Operation Manual
21
Voorbereiding
De Lens veranderen
Door de lens te veranderen, zult u de opties die u heeft voor het maken van foto's en dus
het plezier met de camera doen toenemen. Verander de lens m.b.v. de volgende
procedure.
•
Controleer dat het toestel uitstaat.
• Verwissel de lens in een plaats met weinig vuil of stof. Raadpleeg P326 als vuil of stof op de
lens terechtkomen.
Lijn de pasmarkeringen voor de lens A uit en draai de lens vervolgens in
de richting van de pijl tot de klik gehoord wordt.
• Druk niet op de vrijgaveknop van de lens B als u een lens aanbrengt.
• Probeer de lens niet te bevestigen wanneer u deze in een hoek met het toestel vasthoudt
omdat er zo krassen op de lensstructuur zouden kunnen komen.
• Zorg ervoor de lensdop te verwijderen wanneer u opneemt.
• Breng uw vingers niet in de structuur wanneer de lens en de
body-kap van het toestel verwijderd zijn.
• Om te voorkomen dat er stof of vuil op de interne onderdelen van het
toestel komen, dient of de body-kap of de lens op het toestel gezet te
worden.
• Om krassen te voorkomen op de contactpunten, dient u de lensdop
achterste lensdop op de lens te zetten wanneer deze er niet op zit of
op zit of de lens op het toestel te doen.
• Er wordt aanbevolen om de lensdop of de (optionele) MC Protector aan te brengen, om het
lensoppervlak te beschermen, wanneer u het toestel met u meeneemt. (P290)
Bevestigen van de lens
Voorbereiding: Verwijder de achterste lensdop van de lens.
•
Als de body-kap op het toestel zit, verwijder deze dan.










