Gebruiksaanwijzing voor geavanceerde kenmerken Digitale Camera Model Nr. DMC-G6 Lees deze instructies zorgvuldig door voordat u dit product gebruikt en bewaar deze handleiding, zodat u deze later kunt raadplegen.
De benodigde informatie vinden In deze “Gebruiksaanwijzing voor geavanceerde kenmerken” kunt u de informatie die u nodig heeft op de volgende pagina’s vinden. Door op een paginanummer te klikken, kunt u naar de aangekoppelde pagina springen en snel de informatie vinden.
Gebruik van deze handleiding Klik op deze icoon om naar “De benodigde informatie vinden” te springen. Klik op deze icoon om naar “Inhoud” te springen. Klik op deze icoon om terug te keren naar de eerder weergegeven pagina. Over de aanduiding van de toepasbare modus Toepasbare modussen: De iconen duiden op de modussen die voor de functie beschikbaar zijn.
Inhoud De benodigde informatie vinden.........................................................................2 Gebruik van deze handleiding.............................................................................3 Voor Gebruik Zorgdragen voor de fotocamera .......................................................................11 Standaardaccessoires........................................................................................12 Namen en functies van de componenten............................
Omschakelen van de informatie die op het opnamescherm weergegeven wordt ....................................................................................................................72 Afspelen van foto’s/films ...................................................................................76 • Opnamen terugspelen .................................................................................76 • Bewegende beelden terugspelen ................................................................
• [Nachtportret] ............................................................................................. 116 • [Bloemen]................................................................................................... 116 • [Gerechten] ................................................................................................117 • [Desserts]................................................................................................... 117 • [Bewegende dieren] ...............................
De lichtgevoeligheid instellen .........................................................................154 De witbalans instellen ......................................................................................156 Foto’s maken met Auto Focus ........................................................................161 • Over de focusmodus (AFS/AFF/AFC) .......................................................162 • Soort Auto Focus modus ....................................................................
Films Opname Bewegend Beeld ...............................................................................211 • Instelling van formaat, grootte en beeldsnelheid ....................................... 211 • Scherpstellen tijdens het opnemen van een video (Continu AF) ...............213 • Opname Bewegend Beeld .........................................................................214 Foto’s maken terwijl u een film maakt ............................................................
Wi-Fi/NFC Wi-FiR-functie/NFC-functie ..............................................................................244 Wat u kunt doen met de Wi-Fi functie.............................................................247 Bediening met een smartphone/tablet ...........................................................248 • Installeren van de “Panasonic Image App” app voor smartphone/tablet...248 • Verbinden met een smartphone/tablet .......................................................
Overige Optionele accessoires .....................................................................................310 Display Monitor/Display Zoeker ......................................................................314 Waarschuwingen op het scherm ....................................................................318 Menulijst ............................................................................................................322 • [Opname] ......................................................
Voor Gebruik Zorgdragen voor de fotocamera Niet blootstellen aan sterke trillingen, schokken of druk. • De lens, de monitor of de ombouw kunnen beschadigd worden bij gebruik onder de volgende omstandigheden. Hierdoor kunnen ook storingen ontstaan of kan het zijn dat het beeld niet wordt opgenomen, indien u: – Het toestel laten vallen of er tegen stoten. – Hard op de lens of op de monitor duwt. Dit toestel is niet stof-/druppel-/waterbestendig.
Voor Gebruik Standaardaccessoires Controleer of alle accessoires bijgeleverd zijn alvorens het toestel in gebruik te nemen. • De accessoires en de vorm ervan kunnen verschillen, afhankelijk van het land of het gebied waar u de camera hebt gekocht. Raadpleeg voor details over de accessoires “Beknopte gebruiksaanwijzing”. • Batterijpak wordt aangegeven als batterijpak of batterij in de tekst. • Batterijlader wordt aangegeven als batterijlader of lader in de tekst.
Voor Gebruik Namen en functies van de componenten ∫ Camera 1 2 3 4 5 6 7 8 Zelfontspannerlampje (P184)/ AF-lamp (P170) Sensor Flits (P139) Pasmarkering voor de lens (P23) Bevestiging Lensvergrendeling Lensvrijgaveknop (P24) [MIC]-aansluiting (P312) 2 3 1 ヮリヤ 4 9 [LVF]-knop (P66)/[Fn5]-knop (P52) 10 Flits-open-knop (P139) • De flitser gaat open en het wordt mogelijk 5 9 10 11 12 13 1415 6 7 8 16 opnames met de flitser te maken.
Voor Gebruik 25 Focusafstand referentiemarkering (P175) 26 Luidspreker (P57) • Pas op de luidspreker niet te bedekken met 25 26 27 28 29 30 31 uw vinger. Dat zou het geluid moeilijk hoorbaar kunnen maken. 27 Stereomicrofoon (P221) • Zorg ervoor de microfoon niet te bedekken met uw vinger. Dat zou het geluid moeilijk opneembaar kunnen maken.
Voor Gebruik ∫ Lens H-PS14042 (LUMIX G X VARIO PZ 14–42 mm/ F3.5–5.6 ASPH./POWER O.I.S.) 1 23 4 5 6 H-FS14140 (LUMIX G VARIO 14–140 mm/ F3.5–5.6 ASPH./POWER O.I.S.) 7 1 2 8 9 5 10 H-FS1442A (LUMIX G VARIO 14– 42 mm/ F3.5 – 5.6 II ASPH./MEGA O.I.S.) 1 2 895 6 6 7 H-FS014042 (LUMIX G VARIO 14– 42 mm/ F3.5 – 5.6 ASPH./MEGA O.I.S.) 1 28 9 5 7 6 7 H-FS45150 (LUMIX G VARIO 45– 150 mm/ F4.0 – 5.6 ASPH./MEGA O.I.S.
Voor Gebruik Monitor Op het moment van aankoop van deze camera bevindt de monitor zich in de camera body. Haal de monitor tevoorschijn zoals hieronder getoond wordt. 1 Open de monitor. (Maximum 180o) 2 Deze kan 180o vooruit gedraaid worden. 3 De monitor terugzetten in zijn originele positie. • Draai de monitor pas nadat hij ver genoeg geopend is en zorg ervoor geen overmatige kracht uit te oefenen omdat dan beschadiging kan ontstaan.
Voor Gebruik Aanraakscherm Het aanraakpaneel van dit toestel is capacitatief. Raak het paneel rechtstreeks aan met uw blote vinger. ∫ Aanraken Aanraken en loslaten van het aanraakscherm. Voor het selecteren van onderdelen of iconen. • Als u kenmerken met gebruik van het aanraakscherm selecteert, raak dan het midden van de gewenste icoon aan. Fn6 AE Fn7 ∫ Verslepen Een beweging zonder het aanraakscherm los te laten.
