • Doe dit na de Touch-sluiterfunctie te hebben geannuleerd. • Als de instelling gemaakt wordt met bediening door aanraking, zet [Touch AF] in [Touch inst.] van het [Voorkeuze]-menu dan op [AF]. Als [š], [Ø] geselecteerd worden De positie en de maat van de AF-zone kunnen veranderd worden. 1 Selecteer [š] of [Ø] en druk op 4.
Instellingen van brandpunt en belichting Wanneer u [ ] selecteert U kunt de scherpstelpositie op precieze wijze instellen door het scherm te vergroten. • De focuspositie kan niet op de rand van het beeldscherm ingesteld worden. 1 2 Selecteer [ ] en druk op 4. Druk op 3/4/2/1 om de focuspositie in te stellen en druk vervolgens op [MENU/SET]. • Het hulpscherm voor het instellen van de brandpuntpositie wordt vergroot weergegeven. • Het hulpscherm kan ook verplaatst worden door het onderwerp aan te raken.
Instellingen van brandpunt en belichting Instelling van de duur waarbij het scherm vergroot is [MENU] > [Voorkeuze]>[Spot AF tijd]> [LONG] (Ongeveer 1,5 seconden)/[MID] (Ongeveer 1,0 seconden)/ [SHORT] (Ongeveer 0,5 seconden) Verplaatsen/niet verplaatsen van de AF-zone met de cursorknop [MENU] > [Voorkeuze]>[Direct focuspunt]>[ON]/[OFF] Als [š], [ ] of [Ø] geselecteerd is, kan de AF-zone verplaatst worden; als [ geselecteerd is, kan de uitvergrote positie verplaatst worden.
Instellingen van brandpunt en belichting Instelling van de gewenste focusmethode Door het [Voorkeuze]-menu te gebruiken, kunt u de focusmethode in detail instellen. Scherpstellen/niet scherpstellen wanneer de sluiterknop tot halverwege ingedrukt wordt [MENU] > [Voorkeuze]>[Sluiter-focus]>[ON]/[OFF] Loslaten/Niet loslaten van de sluiter door de sluiterknop tot halverwege in te drukken [MENU] > [Voorkeuze]>[Ontsp. knop half indr.
Instellingen van brandpunt en belichting Wel/niet inschakelen van de AF Assist-lamp [MENU] > [Voorkeuze]>[AF ass. lamp]>[ON]/[OFF] De AF-hulplamp zal het onderwerp verlichten als de sluiterknop tot halverwege ingedrukt wordt en maakt het zo gemakkelijker voor het toestel om scherp te stellen als een opname bij weinig licht gemaakt wordt. (Al naargelang de opnameomstandigheden zal een grotere AF-zone weergegeven worden.
Instellingen van brandpunt en belichting Opnamen maken met handmatig scherpstellen Toepasbare modussen: Gebruik deze functie als u een vaste scherpstelling wenstof als de afstand tussen de lens en het object vast is en u de automatische scherpstelling niet wenst te gebruiken. De handelingen die gebruikt worden om handmatig scherp te stellen variëren afhankelijk van de lens.
Instellingen van brandpunt en belichting Snel scherp stellen met gebruik van Auto Focus [MENU] > [Voorkeuze]>[AF/AE vergrend.]>[AF-ON] Als [AF/AE VERGRENDELING] op Manuele Focus geduwd wordt, zal Auto Focus werkzaam zijn. • Auto Focus werkt in het midden van het frame. • Als Auto Focus gebruikt wordt terwijl het MF-hulpscherm weergegeven wordt, zal scherp gesteld worden in het midden van het MF-hulpscherm. • Auto Focus werkt ook met de volgende aanraakhandelingen.
Instellingen van brandpunt en belichting Accentueren/niet accentueren van de scherp gestelde delen [MENU] > [Voorkeuze]>[Peaking] Onderdeel Beschrijving van instellingen [ON] De in-focus gedeeltes worden met een kleur geaccentueerd. [OFF] De in-focus gedeeltes worden niet met een kleur geaccentueerd. [Niveau detecteren] Het detectieniveau van in-focus gedeeltes wordt ingesteld.
Instellingen van brandpunt en belichting MF-ASSIST ∫ Weergeven van MF Assist • Dit kan weergegeven worden door aan de focusring te draaien, de focushendel te bewegen, het scherm te spreiden (P16) of het scherm twee keer aan te raken. (in de Creative Controle modus [Miniatuureffect] kan MF-hulp niet weergegeven worden door het scherm aan te raken) • Het kan ook weergegeven worden door op 2 te drukken om het instellingsbeeldscherm voor de vergrote zone weer te geven.
Instellingen van brandpunt en belichting • MF Assist of de MF-gids worden misschien niet weergegeven, afhankelijk van de gebruikte lens. MF Assist kan echter weergegeven worden door het toestel rechtstreeks te bedienen, met het aanraakscherm of een knop. In deze gevallen niet beschikbaar: • MF Assist wordt uitgeschakeld als digitale zoom gebruikt wordt of filmopnames gemaakt worden. Technieken voor Manuele Focus 1 Stel scherp door de focushendel te verplaatsen of de focusring te draaien.
Instellingen van brandpunt en belichting Over de referentiemarkering van de focusafstand De referentiemarkering van de focusafstand is een markering die gebruikt wordt om de focusafstand te meten. Gebruik dit voor opnamen met manueel scherpstellen of close-ups.
Instellingen van brandpunt en belichting Vastzetten van het brandpunt en de belichting (AF/AE-vergrendeling) Toepasbare modussen: Dit is handig wanneer u een opname wilt maken van een onderwerp dat zich buiten de AF-zone bevindt of wanneer het contrast te sterk is en u niet de juiste belichting vindt. 1 2 Lijn het scherm uit met het onderwerp. Houd [AF/AE LOCK] ingedrukt om de focus of de belichting vast te zetten. • Als u [AF/AE LOCK] loslaat, zal AF/AE-vergrendeling gewist worden.
Instellingen van brandpunt en belichting Handhaven/niet handhaven van de vergrendeling wanneer [AF/AE LOCK] vrijgegeven wordt [MENU] > [Voorkeuze]>[AE-vergr.-vast]>[ON]/[OFF] • Als een AE-vergrendeling uitgevoerd wordt, staat de helderheid van het opnamescherm dat op het scherm verschijnt, vast. • AF-vergrendeling is alleen effectief wanneer u beelden maakt in handmatige belichtingsfunctie. • De AE-vergrendeling is alleen effectief wanneer u beelden maakt met de Handmatige Scherpstelling.
Instellingen van brandpunt en belichting Belichtingscompensatie Toepasbare modussen: Gebruik deze functie wanneer u de geschikte belichting niet kunt verkrijgen wegens het verschil in helderheid tussen het object en de achtergrond. 1 2 Druk op de functieknop achterop om te schakelen naar Belichtingscompensatie-werking. Draai de functieknop om de belichting te compenseren.
Instellingen van brandpunt en belichting • Als [Auto. belichtingscomp.] in [Flitser] in het [Opname]-menu op [ON] gezet is, zal de helderheid van de ingebouwde flitser automatisch op het geschikte niveau voor de geselecteerde belichtingscompensatie gezet worden. (P223) • Als de belichtingswaarde buiten het EV-bereik j3 EV tot i3 EV ligt, zal de helderheid van het opnamescherm niet langer veranderen.
Instellingen van brandpunt en belichting Selecteren van de methode voor het meten van de helderheid [Meetfunctie] Toepasbare modussen: Type optische meting om helderheid te meten kan veranderd worden. [MENU] > [Opname]>[Meetfunctie] Instellingen Beschrijving van instellingen [ ] (Meervoudig) Dit is de methode waarbij de camera de beste belichting meet door de helderheid op het hele beeld automatisch te berekenen. Wij raden aan om zoveel mogelijk deze methode te gebruiken.
Instellingen van brandpunt en belichting Uitvoeren van meerdere belichtingen op één beeld [Multi-belicht.] Toepasbare modussen: U kunt tot vier belichtingen per beeld opnemen. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Opname]>[Multi-belicht.] 2 Druk op 3/4 om [Start] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET]. 3 Bepaal de samenstelling en maak het eerste beeld. • Na het maken van de foto de sluiterknop tot halverwege indrukken om de volgende foto te maken.
Instellingen van brandpunt en belichting ∫ Over automatische instelling van controle krijgen Selecteer [Auto gain] op het beeldscherm dat getoond wordt in stap 1 en stel het in. [ON]: Het helderheidniveau wordt afgesteld volgens het aantal gemaakte beelden en de beelden worden over elkaar heen gelegd. [OFF]: De belichting compenseren om overeen te komen met het onderwerp zodat alle over elkaar heen gelegde belichtingseffecten precies goed zullen zijn.
Instellingen van brandpunt en belichting Eenvoudig optimaliseren van de helderheid van een bepaalde zone (Touch AE) Toepasbare modussen: U kunt de helderheid van een aangeraakte positie gemakkelijk optimaliseren. Als het gezicht van het onderwerp donker lijkt, kunt u het scherm helderder maken overeenkomstig de helderheid van het gezicht.
Instellingen van brandpunt en belichting Optimaliseren van het brandpunt en de helderheid van een aangeraakte positie 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Voorkeuze]>[Touch inst.] 2 3 Selecteer [Touch AF] en raak vervolgens [AF+AE] aan. Raak het onderwerp aan waarvoor u de helderheid wilt optimaliseren. • Het instellingenscherm van de AF-zone wordt weergegeven. (P153) • De positie voor de optimalisering van de helderheid ュリヴヱハ 5HVHW ,QVW wordt op het midden van de AF-zone weergegeven.
Instellingen van brandpunt en belichting • Wanneer opnames met Touch Shutter gemaakt worden, worden de scherpstelling en de helderheid van de aangeraakte positie geoptimaliseerd voordat de opname plaatsvindt. • Aan de rand van het scherm kan het focussen beïnvloed worden door de helderheid rondom de aangeraakte plek. In deze gevallen niet beschikbaar: • [AF+AE], die het brandpunt en de helderheid optimaliseert, werkt in de volgende gevallen niet. – Op Manuele Focus – Als u de digitale zoom gebruikt.
Instellingen van brandpunt en belichting De lichtgevoeligheid instellen Toepasbare modussen: Hiermee kan de gevoeligheid voor het licht (ISO-gevoeligheid) worden ingesteld. Als u deze hoger zet, kunnen ook op donkere plaatsen opnamen worden gemaakt zonder dat de opnamen donker worden. 1 2 Druk op 3 ( ). Selecteer de ISO-gevoeligheid door aan de modusknop op de achterkant te draaien. • U kunt de functies tussen de modusknop op de achterkant en de modusknop op de voorkant schakelen door op [DISP.
Instellingen van brandpunt en belichting ISO-gevoeligheid AUTO Beschrijving van instellingen De ISO-gevoeligheid wordt automatisch aangepast op basis van de helderheid. • Maximum [ISO3200] (Met de flitser op [ISO1600])¢1 Het toestel spoort de beweging van het onderwerp op en stelt de optimale ISO-gevoeligheid en sluitertijd vervolgens automatisch in zodat deze zo goed mogelijk bij de beweging van het onderwerp en de helderheid van de scène passen, om het schommelen van het onderwerp te minimaliseren.
Instellingen van brandpunt en belichting Instellen van de bovenlimiet van de ISO-gevoeligheid Toepasbare modussen: Deze zal optimale ISO-gevoeligheid selecteren met ingestelde waarde als limiet afhankelijk van de helderheid van het onderwerp. [MENU] > [Opname]>[ISO-limiet] Instellingen: [400]/[800]/[1600]/[3200]/[6400]/[12800]/[25600]/[OFF] • Dit werkt wanneer de [Gevoeligheid] op [AUTO] of [ ] wordt gezet.
Instellingen van brandpunt en belichting Uitbreiden van de ISO-gevoeligheid Toepasbare modussen: De ISO-gevoeligheid kan ingesteld worden tot een minimum van [ISO125].
Instellingen van de sluiter (drive) Selecteer een drive-modus Toepasbare modussen: Door een drive-modus te selecteren kunt u de werking veranderen, zoals een burst-opname of met de zelfontspanner, voor wanneer u op de sluiterknop drukt. 1 2 Druk op 4 ( ). Druk op 2/1 om de drivemodus te selecteren en druk vervolgens op [MENU/ SET].
Instellingen van de sluiter (drive) Opnamen maken met de burstfunctie Toepasbare modussen: Beelden worden continu gemaakt terwijl de ontspanknop ingedrukt wordt. • Foto’s die met burst-snelheid [SH] genomen worden, zullen als een enkele burst-groep opgenomen worden (P240). 1 2 Op 4 ( ) drukken. Druk op 2/1 om de burst-icoon te selecteren ([ ], enz.) en druk vervolgens op 3. H 31/3 0HHU LQVWHOOHQ 3 Selecteer de burst-snelheid met 2/1 en druk vervolgens op [MENU/SET].
Instellingen van de sluiter (drive) [SH]¢2 (Superhoge snelheid) Burstsnel Elektronische sluiter [ON] heid (opnamen/ Elektronische seconde) sluiter [OFF] 40 Live View tijdens Burstfunctie Geen ¢1 Met RAW-bestanden — Zonder RAW-bestanden Max. 80 [H] (Hoge snelheid) [M] (Mediumsne lheid) [L] (Lage snelheid) 10 4 2 5 4 2 Geen Beschikbaar Beschikbaar 9¢3, 4 Afhankelijk van de capaciteit van de kaart¢4 ¢1 Aantal mogelijke opnamen ¢2 De elektronische sluiter zal werkzaam zijn.
Instellingen van de sluiter (drive) Scherpstellen in de burst-modus De manier om scherp te stellen varieert en is afhankelijk van de focusmodus ([AFS/AFF/ AFC] (P147) en Manuele Focus (P158)) en de instelling van [Prio. focus/ontspan] (P157) in het [Voorkeuze]-menu. Focus-functie AFS AFF/AFC¢1 MF Prior.
