Operation Manual

145
Opnemen
Toepasbare modussen:
Regel de helderheid van de flitser als de beelden die met de flitser gemaakt zijn over- of
onderbelicht zijn.
1 Selecteer [Flitser] in het [Opname]-menu. (P43)
2 Raak [Flitser instel.] aan.
3 Stel de flits-output in door de schuifbalk te verslepen en raak vervolgens [Inst.]
aan.
U kunt van [j3 EV] tot [i3 EV] in stappen van [1/3 EV] instellen.
Selecteer [n0] om terug te keren naar de oorspronkelijke flitser-output.
[i] of [j] wordt in de flitsericoon op het beeldscherm weergegeven als het flitsniveau
bijgesteld wordt.
Alleen beschikbaar als [Draadloos] in [Flitser] op [OFF] gezet is. (P146)
De [Flitser instel.]-instelling is ook van toepassing op een externe flitser. (uitgezonderd de
draadloze flitser) (P310)
Toepasbare modussen:
Als [Auto. belichtingscomp.] in [Flitser] in het [Opname]-menu op [ON] gezet is, zal de
helderheid van de ingebouwde flitser automatisch op het geschikte niveau voor de
geselecteerde belichtingscompensatie gezet worden.
Raadpleeg P149 voor details over de belichtingscompensatie.
De [Auto. belichtingscomp.]-instelling is ook van toepassing op een externe flitser. (P310)
De flitsoutput aanpassen
Synchroniseren van de output van de ingebouwde flitser en de
belichtingscompensatie