Operation Manual

251
Wi-Fi/NFC
Gebruik de NFC Near Field Communication”-functie om gemakkelijk de gegevens over te
zetten die nodig zijn voor een Wi-Fi-verbinding tussen deze camera en de smartphone/
tablet.
1 Lanceer “Image App” op uw smartphone/tablet.
Het scherm voor de selectie van de verbindingsbestemming wordt na de lancering
weergegeven.
2 Terwijl [ ] op het verbindingsscherm van de “Image App” weergegeven
wordt, raakt u de smartphone/tablet aan op [ ] van dit toestel.
Het duurt even om de verbinding te voltooien.
Als de smartphone/tablet verbinding gemaakt heeft, zal een beeld van deze camera op de
smartphone/tablet weergegeven worden.
Als een poging tot verbinding mislukt, herstart dan de “Image App” en laat het scherm
vervolgens opnieuw weergeven in stap
1.
Als een verbinding tot stand gebracht wordt tijdens het afspelen van een enkele foto, zal
de foto naar de smartphone/tablet overgezet worden. (P254)
Verbinding maken met een smartphone/tablet met gebruik van de NFC-functie
Compatibele modellen
Deze functie kan gebruikt worden met een NFC-compatibel apparaat met Android (OS
versie 2.3.3 of hoger). (uitgezonderd enkele modellen)
Raadpleeg voor informatie over de werking en instellingen van NFC-compatibele
smartphones/tablets de gebruiksaanwijzing van uw apparaat.
Voorbereiding:
(op de camera)
Zet [NFC-bediening] op [ON]. (P288)
(Op uw smartphone/tablet)
Controleer of uw smartphone/tablet een
compatibel model is.
Schakel de Wi-Fi-functie in.
Installeer van tevoren “Image App”. (P248)