Voor Gebruik • Raak het paneel aan met een schone, droge vinger. • Als u een in de handel verkrijgbaar beschermvel voor de monitor gebruikt, neem dan de instructies in acht die bij het vel verstrekt worden (sommige beschermvellen voor monitors kunnen het zicht of de werking verslechteren). • Druk niet met harde puntige voorwerpen, zoals een balpen, op de monitor. • Niet te werk gaan met uw nagels. • Veeg de monitor af met een droge, zachte doek als deze vingerafdrukken of ander vuil bevat.
Voor Gebruik Cursorknoppen/[MENU/SET] knop Op de cursorknop drukken: Voert de selectie van items of de instelling van waarden, enz., uit. Op [MENU/SET] drukken: De instellingsinhouden, enz., worden bevestigd. • Deze gebruiksaanwijzing geeft de op-, neer-, links- en rechtsbeweging van de cursorknop weer als 3/4/2/1.
Voor Gebruik Functiehendel De functiehendel kan op 2 manieren gebruikt worden, voor het zoomen (P133) en voor de belichtingscompensatie (P150). Beweeg de hendel van links naar rechts om hem te gebruiken. Toekennen van een functie aan de functiehendel [MENU] > [Voorkeuze]>[Functieschakelaar] U kunt een functie aan de functiehendel toekennen. De fabrieksinstelling is [AUTO].
Voor Gebruik Over de Lens ∫ Micro Four Thirds™ montagespecificatielens Dit toestel kan de speciale lenzen gebruiken die compatibel zijn met de specificatie van de lensmontage van het Micro Four Thirds Systeem (Micro Four Thirds montage). ∫ Four Thirds™ montagespecificatielens Een lens met Four Thirds montagekenmerken kan gebruikt worden met gebruik van de montageadapter (DMW-MA1: optioneel).
Voor Gebruik Over de lens en de functies Er zijn functies die niet gebruikt kunnen worden, of het kan zijn dat de werking anders is, al naargelang de lens die gebruikt wordt. Instelling Auto Focus¢/Auto lensopening¢/[Oogsensor AF] (P67)/Defocus control functie (P93)/[Stabilisatie] (P131)/Touch zoom (P138)/[Schaduwcomp.
Voorbereiding De Lens veranderen Door de lens te veranderen, zult u de opties die u heeft voor het maken van foto's en dus het plezier met de camera doen toenemen. Verander de lens m.b.v. de volgende procedure. • Controleer dat het toestel uitstaat. • Verwissel de lens in een plaats met weinig vuil of stof. Raadpleeg P348 als vuil of stof op de lens terechtkomen. Bevestigen van de lens Voorbereiding: Verwijder de achterste lensdop van de lens. • Als de body-kap op het toestel zit, verwijder deze dan.
Voorbereiding De lens losmaken Voorbereiding: Bevestig de lensdop. • Bij het gebruik van de onderling verwisselbare lens (H-PS14042) mag de lens alleen verwisseld worden nadat dit toestel uitgeschakeld is en na gecontroleerd te hebben dat de lenscilinder ingetrokken is (druk niet met uw vingers op de lenscilinder want dit kan de lens beschadigen).
Voorbereiding De lenskap gebruiken Wanneer u opneemt met sterk achtergrondlicht, zou er zich onregelmatige reflectie kunnen voordoen binnen de lens. De lenskap reduceert dit fenomeen van ongewenst licht op de gemaakte beelden en vermindert de contrastdaling. De lenskap neemt het teveel aan licht weg en verbetert de beeldkwaliteit. • De onderling verwisselbare lens (H-PS14042) heeft geen lenskap.
Voorbereiding Aanbrengen van de lenskap die bij de onderling verwisselbare lens geleverd is (H-FS45150) 1 2 Lijn het pasmerkteken D op de lenskap uit met het merkteken op de top van de lens. Draai de lenskap in de richting van de pijl tot hij stopt en lijn stopteken E op de lenskap uit met het merkteken op de top van de lens. • Tijdens het dragen kan de lenskap tijdelijk omgekeerd aangebracht worden.
Voorbereiding Het bevestigen van de Schouderriem • We raden aan de schouderriem te bevestigen wanneer u het toestel gebruikt om het vallen ervan tegen te gaan. 1 Haal de schouderriem door het lusje van de schouderriem op het toestel. A: Lusje voor schouderriem 2 3 4 Haal het uiteinde van de schouderriem door de ring in de richting van de pijl en haal het vervolgens door de stopper. Haal het uiteinde van de schouderriem door het gat aan de andere kant van de stopper.
Voorbereiding Opladen van de Batterij ∫ Over batterijen die u voor dit toestel kunt gebruiken Er is geconstateerd dat namaakbatterijpakketten, die sterk op het originele product lijken, in omloop gebracht worden op bepaalde markten. Niet alle batterijpakketten van dit soort zijn op gepaste wijze beschermd met een interne bescherming om te voldoen aan de eisen van de toepasselijke veiligheidstandaards. Er is een mogelijkheid dat deze batterijpakketten tot brand of explosie kunnen leiden.
Voorbereiding ∫ Over het [CHARGE] lampje Het [CHARGE] lampje wordt ingeschakeld: Het [CHARGE] lampje is tijdens het laden ingeschakeld. Het [CHARGE] lampje gaat uit: Het [CHARGE] lampje zal uitgaan als het laden zonder problemen voltooid is. (Sluit de lader af van het stopcontact en verwijder de batterij als het laden geheel klaar is.) • Als het [CHARGE] lampje knippert – De batterijtemperatuur is te hoog of te laag.