Instellingen van de sluiter (drive) In deze gevallen niet beschikbaar: • De Burstfunctie wordt in de volgende gevallen uitgeschakeld. – [Glinsterend water]/[Fonkelende verlichting]/[Bloemen]/[Panorama-opname] (Scene Guide modus) – [Ruw zwart-wit]/[Zacht zwart-wit]/[Miniatuureffect]/[Zachte focus]/[Sterfilter]/[Zonneschijn] (Creative Control modus) – Als witbalans bracket ingesteld is – Wanneer u bewegende beelden opneemt – Wanneer u opneemt m.b.v.
Instellingen van de sluiter (drive) Opnamen maken met gebruik van Auto Bracket Toepasbare modussen: Telkens wanneer de sluiterknop wordt ingedrukt, worden er maximaal 7 opnamen met verschillende belichtingsinstellingen gemaakt, afhankelijk van het bereik van de belichtingscompensatie. Met Auto Bracket [Stap]: [3•1/3], [Serie]: [0/s/r] 1 2 1ste beeld 2de beeld 3de beeld d0 EV j1/3 EV i1/3 EV Op 4 ( ) drukken. Druk op 2/1 om de icoon van Auto Bracket ([ 3 1/3 ], enz.
Instellingen van de sluiter (drive) ∫ Annuleren van Auto Bracket Selecteer [ ] (enkele beeldopname) of [ ] in de drive-modussen. (P178) ∫ Veranderen van de instellingen voor [Enkel/Burst instellen], [Stap] en [Serie] in Auto Bracket 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Opname]>[Auto bracket] 2 3 Druk op 3/4 om [Enkel/Burst instellen], [Stap] of [Serie] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET]. Druk op 3/4, selecteer de instelling en druk vervolgens op [MENU/SET].
Instellingen van de sluiter (drive) • Wanneer u opnamen maakt met Auto Bracket nadat u de waarde van de belichtingscompensatie hebt ingesteld, worden de foto's met de gekozen belichtingscompensatie gemaakt. In deze gevallen niet beschikbaar: • Het kan zijn dat de belichting niet correct gecompenseerd wordt, afhankelijk van de helderheid van het onderwerp. • De Auto Bracket wordt in de volgende gevallen uitgeschakeld.
Instellingen van de sluiter (drive) Opnamen maken met de zelfontspanner Toepasbare modussen: 1 2 Druk op 4 ( ). Druk op 2/1 om de icoon van de zelfontspanner te selecteren ([ 10 ], enz.) en druk vervolgens op 3. H 31/3 0HHU LQVWHOOHQ 3 Druk op 2/1 om de tijdinstelling van de zelfontspanner in te stellen en druk vervolgens op [MENU/SET]. Onder deel 10 10 2 Beschrijving van instellingen Beeld wordt 10 seconden nadat de ontspanknop ingedrukt wordt gemaakt.
Instellingen van de sluiter (drive) 4 Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen en druk de knop helemaal in om de opname te maken. • Er zal geen foto gemaakt worden zolang het onderwerp niet scherp gesteld is. Focus en belichting zullen ingesteld worden als de sluiterknop tot halverwege ingedrukt wordt. • Als u de sluiterknop helemaal wilt indrukken ook al is het onderwerp niet scherp, zet u [Prio. focus/ontspan] in het [Voorkeuze]-menu op [RELEASE].
Instellingen van de sluiter (drive) • De tijdinstelling voor de zelfontspanner kan ook ingesteld worden door [Zelf ontsp.] in het [Opname] menu. • De opname-interval kan afhankelijk van de opnameomstandigheden meer dan 2 seconden zijn wanneer [ ] wordt geselecteerd. • De flitsoutput kan enigszins anders zijn als [ ] geselecteerd is. In deze gevallen niet beschikbaar: ] gezet worden. • Onder de volgende omstandigheden kan het niet op [ – Als witbalans bracket ingesteld is – [Multi-belicht.
Door de klant aangepaste functies voor verschillende onderwerpen en doeleinden Automatisch beelden opnemen met ingestelde tijdsintervallen [Intervalopname] Toepasbare modussen: U kunt de starttijd van de opname, het opname-interval en het aantal beelden instellen en automatisch onderwerpen opnemen zoals dieren en planten, terwijl de tijd verstrijkt. De beelden worden als een enkele beeldengroep opgenomen (P240). U kunt films creëren m.b.v. [Intervalvideo] in [Afspelen]-menu.
Door de klant aangepaste functies voor verschillende onderwerpen en doeleinden 3 4 Druk op 3/4 om [Start] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET]. Druk de ontspanknop geheel in. • De opname start automatisch. • Tijdens opname standby zal de stroom automatisch uitgeschakeld worden als gedurende bepaalde tijd geen handelingen verricht worden. Time Lapse Shot wordt zelfs voortgezet als de stroom uitgeschakeld is. Wanneer de opnamestarttijd bereikt wordt, wordt de stroom automatisch ingeschakeld.
Door de klant aangepaste functies voor verschillende onderwerpen en doeleinden Creëren van stopmotion-beelden [Stop-motionanimatie] Toepasbare modussen: Een stop-motionbeeld wordt gecreëerd door beelden samen te voegen. • Voer van tevoren de datum- en tijdinstellingen uit. (P38) • De beelden die met [Stop-motionanimatie] genomen zijn, worden weergegeven als een reeks groepsbeelden.
Door de klant aangepaste functies voor verschillende onderwerpen en doeleinden 2 Druk op 3/4 om de opnamemethode te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET]. Onderdeel Beschrijving van instellingen [ON] Maakt automatisch foto's volgens een ingesteld tijdsinterval. Als de sluiterknop volledig ingedrukt wordt, gaat de opname van start. [OFF] Dit is voor het handmatig, beeld voor beeld, foto's maken.
Door de klant aangepaste functies voor verschillende onderwerpen en doeleinden 7 8 Raak [ ] aan om de opname te eindigen. • De opname kan ook beëindigd worden door [Stop-motionanimatie] te selecteren in het [Opname]-menu en vervolgens op [MENU/SET] te drukken. • Als [Automatische opname] op [ON] gezet is, selecteer dan [Exit] op het bevestigingsscherm. (Als [Onderbreken] geselecteerd wordt, druk de sluiterknop dan volledig in om de opname te hervatten). • Het bevestigingscherm wordt weergegeven.
Door de klant aangepaste functies voor verschillende onderwerpen en doeleinden ∫ Toevoegen van beelden aan de stop-motion-animatiegroep Door [Aanvullend] in stap 4 te selecteren, zullen groepsbeelden weergegeven worden die opgenomen zijn met [Stop-motionanimatie]. Selecteer een reeks groepsbeelden, druk op [MENU/SET] en selecteer vervolgens [Ja] op het bevestigingsscherm.
Door de klant aangepaste functies voor verschillende onderwerpen en doeleinden Werkgeluiden en verlichting in een keer uitschakelen [Stille modus] Toepasbare modussen: Deze functie is handig voor het opnemen van beelden in een rustige omgeving, in openbare gelegenheden, enz. of het opnemen van beelden van bijvoorbeeld baby's of dieren. Selecteer het menu.
Door de klant aangepaste functies voor verschillende onderwerpen en doeleinden Opnames zonder sluitergeluid maken [Elektronische sluiter] Toepasbare modussen: Het sluitergeluid kan uitgeschakeld worden om opnames in een stille omgeving te maken. Het mechanische sluitergeluid wordt uitgeschakeld zodat het gemakkelijk wordt foto's met minimale ruis te maken.
Door de klant aangepaste functies voor verschillende onderwerpen en doeleinden Heldere beelden opnemen door de registratie van gezichten [Gezicht herk.] Toepasbare modussen: Gezichtsdetectie is een functie die een gezicht vindt dat op een geregistreerd gezicht lijkt en het scherpstellen en de belichting automatisch prioriteit geeft.
Door de klant aangepaste functies voor verschillende onderwerpen en doeleinden • [Gezicht herk.] werkt alleen als de AF-functie op [š] staat. • Tijdens de burstfunctie, kan [Gezicht herk.] beeldinformatie alleen als bijlage van het eerste beeld ingesteld worden. • Gelijkaardige gelaatskenmerken kunnen tot gevolg hebben dat het ene gezicht als het andere herkend wordt.
Door de klant aangepaste functies voor verschillende onderwerpen en doeleinden Gezichtsinstellingen U kunt informatie registreren zoals namen en verjaardagen voor gezichtsbeelden van maximaal 6 personen. De registratie kan vergemakkelijkt worden door het maken van meerdere gezichtsbeelden van elk persoon (maximaal 3 beelden/registratie).
Door de klant aangepaste functies voor verschillende onderwerpen en doeleinden 4 Op 3/4 drukken om het onderdeel te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. • U kunt t/m 3 gezichtsbeelden registreren. Onderdeel Beschrijving van instellingen [Naam] Het is mogelijk namen te registreren. 1 Druk op 4 om [SET] te kiezen en dan op [MENU/SET]. 2 De naam invoeren. • Voor details over hoe karakters in te voeren, raadpleeg “Tekst Invoeren” sectie op P61.
Door de klant aangepaste functies voor verschillende onderwerpen en doeleinden De informatie veranderen of wissen voor een geregistreerde persoon U kunt de beelden of informatie modificeren van een al geregistreerde persoon. U kunt ook de informatie wissen van de geregistreerde persoon. 1 2 3 Druk op 4 om [MEMORY] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET]. Druk op 3/4/2/1 om het gezichtsbeeld dat bewerkt of gewist moet worden te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
Door de klant aangepaste functies voor verschillende onderwerpen en doeleinden Opnemen op foto's van profielen van baby's en huisdieren Toepasbare modussen: Als u de naam en verjaardag van uw baby of huisdier van tevoren instelt, dan kunt u hun naam en leeftijd in maanden en jaren op de foto's opnemen. U kunt deze bij het afspelen weergeven of op de opgenomen beelden stempelen met gebruik van [Tekst afdr.] (P251). ∫ Instellen van [Leeftijd] of [Naam] 1 Selecteer het menu.
Stabilisator, zoom en flitser Optische beeldstabilisator De camera detecteert het schudden tijden de opname en corrigeert dit automatisch. U kunt dus beelden opnemen die minder bewogen zijn. Er zijn twee soorten optische beeldstabilisatoren: één is in de lens ingebouwd is en één in dit toestel. De optische beeldstabilisator van of de lens of dit toestel zal ingeschakeld zijn.
Stabilisator, zoom en flitser Bibberen voorkomen (schudden van de camera) Als de waarschuwing voor het bibberen van het beeld [ ] verschijnt, gebruik dan [Stabilisatie], een statief, de zelfontspanner (P186) of de afstandsbediening van de sluiter (DMW-RSL1: optioneel) (P333). • De sluitertijd zal vooral in de volgende gevallen langzamer zijn. Houdt het toestel stil vanaf het moment dat u de ontspanknop indrukt totdat het beeld op het scherm verschijnt. We raden in dit geval het gebruik van een statief aan.
Stabilisator, zoom en flitser • Het kan zijn dat de optische beeldstabilisator een werkgeluid maakt of tijdens de werking trillingen produceert. Dit is gewoon. • Als u een optionele onderling verwisselbare lens met een O.I.S.-schakelaar gebruikt, is het mogelijk om de optische beeldstabilisator in te schakelen door de O.I.S.- schakelaar op de lens op [ON] te zetten (op het moment van aankoop staat deze aanvankelijk op [ ]).
Stabilisator, zoom en flitser Gebruik van de optische beeldstabilisatorfunctie van dit toestel Toepasbare modussen: Als uw lens de optische beeldstabilisatorfunctie niet ondersteunt, of niet gebaseerd is op het standaard micro vierderde systeem/standaard vierderde systeem, kan de optische beeldstabilisator van dit toestel gebruikt worden. (P203) • De optische beeldstabilisator van dit toestel werkt alleen als foto's genomen worden.
Stabilisator, zoom en flitser Instellen van de brandpuntlengte van een lens • Als een lens gebruikt wordt die gebaseerd is op de standaard Micro Four Thirds System/Four Thirds System, dan wordt de brandpuntlengte automatisch ingesteld. • Als uw lens gebaseerd is op het standaard Micro Four Thirds System/Four Thirds System maar geen communicatiefunctie met de camera heeft, stel dan de brandpuntlengte van de lens in. Voorbereiding: Zet [Opn. zonder lens] op [ON]. (P23) Selecteer het menu.
Stabilisator, zoom en flitser • Het kan zijn dat de optische beeldstabilisator een werkgeluid maakt of tijdens de werking trillingen produceert. Dit is gewoon. • Als een statief gebruikt wordt, raden wij aan [Bedieningsstand] op [OFF] te zetten. • Er wordt geadviseerd om foto’s met de zoeker te maken als u in [ ] aan het pannen bent. • De optische beeldstabilisator werkt alleen als een foto gemaakt wordt. • Hoe langer de brandpuntlengte, hoe zwakker het effect van de optische beeldstabilisator.
Stabilisator, zoom en flitser Minimaliseren van de trilling van de sluiter Toepasbare modussen: Om het effect van trillende handen of de trilling van de sluiter te reduceren, wordt de sluiter los gelaten nadat de gespecificeerde tijd verstreken is. Selecteer het menu. [MENU] > [Opname]>[Sluitervertraging] Instellingen: [8SEC]/[4SEC]/[2SEC]/[1SEC]/[OFF] In deze gevallen niet beschikbaar: • [Sluitervertraging] is in de volgende gevallen niet beschikbaar.
Stabilisator, zoom en flitser Beelden maken met de zoom Toepasbare modussen: U kunt uitzoomen om landschappen, enz. op te nemen met groothoek (Wide) of inzoomen om mensen en voorwerpen dichterbij te laten lijken (Tele). Gebruik van de onderling verwisselbare lens die de power zoom ondersteunt (elektrisch werkende zoom).
Stabilisator, zoom en flitser Vergroten van het telescopische effect [Ex. tele conv.] Toepasbare modussen: De Extra teleconversielens stelt u in staat om beelden op te nemen die verder uitvergroot zijn zonder dat dit afbreuk aan de beeldkwaliteit doet. Fotograferen Max. 2k¢ [Ex. tele conv.] ¢ Wanneer een beeldformaat van [S] (4 M) en een beeldverhouding van [4:3] geselecteerd is. Het vergrotingsniveau verschilt afhankelijk van de instellingen van [Fotoresolutie] en [Aspectratio].
