Operation Manual

165
Opnemen
De burstsnelheid kan lager worden afhankelijk van de volgende instellingen.
[Fotoresolutie] (P174)/[Kwaliteit] (P175)/[Gevoeligheid] (P140)/[Focusfunctie] (P148)/
[Prio. focus/ontspan] (P156)
De burst-snelheid kan ook ingesteld worden met [Burstsnelh.] in het [Opname]-menu.
Raadpleeg P175 voor informatie over RAW-bestanden.
4
Stel scherp op het onderwerp en maak een
beeld.
De ontspanknop helemaal ingedrukt houden om de
burstfunctie te activeren.
Annuleren van de burst-modus
Selecteer [ ] (enkele beeldopname) of [ ] in de drive-modussen. (P163)
Scherpstellen in burstfunctie
De scherpstelling verandert afhankelijk van de instelling van [Prio. focus/ontspan] (P156)
in het [Voorkeuze]-menu en de instelling van [Focusfunctie] (P148) in het [Opname]-menu.
¢1 Als het onderwerp donker is, of als de burst-snelheid op [SH] gezet is, wordt de focus vast
ingesteld op het eerste beeld.
¢2 De burstsnelheid kan lager worden omdat de camera voortdurend scherpstelt op het object.
¢3 De burstsnelheid krijgt voorrang en de focus wordt geschat binnen het mogelijke bereik.
Focus-functie Prior. focus/ontspan Focus
AFS
[FOCUS]
Bij de eerste opname
[RELEASE]
AFF/AFC
¢1
[FOCUS]
Normale scherpstelling
¢2
[RELEASE]
Voorspelde scherpstelling
¢3
MF Focus ingesteld met handmatige focus
AFSAFS
50
i
H
L
4:3