Voorbereiding Uitvoertijd en aantal te maken beelden bij benadering ∫ Foto's maken (wanneer u de monitor gebruikt) (Volgens CIPA-norm in de Programma AE-modus) Als de onderling verwisselbare lens (H-PS14042) gebruikt wordt Aantal beelden Ongeveer 340 beelden opnametijd Ongeveer 170 min Als de onderling verwisselbare lens (H-FS14140) gebruikt wordt Aantal beelden Ongeveer 340 beelden opnametijd Ongeveer 170 min Als de onderling verwisselbare lens (H-FS1442A) gebruikt wordt Aantal beelden Ongeveer 3
Voorbereiding Als de onderling verwisselbare lens (H-FS1442A) gebruikt wordt Aantal beelden Ongeveer 330 beelden opnametijd Ongeveer 165 min Als de onderling verwisselbare lens (H-FS014042) gebruikt wordt Aantal beelden Ongeveer 310 beelden opnametijd Ongeveer 155 min Als de onderling verwisselbare lens (H-FS45150) gebruikt wordt Aantal beelden Ongeveer 320 beelden opnametijd Ongeveer 160 min Opnamevoorwaarden volgens CIPA-standaard • CIPA is een afkorting van [Camera & Imaging Products Associa
Voorbereiding ∫ Films opnemen (met gebruik van de monitor) – [AVCHD] (Opnemen terwijl de beeldkwaliteit op [FHD/50i] staat) Als de onderling verwisselbare lens (H-PS14042) gebruikt wordt Opneembare tijd Ongeveer 150 min Huidige opnametijd Ongeveer 75 min Als de onderling verwisselbare lens (H-FS14140) gebruikt wordt Opneembare tijd Ongeveer 150 min Huidige opnametijd Ongeveer 75 min Als de onderling verwisselbare lens (H-FS1442A) gebruikt wordt Opneembare tijd Ongeveer 150 min Huidige opnametijd
Voorbereiding – [MP4] (Opnemen terwijl de beeldkwaliteit op [FHD/25p] staat) Als de onderling verwisselbare lens (H-PS14042) gebruikt wordt Opneembare tijd Ongeveer 150 min Huidige opnametijd Ongeveer 75 min Als de onderling verwisselbare lens (H-FS14140) gebruikt wordt Opneembare tijd Ongeveer 150 min Huidige opnametijd Ongeveer 75 min Als de onderling verwisselbare lens (H-FS1442A) gebruikt wordt Opneembare tijd Ongeveer 150 min Huidige opnametijd Ongeveer 75 min Als de onderling verwisselbar
Voorbereiding ∫ Afspelen (met gebruik van de monitor) Als de onderling verwisselbare lens (H-PS14042) gebruikt wordt Terugspeeltijd Ongeveer 200 min Als de onderling verwisselbare lens (H-FS14140) gebruikt wordt Terugspeeltijd Ongeveer 200 min Als de onderling verwisselbare lens (H-FS1442A) gebruikt wordt Terugspeeltijd Ongeveer 210 min Als de onderling verwisselbare lens (H-FS014042) gebruikt wordt Terugspeeltijd Ongeveer 190 min Als de onderling verwisselbare lens (H-FS45150) gebruikt wordt Terug
Voorbereiding Invoering en verwijdering van de kaart (optionele)/batterij • Controleer of het toestel uit staat. • We raden een kaart van Panasonic aan. 1 Zet de vrijgavehendeltje in de richting van de pijl en open de batterij/kaartklep. • Altijd echte Panasonic batterijen gebruiken. • Als u andere batterijen gebruikt, garanderen wij de kwaliteit van dit product niet. 2 Batterij: Let op bij de richting van plaatsing van de batterij en plaats hem volledig naar binnen, tot u een blokkeergeluid hoort.
Voorbereiding • Verwijder de batterij na gebruik. (Een volle batterij raakt leeg als u deze lang niet gebruikt.) • De batterij wordt warm na het gebruik/laden of tijdens het laden. Ook de fotocamera wordt warm tijdens het gebruik. Dit is echter geen storing. • Voordat u de kaart of batterij eruit haalt, het toestel uitzetten en wachten totdat de stroomlamp helemaal uitgegaan is.
Voorbereiding Over de -kaart Kaarten die met dit toestel gebruikt kunnen worden De volgende kaarten, die overeenstemmen met de SD-standaard, kunnen gebruikt worden met dit toestel. (Deze kaarten worden aangeduid als kaart in de tekst.) Opmerkingen SD-geheugenkaart (8 MB tot 2 GB) SDHC-geheugenkaart (4 GB tot 32 GB) SDXC-geheugenkaart (48 GB, 64 GB) • SDHC-geheugenkaarten en SDXC-geheugenkaarten kunnen alleen gebruikt worden in apparatuur die daarmee compatibel is.
Voorbereiding • Schrijfbescherming-schakelaar A voorzien (Wanneer deze schakelaar op de [LOCK] positie staat, is er geen verdere gegevens schrijven, wissen of formattering mogelijk. Het vermogen gegevens te schrijven, te wissen en te formatteren wordt hersteld wanneer de schakelaar teruggezet wordt naar zijn 2 originele positie.
Voorbereiding Approximatief aantal opneembare beelden en beschikbare opnametijd ∫ Aantal opnamen • [9999i] wordt weergegeven als er meer dan 10000 foto’s gemaakt kunnen worden.
Voorbereiding • Het aantal mogelijke opnamen en de opnametijd zijn correct bij benadering. (Ze wijzigen afhankelijk van de opnamecondities en het kaarttype.) • Het aantal mogelijke opnamen en de beschikbare opnametijd variëren afhankelijk van de onderwerpen. • De maximumtijd voor het continu opnemen van films met [AVCHD] bedraagt 29 minuten en 59 seconden. • De maximumtijd voor het continu opnemen van films met [MP4] bedraagt 29 minuten en 59 seconden of tot 4 GB.
Voorbereiding De datum en de tijd instellen (Klokinstelling) • De klok is niet ingesteld wanneer het toestel vervoerd wordt. 1 Zet het toestel aan. • De statusindicator gaat branden wanneer u dit apparaat ON OFF op 1 zet. • Als het taalselectiescherm niet wordt afgebeeld, overgaan op stap 4. 2 3 4 5 Raak [Taal instellen] aan. Selecteer de taal. Raak [Klokinst.] aan. Raak de items aan die u wenst in te stellen (Jaar/Maand/Dag/Uren/Minuten) en maak de instelling met gebruik van [ ]/[ ].
Voorbereiding De klokinstelling veranderen Selecteer [Klokinst.] in het [Set-up]-menu. (P43) • De klok kan opnieuw ingesteld worden zoals afgebeeld wordt in de stappen 5 en 6. • De klokinstelling wordt behouden gedurende 3 maanden m.b.v. de ingebouwde klokbatterij zelfs zonder de batterij. (De opgeladen batterij in het apparaat laten gedurende 24 uur om de ingebouwde batterij op te laden.
Voorbereiding Menu instellen Deze camera biedt menuselecties die u in staat stellen de werking daarvan naar eigen goeddunken in te stellen zodat u uw ervaring met het fotograferen maximaal kunt benutten. In het bijzonder, bevat het [Set-up] menu belangrijke instellingen met betrekking tot de klok en de stroom van het toestel. Controleer de instellingen van dit menu voordat u overgaat tot het gebruik van het toestel.
Voorbereiding Menu Beschrijving van instellingen [Opname] (P186 tot 210) In dit menu kunt u de beeldverhouding, het aantal pixels en andere aspecten van de beelden die u aan het opnemen bent instellen. [Bewegende beelden] (P219 tot 221) Dit menu laat u de [Opname-indeling], [Opn. kwaliteit], en andere aspecten voor filmopnames instellen. [Voorkeuze] (P326 tot 328) De werking van het toestel, zoals het weergeven van het beeldscherm en de werking van de knoppen, kan naar goeddunken ingesteld worden.