Stabilisator, zoom en flitser Inzoomen met de Extra teleconversielens in stappen [MENU] > [Opname]>[Ex. tele conv.]>[ZOOM] 4:3 4:3 EX1.0x EX2.0x A A Vergrotingsniveau van de extra teleconversielens De bediening kan uitgevoerd worden door de zoomhendel te gebruiken dan wel 3/4/2/1. • Dit kan alleen gebruikt worden als beelden opgenomen worden.
Stabilisator, zoom en flitser Eenvoudig inzoomen met de extra teleconversielens [MENU] > [Opname]>[Ex. tele conv.]>[TELE CONV.] [MENU] > [Bewegend beeld]>[Ex. tele conv.]>[ON] 4:3 4:3 A A [OFF] • Als de Extra Tele Conversie gebruikt wordt, zal de gezichtshoek voor foto’s anders zijn dan die voor video’s omdat de zoomfactoren verschillend zijn. De gezichtshoek voor een opname kan van tevoren gecontroleerd worden door [Opn.gebied] (P231) in te stellen op de wijze waarmee u wilt opnemen.
Stabilisator, zoom en flitser Veranderen van de instellingen voor een power-zoomlens [MENU] > [Voorkeuze]>[Powerzoomlens] Dit kan alleen geselecteerd worden wanneer een lens gebruikt wordt die compatibel is met power zoom (elektrisch werkende zoom). – De onderling verwisselbare lens (H-H020A, H-FS1442A) zijn niet compatibel met power zoom. (raadpleeg onze website voor compatibele lenzen.) Onderdeel [Brandp.afst.
Stabilisator, zoom en flitser [Dig. zoom] Toepasbare modussen: Ofschoon de beeldkwaliteit afneemt telkens wanneer u verder inzoomt, kunt u tot vier keer verder inzoomen dan de oorspronkelijke zoomvergroting. [MENU] > [Opname]>[Dig. zoom]>[4t]/[2t] [MENU] > [Bewegend beeld]>[Dig. zoom]>[4t]/[2t] • Wanneer u de digitale zoom gebruikt, raden wij het gebruik van een statief en de zelfontspanner (P186) aan om opnamen te maken. • Deze menu-items worden gedeeld met het [Opname]-menu en het [Bewegend beeld]-menu.
Stabilisator, zoom en flitser Zoomen met gebruik van aanrakingshandelingen U kunt zoomhandelingen uitvoeren door middel van aanraken. (Aanraakzoom) (De optische zoom en de extra teleconversie voor het maken van foto's zijn werkzaam) 1 Raak [ ] aan. 2 Raak [ ] aan. • De schuifbalk wordt afgebeeld. AE 3 Voer de zoomhandelingen uit door de schuifbalk te verslepen. • De zoomsnelheid varieert afhankelijk van de aangeraakte positie.
Stabilisator, zoom en flitser Foto’s maken met de flitser Toepasbare modussen: ∫ Openen/Sluiten van de ingebouwde flitser Fotograferen met de flitser wordt mogelijk door de ingebouwde flitser te openen. A De flits openen Verschuif de hendel voor het openen van de flitser. B De flits sluiten Druk op de flits totdat deze klikt. • Controleer of u de ingebouwde flitser gesloten heeft als u die niet gebruikt. • De flitsinstelling is vastgesteld op [Œ] terwijl de flits gesloten wordt.
Stabilisator, zoom en flitser Als de onderling verwisselbare lens (H-FS1442A) gebruikt wordt Beschikbaar flitsbereik Breed [AUTO] in [Gevoeligheid] Tele 50 cm tot 5,7 m 30 cm tot 3,5 m • Het beschikbare flitsbereik is een benadering. • Dit is het bereik wanneer [ISO-limiet] (P176) ingesteld is op [OFF]. Vakkundig gebruik van de flitser • Wanneer u opneemt met de flitser kan een witte verzadiging optreden als het onderwerp te dichtbij is.
Stabilisator, zoom en flitser Veranderen van de flitsermodus Toepasbare modussen: Stel de ingebouwde flitser in voor de opname. • Open de flits. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Opname]>[Flitser] 2 Druk op 3/4 om [Flitserfunctie] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/ SET]. Op 3/4 drukken om het onderdeel te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. 3 ‰ Onderdeel ([Flitser altijd aan]) ([Gdw. aan/ rode-og])¢ ([Langz. sync.]) ([Lngz. sync.
Stabilisator, zoom en flitser ∫ Sluitertijd voor elke flitsfunctie Flitsinstelling ‰ Sluitertijd (Sec.) Flitsinstelling 1/60¢1 tot 1/320 Sluitertijd (Sec.) 1 tot 1/8000 60¢2 tot 1/8000 Œ ¢1 Dit wordt 60 seconden in de sluiter-prioriteit-AE-modus en B (Bulb) in de Handmatige Belichtingsfunctie. ¢2 Dit wordt B (Bulb) in de Handmatige Belichtingsfunctie.
Stabilisator, zoom en flitser ‰ Scene Guide modus Œ [Geprononceerd portret] ± ¥ — — ± [Zachte huid] ± ¥ — — ± [Zacht tegenlicht] — — — — ¥ [Scherp tegenlicht] ¥ — — — ± [Ontspannen atmosfeer] — — — — ¥ [Kindergezicht] ± ¥ — — ± [Landschap] — — — — ¥ [Blauwe lucht] — — — — ¥ [Romantische zonsondergang] — — — — ¥ [Levendige zonsondergang] — — — — ¥ [Glinsterend water] — — — — ¥ [Heldere nachtopname] — — — — ¥ [Koele nachtopname] — —
Stabilisator, zoom en flitser Instelling van de 2de gordijnsynchronisatie Toepasbare modussen: De functie voor de 2e gordijnsluitersynchronisatie doet de flits werken vlak voordat de sluiter zich sluit als u opnamen maakt van bewegende beelden zoals een auto met een lagere sluitertijd. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Opname]>[Flitser] 2 3 Druk op 3/4 om [Flits-synchro] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/ SET]. Op 3/4 drukken om het onderdeel te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
Stabilisator, zoom en flitser De flitsoutput aanpassen Toepasbare modussen: Regel de helderheid van de flitser als de beelden die met de flitser gemaakt zijn over- of onderbelicht zijn. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Opname]>[Flitser] 2 3 Druk op 3/4 om [Flitser instel.] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/ SET]. Druk op 2/1 om de flitsoutput in te stellen en druk vervolgens op [MENU/SET]. • U kunt van [j3 EV] tot [i3 EV] in stappen van [1/3 EV] instellen.
Stabilisator, zoom en flitser Veranderen van de afvuurmodus (handmatige flitser) Toepasbare modussen: U kunt bij [Flitser functie] in [Flitser] een type flits instellen. Onderdeel [TTL] [MANUAL] Beschrijving van instellingen De camera zal de flitser-output automatisch instellen. Stelt de lichtsterkteratio van de flitser handmatig in. In [TTL] kunt u zelfs wanneer u in het donker fotografeert de gewenste foto's maken die anders te helder door de flitser verlicht zouden worden.
Stabilisator, zoom en flitser [Draadloos kanaal] Selecteer het kanaal dat overeenkomt met het kanaal van de externe flitser die u wilt bedienen. Instellingen: [1CH]/[2CH]/[3CH]/[4CH] [Draadl. FP (Focal-Plane)] Tijdens de draadloze opname vuurt een externe flitser een FP-flits af (herhaaldelijk flitsen bij hoge snelheid). Deze wijze van afvuren maakt fotograferen met de flitser bij een hoge sluitertijd mogelijk.
Stabilisator, zoom en flitser Onderdeel Beschrijving van instellingen [Flitser functie] [Externe flitser]¢1,2 [TTL]: De camera stelt automatisch de output van de externe flitser in. [AUTO]: De flitser-output wordt door de externe flitser ingesteld. [MANUAL]: Stel de lichtsterkteratio van de externe flitser met de hand in. [OFF]: De externe flitser vuurt slechts één signaalflits af. [Flitser instel.] Stel de output van de externe flitser met de hand in als [Flitser functie] op [TTL] gezet is.
Stabilisator, zoom en flitser ∫ Controleerbaar bereik van de draadloze flitser Breng de draadloze flitser in positie met de draadloze sensor in de richting van de camera gekeerd. Het geschatte controleerbare bereik wordt in de volgende afbeelding getoond. Het controleerbare bereik varieert afhankelijk van de omringende omgeving.
Films Opname Bewegend Beeld Dit kan volledig hoge definitie bewegende beelden die compatibel zijn met het AVCHD-formaat of bewegende beelden die opgenomen zijn in MP4 opnemen. De audio zal stereo opgenomen worden. De functies die beschikbaar zijn tijdens het opnemen van video’s zijn anders al naargelang de gebruikte lens en het werkgeluid van de lens kan opgenomen worden. Raadpleeg P21 voor details. Instelling van formaat, grootte en beeldsnelheid Toepasbare modussen: 1 Selecteer het menu.
Films Wanneer [AVCHD] geselecteerd is Onderdeel Grootte Framesnelheid Bitsnelheid [FHD/50p]¢1 1920k1080 50p 28 Mbps [FHD/50i] 1920k1080 50i 17 Mbps ¢2 [FHD/25p] 1920k1080 50i 24 Mbps [FHD/24p] 1920k1080 24p 24 Mbps [HD/50p] 1280k720 50p 17 Mbps Grootte Framesnelheid Bitsnelheid [FHD/50p] 1920k1080 50p 28 Mbps [FHD/25p] 1920k1080 [HD/25p] 1280k720 [VGA/25p] 640k480 ¢1 AVCHD Progressive ¢2 De sensor-output is 25 frames/seconde Wanneer [MP4] geselecteerd is Onderdeel 20
Films ∫ Aanduiding van de icoon A Formaat B Grootte C Beeldsnelheid (sensor-output) A B AVCHD FHD 50i C • Wat is bit rate Dit is het volume van de gegevens voor een bepaalde tijdsperiode en de kwaliteit neemt toe wanneer het aantal groter wordt. Dit apparaat gebruikt de “VBR”-opnamemethode. “VBR” is een afkorting van “Variable Bit Rate” en de bit rate (volume van gegevens voor een bepaalde tijdsperiode) wordt automatisch veranderd afhankelijk van het op te nemen onderwerp.
Films Opname Bewegend Beeld Toepasbare modussen: 1 Start het opnemen door op de bewegend beeldknop te drukken. A Verstreken opnametijd B Beschikbare opnametijd • Het is mogelijk om geschikte video’s voor iedere functie • • • • 2 op te nemen. De indicator van de opnamestaat (rood) C zal flitsen tijdens het opnemen van bewegende beelden. Als ongeveer 1 minuut verstreken is zonder dat een handeling uitgevoerd is, zal een deel van het display verdwijnen. Druk op [DISP.
Films • Het bedrijfsgeluid van de zoom of knopwerking zou opgenomen kunnen worden wanneer deze gehanteerd worden tijdens de opname van een bewegend beeld. • De beschikbare opnametijd die afgebeeld wordt op het scherm zou niet op regelmatige wijze af kunnen lopen. • Afhankelijk van het type kaart, kan de kaartaanduiding even verschijnen na het maken van bewegende beelden. Dit is geen storing.
Films Foto’s maken terwijl u een film maakt Toepasbare modussen: Er kunnen foto’s gemaakt worden, zelfs als u een film opneemt. (Simultaan opnemen) Druk de sluiterknop tijdens de opname van de video volledig in om een foto te maken. • De simultane opname-indicator A wordt weergegeven tijdens het maken van de foto’s. • Opnemen terwijl ook de Touch Shutter-functie (P67) beschikbaar 28 is.
Films • De beeldverhouding zal vaststaan op [16:9]. In deze gevallen niet beschikbaar: • In de volgende gevallen is het niet mogelijk gelijktijdig foto’s en video’s te maken: – Als [Opname-indeling] op [VGA/25p] gezet is in [MP4] – Als [FHD/24p] ingesteld is [alleen wanneer [ ] (fotoprioriteiten) ingesteld is] – Als [Ex. tele conv.
Films Gebruik van het [Bewegend beeld] Menu Raadpleeg P40 voor details over de menu-instellingen van [Bewegend beeld]. • [Fotostijl], [Meetfunctie], [Schaduw markeren], [Int.dynamiek], [I.resolutie] en [Dig. zoom] maken onderdeel uit van zowel het [Opname]-menu als het [Bewegend beeld]-menu. Het veranderen van deze instellingen in één van deze menu’s wordt weerspiegeld in het andere menu. • Het [Bewegend beeld]-menu wordt niet weergegeven in de volgende gevallen.
Films [Highlight opn.] Toepasbare modussen: De met wit verzadigde zones zullen zwart en wit knipperen. Instellingen: [ON]/[OFF] • Als er wit verzadigde gebieden zijn, raden we aan de belichting naar negatief (P166) te compenseren, onder raadpleging van het histogram (P73) en om de foto vervolgens opnieuw te maken. Dit kan een betere beeldkwaliteit tot gevolg hebben. [Ex. tele conv.] • Raadpleeg P211 voor details.
Films [Micr. weerg.] Toepasbare modussen: Stel in of de microfoonniveaus el of niet op het opnamescherm weergegeven moeten worden. Instellingen: [ON]/[OFF] In deze gevallen niet beschikbaar: • Niet beschikbaar met [Miniatuureffect] in Creatieve Bedieningsfunctie. [Micr. instellen] Toepasbare modussen: Stel het ingangsniveau van het geluid in op 4 verschillende niveaus. In deze gevallen niet beschikbaar: • Niet beschikbaar met [Miniatuureffect] in Creatieve Bedieningsfunctie.
Afspelen/Bewerken Omschakelen van de afspeelwijze Weergeven van meerdere schermen (Multi Playback) Draai de functieknop achterop naar links. 1 scherm 12 schermen 30 schermen Kalenderscher mweergave • Het is mogelijk om naar een ander afspeelscherm over te gaan door de volgende iconen aan te raken. –[ ]: 1 scherm –[ ]: 12 schermen –[ ]: 30 schermen – [ CAL ]: Schermdisplay • Het scherm kan geleidelijk omgeschakeld worden door het scherm op of neer te slepen. • Beelden die afgebeeld worden m.b.v.
