Operation Manual
219
Wi-Fi
• Controleer de handleiding van de draadloze toegangspunten en instellingen wanneer u een
draadloos toegangspunt opslaat.
• Als er geen verbinding vastgesteld kan worden, zouden de radiogolven van het draadloze
toegangspunt te zwak kunnen zijn. Raadpleeg
“Waarschuwingen op het scherm” (P274) en
“Problemen oplossen” (P286) voor details.
• De overdrachtsnelheid kan afnemen of kan niet bruikbaar zijn afhankelijk van de omgeving
waarin deze gebruikt wordt.
• Verbind dit toestel rechtstreeks met het apparaat dat u als draadloos toegangspunt gebruikt. U
kunt dit toestel en het apparaat verbinden met een methode die door het apparaat ondersteund
wordt.
Druk op 3/4 om de verbindingsmethode te selecteren en druk vervolgens
op [MENU/SET].
Rechtstreeks verbinden
Verbindingsmethode Beschrijving van instellingen
[Wi-Fi Direct]
TM
1 Zet het apparaat op de Wi-Fi Direct modus.
2 Druk op 3/4 om [Wi-Fi Direct] te selecteren en druk
vervolgens op [MENU/SET].
3 Druk op 3/4 om het apparaat te selecteren waarmee u
een verbinding wilt maken en druk vervolgens op
[MENU/SET].
•
Lees de instructiehandleiding van het apparaat in kwestie voor
details.
[WPS-verbinding]
[WPS (knop)]
1 Druk op 3/4 om [WPS (knop)] te selecteren en druk
vervolgens op [MENU/SET].
2 Zet het apparaat op WPS-modus.
•
Het wachten op de verbinding kan langer duren als u op dit
toestel op de [DISP.]-knop drukt.
[WPS (PIN-code)]
1 Druk op 3/4 om [WPS (PIN-code)] te selecteren en druk
vervolgens op [MENU/SET].
2 Voer de PIN-code van het apparaat in op dit toestel.
[Handmatig.
verbinden.]
Voer de SSID en het password in op het apparaat. De SSID en
het password worden weergegeven op het scherm voor het
wachten op de verbinding van dit toestel.










