Operation Manual
6
• Corrigeren van de helderheid op de randen van het scherm
([Schaduwcomp.])......................................................................................133
• Instellen van de kleurruimte ([Kleurruimte]) ...............................................134
6. Instellingen van brandpunt en helderheid (belichting)
Foto’s maken met Auto Focus ........................................................................135
• Over de focusmodus (AFS/AFF/AFC) .......................................................136
• Soort Auto Focus modus ...........................................................................138
• Instelling van de gewenste focusmethode .................................................144
Opnamen maken met handmatig scherpstellen............................................147
• De instellingen van MF Assist naar wens veranderen ...............................153
Vastzetten van het brandpunt en de belichting (AF/AE-vergrendeling)......155
Belichtingscompensatie ..................................................................................157
De lichtgevoeligheid instellen.........................................................................158
• Instellen van de bovenlimiet van de ISO-gevoeligheid ..............................159
• Instellen van de staptoename van de ISO-gevoeligheid............................160
• Uitbreiden van de ISO-gevoeligheid ..........................................................160
Selecteren van de methode voor het meten van de helderheid
([Meetfunctie])...................................................................................................161
Eenvoudig optimaliseren van de helderheid van een bepaalde zone
(Touch AE).........................................................................................................162
7. Instellingen van sluiter en drive
Instellen van het type sluiter ...........................................................................165
Selecteer een drive-modus..............................................................................167
Opnamen maken met de burstfunctie ............................................................168
Opnamen maken met gebruik van Auto Bracket...........................................171
Opnamen maken met de zelfontspanner........................................................174
8. Door de klant aangepaste functies voor verschillende
onderwerpen en doeleinden
Automatisch beelden opnemen met ingestelde tijdsintervallen
([Intervalopname]) ............................................................................................176
Creëren van stopmotion-beelden ([Stop-motionanimatie]) ..........................178
Uitvoeren van meerdere belichtingen op één beeld ([Multi-belicht.]) .........182
Werkgeluiden en verlichting in een keer uitschakelen ([Stille modus]) ......184
Heldere beelden opnemen door de registratie van gezichten
([Gezicht herk.]) ................................................................................................185
Opnemen op foto's van profielen van baby's en huisdieren........................190
9. Stabilisator, zoom en flitser
Optische beeldstabilisator...............................................................................191
Beelden maken met de zoom ..........................................................................193
• Vergroten van het telescopische effect ......................................................194
• Zoomen met gebruik van aanrakingshandelingen.....................................199