Afspelen/Bewerken Beelden afspelen op opnamedatum (Calender Playback) 1 Draai de modusknop op de achterkant naar links om het kalenderscherm weer te geven. 2 Op 3/4/2/1 drukken om de terug te spelen datum te selecteren. • Als er geen beelden tijdens een bepaalde maand zijn gemaakt, verschijnt deze maand niet.
Afspelen/Bewerken Afspelen van groepsbeelden Een beeldengroep bestaat uit meerdere beelden. U kunt beelden in een groep continu dan wel een voor een afspelen. [ ]: Een beeldengroep bestaande uit beelden die met de burst-modus gemaakt zijn met burst-snelheid [SH]. (P179) [ 1/98 IRWR ]: Een beeldengroep bestaande uit beelden die in een Time Lapse Shot gemaakt zijn. (P189) [ ]: Een beeldengroep bestaande uit beelden die met stop-motionanimatie gemaakt zijn.
Afspelen/Bewerken Continu afspelen van groepsbeelden Selecteer een beeld met de icoon van het groepsbeeld ([ [ ]) en druk vervolgens op 3. ], [ ], • Dezelfde handeling kan uitgevoerd worden door aanraking van de icoon van het groepsbeeld ([ ], [ ], [ ]). • Tijdens het een voor een afspelen van groepsbeelden worden opties weergegeven. [Vanaf eerste foto] De beelden worden continu afgespeeld, te beginnen met het eerste beeld van de groep.
Afspelen/Bewerken [Diashow] U kunt de beelden afspelen die u gemaakt heeft in synchronisatie met muziek en u kunt dit doen in opeenvolging terwijl u een vastgestelde pauze laat tussen elk van de beelden. U kunt tevens een diavoorstelling samenstellen die opgemaakt is uit alleen foto’s, alleen video’s, alleen 3D-beelden, enz. We raden deze functie aan wanneer u uw beelden bekijkt d.m.v. het aansluiten van het toestel aan een TV. 1 Selecteer het menu.
Afspelen/Bewerken ∫ Bediening tijdens een diavoorstelling 3 2 Modus knop op de achterkant (links) Afspelen/Pauzeren Terug naar het vorige beeld Verlaagt het niveau van het volume 4 Diavoorstelling verlaten 1 Verder naar het volgende beeld Modus knop op de achterkant (rechts) Verhoogt het niveau van het volume • Normaal afspelen wordt hernomen nadat de diavoorstelling eindigt.
Afspelen/Bewerken [Set-up] [Duur] of [Herhalen] kan ingesteld worden. Onderdeel Instellingen [Duur] [1SEC]/[2SEC]/[3SEC]/[5SEC] [Herhalen] [ON]/[OFF] [Geluid] [AUTO]: Er klinkt muziek als stilstaande beelden afgespeeld worden en audio als bewegende beelden afgespeeld worden. [Muziek]: Er wordt muziek afgespeeld. [Audio]: Er wordt audio (alleen voor films) afgespeeld. [OFF]: Er zal geen geluid zijn. • [Duur] kan alleen ingesteld worden wanneer [OFF] geselecteerd is als de [Effect] instelling.
Afspelen/Bewerken [Afspeelfunctie] Afspelen in [Normaal afsp.], [Alleen foto's], [Alleen bew. beeld], [3D-weergave], [Categor. afsp.] of [Favoriet afsp.] kan geselecteerd worden. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Afspeelfunctie] 2 Selecteer de af te spelen groep door op 3/4 te drukken en druk vervolgens op [MENU/SET]. • Raadpleeg P313 voor de wijze van afspelen van [3D-weergave] beelden in 3D. Als [Categor. afsp.
Afspelen/Bewerken Gebruik van de afspeelfuncties Met dit menu kunt u diverse afspeelfuncties gebruiken, zoals het afsnijden van beelden en andere bewerkingen van de opgenomen beelden, instellingen van de bescherming, enz. • Met [Retouche wissen], [Tekst afdr.], [Intervalvideo], [Stop-motionvideo], [Nw. rs.] of [Bijsnijden] wordt er een nieuw bewerkt beeld gecreëerd.
Afspelen/Bewerken [Locatie vermelden] De locatie-informatie (lengte-/breedtegraad) die vereist wordt door de smartphone/tablet kan naar de camera gezonden worden en op de beelden geschreven worden. Voorbereiding: Locatie-informatie naar de camera versturen vanaf de smartphone/tablet. • U dient “Panasonic Image App” op uw smartphone/tablet te installeren. (P269) • Lees de [Help] in het “Image App”-menu voor meer details over hoe te werk te gaan. 1 Selecteer het menu.
Afspelen/Bewerken Verwijderen van onnodige delen [Retouche wissen] U kunt onnodige delen die op de opgenomen beelden geregistreerd zijn wissen. • Het wissen kan alleen uitgevoerd worden door aanraking. [Retouche wissen] schakelt automatisch de aanraakbediening in. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Retouche wissen] 2 3 Druk op 2/1 om een beeld te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET]. Sleep uw vinger over het deel dat u wilt wissen. • De te wissen delen zijn gekleurd. • Door [Onged.
Afspelen/Bewerken • De beelden kunnen onnatuurlijk lijken omdat de achtergrond van de gewiste delen kunstmatig gecreëerd wordt. • Voer voor groepsbeelden [Retouche wissen] op ieder beeld uit (ze kunnen niet in één keer bewerkt worden). • Als [Retouche wissen] op groepsbeelden uitgevoerd wordt, worden deze als nieuwe beelden bewaard, gescheiden van de oorspronkelijke beelden. In deze gevallen niet beschikbaar: • Niet beschikbaar wanneer de zoeker in gebruik is.
Afspelen/Bewerken [Titel bew.] U kunt tekst (commentaar) toevoegen aan beelden. Nadat er tekst geregistreerd is, kan het afgedrukt worden bij het printen m.b.v. [Tekst afdr.] (P251). 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Titel bew.]>[Enkel]/[Multi] 2 Selecteer een beeld waaraan u tekst wilt toevoegen. • [’] wordt afgebeeld voor beelden met al geregistreerde titels. Instelling [Enkel] 1 Op 2/1 drukken om het beeld te kiezen. 2 Druk op [MENU/SET].
Afspelen/Bewerken [Tekst afdr.] U kunt de opnamedatum/tijd, naam, plaats, reisdatum of titel op de gemaakte beelden afdrukken. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Tekst afdr.]>[Enkel]/[Multi] 2 Selecteer een beeld dat u wilt afdrukken met tekst. • [‘] verschijnt op het scherm als het beeld afgedrukt wordt met tekst. Instelling [Enkel] 1 Op 2/1 drukken om het beeld te kiezen. 2 Druk op [MENU/SET].
Afspelen/Bewerken 4 5 Druk op 3/4 om de tekstafdruk-onderdelen te selecteren en druk dan op [MENU/SET]. Druk op 3/4 om de instellingen te selecteren en druk vervolgens op [MENU/ SET]. Onderdeel [Opnamedatum] Beschrijving van instellingen [ZON. TIJD]: Druk het jaar, de maand en de datum af. [MET TIJD]: Druk het jaar, de maand, de dag, het uur en de minuten af. [OFF] [ ]: De in [Gezicht herk.] geregistreerde naam zal ([Gezichtsherkenning]) gestempeld worden.
Afspelen/Bewerken • Wanneer u beelden afdrukt die bedrukt zijn met tekst, zal de datum over de bedrukte tekst heen afgedrukt worden als u het afdrukken van de datum specificeert bij de fotowinkel of op uw printer. • U kunt tot 100 beelden per keer instellen met [Multi]. • De beeldkwaliteit zou kunnen verslechteren wanneer de tekstafdruk uitgevoerd wordt. • Afhankelijk van de printer die u gebruikt, kunnen sommige letters afgeknipt worden tijdens het printen. Controleer dit op voorhand.
Afspelen/Bewerken [Splits video] De opgenomen video kan in twee delen gesplitst worden. Dit wordt aanbevolen wanneer u een deel dat u nodig heeft wilt afsplitsen van een deel dat u niet nodig heeft. Het splitsen van een video is permanent: Denk goed na voordat u splitst! 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Splits video] 2 Druk op 2/1 om de te splitsen video te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET]. 3 Druk op 3 op het punt waarop u wilt splitsen.
Afspelen/Bewerken [Intervalvideo] Deze functie stelt u in staat om een film te creëren uit een beeldengroep die opgenomen is met [Intervalopname]. De zo gecreëerde film wordt in het MP4-opnameformaat bewaard. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Intervalvideo] 2 3 Selecteer de [Intervalopname] beeldgroep met 2/1, en druk vervolgens op [MENU/SET]. Selecteer de items en de instellingen. Onderdeel [Opn.
Afspelen/Bewerken [Stop-motionvideo] Er wordt een film gecreëerd uit de groepsbeelden die met [Stop-motionanimatie] gemaakt zijn. De gecreëerde films worden bewaard in het MP4-opnameformaat. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Stop-motionvideo] 2 3 Selecteer de stop-motion-animatiegroep met 2/1 en druk vervolgens op [MENU/SET]. Creëer een film door de creatiemethode te selecteren. • De stappen zijn gelijk aan die voor de creatie van een film uit de opname van [Stop-motionanimatie].
Afspelen/Bewerken [Nw. rs.] Om gemakkelijk posten naar webpagina's, bijlagen naar email enz. toe te laten, wordt de beeldresolutie (aantal pixels) gereduceerd. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Nw. rs.]>[Enkel]/[Multi] 2 Selecteer het beeld en de resolutie. Instelling [Enkel] 1 Op 2/1 drukken om het beeld te selecteren en vervolgens op [MENU/SET] drukken. 2 Druk op 3/4 om de grootte te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET]. • Het bevestigingsbeeldscherm wordt weergegeven.
Afspelen/Bewerken [Bijsnijden] U kunt eerst uitvergroten en dan een belangrijk deel van de opname kiezen. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Bijsnijden] 2 Op 2/1 drukken om het beeld te selecteren en vervolgens op [MENU/SET] drukken. 3 Gebruik de functieknop op de achterkant en druk op 3/4/2/1 om de door te knippen delen te selecteren.
Afspelen/Bewerken [Roteren]/[Scherm roteren] Met deze functie kunt u automatisch opnamen verticaal afbeelden als deze gemaakt werden met een verticaal gehouden toestel of opnamen handmatig draaien met stappen van 90o. [Roteren] (Het beeld wordt handmatig gedraaid) • De [Roteren]-functie wordt uitgeschakeld als [Scherm roteren] op [OFF] gezet is. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Roteren] 2 Op 2/1 drukken om het beeld te selecteren en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
Afspelen/Bewerken [Favorieten] U kunt het volgende doen als er een markering toegevoegd is aan opnamen en deze ingesteld zijn als favorieten. • De opnamen die ingesteld zijn als favorieten alleen als diavoorstelling afspelen. • Alleen de beelden die ingesteld zijn als favorieten afspelen. ([Favoriet afsp.]) • Alle foto's wissen die niet ingesteld zijn als favorieten. ([Alles wissen behalve Favoriet]) 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Favorieten]>[Enkel]/[Multi] 2 Selecteer de opname.
Afspelen/Bewerken [Print inst.] DPOF “Digital Print Order Format” is een systeem waarmee de gebruiker kan kiezen welke opnamen hij afdrukt, hoeveel exemplaren van elk beeld hij afdrukt en of de opnamedatum wel of niet afgedrukt moet worden met een DPOF-compatibele fotoprinter of fotograaf. Voor details raadpleegt u uw fotograaf. Als u [Print inst.] voor een groep beelden instelt, zal de afdrukinstelling voor het aantal afdrukken op ieder beeld van de groep toegepast worden. 1 Selecteer het menu.
Afspelen/Bewerken ∫ Alle [Print inst.] instellingen annuleren Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Print inst.]>[Annul] • Het bevestigingsbeeldscherm wordt weergegeven. Het wordt uitgevoerd als [Ja] geselecteerd wordt. Verlaat het menu na de uitvoering. ∫ De datum afdrukken Na het instellen van het aantal afdrukken, kunt u het afdrukken met opnamedatum instellen/wissen door op 1 te drukken.
Afspelen/Bewerken [Beveiligen] U kunt een beveiliging instellen voor opnames waarvan u niet wilt dat ze per ongeluk gewist kunnen worden. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Beveiligen]>[Enkel]/[Multi] 2 Selecteer de opname. Instelling [Enkel] Op 2/1 drukken om het beeld te selecteren en vervolgens op [MENU/SET] drukken. • De instelling wordt gewist als opnieuw op [MENU/SET] gedrukt wordt. • Verlaat het menu nadat het ingesteld is.
Afspelen/Bewerken [Gez.herk. bew.] U kunt alle informatie m.b.t. gezichtsdetectie in geselecteerd beelden annuleren en verplaatsen. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Gez.herk. bew.]>[REPLACE]/[DELETE] 2 3 4 Op 2/1 drukken om het beeld te selecteren en dan op [MENU/SET] drukken. Op 2/1 drukken om de persoon te selecteren en vervolgens op [MENU/SET] drukken. (Wanneer [REPLACE] geselecteerd is) Druk op 3/4/2/1 om de te vervangen persoon te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
Wi-Fi/NFC Wi-FiR-functie/NFC-functie ∫ Gebruik de camera als een draadloze LAN-inrichting Wanneer u apparatuur of computersystemen gebruikt die betrouwbaardere veiligheid vereisen dan draadloze LAN-inrichtingen, zorg er dan voor dat de juiste metingen genomen worden voor veiligheidsontwerpen en -defecten voor de systemen die gebruikt worden.
Wi-Fi/NFC ∫ Dit toestel is compatibel met NFC Gebruik de NFC “Near Field Communication”-functie om gemakkelijk de gegevens over te zetten die nodig zijn voor een Wi-Fi-verbinding tussen deze camera en de smartphone/tablet. Compatibele modellen Deze functie kan gebruikt worden met een NFC-compatibel apparaat met Android (OS versie 2.3.3 of hoger).