Voorbereiding 4 Raak de in te stellen instelling aan. • Afhankelijk van het menuitem kan het zijn dat de instelling ervan niet verschijnt, of dat deze op een andere manier wordt weergegeven. (als de knoppen gebruikt worden) Druk op 3/4 van de cursorknop om de instelling te selecteren en druk op [MENU/SET], of draai aan de modusknop op de achterkant om de instelling te selecteren en druk op de modusknop op de achterkant.
Voorbereiding ∫ Sluit het menu Raak [ ] aan of druk de sluiterknop tot halverwege in. (als de knoppen gebruikt worden) Druk op [ ]. ∫ Schakelen naar andere menu’s bijv. naar het [Set-up]-menu vanuit het [Opname]-menu. Raak [ ] aan of een andere van iconen A om tussen de menu's te schakelen. A • Selecteer een menu-item erna en stel het in. (als de knoppen gebruikt worden) 1 2 3 Druk op 2 van de cursorknop.
Voorbereiding Instelling van de achtergrond van het instellingenmenu U kunt de achtergrond van het menuscherm instellen naar wens. U kunt ook een van de opgenomen foto's als achtergrond op het bovenste menuscherm instellen. Instelling van de achtergrond van het bovenste menuscherm 1 2 Druk op [MENU/SET] om het bovenste menu weer te geven. Raak [Achtergrondafbeelding] aan. 3 Raak het item aan. [Van SD-kaart] Kies een achtergrond uit de opgenomen beelden.
Voorbereiding Snel oproepen van veelgebruikte menu's (Quick Menu) M.b.v. het snelle menu, kunnen sommige menu-instellingen gemakkelijk gevonden worden. • De kenmerken die afgesteld kunnen worden m.b.v. het Snelle Menu worden bepaald door de functie of een weergavestijl waar het toestel zich in bevindt. De [Q.MENU]/[Fn1]-knop kan op twee manieren gebruikt worden: als [Q.MENU] of als [Fn1] (functie 1). Op het moment van aankoop staat de knop aanvankelijk op [Q.MENU].
Voorbereiding ∫ Wanneer u de zoeker gebruikt 1 2 3 4 AFS Druk op [Q.MENU] om het Snelmenu weer te geven. Draai aan de modusknop op de achterkant om het menu-item te selecteren en druk vervolgens op de modusknop op de achterkant. • U kunt de opties van het geselecteerde item instellen. Draai aan de modusknop op de achterkant om de 0 AUTO AWB ([LW 3.5 60 instelling te selecteren en druk vervolgens op de modusknop op de achterkant. • U kunt de menu-items opnieuw selecteren. Druk op [Q.
Voorbereiding Stel het snelmenu in met uw favoriete items Als [Q.MENU] (P49) in het [Voorkeuze]-menu op [CUSTOM] gezet is, kan het Quick Menu naar wens veranderd worden. Er kunnen tot 15 items in het Quick Menu ingesteld worden. 1 Raak [ ] aan. AFS 4:3 L 2 ([LW Selecteer het menu in de bovenste rij en sleep het naar de onderste rij. A A Items die als snelmenu ingesteld kunnen worden. B Items die in het beeldscherm van het snelmenu weergegeven kunnen worden.
Voorbereiding [Bewegende beelden]-menu • [Filmopnamestnd] ([Opname-indeling] Menu [Voorkeuze] • [Peaking] (P172) • [Histogram] (P74) • [Richtlijnen] (P74) • [Opn.gebied] (P214) • [Functieschakelaar] (P20) • [Stapsg. zoom] (P136) • [Zoom snelheid] (P136) (P219)/[Opn. kwaliteit] (P219)) • [Foto/film] (P216) 3 Raak [Exit] aan. • Het zal naar het beeldscherm van bovenstaande stap 1 terugkeren. Raak [Exit] aan om naar het opnamescherm te schakelen.
Voorbereiding Toekennen van veelgebruikte functies aan de knoppen (functieknoppen) U kunt veelgebruikte functies aan specifieke knoppen en iconen toekennen. ヲハヮユワヶ モョバモユチロヰヤレ ョㄏヒ ョㄏビ ョㄏブ ロヷョ Fn6 AE Fn7 ョㄏピ Fn6 AE Fn7 1 2 3 4 Selecteer [Fn knopinstelling] in het [Voorkeuze]-menu. (P43) Raak [Instelling in opnamemodus] of [Instelling in afspeelmodus] aan. Raak de functieknop aan waaraan u een functie wilt toekennen. Raak de functie aan die u wilt toekennen.
Voorbereiding Instellen van de functieknop voor opnames U kunt de toegekende functies gebruiken door tijdens de opname op een functieknop te drukken. • De volgende functies kunnen aan de knop toegekend worden: [Fn1], [Fn2], [Fn3], [Fn4] of [Fn5], of aan de icoon: [Fn6] of [Fn7]. [Opname] menu/Opnamefuncties • [Wi-Fi] (P245): [Fn4] • [Q.
Voorbereiding ∫ Gebruik van de functieknoppen met aanraakhandelingen [Fn6] en [Fn7] worden gebruikt door aanraking van functieknoppen. 1 Raak [ ] aan. 2 Raak [Fn6] of [Fn7] aan. • De toegeschreven functie zal werken. Fn6 AE Fn7 • Sommige functies kunnen niet gebruikt worden, afhankelijk van de modus of het weergegeven beeldscherm. • Als [Focus instellen] ingesteld is, is het mogelijk om het beeldscherm voor de instelling van of de AF-zone of MF Assist weer te geven.
Voorbereiding Configureren van de basisinstellingen van dit toestel (instellingmenu) Voor details over hoe [Set-up] menu-instellingen te selecteren, P43 raadplegen. [Klokinst.] en [Besparing] zijn belangrijke onderdelen. Controleer de instellingen ervan alvorens ze te gebruiken. [Klokinst.] — • Raadpleeg P41 voor details. Stel de tijd van uw thuisgebied en reisbestemming in. U kunt de plaatselijke tijden op de reisbestemmingen afbeelden en deze opnemen op de beelden die u maakt.
Voorbereiding De vertrekdatum en de terugkeerdatum van de reis, evenals de naam van de reisbestemming, kunnen ingesteld worden. U kunt het aantal dagen dat verstreken is weergeven wanneer u de beelden afspeelt en dit afdrukken op de beelden die opgenomen zijn [Tekst afdr.] (P230). [Reissetup]: [SET]: [Reisdatum] De vertrekdatum en de terugkeerdatum worden ingesteld. Het verstreken aantal dagen (het aantal dagen erna) van de reis wordt opgenomen.
Voorbereiding Stel het volume in voor elektronische geluiden en voor het elektronische sluitergeluid. [Toon] [Beep volume]: [E-shutter vol]: [u] (Hoge) [ ] (Hoge) [t] (Laag) [ ] (Laag) [s] (OFF) [ ] (OFF) • De [E-shutter vol] werkt alleen als [SH] voor de burst-modus of [Elektronische sluiter] op [ON] gezet is. [Luidsprekervolume] Stel het volume van de luidspreker af op één van de 7 niveaus. • Als u de camera aansluit op een TV wijzigt dit het volume van de TV-luidsprekers niet.
