Operation Manual

11. Gebruik van de Wi-Fi-functie
314
1 Selecteer het menu. (P63)
2 Selecteer [Via netwerk] of [Direct] en maak de verbinding. (P328)
3 Selecteer de PC waarmee u verbinding wilt maken.
Als de PC waarmee u verbinding wilt maken niet weergegeven wordt, selecteer dan
[Handmatige invoer] en voer de computernaam van de PC in (naam van NetBIOS voor
Apple Mac computers).
4 Selecteer de map waarnaar u de beelden wilt versturen.
5 Kijk de verzonden instellingen na en selecteer [Inst.].
Om de verzonden instelling te veranderen, drukt u op [DISP.]. (P336)
6 Opnamen maken.
Volg onderstaande stappen om de verbinding te beëindigen:
> [Set-up] > [Wi-Fi] > [Wi-Fi-functie] > [Ja]
U kunt de verbinding beëindigen of de verzonden instellingen veranderen door op [Wi-Fi]
te drukken. (P292)
U kunt de instellingen niet veranderen terwijl u beelden verzendt. Wacht tot het verzenden
klaar is.
Versturen van een beeld telkens wanneer een opname gemaakt wordt
([Afbeeldingen versturen tijdens opname])
> [Set-up] > [Wi-Fi] > [Wi-Fi-functie] > [Nieuwe verbinding] >
[Afbeeldingen versturen tijdens opname] > [PC]
MENU
MENU