Operation Manual
20
2.
Voorbereidingen vóór het opnemen
De Lens veranderen
Door de lens te veranderen, zult u de opties die u heeft voor het maken van foto's en dus
het plezier met de camera doen toenemen. Verander de lens m.b.v. de volgende
procedure.
•
Controleer dat het toestel uitstaat.
• Wanneer de onderling verwisselbare lens (H-FS12032) aangebracht of verwijderd wordt, trek
de lenscilinder dan in.
• Verwissel de lens in een plaats met weinig vuil of stof. Raadpleeg P342 als vuil of stof op de
lens terechtkomen.
• Bevestig de lensdop.
Terwijl u op de ontgrendelknop van de lens
B drukt, draait u de lens naar de pijl, tot de
lens stopt waarna u deze verwijdert.
• Houd de basiszone van de lens A vast en draai eraan.
• Als de lens van de camerabody weggenomen wordt, zorg er dan voor eerst de body-kap op de
camerabody aan te brengen en vervolgens de achterste lensdop op de lens.
De lens losmaken
Inschakelen/uitschakelen van de vrijgave van de sluiter zonder lens.
[MENU] > [Voorkeuze] > [Opn. zonder lens]
[ON]: De sluiter werkt, ongeacht de vraag of er een lens op het toestel is
aangebracht.
[OFF]: De sluiter zal niet werken als geen lens op de body van de camera bevestigd
is, of als deze niet correct bevestigd is.
•
Als een montageadapter voor een Leica lens gebruikt wordt (DMW-MA2M, DMW-MA3R:
optioneel), stel dan [ON] in.