Voorbereiding Regelt de helderheid van de monitor op grond van het niveau van het omgevingslicht. [Helderheid scherm] „ [AUTO]: De helderheid wordt automatisch aangepast afhankelijk van hoe helder het om het toestel heen is. … 1 [MODE1]: Maakt de monitor helderder. … 2 [MODE2]: Zet de monitor op de standaardhelderheid. … 3 [MODE3]: Maakt de monitor donkerder.
Voorbereiding U kunt de levensduur van de batterij conserveren door deze menu’s in te stellen. Het zal bovendien ook de monitor/zoeker automatisch uitschakelen als deze niet gebruikt wordt, om te voorkomen dat de batterij ontladen wordt. [Besparing] [Slaapsmodus]: Het toestel wordt automatisch uitgeschakeld als het toestel niet gebruikt wordt gedurende een op de instelling geselecteerde tijdsperiode. [10MIN.]/[5MIN.]/[2MIN.]/[1MIN.
Voorbereiding Hiermee wordt ingesteld hoe het toestel op een televisie, enz., aangesloten moet worden. [Video uit]: Stel in om in elk land het systeem van de kleuren-TV overeen te doen komen. [NTSC]: Video-output wordt op NTSC systeem ingesteld. [PAL]: Video-output wordt op PAL systeem ingesteld. • Dit zal werken als de AV-kabel (optioneel) of de HDMI-minikabel (optioneel) aangesloten zijn. [TV-aspect]: De verschillende TV-typen instellen. [16:9]: Aansluiten op een TV met een 16:9 scherm.
Voorbereiding Instellingen die dit toestel in staat stellen om door de afstandsbediening van de VIERA-apparatuur bediend te worden, door dit toestel automatisch te verbinden met de met VIERA Link compatibele apparatuur, met gebruik van de HDMI-minikabel (optioneel). [VIERA link] [ON]: De VIERA Link-compatibele apparatuur kan op afstand worden bediend. (Niet alle handelingen zijn mogelijk) Het hoofdtoestel kan niet volledig met behulp van de knoppen worden bediend.
Voorbereiding [Taal] De taal op het scherm instellen. • Als u per ongeluk een andere taal instelt, kiest u [~] in het pictogrammenmenu om de gewenste taal in te stellen. [Versie disp.] — • Dit stelt de firmwareversies van de camera en de lens in staat gecontroleerd te worden. • [–. –] wordt afgebeeld als het bedrijfswaren van de lens wanneer de lens er niet op zit. • Raak [Software info] op het beeldscherm voor de weergave van de versie aan om informatie over de software van het toestel weer te geven.
Voorbereiding [Pixelverbeter.] Het zal de optimalisering van het beeldsysteem en de beeldverwerking uitvoeren. • Beeldinrichting en beeldverwerking zijn optimaal op het moment dat het toestel aangeschaft wordt. Gebruik deze functie wanneer heldere punten, die niet in het onderwerp aanwezig zijn, opgenomen worden en u dit niet wilt. • Zet de camera uit en weer aan na het corrigeren van de pixels.
Voorbereiding Tekst Invoeren Het is mogelijk om de namen van baby's, huisdieren en plaatsen in te voeren terwijl u opneemt. Als een scherm weergegeven wordt dat er uit ziet zoals rechts getoond wordt, kunt u de karakters (alleen alfabetische karakters en symbolen) invoeren. 1 Voer letters in. • Raak [ ] aan om de tekst te veranderen tussen [A] (hoofdletters), [a] (kleine letters), [1] (nummers) en [&] (speciale lettertekens).
Basiskennis Tips om mooie opnamen te maken Het toestel voorzichtig vasthouden met beide handen, armen stil houden en uw benen een beetje spreiden. • Dek de flitser, het AF Assist-lampje A of de microfoon B (P14) niet af met uw vingers of andere voorwerpen. • Houd de camera stil als u de ontspanknop indrukt. • Wanneer u beelden maakt, ervoor zorgen dat u stabiel staat en dat er geen gevaar is van het tegen iemand of iets, enz. aan stoten.
Basiskennis Gebruik van de zoeker Schakelen tussen Monitor/Zoeker ∫ Over automatisch wisselen van de oogsensor Als [LVF/Scherm auto] van [Oogsensor] (P66) in het [Voorkeuze]-menu op [ON] gezet is en uw oog of een voorwerp wordt vlakbij de zoeker gebracht, dan schakelt het display automatisch over naar het display van de zoeker.
Basiskennis De AF-oogsensor Als [Oogsensor AF] in het [Voorkeuze]-menu op [ON] gezet is, zal de camera automatisch het brandpunt bijstellen als de oogsensor geactiveerd wordt. • Er zullen geen pieptonen klinken wanneer het brandpunt verkregen wordt in [Oogsensor AF]. In deze gevallen niet beschikbaar: • De [Oogsensor AF] werkt misschien niet onder omstandigheden met gedimd licht.
Basiskennis Een foto maken • Zet de drivemodus op [ 1 2 ] (enkel) door op 4 ( ) te drukken. Selecteer de opnamemodus. (P87) De ontspanknop tot de helft indrukken om scherp te stellen. A Lensopening B Sluitertijd D C • De diafragmawaarde en de sluitersnelheid worden weergegeven. (Het zal rood knipperen als de correcte belichting niet bereikt wordt, tenzij de flitser ingesteld is.) • Als het beeld correct scherp gesteld is, zal de foto gemaakt worden, omdat [Prio.
Basiskennis 3 Druk de ontspanknop helemaal in (verder indrukken), en maak het beeld. • Als u na het scherpstellen op een onderwerp in-/uitzoomt, kan de nauwkeurigheid van het brandpunt verloren gaan. Stel het brandpunt in dat geval opnieuw in. • Het bereik van de scherpstelling is anders, afhankelijk van de gebruikte lens.
Basiskennis Foto’s maken met gebruik van de Touch Shutter functie Door het scherp te stellen onderwerp slechts aan te raken, zal het scherp gesteld worden en wordt de foto automatisch gemaakt. 1 Raak [ ] aan. 2 Raak [ ×] aan. • De icoon zal in [ ] veranderen en het wordt mogelijk een foto te maken met de Touch Shutter-functie. Fn6 AE Fn7 3 Raak het scherp te stellen onderwerp aan en neem de foto. • De foto kan gemaakt worden wanneer het brandpunt verkregen is.
