Operation Manual

- 35 -
Basiskennis
Aantekening
Het bereik van de scherpstelling is anders, afhankelijk van de gebruikte lens.
Wanneer de verwisselbare lens (H-PS14042) gebruikt wordt: 0,2 m (Wide tot
brandpuntlengte 20 mm) tot
, 0,3 m (brandpuntlengte 21 mm tot Tele) tot
Als de verwisselbare lens (H-FS014042) gebruikt wordt: 0,3 m tot
Als de verwisselbare lens (H-H014) gebruikt wordt: 0,18 m tot
Onderwerp en opnameomstandigheid waarop het moeilijk is scherp te stellen
Snelbewegende onderwerpen, extreem helderen onderwerpen of onderwerpen zonder
contrast
Wanneer u onderwerpen opneemt door ramen of in de buurt van glimmende voorwerpen
Wanneer het donker is of wanneer er zich beeldbibber voordoet
Wanneer het toestel zich te dicht bij het onderwerp bevindt of wanneer u een beeld maakt van
zowel onderwerpen ver weg als onderwerpen dichtbij
Zet de drive-modus op [ ] door op 4 ( ) te drukken.
Selecteren van de opnamemodus.
Een foto maken
De ontspanknop tot de helft indrukken om
scherp te stellen.
A Lensopening
B Sluitertijd
De diafragmawaarde en de sluitersnelheid worden
weergegeven. (het zal rood knipperen als de correcte
belichting niet bereikt wordt, tenzij de flitser ingesteld
is.)
Als het beeld correct scherp gesteld is, zal de foto
gemaakt worden, omdat [FOCUSPRIORITEIT]
(P152) aanvankelijk op [ON] gezet is.
Druk de ontspanknop helemaal in (verder
indrukken), en maak het beeld.
AB