Wi-Fi/NFC ∫ Beschrijvingsmethode In deze gebruiksaanwijzing worden de stappen voor de instelling van een menu-onderdeel als volgt beschreven. [Wi-Fi] > [Nieuwe verbinding]>[Op afstand opnemen en weergeven] Als een stap “selecteer [Smartphone]”, enz., bevat, voer dan ongeacht welke van de volgende handelingen uit. Knopbediening: Selecteer [Smartphone] met de cursorknop en druk vervolgens op [MENU/SET]. Aanraakbediening: Raak [Smartphone] aan.
Wi-Fi/NFC Wat u kunt doen met de Wi-Fi functie Wat kunt u doen Bediening met een smartphone/tablet Opnames maken met een smartphone. De beelden bewaren die in de camera opgeslagen zijn. Beelden naar een SNS versturen. P269 Gemakkelijke verbinding, gemakkelijke overdracht Druk eenvoudig op [Wi-Fi] en houd deze ingedrukt of gebruik de NFC-functie.
Wi-Fi/NFC Bediening met een smartphone/tablet U kunt de camera op afstand bedienen met gebruik van een smartphone/tablet. U moet de “Panasonic Image App” (van nu af “Image App” genoemd) op uw smartphone/tablet installeren. Installeren van de “Panasonic Image App” app voor smartphone/tablet De “Image App” is een applicatie die door Panasonic verstrekt wordt. Voor AndroidTM apps OS iOS 5.0~iOS 6.1 1 1 2 Installatieprocedure Voor iOS apps Android 2.2~Android 4.2¢ 3 4 Verbind uw Android.
Wi-Fi/NFC Verbinden met een smartphone/tablet Er kan gemakkelijk een verbinding tot stand gebracht worden door op [Wi-Fi] te drukken en deze ingedrukt te houden of door de NFC-functie te gebruiken. Voorbereiding: • Installeer van tevoren “Image App”. (P269) 1 Druk op [Wi-Fi] en houd de knop ingedrukt. • De informatie (SSID en password) wordt weergegeven die vereist is voor het rechtstreeks tot stand brengen van een verbinding tussen uw smartphone/tablet en dit toestel.
Wi-Fi/NFC ∫ Veranderen van de verbindingsmethode Druk voor het veranderen van de verbindingsmethode op [DISP.] en selecteer vervolgens de andere verbindingsmethode. Op de camera Selecteer [Via netwerk] of [Direct] en maak de verbinding. (P301) Op uw smartphone/tablet Wanneer u verbindt met [Via netwerk]: 1 2 3 Schakel de Wi-Fi-functie in. Selecteer het draadloze toegangspunt waarmee u verbinding wilt maken en stel in. Start “Image App ”.
Wi-Fi/NFC Verbinding maken met een smartphone/tablet met gebruik van de NFC-functie Gebruik de NFC “Near Field Communication”-functie om gemakkelijk de gegevens over te zetten die nodig zijn voor een Wi-Fi-verbinding tussen deze camera en de smartphone/ tablet. ∫ Compatibele modellen Deze functie kan gebruikt worden met een NFC-compatibel apparaat met Android (OS versie 2.3.3 of hoger).
Wi-Fi/NFC Wanneer de verbinding voor het eerst gemaakt wordt, wordt het bevestigingsscherm weergegeven. 1 2 Wanneer het bevestigingsscherm op dit toestel weergegeven wordt, selecteer dan [Ja]. Raak opnieuw de smartphone/tablet aan op [ ] van de camera. • De verbonden smartphone/tablet wordt op deze camera geregistreerd. • Er kunnen tot 20 smartphones/tablets geregistreerd worden.
Wi-Fi/NFC Fotograferen via een smartphone/tablet (remote opname) 1 2 Verbinding met een smartphone/tablet maken. (P270) Selecteer [ ] op de smartphone/tablet. • De opgenomen beelden worden in de camera bewaard. • Er kunnen ook films opgenomen worden. • Sommige instellingen zijn niet beschikbaar. • Het scherm verschilt afhankelijk van het uitvoerende systeem. Beelden bewaren die in de camera opgeslagen zijn 1 2 3 Verbinding met een smartphone/tablet maken. (P270) Selecteer [ ] op de smartphone/tablet.
Wi-Fi/NFC Gemakkelijk overzetten van beelden die in de camera opgeslagen zijn Een Wi-Fi-verbinding met gebruik van de NFC-functie is mogelijk, door aanraking van de smartphone/tablet op dit toestel, waarna u gemakkelijk de beelden kunt overzetten die op het scherm weergegeven worden. Een beeld kan onmiddellijk nadat het opgenomen is verstuurd worden. U kunt het dus gemakkelijk naar de smartphone/tablet¢ van uw familie of vrienden versturen. ¢ Het is nodig om voor het gebruik de “Image App” te installeren.
Wi-Fi/NFC Beelden in de camera naar een SNS versturen 1 2 3 Verbinding met een smartphone/tablet maken. (P270) Selecteer [ ] op de smartphone/tablet. Versleep een beeld om het naar een SNS, enz., te versturen. • Het beeld wordt naar een web-service zoals een SNS verstuurd. • De functie kan toegekend worden aan de bovenkant, de onderkant, links of rechts, al naargelang uw voorkeur.
Wi-Fi/NFC Versturen van beelden naar een smartphone/tablet door de camera te bedienen ∫ Methoden voor het versturen en beelden die verstuurd kunnen worden JPEG RAW MP4 AVCHD 3D Versturen van een beeld telkens als een opname gemaakt wordt ([Afbeeldingen versturen tijdens opname]) ± — — — — Versturen van geselecteerde beelden ([Afbeeldingen versturen van camera]) ± — ± — — • Het kan zijn dat enkele beelden niet afgespeeld of verzonden worden, afhankelijk van de apparatuur.
Wi-Fi/NFC Versturen van een beeld telkens wanneer een opname gemaakt wordt ([Afbeeldingen versturen tijdens opname]) 1 Selecteer het menu. [Wi-Fi] > 2 [Nieuwe verbinding]>[Afbeeldingen versturen tijdens opname]> [Smartphone] Selecteer [Via netwerk] of [Direct] en maak de verbinding. (P301) Op uw smartphone/tablet Wanneer u verbindt met [Via netwerk]: 1 Schakel de Wi-Fi-functie in. 2 Selecteer het draadloze toegangspunt waarmee u verbinding wilt maken en stel in. 3 Start “Image App”.
Wi-Fi/NFC Versturen van geselecteerde beelden ([Afbeeldingen versturen van camera]) 1 Selecteer het menu. [Wi-Fi] > 2 [Nieuwe verbinding]>[Afbeeldingen versturen van camera]> [Smartphone] Selecteer [Via netwerk] of [Direct] en maak de verbinding. (P301) Op uw smartphone/tablet Wanneer u verbindt met [Via netwerk]: 1 Schakel de Wi-Fi-functie in. 2 Selecteer het draadloze toegangspunt waarmee u verbinding wilt maken en stel in. 3 Start “Image App”.
Wi-Fi/NFC Weergeven van beelden op een TV U kunt beelden op de TV weergeven als deze de Digital Media Renderer (DMR) -functie van de DLNA-standaard ondersteunt. Voorbereiding: Zet de TV op de DLNA-wachtmodus. • Lees de gebruiksaanwijzing van uw TV. • Voor details over compatibele inrichtingen raadpleegt u de ondersteunende sites hieronder. http://panasonic.jp/support/global/cs/dsc/ (Deze site is alleen in het Engels.) 1 Selecteer het menu.
Wi-Fi/NFC Versturen van beelden naar een printer U kunt beelden naar een compatibele printer versturen en ze draadloos afdrukken. ∫ Methoden voor het versturen en beelden die verstuurd kunnen worden Versturen van geselecteerde beelden ([Afbeeldingen versturen van camera]) JPEG RAW MP4 AVCHD 3D ± — — — — • Het kan zijn dat enkele beelden niet verzonden worden, afhankelijk van de apparatuur. • Raadpleeg P307 voor details over hoe de beelden verzonden moeten worden.
Wi-Fi/NFC Versturen van beelden naar een AV-inrichting U kunt foto's en films naar AV-apparatuur in uw huis versturen (AV-thuisapparatuur). U kunt ze ook via “LUMIX CLUB” naar de apparatuur (externe AV-apparatuur) van uw familie of vrienden versturen die ver weg wonen.
Wi-Fi/NFC Voorbereiding: Als u een beeld naar [Thuis] stuurt, zet uw apparaat dan op de DLNA-wachtmodus. • Lees de instructiehandleiding van het apparaat in kwestie voor details. Voor het versturen van beelden naar [Extern] is het volgende nodig: • Registratie bij “LUMIX CLUB” (P295) • Adresnummer en toegangsnummer die door het externe AV-apparaat van bestemming verworven zijn. (P300) Klik op het volgende om naar het begin van ieder menu te springen.
Wi-Fi/NFC Versturen van geselecteerde beelden ([Afbeeldingen versturen van camera]) 1 Selecteer het menu. [Wi-Fi] > 2 3 4 5 [Nieuwe verbinding]>[Afbeeldingen versturen van camera]>[AV-toestel] Selecteer [Thuis] of [Extern]. Selecteer [Via netwerk] of [Direct] en maak de verbinding. (P301) • Als [Extern] geselecteerd is, kan [Direct] niet geselecteerd worden. Selecteer een apparaat waarmee u verbinding wilt maken. • Als de verbinding gemaakt is, wordt het scherm weergegeven.
Wi-Fi/NFC Versturen van beelden naar een PC U kunt foto's en films die met dit toestel opgenomen zijn naar een PC sturen.
Wi-Fi/NFC Een map creëren die beelden ontvangt • Creëer een PC-gebruikersaccount (tot 254 karakters) en een password (tot 32 karakters) die uit alfanumerieke karakters bestaan. Een poging om een ontvangstmap te creëren kan mislukken als de account niet-alfanumerieke karakters bevat. ∫ Wanneer u “PHOTOfunSTUDIO ” gebruikt 1 Installeer “PHOTOfunSTUDIO” op de PC. • Voor details over hardwarevereisten en installatie, lees “Over de geleverde software” 2 (P321).
Wi-Fi/NFC Versturen van een beeld telkens wanneer een opname gemaakt wordt ([Afbeeldingen versturen tijdens opname]) 1 Selecteer het menu. [Wi-Fi] > 2 3 [Nieuwe verbinding]>[Afbeeldingen versturen tijdens opname]>[PC] Selecteer [Via netwerk] of [Direct] en maak de verbinding. (P301) Selecteer de PC waarmee u verbinding wilt maken.
Wi-Fi/NFC Versturen van geselecteerde beelden ([Afbeeldingen versturen van camera]) 1 Selecteer het menu. [Wi-Fi] > 2 3 [Nieuwe verbinding]>[Afbeeldingen versturen van camera]>[PC] Selecteer [Via netwerk] of [Direct] en maak de verbinding. (P301) Selecteer de PC waarmee u verbinding wilt maken. • Als de PC waarmee u verbinding wilt maken niet weergegeven wordt, selecteer dan [Handmatige invoer] en voer de computernaam van de PC in (naam van NetBIOS voor Apple Mac computers).
Wi-Fi/NFC Gebruik van web-diensten U kunt foto's en films via “LUMIX CLUB” naar een SNS, enz., versturen. Door automatische overzettingen van foto's en films naar [Cloud-synchr. service] in te stellen, kunt u de overgezette foto's of films op een PC of smartphone ontvangen. LUMIX CLUB A Draadloos toegangspunt B [Webservice] C [Cloud-synchr. service] Klik op het volgende om naar het begin van ieder menu te springen.
Wi-Fi/NFC Voorbereiding: U dient zich bij “LUMIX CLUB” (P295) te registreren om een beeld naar een webservice te versturen. Om beelden naar een webservice te sturen, moet u de webservice registreren. (P289) Klik op het volgende om naar het begin van ieder menu te springen.
Wi-Fi/NFC Registreren van web-services Wanneer u beelden verstuurd naar web-diensten, moet de gebruikte web-dienst geregistreerd worden bij de “LUMIX CLUB”. • Controleer de “FAQ / Contact” op de volgende site voor compatibele webservices. http://lumixclub.panasonic.net/ned/c/lumix_faqs/ Voorbereiding: Zorg ervoor dat u een account op de webservice gecreëerd heeft dat u wilt gebruiken en dat u de log-in informatie beschikbaar heeft.
Wi-Fi/NFC Versturen van geselecteerde beelden ([Afbeeldingen versturen van camera]) 1 Selecteer het menu. [Wi-Fi] > [Nieuwe verbinding]>[Afbeeldingen versturen van camera]>[Webservice] 2 3 Selecteer [Via netwerk] en maak de verbinding. (P301) Selecteer een webservice waarmee u verbinding wilt maken. • Als de verbinding gemaakt is, wordt het scherm weergegeven. Om de instelling voor het 4 Selecteer [Enkelvoudig select.] of [Multi selecteren].
Wi-Fi/NFC Wanneer u berichten verstuurt naar [Cloud-synchr. service] ∫ Methoden voor het versturen en beelden die verstuurd kunnen worden JPEG RAW MP4 AVCHD 3D Versturen van een beeld telkens als een opname gemaakt wordt ([Afbeeldingen versturen tijdens opname]) ± — — — ± Versturen van geselecteerde beelden ([Afbeeldingen versturen van camera]) ± — ± — ± • Het kan zijn dat enkele beelden niet afgespeeld of verzonden worden, afhankelijk van de apparatuur.
Wi-Fi/NFC Versturen van een beeld telkens wanneer een opname gemaakt wordt ([Afbeeldingen versturen tijdens opname]) 1 Selecteer het menu. [Wi-Fi] > [Nieuwe verbinding]>[Afbeeldingen versturen tijdens opname]>[Cloud-synchr. service] 2 3 Selecteer [Via netwerk] en maak de verbinding. (P301) Controleer de verzendinstelling. • Als de verbinding gemaakt is, wordt het scherm weergegeven. Om de instelling voor het 4 Opnamen maken. • Om de instelling te veranderen of om af te sluiten, drukt u op [Wi-Fi].
