Operation Manual

132
Opnemen
Toepasbare modussen:
Stel de ingebouwde flitser in voor de opname.
Open de flits.
1 Selecteer [Flitser] in het [Opname]-menu. (P38)
2 Raak [Flitserfunctie] aan.
3 Raak het item aan.
De flits wordt tweemaal geactiveerd. Het interval tussen de eerste en tweede flits is
langer wanneer [ ] of [ ] ingesteld is. Het onderwerp moet niet bewegen tot
de tweede flits geactiveerd wordt.
Sluitertijd voor elke flitsfunctie
¢2
Dit wordt 60 seconden in de Sluiter-Prioriteit AE-modus en 60 seconden in de handmatige
belichtingsmodus.
Als de flitser geactiveerd is, is de snelste sluitersnelheid die geselecteerd kan worden 1/160
van een seconde.
In de Intelligent Auto modus ( of ) verandert de sluitertijd afhankelijk van de
geïdentificeerde scène.
Veranderen van de flitsermodus
Onderdeel Beschrijving van instellingen
([Flitser altijd aan]) De flits wordt altijd geactiveerd ongeacht de opnamecondities.
Gebruik deze functie wanneer uw object
achtergrondbelichting heeft of onder fluorescent licht staat.
([Gdw. aan/
rode-og])
¢1
([Langz. sync.]) Wanneer u beelden maakt tegen een achtergrond met donkere
achtergrond, maakt deze functie de sluitertijd langzamer zodra de
flits geactiveerd wordt. Het landschap met donkere achtergrond zal
helderder lijken.
Gebruik deze functie wanneer u opnamen maakt van
personen op een donkere achtergrond.
Een langzamere sluitertijd gebruiken kan wazigheid door
beweging veroorzaken. Het gebruiken van een statoef kan uw
foto’s verbeteren.
([Lngz. sync./
rode-og])
¢1
Œ ([Gedwongen uit]) De flits wordt in geen enkele opnameconditie geactiveerd.
Gebruik deze functie om opnames te maken op plaatsen waar
het gebruik van een flitser niet toegestaan is.
Sluit de flitser om hem uit te schakelen, als de interne flitser
gebruikt wordt.
¢1 U kunt de flitser-output alleen instellen als [Draadloos] in [Flitser] op [OFF] gezet is.
Flitsinstelling Sluitertijd (Sec.) Flitsinstelling Sluitertijd (Sec.)
1/60
¢2
tot 1/160e 1 tot 1/4000e
Œ
60 tot 1/4000e