Operation Manual

99
Opnemen
Opnamen maken door het diafragma/de sluitertijd
te specificeren
Opnamemodus:
Stel de openingswaarde in op een hogere waarde als u een scherpe achtergrond wenst.
Stel de openingswaarde minder groot in als u de achtergrond niet echt scherp wenst.
1
Stel de functieknop in op [ ].
2
Draai de functieknop achterop om de
openingswaarde in te stellen.
A Lensopeningwaarde
B Belichtingsmeter
Deze zal schakelen tussen openingsinstelling-werking en Belichtingcompensatie, elke
keer dat de functieknop achterop ingedrukt wordt.
De effecten van de ingestelde lensopeningwaarde zullen niet op het opnamescherm
zichtbaar zijn. Gebruik [Voorvertoning] om het opnamescherm te controleren. (P104)
De helderheid van het scherm en van de opgenomen beelden kunnen verschillen. Controleer
de beelden op het afspeelscherm.
Draai de functieknop op de achterkant om de [Lichtmeter] af te beelden. Ongeschikte zones
van het bereik worden weergegeven in het rood.
Als er geen geschikte belichting is gevonden, gaan de diafragmawaarde en de sluitertijd rood
knipperen zodra de sluiterknop tot halverwege wordt ingedrukt.
Als u een lens gebruikt die een ring voor de lensopening heeft, zet de positie van deze ring dan
op [A] om de instelling van de modusknop op de achterkant te activeren. Op posities anders
dan [A] zal de instelling van de ring de prioriteit hebben.
Lensopening-Prioriteit AE-modus
Lensopeningwaarde:
Neemt af
Lensopeningwaarde:
Neemt toe
Het wordt
gemakkelijker om de
achtergrond
onscherp te maken.
Het wordt gemakkelijk
om de scherpstelling
te handhaven tot aan
de achtergrond.
S
SSS
F
F
8.0
8.0
8.0
60 4
4.0 5.6 8.0 11 16
81530
B
A