Wi-Fi/NFC Registratie bij “LUMIX CLUB” Over de [LUMIX CLUB] Verkrijg een “LUMIX CLUB” login ID (gratis). Als u dit apparaat registreert bij de “LUMIX CLUB”, kunt u beelden synchroniseren tussen de inrichtingen die u gebruikt of deze beelden overzetten naar webservices. Gebruik de “LUMIX CLUB” wanneer u beelden upload naar webservices of externe AV-inrichting. • U kunt dezelfde “LUMIX CLUB” login-ID voor dit toestel en een smartphone/tablet instellen. (P298) Raadpleeg de “LUMIX CLUB”-site voor details.
Wi-Fi/NFC 5 Lees de “LUMIX CLUB”-gebruiksmaatregelen door en selecteert [Akkoord]. • U kunt pagina's schakelen via 3/4. • U kunt het display (2k) vergroten door de modusknop op de achterkant naar rechts te draaien. • U kunt het vergrote display weer op de oorspronkelijke maat (1k) zetten door de modusknop op de achterkant naar links te draaien. 6 7 • U kunt de positie van het vergrote display verplaatsen met 3/4/2/1. • Druk op [ ] om het proces te annuleren zonder een login ID te verkrijgen.
Wi-Fi/NFC Gebruik van de verkregen login-ID/Controleren of veranderen van de login-ID of het password ([Gebruikersnaam instellen]) Voorbereiding: Als de verkregen login-ID gebruikt wordt, controleer dan de ID en het password. Om het “LUMIX CLUB”-password op de camera te veranderen, gaat u naar de “LUMIX CLUB”-website vanaf uw smartphone/tablet of PC en verandert u het “LUMIX CLUB”-password van tevoren.
Wi-Fi/NFC Instellen van dezelfde login-ID voor de camera en de smartphone/tablet • Het instellen van dezelfde login-ID voor dit toestel en de smartphone/tablet is handig voor het versturen van beelden, die in dit toestel zitten, naar andere apparatuur of webservices. Wanneer of dit toestel of de smartphone/tablet de login-ID verworven heeft: 1 2 Verbind dit toestel met de smartphone/tablet. (P270) Stel de gemeenschappelijke login-ID in vanuit het “Image App”-menu.
Wi-Fi/NFC Wis uw login ID en account vanuit de “LUMIX CLUB” Wis de login ID van de camera wanneer u deze overzet naar een derde of deze weggooit. U kunt tevens uw “LUMIX CLUB”-account wissen. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Set-up]>[Wi-Fi]>[Wi-Fi setup]>[LUMIX CLUB] 2 3 4 5 Selecteer [Verwijder account]. • Het bericht wordt weergegeven. Selecteer [Volgende]. Selecteer [Ja] in het bevestigingscherm van het wissen van de login ID. • Het bericht wordt weergegeven. Selecteer [Volgende].
Wi-Fi/NFC Configureren van de instellingen van een extern AV-apparaat Er kunnen beelden verstuurd worden naar de AV-inrichting van familie en kennissen via “LUMIX CLUB”. Voorbereiding: Controleer het adresnummer (16-cijferig nummer) en het toegangsnummer (4-cijferig nummer) van de bestemming-AV-inrichting die uitgegeven is door “LUMIX CLUB”. (Raadpleeg de gebruikershandleiding van de AV-inrichting voor details) 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Set-up]>[Wi-Fi]>[Wi-Fi setup]>[Extern AV-app.
Wi-Fi/NFC Verbindingen U kunt een verbindingsmethode selecteren na een Wi-Fi-functie en een bestemming te hebben geselecteerd. Het tot stand brengen van een rechtstreekse verbinding is handig wanneer u zich ver van huis bevindt, op een plaats waar geen toegangspunten beschikbaar zijn, of wanneer u tijdelijk verbinding maakt met een apparaat dat u normaal niet gebruikt.
Wi-Fi/NFC Verbinding maken vanuit uw huis (via het netwertk) U kunt de methode selecteren om verbinding met een draadloos toegangspunt te maken. ¢ WPS verwijst naar een functie die u in staat stelt de instellingen van de verbinding en van de veiligheid van LAN-apparatuur gemakkelijk te configureren. Om te controleren of het draadloze toegangspunt dat u gebruikt compatibel is met WPS dient u de handleiding van het draadloze toegangspunt te raadplegen.
Wi-Fi/NFC Als u niet zeker bent over de compatibiliteit met WPS (verbinden met [Handmatig. verbinden.]) Zoek naar beschikbare draadloze toegangspunten. • Bevestig encryptiesleutel van het geselecteerde draadloze toegangspunt als de netwerkauthenticatie gecodeerd is. • Wanneer u verbindt d.m.v. [Handmatige invoer], bevestig SSID, encryptietype, encryptiesleutel van het draadloze toegangspunt dat u gebruikt. 1 Selecteer het draadloze toegangspunt waarmee u verbinding maakt. • Het drukken op [DISP.
Wi-Fi/NFC Verbinding maken vanuit een locatie ver van uw huis (rechtstreekse verbinding) U kunt de methode selecteren om verbinding te maken met het apparaat dat u gebruikt. Selecteer de verbindingsmethode die door uw apparaat ondersteund wordt. Verbindingsmethode [Wi-Fi Direct] Beschrijving van instellingen 1 2 3 Zet het apparaat op de Wi-Fi DirectTM modus. Selecteer [Wi-Fi Direct]. Selecteer het apparaat waarmee u verbinding wilt maken.
Wi-Fi/NFC Snel verbinding maken met dezelfde instellingen als voorheen ([Selecteer doelapparaat uit geschiedenis]/[Selecteer doelapparaat uit favorieten]) Als de Wi-Fi-functie gebruikt wordt, wordt een record in de historie bewaard. U kunt de records als favorieten registreren. Door verbinding te maken vanuit de historie van favorieten, kunt u gemakkelijk verbinding maken met dezelfde instellingen als voorheen. 1 Druk op [Wi-Fi].
Wi-Fi/NFC Bewerken van de items zie als Favorieten geregistreerd zijn 1 2 3 4 Druk op [Wi-Fi]. Selecteer [Selecteer doelapparaat uit favorieten]. Selecteer het favoriete item dat u wilt bewerken en druk vervolgens op 1. Selecteer het item. Onderdeel Beschrijving van instellingen [Verwijderen uit favorieten] [Volgorde van favorieten wijzigen] [Geregistreerde naam wijzigen] — Selecteer de bestemming. • Voor details over hoe karakters in te voeren, raadpleeg “Tekst Invoeren” sectie op P61.
Wi-Fi/NFC Instellingen om beelden te versturen Als u beelden verstuurt, selecteer dan de methode om ze te versturen na [Nieuwe verbinding] te hebben geselecteerd. Nadat de verbinding tot stand gekomen is, kunnen de instellingen voor het versturen, zoals de beeldgrootte, ook veranderd worden. • Wanneer u beelden verstuurt op een mobiel netwerk, kunnen er hoge pakketcommunicatiekosten in rekening gebracht worden afhankelijk van de details van uw contract.
Wi-Fi/NFC Veranderen van de instellingen om beelden te versturen Door op [DISP.] te drukken nadat een verbinding tot stand gebracht is, kunt u de instellingen voor het versturen veranderen, zoals de beeldgrootte voor het versturen. Onderdeel [Grootte] Beschrijving van instellingen Grootte aanpassen van het te versturen beeld. [Origineel]/[Automatisch]¢1/[Wijzig] • Als u [Automatisch] selecteert, zal het beeldformaat bepaald worden door de omstandigheden op de bestemming.
Wi-Fi/NFC [Wi-Fi setup] Menu Configureer de instellingen die nodig zijn voor de Wi-Fi-functie. De instellingen kunnen niet veranderd worden als er een Wi-Fi-verbinding is. Selecteer het menu. [MENU] > [Set-up]>[Wi-Fi]>[Wi-Fi setup]>Gewenst item dat ingesteld moet worden [LUMIX CLUB] Verwerft of verandert de “LUMIX CLUB”-login-ID. • Raadpleeg P295 voor details. U kunt de werkgroep instellen. Om beelden naar een PC te sturen, wordt een verbinding met dezelfde werkgroep als de PC van bestemming vereist.
Wi-Fi/NFC Stelt de werking van de camera in nadat de verbinding met de NFC-functie volledig tot stand gekomen is. [Touch sharing] [Wi-Fi-wachtwoord] [ON]: Als een Wi-Fi-verbinding tot stand gebracht wordt met de NFC-functie, tijdens het afspelen van een enkel beeld, kan dit beeld overgezet worden. [OFF] Om incorrecte hantering of gebruik van de Wi-Fi functie door derden te voorkomen en om opgeslagen informatie te beschermen, wordt het aanbevolen dat u de Wi-Fi functie met een wachtwoord beschermt.
Aansluiten op andere apparatuur Van 3D-beelden genieten 3D-beelden opnemen Als u de onderlinge verwisselbare 3D-lens (H-FT012: optioneel) op uw toestel aanbrengt, kunt u voor extra effecten 3D-beelden opnemen. Om 3D-beelden te kunnen bekijken, heeft u een televisie nodig die 3D ondersteunt. 1 2 Bevestig de onderling verwisselbare 3D-lens op het toestel. Breng het onderwerp in het frame en neem op door de sluiterknop volledig in te drukken. • Scherpstellen is niet nodig bij het opnemen van 3D-beelden.
Aansluiten op andere apparatuur ∫ Functies die tijdens het 3D-opnemen niet gebruikt kunnen worden Wanneer u met de onderling verwisselbare 3D-lens (H-FT012: optioneel) opneemt, worden de volgende kenmerken uitgeschakeld: (Opnamefuncties) • Werking van Auto Focus/Manuele Focus • Instelling van openingswaarde • Werking van de zoom • Opname bewegende beelden¢1 • [Glinsterend water]/[Fonkelende verlichting]/[Panorama-opname] (Scene Guide modus) • [Ruw zwart-wit]/[Expressieve indruk]/[Hoge dynamiek]/[Speelgoedc
Aansluiten op andere apparatuur Afspelen van 3D-beelden Sluit het toestel aan op een televisie die compatibel is met 3D, speel de in 3D opgenomen beelden af en geniet van de extra effecten van de 3D-beelden. Het is ook mogelijk om de in 3D opgenomen beelden af te spelen door een SD-kaart in de 3D-compatibele televisie, die een kaartsleuf heeft, te plaatsen. Voorbereiding: Zet [HDMI-functie] op [AUTO], [1080p] of [1080i]. (P57) Zet [3D-weergave] op [ ].
Aansluiten op andere apparatuur • Als een in 3D opgenomen beeld op dit toestel weergegeven wordt, wordt het afgespeeld in 2D (conventioneel beeld). • Er zal enkele seconden lang een zwart beeldscherm weergegeven worden als u tussen het afspelen van 3D-beelden en 2D-beelden heen en weer schakelt. • Als u een thumbnail van een 3D-beeld selecteert, kan het enkele seconden duren voordat het afspelen van start gaat.
Aansluiten op andere apparatuur Beelden terugspelen op een TV-scherm Beelden die met dit toestel opgenomen zijn, kunnen op een TV afgespeeld worden. Voorbereiding: Schakel het toestel en de televisie uit. • Bevestig de aansluitingen op uw TV en gebruik een kabel die daarmee compatibel is. De beeldkwaliteit kan variëren al naargelang de gebruikte aansluitingen. 1 Hoge kwaliteit 2 HDMI aansluiting 3 Video aansluiting 1 Sluit het toestel en de TV op elkaar aan.
Aansluiten op andere apparatuur Aansluiten met een AV-kabel (optioneel) • Gebruik altijd een originele Panasonic AV-kabel (DMW-AVC1: optioneel). • Controleer de [TV-aspect]. (P57) • Het geluid zal afgespeeld worden in mono. • De zoeker kan niet afgebeeld worden wanneer deze verbonden is met een AV-kabel. A De markeringen uitlijnen en erin doen.
Aansluiten op andere apparatuur De gemaakte foto's kunnen afgespeeld worden op een TV met een SD-geheugenkaartgleuf • Afhankelijk van het TV-model kunnen de opnamen misschien niet afgespeeld worden op het hele scherm. • Het bestandformaat van de films die afgespeeld kunnen worden verschilt, afhankelijk van het model TV. • In bepaalde omstandigheden kunnen panoramabeelden niet afgespeeld worden. Tevens zou het zelfdoorlopen-afspelen van panoramabeelden niet kunnen werken.
Aansluiten op andere apparatuur Gebruik van VIERA Link (HDMI) Wat is VIERA Link (HDMI) (HDAVI Control™)? • Met deze functie kunt u met behulp van de afstandsbediening voor de Panasonic-TV eenvoudige handelingen uitvoeren wanneer dit toestel met behulp van een HDMI-minikabel voor automatisch gekoppelde handelingen is aangesloten op het VIERA Link-compatibele apparaat. (Niet alle handelingen zijn mogelijk.
Aansluiten op andere apparatuur ∫ Andere gekoppelde handelingen Uitschakelen van dit toestel: Als u een afstandsbediening van de TV gebruikt om de TV uit te schakelen, wordt dit toestel ook uitgeschakeld. Automatische ingangsschakeling: • Als u de aansluiting met een HDMI-minikabel tot stand brengt en dit toestel vervolgens inschakelt en dan op [(] drukt, zal het uitgangskanaal van de stroom van de TV automatisch naar het scherm van het toestel schakelen.
Aansluiten op andere apparatuur Bewaren van foto's en films op uw PC U kunt opnamen op een PC zetten door het toestel en de PC met elkaar te verbinden. • Sommige PC's kunnen direct van de kaart lezen die uit de camera gehaald is. Voor details, de handleiding raadplegen van uw PC. • Als de gebruikte computer geen SDXC-geheugenkaarten ondersteunt, kan een bericht verschijnen waarin u verzocht wordt om te formatteren.