Basiskennis Films opnemen Dit kan volledig hoge definitie bewegende beelden die compatibel zijn met het AVCHD-formaat of bewegende beelden die opgenomen zijn in MP4 opnemen. De audio zal stereo opgenomen worden. 1 Start het opnemen door op de bewegend beeldknop te drukken. A Verstreken opnametijd B Beschikbare opnametijd • Het is mogelijk om geschikte video’s voor iedere functie • • • • 2 op te nemen. De indicator van de opnamestaat (rood) C zal flitsen tijdens het opnemen van bewegende beelden.
Basiskennis Omschakelen van de informatie die op het opnamescherm weergegeven wordt Druk op [DISP.] om te wijzigen. • U kunt kiezen tussen [ ] (monitorstijl) en [ ] (zoekerstijl) voor zowel de monitor als het scherm van de zoeker, met gebruik van [Scherm disp. stijl] en [LVF disp. stijl] in het [Voorkeuze]-menu.
Basiskennis ([ ] zoekerstijl) • Het scherm zal als volgt omgeschakeld worden: (Voorbeeld van weergave op zoeker) 50 i 4:3 L AFS 0 50 i 98 0 4:3 L 0 9898 AFS 98 0 98 G Met informatie (gedetailleerde informatie)¢ H Met informatie I Met informatie (gedetailleerde informatie, weergave kantelsensor)¢ J Met informatie (weergave van de kantelsensor) ¢ Histogrammen worden afgebeeld wanneer de [Histogram] van het [Voorkeuze] menu ingesteld is op [ON].
Basiskennis Weergeven/niet weergeven van het histogram [MENU] > [Voorkeuze]>[Histogram]>[ON]/[OFF] De positie kan ingesteld worden door het histogram te verslepen. • Een Histogram is een grafiek die helderheid langs de horizontale as (zwart of wit) en het aantal pixels bij elk helderheidniveau op de verticale as afbeeld. Hiermee controleert u snel de belichting van een beeld.
Basiskennis ∫ Over de weergave van de kantelsensor Met de kantelsensor afgebeeld, is het makkelijk om de kanteling van de camera, enz. te corrigeren. 1 2 Druk op [DISP.] om de kantelsensor weer te geven. Controleer de kanteling van de camera. A Horizontale richting: Kanteling naar links toe corrigeren B Verticale richting: Corrigeren neerwaartse kanteling • Wanneer de kanteling van de camera klein is, verandert de indicator naar groen.
Basiskennis Afspelen van foto’s/films Opnamen terugspelen 1 2 Druk op [(]. Het beeld vooruit en achteruit spoelen door het scherm horizontaal te slepen. Vooruit: van rechts naar links slepen Terugspoelen: van links naar rechts slepen • Het is ook mogelijk het beeld verder of terug te spoelen door op 2/1 van de cursorknop te drukken. • Snelheid van beeld verder/terug spoelen verandert afhankelijk van de afspeelstatus.
Basiskennis De terugspeelzoom gebruiken Vergroten (of verkleinen) van een beeld door het scherm met de vingers wijder te maken (of samen te knijpen) (P17). A 2.0X • U kunt het beeld ook vergroten/verkleinen door aan de knop op de achterkant te draaien. • U kunt het beeld ook vergroten/verkleinen door de functiehendel te verschuiven. • Als de vergroting veranderd wordt, zal de aanduiding van de zoompositie A ongeveer 1 seconde weergegeven worden.
Basiskennis Meervoudige schermen afbeelden (Meervoudig terugspelen) Raak [ ] aan. 1/98 • Het is mogelijk om naar een ander afspeelscherm over te gaan door de volgende iconen aan te raken. –[ ]: 1 scherm –[ ]: 12 schermen –[ ]: 30 schermen – [ CAL ]: Schermdisplay • Het afspeelscherm kan ook omgeschakeld worden door aan de knop op de achterkant te draaien. 1/98 • Er kan ook naar het afspeelscherm geschakeld worden door de functiehendel te verschuiven.
Basiskennis Beelden weergeven op basis van opnamedatum (Kalenderweergave) 1 Raak [ 2 Raak [ ]/[ ] aan om de af te spelen maand te selecteren. • Als er geen beelden tijdens een bepaalde maand zijn CAL ] aan op het multi-afspeelscherm. gemaakt, verschijnt deze maand niet. ] aan om het multi-afspeelscherm te selecteren.
Basiskennis Bewegende beelden terugspelen Dit toestel is ontworpen voor het afspelen van films met gebruik van AVCHD, MP4 en QuickTime Motion JPEG formaten. Selecteer in de afspeelmodus een beeld met de filmicoon ([ ]) en raak [ ] aan in het midden van het scherm. A 12s A Opnametijd film • Nadat het afspelen gestart is, wordt de verstreken afspeeltijd op het scherm weergegeven. 8 minuten en 30 seconden wordt bijvoorbeeld weergegeven als [8m30s]. • Sommige informatie (opname-informatie, enz.
Basiskennis Creëren van foto’s uit een video U kunt een afzonderlijke foto uit een opgenomen video creëren. 1 2 Raak tijdens het afspelen van een film [ Raak [ ] aan. ] aan. • Het bevestigingsscherm wordt afgebeeld. Dit gebeurt wanneer [Ja] geselecteerd wordt. • Het zal bewaard worden als het [Fotoresolutie] op [S] (2 M) gezet is, [Aspectratio] op [16:9] gezet is en [Kwaliteit] op [›] gezet is.
Basiskennis Continu afspelen van groepsbeelden Raak de icoon van het groepsbeeld aan ([ ], [ ], [ ]). • Dezelfde handeling kan uitgevoerd worden door op 3 van de cursorknop te drukken. • Tijdens het een voor een afspelen van groepsbeelden worden opties weergegeven. [Vanaf eerste foto] De beelden worden continu afgespeeld, te beginnen met het eerste beeld van de groep. [Vanaf huidige foto] De beelden worden continu afgespeeld, te beginnen met het afgespeelde beeld.
Basiskennis De op het terugspeelscherm Afgebeelde Informatie veranderen Druk op [DISP.] om het monitorscherm te schakelen. ュリヴヱハ • Het scherm zal als volgt omgeschakeld worden: 4:3 L 1/98 98 ISO 0 16 0 AWB 0 WB F3.5 60 60 F3.5 AWB 160 AFS P STD. '(& s 4:3 L 100-0001 RGB F3.
Basiskennis Weergeven/niet weergeven van de wit verzadigde zones [MENU] > [Voorkeuze]>[Highlight]>[ON]/[OFF] Wanneer de automatische overzichtfunctie geactiveerd is of wanneer u terugspeelt, verschijnen er witte verzadigde zones die in het zwart en wit knipperen. Dit beïnvloedt het gemaakte beeld niet. • Als er wit verzadigde zones zijn, raden we aan de belichting naar negatief te compenseren (P149), onder raadpleging van het histogram (P74) en het beeld dan opnieuw te maken.
