Operation Manual

314
Overige
Controleer de [Helderheid scherm]-instelling. (P50)
Voer [Scherm] uit. (P50)
Dit gebeurt door het veranderen van de lensopening wanneer de sluiterknop tot halverwege
ingedrukt wordt, of wanneer de helderheid van het onderwerp verandert. Dit is geen storing.
Dit is geen storing.
Deze pixels beïnvloeden de opgenomen beelden niet.
Op donkere plekken kan ruis optreden om de helderheid van de monitor te behouden.
Monitor
De monitor is te helder of te donker.
Het kan even flikkeren of de helderheid van het beeldscherm kan even aanzienlijk
veranderen.
Er verschijnen zwarte, rode, blauwe en groene punten op de monitor.
Er verschijnt ruis op de monitor.