Aansluiten op andere apparatuur Over de geleverde software De geleverde CD-ROM bevat de volgende software. Installeer de software op uw computer voor gebruik. • PHOTOfunSTUDIO 9.2 PE (Windows XP/Vista/7/8) Deze software stelt u in staat beelden te beheren. U kunt bijvoorbeeld foto's en films naar een PC sturen en ze sorteren op opnamedatum of modelnaam. U kunt ook handelingen verrichten zoals het schrijven van beelden naar een DVD, het verwerken en corrigeren van beelden en het opmaken van films.
Aansluiten op andere apparatuur ∫ Installeren van bijgeleverde software • Voordat u de CD-ROM erin doet, dient u alle lopende toepassingen te sluiten. 1 Controleer de omgeving van uw PC. • Operationele verwerkingsomgeving van “PHOTOfunSTUDIO 9.
Aansluiten op andere apparatuur ∫ Beelden naar een PC overbrengen Voorbereiding: Installeer “PHOTOfunSTUDIO ” op de PC. 1 Verbind de computer en de camera met de USB-aansluitkabel (bijgeleverd). • Schakel dit toestel en uw PC in alvorens de aansluiting te maken. • Controleer de richtingen van de connectors, en doe ze er recht in of haal ze er recht uit. (Anders zouden de connectors verbogen kunnen worden en dit zal problemen opleveren.
Aansluiten op andere apparatuur ∫ Naar een PC kopiëren zonder gebruik van “PHOTOfunSTUDIO ” Als u niet in staat bent om “PHOTOfunSTUDIO ” te installeren, kunt u de bestanden en de mappen naar uw PC kopiëren door de bestanden van dit toestel te verslepen en zo over te brengen. • De inhoud (mapstructuur) op de kaart van dit toestel is als volgt.
Aansluiten op andere apparatuur Bewaren van foto's en films op een recorder Als u een kaart, met inhouden die met dit toestel opgenomen zijn, in een Panasonic recorder plaatst, kunt u de inhoud naar een Blu-ray disc of een DVD, enz. dubben. De methoden om foto's en films naar andere apparatuur te exporteren, zullen afhankelijk zijn van het bestandsformaat (JPEG, RAW, MPO, AVCHD, of MP4). • Zie de handleiding van de recorder voor details over het kopiëren en het afspelen.
Aansluiten op andere apparatuur Beelden afdrukken Als u de camera aansluit op een printer die PictBridge ondersteunt, kunt u de af te drukken beelden selecteren en opdracht geven dat het printen van start gaat op de monitor van de camera. • Gegroepeerde beelden worden afzonderlijk weergegeven. • Sommige printers kunnen direct van de kaart afdrukken die uit de camera gehaald is. Voor details, de handleiding raadplegen van uw printer. Voorbereiding: Het toestel en de printer aanzetten.
Aansluiten op andere apparatuur Een beeld kiezen en uitprinten 1 Op 2/1 drukken om het beeld te selecteren en vervolgens op [MENU/SET] drukken. PictBridge Pi 9HHOY DIGU 3ULQWHQ 2 Op 3 drukken om [Print start] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. • Raadpleeg P328 voor de items die ingesteld kunnen worden voordat u met het afdrukken van de beelden begint. • De USB-aansluitkabel losmaken na het afdrukken. Meerdere beelden kiezen en uitprinten 1 2 Op 3 drukken.
Aansluiten op andere apparatuur Printinstellingen Selecteer de items en stel deze zowel op het scherm in stap 2 van de “Een beeld kiezen en uitprinten” als in stap 3 van de “Meerdere beelden kiezen en uitprinten” procedures in. • Wanneer u beelden wilt afdrukken op een papierformaat of met een opmaak die niet verwerkt worden door het toestel, stelt u [Papierafmeting] of [Lay-out pagina] in op [{] en stelt u vervolgens het papierformaat of de opmaak in op de printer.
Aansluiten op andere apparatuur ∫ [Papierafmeting] Onderdeel { Beschrijving van instellingen De printerinstellingen hebben voorrang. [L/3.5qk5q] 89 mmk127 mm [2L/5qk7q] 127 mmk178 mm [POSTCARD] [16:9] 100 mmk148 mm 101,6 mmk180,6 mm [A4] 210 mmk297 mm [A3] 297 mmk420 mm [10k15cm] 100 mmk150 mm [4qk6q] 101,6 mmk152,4 mm [8qk10q] 203,2 mmk254 mm [LETTER] 216 mmk279,4 mm [CARD SIZE] 54 mmk85,6 mm • Papiermaten die niet verdragen worden door de printer zullen niet afgebeeld worden.
Aansluiten op andere apparatuur ∫ Opmaakafdrukken Wanneer u een beeld verschillende keren afdrukt op 1 vel papier. Als u bijvoorbeeld een beeld 4 keer wilt afdrukken op 1 vel papier, stelt u [Lay-out pagina] in op [ä] en vervolgens [Aantal prints] op 4. Wanneer u verschillende beelden afdrukt op 1 vel papier. Als u bijvoorbeeld 4 verschillende beelden wilt afdrukken op 1 vel papier, [Lay-out pagina] instellen op [ä] en vervolgens [Aantal prints] in instellen op 1 voor elk van de 4 beelden.
Overige Optionele accessoires Externe Flits (optioneel) Na het bevestigen van de flits (DMW-FL360L, DMW-FL220, DMW-FL360, DMW-FL500: optioneel), zal het effectieve bereik vergroot worden wanneer deze vergeleken wordt met de ingebouwde flits van het toestel. Voorbereiding: • Zet het toestel uit en sluit de ingebouwde flits. De bescherming van de flitsschoen verwijderen Het toestel wordt geleverd met een bescherming voor de flitsschoen die op de flitsschoen bevestigd is.
Overige Als andere in de handel verkrijgbare externe flitsers zonder communicatiefuncties op de camera gebruikt worden (DMC-GX7) • In dit geval moet u de belichting instellen op de externe flitslamp. Als u de flitslamp toch wilt gebruiken in de automatische functie, moet u er een gebruiken waarvoor u het diafragma en de ISO-gevoeligheid kunt instellen en kunt aanpassen aan die van de camera.
Overige afstandsbediening sluiter (optioneel) Als u de sluiter met afstandbediening gebruikt (DMW-RSL1: optioneel), kunt u trillingen vermijden (schudden van de camera) als een statief gebruikt wordt en kunt u de sluiter volledig indrukken voor het fotograferen met [B] (bol) of met de burst-modus. De sluiter met afstandsbediening werkt net zo als de sluiterknop op de camera. • Gebruik altijd een originele Panasonic afstandsbediening voor sluiters (DMW-RSL1: optioneel).
Overige Display Monitor/Display Zoeker • De volgende afbeeldingen zijn voorbeelden van wanneer het displayscherm in de monitor op [ ] (monitorstijl) gezet is. ∫ In Opname 4:3 L Kaart (P34) (alleen weergegeven tijdens opname) AFS ラュン 8m30s AEL 1.
Overige 4:3 3 L AFS ラュン Naam¢1 (P202) Aantal dagen dat verstreken is sinds de vertrekdatum¢2 (P52) Leeftijd¢1 (P202) AEL 1.
Overige 50 4:3 L 5 AFS ラュン Gebruiksaanwijzing draaiknop (P18) BKT AWB AEL 1.
Overige Fn5 × Fn6 F Fn7 SS Fn8 ISO Fn9 • Alleen op de monitor weergegeven.
Overige Opname-informatie op de monitor F 1.7 0 ISO 200 AWB Enkel (P65) 0 0 AFS 3 1/60 4:3 L Burst (P179) Wi-Fi Fn 98 Auto Bracket (P183) Zelfontspanner (P186) AFS AFF AFC MF 1 š C1 EXPS Opnamefunctie (P69) F1.
Overige ∫ In Terugspelen 4:3 1 L 1/98 IRWR ( '$* 1/98 Beeldnummer/Totaal opnamen IRWR Aantal beelden in burst 8m30s Opnametijd films¢1 (P77) 3 PQG GJ F1.
Overige Weergave van gedetailleerde informatie 60 F1.7 0 WB ISO AWB 200 AFS P STD. '(& 4:3 L s RGB 1 100-0001 2 Opgenomen datum en tijd/Wereldtijd (P51) Opname-informatie Intelligent Dynamic Range Control¢3 (P142) 3 4:3 HDR¢4 (P143) Intelligente Resolutie (P142) L A› Schaduwcompensatie¢4 (P144) Beeldgrootte/ Beeldverhouding (P139) Kwaliteit (P140) Kleurruimte¢4 (P145) 100-001 Map/Bestandnummer¢3 (P324) Weergave histogram F1.
Overige Waarschuwingen op het scherm Soms verschijnen op het scherm bevestigingen of foutmeldingen. De belangrijkste meldingen worden hieronder beschreven. [Deze foto is beveiligd] > Het beeld wissen nadat de beveiliginstelling geannuleerd is. (P263) [Sommige foto’s kunnen niet gewist worden]/[Deze foto kan niet gewist worden] • Dit kenmerk kan alleen gebruikt worden voor beelden die aan de DCF-standaard voldoen. > Voer het formatteren (P60) op dit toestel uit na de benodigde gegevens op een PC, enz.
Overige [Storing geheugenkaart]/[Parameterfout geheugenkaart]/[Deze geheugenkaart kan niet worden gebruikt.] > Gebruik een kaart die met dit toestel compatibel is. (P34) • SD-geheugenkaart (8 MB tot 2 GB) • SDHC-geheugenkaart (4 GB tot 32 GB) • SDXC-geheugenkaart (48 GB, 64 GB) [Plaats SD-kaart opnieuw]/[Andere kaart proberen a.u.b.] • Er heeft zich een fout voorgedaan bij het toetreden van de kaart. > Voer de kaart opnieuw in. > Er een andere kaart inzetten.
Overige [Beeld wordt weergegeven voor 16:9 TV]/[Beeld wordt weergegeven voor 4:3 TV] • Kies [TV-aspect] in het [Set-up] menu om de beeldverhouding van de TV te wijzigen. (P57) • Deze melding verschijnt ook als de USB-aansluitkabel alleen in de camera zit. Als het andere uiteinde van de USB-aansluitingskabel op een PC of printer aangesloten wordt, zal het bericht verdwijnen. (P323, 326) [Bewerking niet mogelijk omdat er informatie wordt verwerkt.
Overige [Uploaden naar cloudmap is beschikbaar als de cloud-synchronisatie is ingesteld op apparaten met een downloadfunctie, zoals PC of smartphone.] • De apparaten die beelden uit een cloudmap donwloaden, worden niet geregistreerd. • Voer de Cloud Sync. instelling uit. Configureer de instellingen op een PC met “PHOTOfunSTUDIO” of op een smartphone/tablet met “Image App”. Raadpleeg P293 voor details over [Cloud-synchr. service].
Overige Menulijst Klik op het volgende om naar het begin van ieder menu te springen. [Opname] [Voorkeuze] [Afspelen] P345 [Bewegend beeld] P349 [Set-up] P348 P352 P354 [Opname] In dit menu kunt u de beeldverhouding, het aantal pixels en andere aspecten van de beelden die u aan het opnemen bent instellen. • [Fotostijl], [Meetfunctie], [Schaduw markeren], [Int.dynamiek], [I.resolutie] en [Dig. zoom] maken onderdeel uit van zowel het [Opname]-menu als het [Bewegend beeld]-menu.
Overige [Multi-belicht.] Heeft een effect als multi-belichting tot gevolg. (equivalent aan tot 4 keer voor een afzonderlijk beeld) P169 [Intervalopname] U kunt de starttijd van de opname, het opname-interval en het aantal beelden instellen en automatisch onderwerpen opnemen zoals dieren en planten, terwijl de tijd verstrijkt. P189 Een stop-motionbeeld wordt gecreëerd door beelden samen te voegen.
Overige [Kleurruimte] Stel dit in als u de kleurweergave wenst te corrigeren van opgeslagen beelden op de PC, een printer enz. P145 [Stabilisatie] Wanneer er toestelschudding opgemerkt wordt tijdens het opnemen, corrigeert de camera dit automatisch. P203 [Gezicht herk.] Stelt de focus en de belichting automatisch in, de prioriteit gevend aan geregistreerde gezichten.
Overige [Bewegend beeld] Dit menu laat u de [Opname-indeling], [Opn. kwaliteit], en andere aspecten voor filmopnames instellen. • [Fotostijl], [Meetfunctie], [Schaduw markeren], [Int.dynamiek], [I.resolutie] en [Dig. zoom] maken onderdeel uit van zowel het [Opname]-menu als het [Bewegend beeld]-menu. Het veranderen van deze instellingen in één van deze menu’s wordt weerspiegeld in het andere menu. – Raadpleeg voor details de uitleg van de overeenkomstige instelling in het [Opname]-menu.
Overige [Voorkeuze] De werking van het toestel, zoals het weergeven van het beeldscherm en de werking van de knoppen, kan naar goeddunken ingesteld worden. Het is bovendien mogelijk om de gewijzigde instellingen te registreren. [Geh voorkeursinst.] Registreert de huidige camera-instellingen als standaardinstelling. P128 [Stille modus] Schakelt werkgeluiden en verlichting in een keer uit. P195 [AF/AE vergrend.
Overige [MF-gids] Wanneer u de focus handmatig instelt, wordt er een MF-gids die het u toelaat de richting te controleren voor het verkrijgen van de focus afgebeeld. P158 [Peaking] De scherp gestelde delen worden geaccentueerd als het scherpstellen handmatig plaatsvindt. P160 [Histogram] Dit biedt u de mogelijkheid om het histogram wel of niet af te beelden. P73 [Richtlijnen] Dit zal het patroon van de richtlijnen instellen dat weergegeven wordt wanneer een foto genomen wordt.
Overige [Videotoets] Stelt de bewegende beeldknop in/buiten werking. P231 [Powerzoomlens] Stelt de schermweergave en lenshandelingen in wanneer er een onderling verwisselbare lens gebruikt wordt die compatibel is met de stroomzoom (elektrisch gehanteerde zoom). P214 [Oogsensor] Dit zal de gevoeligheid van de oogsensor instellen.