Basiskennis Beelden wissen Is het beeld eenmaal gewist dan kan hij niet meer teruggehaald worden. • Beelden die geen deel uitmaken van de DCF-standaard of die beschermd zijn, kunnen niet gewist worden. Om een enkele opname uit te wissen 1 Selecteer het te wissen beeld in de Afspeelmodus en raak [ ] aan. 1/98 • Dezelfde handeling kan uitgevoerd worden door op [ 2 ] te drukken. Raak [Apart wissen] aan. • Het bevestigingsbeeldscherm wordt weergegeven. Het beeld wordt gewist door [Ja] te selecteren.
Basiskennis Wissen van meer beelden (tot 100¢) of van alle beelden ¢ De beeldengroepen worden als een enkel beeld beschouwd (alle beelden in de geselecteerde beeldengroep zullen gewist worden). 1 2 Raak in de afspeelmodus [ ] aan. Raak [Multi wissen] of [Alles wissen] aan. • [Alles wissen] > Het bevestigingsbeeldscherm wordt weergegeven. De beelden worden gewist door [Ja] te selecteren.
Opnemen Selecteren van de opnamemodus ∫ Selecteren van de opnamemodus met de modusknop Selecteer de functie door de functieknop te draaien. • Draai de functieknop langzaam om de gewenste functie A te selecteren. ∫ Selecteren van de Intelligent Auto functie Druk op [¦]. • De knop [¦] zal oplichten als deze op de Intelligent Auto functie gezet wordt. • De opnamewijze die met de functieknop geselecteerd wordt, wordt uitgeschakeld als de [¦] knop brandt.
Opnemen Creatieve bewegende beeldfunctie (P217) Neemt bewegende beelden op met een handmatig ingestelde waarden van de lensopening en de sluitertijd. ¢ U kunt geen foto’s nemen. Klantmodus (P129) Gebruik deze functie om opnamen te maken met eerder geregistreerde instellingen. Panoramamodus (P106) Met deze modus kunt u panoramafoto's maken. Scene Guide modus (P110) Hiermee maakt u beelden die passen bij de scène die u opneemt.
Opnemen Beelden maken m.b.v. de automatische functie (Intelligent Auto Modus) Opnamefunctie: In deze modus maakt de camera optimale instellingen voor het onderwerp en de scène, dus wordt het aanbevolen als u wenst de instellingen aan de camera over te laten zonder erover na te moeten denken. 1 Druk op [¦]. • De camera zal schakelen naar of de meest recentelijk gebruikte van de Intelligent Auto modus of de Intelligent Auto Plus modus.
Opnemen ∫ Scènedetectie Fotograferen ¦ > [i-Portret] [i-Landschap] [i-Macro] [i-Nachtportret]¢1 [i-Nachtl.schap] [i-Voedsel] [i-Baby]¢2 [i-Zonsonderg.] ¢1 Alleen wanneer [ ] (AUTO) geselecteerd is. ¢2 Wanneer [Gezicht herk.] op [ON] gezet is, zal [ ] weergegeven worden voor verjaardagen van geregistreerde gezichten die al ingesteld waren, maar alleen wanneer het gezicht van een kind van drie jaar of jonger gedetecteerd wordt.
Opnemen ∫ Over de flitser De flitsmodus is ingesteld op [Œ] wanneer de flitser gesloten is en op [ ] (AUTO) wanneer deze open is. Wanneer de flitser open is, stelt de camera automatisch [ ], [ (AUTO/Rode-ogenreductie), [ ] of [ ] in om overeen te doen komen met het soort onderwerp en helderheid. ] • Open de flits wanneer de flits gebruikt moet worden. (P139) • Wanneer [ ] of [ ] ingesteld is, is de rode-ogenverwijdering ingeschakeld. • De Sluitertijd zal langzamer zijn tijdens [ ] of [ ].
Opnemen Opnemen met door het toestel aanbevolen effecten Afhankelijk van de scène die automatisch geïdentificeerd wordt, kan het mogelijk zijn een selectie te maken uit een aantal verschillende beeldeffecten (filter) die automatisch door het toestel aanbevolen worden, onder raadpleging van de voorbeeldbeelden (alleen beschikbaar als [Aanbevolen filter] in het opnamemenu op [ON] gezet is; op het moment van aankoop staat deze instelling op [ON]).
Opnemen Foto's maken met een wazige achtergrond (Defocus Control) De wazigheid van de achtergrond kan gemakkelijk ingesteld worden terwijl u het beeldscherm controleert. 1 Raak [ 2 Raak [ ] aan om het instellingenscherm te laten weergeven. • Het instellingenscherm voor Defocus Control kan ook ] aan. weergegeven worden door op de modusknop op de achterkant te drukken. Fn6 AE Fn7 3 Versleep de schuifbalk om in te stellen.
Opnemen Opnemen van beelden door het veranderen van de helderheid of de kleurtoon (Intelligent Auto Plus modus) Opnamemodus: Deze modus stelt u in staat om de helderheid en de kleurtoon te veranderen en deze op uw favoriete instellingen te zetten, die de camera ingesteld heeft in de Intelligent Auto modus. 1 2 3 Druk op [MENU/SET] wanneer u zich in de Intelligente Automatische functie bevindt. Raak [iA MODE] aan. Selecteer [ ] en raak vervolgens [Inst.] aan.
Opnemen Kleurinstelling 1 Raak [ 2 Raak [ ] aan om het instellingenbeeldscherm te laten weergeven. • Het instellingenbeeldscherm kan ook weergegeven worden ] aan. vanuit het opnamescherm, door op cursorknop 1 te drukken. 3 Versleep de schuifbalk om in te stellen. • Dit zal de kleur van het beeld van roodachtig naar blauwachtig afstellen. • De instelling kan ook uitgevoerd worden door aan de knop op de achterkant te draaien. • Raak [ ] opnieuw aan om terug te keren naar het opnamescherm.
Opnemen Het maken van beelden met uw favoriete instellingen (Programma AE-modus) Opnamemodus: Het toestel stelt automatisch de sluitertijd en de lensopening in volgens de helderheid van het object. U kunt beelden maken in grote vrijheid door verschillende instellingen in [Opname] menu te veranderen. 1 2 Zet de modusknop op [ ]. Druk de sluiterknop tot halverwege in om de diafragmawaarde en de waarde van de sluitersnelheid op het beeldscherm weer te geven. SS F 250 125 4.0 60 A 60 30 15 4.0 5.
Opnemen Weergeven/niet weergeven van de belichtingsmeter [MENU] > [Voorkeuze]>[Lichtmeter]>[ON]/[OFF] • Instellen op [ON] om de [Lichtmeter] af te beelden wanneer u SS 250 125 60 30 15 belichting corrigeert, programmaschakeling uitvoert, opening 4.0 5.6 8.0 F instelt en sluitertijd instelt. 160 98 3.5 60 • Ongeschikte zones van het bereik worden weergegeven in het rood. • Als [Lichtmeter] niet weergegeven wordt, schakel de display-informatie voor het scherm dan in door op [DISP.] te drukken.