Overige [Set-up] Dit menu laat u de klokinstellingen uitvoeren, de toon van de werkingspiep selecteren en andere instellingen die het gemakkelijker voor u maken om de camera te hanteren maken. U kunt ook de instellingen van de functies die met Wi-Fi verband houden configureren. [Klokinst.] De datum en de tijd instellen. P38 [Wereldtijd] Stelt de tijden in voor de regio waar u woont en uw vakantiebestemming.
Overige [Taal] De taal op het scherm instellen. P59 [Versie disp.] Dit maakt het mogelijk de versies van het bedrijfwaren van het toestel en de lens te controleren. P59 [Belichtingscomp. reset] Een belichtingswaarde kan gereset worden als de opnamemodus veranderd wordt of als de camera wordt uitgeschakeld. P59 [Zelf ontsp. auto uit] Stel in om de zelfontspanner al dan niet te annuleren als dit toestel uitgeschakeld wordt. P59 [Nr. resetten] Doet het beeldbestandnummer terugkeren naar 0001.
Overige [Afspelen] Dit menu laat u de Bescherming, Knip- of Afdrukinstellingen, enz. van gemaakte beelden instellen. [2D/3D-inst.] Schakelt de afspeelmethode voor 3D-beelden. P241 [Diashow] Selecteert het soort enz. van de beelden en speelt deze in volgorde af. P242 [Afspeelfunctie] Selecteert het soort enz. van de beelden en speelt alleen bepaalde beelden af.
Overige Problemen oplossen Probeer als eerste de volgende procedures (P355–370). Als het probleem niet wordt verholpen, kan het mogelijk worden verminderd door [Resetten] (P59) in het [Set-up]-menu te selecteren. Batterijen en stroom Het toestel kan niet bediend worden zelfs wanneer het aanstaat. Het toestel gaat uit onmiddellijk nadat het aangezet is. • De batterij is op. De batterij opladen. • Als u het toestel aanlaat, zal de batterij opgaan. > Schakel het toestel vaal uit d.m.v. de [Besparing], enz.
Overige Fotograferen is niet mogelijk. De sluiter zal niet onmiddellijk in werking treden wanneer er op de ontspanknop gedrukt wordt. • Is het onderwerp scherpgesteld? > [Prio. focus/ontspan] is ingesteld op [FOCUS] op het moment van aanschaf en u kunt geen beelden maken totdat er scherpgesteld is op het onderwerp. Als u in staat wilt zijn een beeld te maken wanneer u de ontspanknop helemaal indrukt zelfs als er nog niet geheel scherpgesteld is op het onderwerp, dient u [Prio.
Overige Het opgenomen beeld is wazig. De optische beeldstabiliseerder is niet effectief. • De sluitertijd wordt trager en de optische beeldstabilisatorfunctie werkt mogelijk vooral niet goed wanneer u opnamen op donkere plaatsen maakt. > We raden aan het toestel stevig vast te houden met beide handen wanneer u beelden maakt. (P62) > Wij raden aan een statief en de zelfontspanner (P186) te gebruiken wanneer u opnamen maakt met een langzame sluitertijd.
Overige De helderheid van de tint van het gemaakte beelden verschilt van de eigenlijke scène. • Wanneer u onder fluorescente of LED-verlichting enz. opneemt, zou het verhogen van de sluitertijd kleine veranderingen m.b.t. de helderheid en de kleur met zich mee kunnen brengen. Deze veranderingen zijn een resultaat van de eigenschappen van de lichtbron en duiden niet op storing.
Overige Bewegende beelden Opnemen video's is niet mogelijk. • Misschien bent u korte tijd niet in staat om opnames te maken wanneer u dit toestel net ingeschakeld heeft of wanneer u een kaart met grote capaciteit gebruikt. Opnemen van bewegende beelden stopt halverwege. • Gebruik een kaart met SD-snelheidsklassen met “Klasse 4” of hoger wanneer u bewegende beelden opneemt. • Afhankelijk van de kaart kan het opnemen halverwege stoppen.
Overige Lens Het opgenomen beeld zou vervormd kunnen worden of er zou zich een kleur om het onderwerp kunnen bevinden die er niet hoort. • Afhankelijk van de lens die wordt gebruikt, lijken opnamen mogelijk iets scheef of is er kleur zichtbaar in de hoeken, afhankelijk van de zoomfactor; dit komt door de eigenschappen van de lens. De randen van het beeld kunnen ook scheef lijken omdat het perspectief groter is wanneer de groothoek wordt gebruikt. Dit is geen storing.
Overige Monitor/Zoeker De monitor/zoeker gaat uit hoewel het toestel ingeschakeld is. • Als gedurende de ingestelde tijdsduur geen handelingen uitgevoerd worden, wordt [Auto scherm uit] (P55) geactiveerd en schakelt de monitor uit. • Als een voorwerp of uw hand zich vlakbij de oogsensor bevinden, kan het zijn dat de monitorweergave naar de zoekerweergave overschakelt. (P63) De monitor/zoeker is te helder of te donker. • Controleer de [Helderheid scherm]-instelling.
Overige Er verschijnt ruis op de monitor. • Op donkere plekken kan ruis optreden om de helderheid van de monitor te behouden. U ziet rode, groene of blauwe flitsen wanneer u uw ogen verplaatst in de zoeker of wanneer de camera snel bewogen wordt. • Dit is een eigenschap van het aandrijfsysteem van de zoeker van dit toestel en geen storing. Er zal geen probleem zijn met het opgenomen beeld.
Overige Het afspeelgeluid of het werkgeluid is te laag. • Dekt iets de luidspreker af? (P13) Beelden met een andere datum dan de opnamedatum worden weergegeven in de kalenderweergave. • Is de klok van de camera goed ingesteld? (P38) • Beelden die op een PC zijn bewerkt of beelden die met andere camera's zijn opgenomen, geven tijdens de kalenderweergave mogelijk een andere datum weer dan de opnamedatum. Er verschijnen witte ronde vlekken als zeepbellen op het gemaakte beeld.
Overige Functies Wi-Fi Deze kan geen verbinding maken met de draadloze LAN. Radiogolven verliezen hun verbinding. • Gebruik binnen het communicatiebereik van het draadloze LAN-netwerk. • Verbindingstypes en veiligheidsinstellingmethodes verschillen afhankelijk van het draadloze toegangspunt. > Verwijs naar de bedrijfsinstructies van het draadloze toegangspunt.
Overige Het duurt steeds lang om verbinding te maken met een smartphone/tablet. • Het kan langer duren om verbinding te maken, afhankelijk van de instelling van de Wi-Fi-verbinding van de smartphone/tablet, maar dit is geen storing. Dit toestel wordt niet weergegeven op het Wi-Fi-instelscherm van de smartphone/tablet. Het duurt even om de verbinding op te zetten. > Schakel de Wi-Fi-functie vanaf het Wi-Fi-instellingenmenu op de smartphone-tablet uit en weer in.
Overige Het beeld dat geüpload moest zijn naar het web is er niet. • Uploaden zou niet voltooid kunnen zijn wanneer het onderbroken wordt tijdens het verzenden van het beeld. • Het zou even kunnen duren nadat het beeld geüpload is voordat het weergegeven wordt op het web, afhankelijk van de status van de server. > Wacht even en probeer opnieuw. • U kunt de zendstatus bij de instellingen van de link van de webservice controleren door in te loggen bij “LUMIX CLUB”.
Overige Film kan niet verzonden worden. • Het bestandformaat van de films die afgespeeld kunnen worden verschilt, afhankelijk van de bestemming. (P277, 281, 282, 285, 289, 293) • Is het beeld te groot? > Verstuur nadat u de film verdeeld heeft met [Splits video] (P254). Ik kan geen beelden naar een AV-apparaat sturen. • Het versturen kan mislukken al naargelang de werkstatus van het AV-apparaat. Bovendien kan het versturen enige tijd vergen. Er kan met NFC geen verbinding gemaakt worden.
Overige Het beeld verschijnt niet helemaal op de TV. > Controleer de [TV-aspect] instelling. (P57) VIERA Link werkt niet. • Is het correct met de HDMI-minikabel aangesloten? (P315) > Ga na dat de HDMI-minikabel er stevig in zit. > Druk op [(] op dit apparaat. • Staat [VIERA link] op dit toestel op [ON]? (P58) > Afhankelijk van de HDMI-aansluiting op de TV, wisselt het ingangskanaal mogelijk niet automatisch. Wissel het ingangskanaal in dat geval met behulp van de afstandsbediening voor de TV.
Overige Het beeld kan niet afgedrukt worden wanneer het toestel op een printer aangesloten is. • Er kunnen geen foto's afgedrukt worden met een printer die geen PictBridge ondersteunt. > [USB mode] op [PictBridge(PTP)] instellen. (P56, 326) De uiteinden van de beelden worden eraf geknipt bij het afdrukken. > Wanneer u een printer gebruikt met een Knip- of kantenvrije afdrukfunctie, dient u deze functie te annuleren voordat u afdrukt. (Voor details, de gebruiksaanwijzing lezen van de printer.
Overige Er werd per ongeluk een onleesbare taal gekozen. > Druk op [MENU/SET], selecteer de icoon van het [Set-up]-menu [ vervolgens de icoon [~] om de gewenste taal in te stellen. (P59) ] en selecteer Een gedeelte van het beeld knippert in zwart en wit. • Dit is een highlight functie die de witte verzadigde zone toont. (P79) Een rode lamp gaat soms aan wanneer de ontspanknop tot de helft ingedrukt wordt.
Overige Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik Wat u wel en niet moet doen met dit toestel Houd dit toestel zo ver mogelijk uit de buurt van elektromagnetische apparatuur (zoals magnetrons, televisie, videospelletjes, enz.). • Indien u dit toestel op of naast een televisie gebruikt, kunnen beeld en/of geluid op dit toestel onderbroken worden door de straling van de elektromagnetische golven. • Gebruik dit toestel niet in de buurt van een mobiele telefoon.
Overige Schoonmaken Voordat u het toestel reinigt, dient u de batterij of de DC-koppelaar te verwijderen (optioneel), of de stekker uit het stopcontact te trekken. Wrijf het toestel vervolgens met een droge zachte doek. • Wanneer het toestel vuil is, kan het schoongemaakt worden door het vuil eraf te wrijven met een uitgewrongen natte doek en vervolgens met een droge doek. • Veeg het vuil of de stof van de zoomring en de focusring af met een droge, stofvrije doek.
Overige Over de Monitor/Zoeker • Druk niet met grote kracht op de monitor. Er kunnen dan ongelijke kleuren op de monitor verschijnen en dit kan voor een slechte werking zorgen. • Als de camera koud is wanneer u hem inschakelt, kan het beeld op de monitor/zoeker aanvankelijk een beetje donkerder dan normaal zijn. Het beeld zal echter weer normaal helder worden zodra de interne temperatuur van de camera stijgt. Het scherm van de monitor/zoeker wordt geproduceerd met zeer hoge precisietechnologie.
Overige Batterij De batterij is een oplaadbare lithium-ionbatterij. De stroom wordt opgewekt door de chemische reactie in de batterij. Deze reactie wordt beïnvloed door de temperatuur en de vochtigheid. Door te hoge of te lage temperaturen gaan batterijen minder lang mee. Haal de batterij altijd uit het toestel na gebruik. • Doe de verwijderde batterij in een plastic zak en verplaats of bewaar deze ver van metalen voorwerpen (paperclips, enz.).
Overige Over 3D ∫ Over 3D-opnames Als de onderling verwisselbare 3D-lens aangebracht is, dient u een onderwerp niet op te nemen op een afstand die kleiner is dan de minimum brandpuntafstand. • De 3D-effecten kunnen uitgesprokener zijn en kunnen daardoor vermoeidheid of een oncomfortabel gevoel veroorzaken. • Als de onderlinge verwisselbare 3D-lens (H-FT012: optioneel) gebruikt wordt, is de minimum brandpuntafstand 0,6 m.
Overige Kaart De kaart niet op plaatsen met een hoge temperatuur bewaren, waar makkelijk elektromagnetische golven of statische elektriciteit opgewekt kunnen worden, of op plaatsen die blootgesteld zijn aan direct zonlicht. De kaart niet plooien of laten vallen. • De kaart kan beschadigd worden of de opgenomen inhoud zou beschadigd of uitgewist kunnen worden. • De kaart in de kaarthoes of het zakje doen na gebruik en wanneer u de kaart opslaat of vervoert.
Overige Over de persoonlijke informatie Als een naam of verjaardag ingesteld is voor [Profiel instellen]/functie voor gezichtsherkenning, dan wordt deze persoonlijke informatie in het toestel bewaard en in het beeld opgenomen. Er wordt geadviseerd een Wi-Fi-password in te stellen om persoonlijke informatie te beschermen.
Overige Wanneer u het toestel niet gebruikt gedurende een lange tijdsperiode • De batterij op een koele en droge plaats opbergen met een relatief stabiele temperatuur: (Aanbevolen temperatuur: 15 oC tot 25 oC, Aanbevolen vochtigheid: 40%RH tot 60%RH) • De batterijen en de kaart altijd uit het toestel verwijderen. • Als de batterijen in het toestel gelaten worden zullen ze ontladen zelfs als het toestel uitstaat.
Overige • G MICRO SYSTEM is een op de Micro Four Thirds System-standaard gebaseerd digitale camerasysteem van LUMIX. • Micro Four Thirds™ en Micro Four Thirds Logo-merken zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Olympus Imaging Corporation, in Japan, de Verenigde Staten, De Europese Unie en andere landen. • Four Thirds™ en Four Thirds Logo-merken zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Olympus Imaging Corporation, in Japan, de Verenigde Staten, De Europese Unie en andere landen.
• QuickTime en het QuickTime-logo zijn merken of geregistreerde merken van Apple Inc. en worden onder licentie gebruikt. • Android en Google Play zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Google Inc. • Het logo Wi-Fi CERTIFIED is een kwaliteitsmerk van de Wi-Fi Alliance. • Het Wi-Fi Protected Setup Merk is een merk van Wi-Fi Alliance. • “Wi-Fi”, “Wi-Fi Protected Setup”, “Wi-Fi Direct”, “WPA” en “WPA2” zijn merken of gedeponeerde merken van Wi-Fi Alliance.