Opnemen Programmaschakeling In programma AE-functie kunt u de ingestelde openingswaarde en de sluitertijd wijzigen zonder de belichting te wijzigen. Dit heet programmaschakeling. U kunt de achtergrond waziger maken door de openingswaarde kleiner te maken of een bewegend voorwerp met meer beweging opnemen door de sluitertijd langzamer in te stellen als u een opname maakt in de AE-programmafunctie.
Opnemen Opnamen maken door het diafragma/de sluitertijd te specificeren Opnamemodus: Lensopening-Prioriteit AE-modus Stel de openingswaarde in op een hogere waarde als u een scherpe achtergrond wenst. Stel de openingswaarde minder groot in als u de achtergrond niet echt scherp wenst. 1 2 Stel de functieknop in op [ ]. Draai de functieknop achterop om de openingswaarde in te stellen. A Lensopeningwaarde B Belichtingsmeter SS F 60 4.0 30 5.6 15 8.0 8 11 4 16 8.
Opnemen Sluiter-Prioriteit AE-modus Als u een scherpe opname wenst te maken van een snel bewegend object, stelt u een hogere sluitertijd in. Als u een trail-effect wenst, stelt u een lagere snelheid in. 1 2 Stel de functieknop in op [ ]. Draai de functieknop achterop om de sluitertijd in te stellen. A Sluitertijd B Belichtingsmeter SS F 60 125 250 500 11 8.0 5.6 4.0 1000 250 A Sluitertijd: Langzaam Het wordt gemakkelijker om beweging uit te drukken.
Opnemen Handmatige belichtingsfunctie Bepaalde belichting door handmatig de opening en de sluitertijd in te stellen. De handmatige belichtingshulp verschijnt op het onderste gedeelte van het scherm om de belichting aan te geven. 1 2 Stel de functieknop in op [ ]. A Draai aan de modusknop op de achterkant om de waarde van de lensopening en de sluitertijd in te stellen. A B C D Belichtingsmeter Lensopeningwaarde Sluitertijd Hulp bij handmatige belichting SS F 8 15 30 4.0 5.6 5.
Opnemen Handmatige belichtingsassistentie 0 0 −3 De belichting is goed. +3 Stel een hogere sluitertijd of een grotere openingswaarde in. 0 Stel een lagere sluitertijd of een kleinere openingswaarde in. • De handmatige-belichtingsassistentie is een benadering. Wij raden aan de opnamen op het weergavescherm te controleren. ∫ Over [B] (Bol) Als u de sluitersnelheid op [B] zet, zal de sluiter openblijven terwijl de sluiterknop volledig ingedrukt wordt (tot ongeveer 120 seconden).
Opnemen • De helderheid van het scherm en van de opgenomen beelden kunnen verschillen. Controleer de beelden op het afspeelscherm. • Draai de functieknop op de achterkant om de [Lichtmeter] af te beelden. Ongeschikte zones van het bereik worden weergegeven in het rood. • Als er geen geschikte belichting is gevonden, gaan de diafragmawaarde en de sluitertijd rood knipperen zodra de sluiterknop tot halverwege wordt ingedrukt. • Wij raden aan een statief te gebruiken met een lage sluitertijd.
Opnemen Controleer de effecten van diafragma en sluitertijd (Preview-functie) Toepasbare modussen: De effecten van de lensopening en de sluitersnelheid kunnen met gebruik van de preview-modus gecontroleerd worden. • Bevestig de effecten van de lensopening: U kunt de velddiepte (daadwerkelijk focusbereik) controleren voordat u de foto neemt, door de bladsluiter te sluiten op de waarde van de lensopening die u instelt.
Opnemen Gemakkelijk de sluitertijd/sluitertijd voor geschikte belichting (OnPush AE) instellen Toepasbare modussen: Wanneer de belichtingsinstelling te helder of te donker is, kunt u één druk-AE gebruiken om een geschikte belichtingsinstelling te verkrijgen. Hoe te weten of de belichting ongeschikt is • Als de lensopeningen en sluitertijd rood knipperen A wanneer de ontspanknop tot de helft ingedrukt wordt. • Als de handmatige belichtingsassistentie anders is dan 3.
Opnemen Panoramafoto's maken (Panoramamodus) Opnamemodus: Er worden continu beelden gemaakt terwijl u het toestel horizontaal of verticaal beweegt en deze worden gecombineerd om een enkel panoramabeeld te maken. 1 2 Zet de modusknop op [ ]. Controleer de opnamerichting en raak vervolgens [Start] aan. • Er wordt een horizontale/verticale richtlijn weergegeven. Veranderen van de opnamerichting 1 Raak [ ] aan. 2 Raak [ ] aan. 3 Raak de opnamerichting aan.
Opnemen Toevoegen van een beeldeffect 1 Raak de icoon van de opnamemodus aan. 2 Raak het voorbeeldbeeld aan om de beeldeffecten te selecteren (filters). • Met dezelfde bediening als de Creative Control OFF modus kan hetzelfde beeldeffect als de Creative Control modus toegevoegd worden. (P119) (met uitzondering van [Speelgoedcam.effect], DISP.
Opnemen 5 Druk de sluiterknop nog een keer in om de foto-opname te eindigen. • Het opnemen kan tevens beëindigd worden door de camera stil te houden tijdens het opnemen. • Het opnemen kan tevens beëindigd worden door de camera naar het einde van de richtlijn te bewegen. ∫ Techniek voor Panorama Shot-functie A Beweeg de camera in de opnamerichting zonder deze te schudden.
Opnemen • De optimale bewegingssnelheid van de camera varieert en is afhankelijk van de lens die gebruikt wordt. • Als de brandpuntafstand groot is, zoals wanneer een telelens bevestigd is, beweeg de camera dan langzaam. • [Stabilisatie] staat vast op [OFF]. • De focus, witbalans en belichting zijn op de optimale waarden vastgesteld voor het eerste beeld.
Opnemen Foto's maken die overeenkomen met de scène die opgenomen wordt (Scene Guide modus) Opnamemodus: Als u een scène selecteert die overeen moet komen met het onderwerp en de opname-omstandigheden, zal de camera de optimale belichting, kleur en focus instellen en u zo in staat stellen een opname te maken die passend is voor de scène. 1 2 Stel de functieknop in op [ ]. Versleep de voorbeeldbeelden om een scène te selecteren. • U kunt de scène ook selecteren door de schuifbalk A te verslepen. DISP.
Opnemen [Geprononceerd portret] Past de helderheid van het gezicht aan en vervaagt de achtergrond voor een geprononceerd portret. Tips • Als u een lens met de zoomfunctie gebruikt, kunt u het effect vergroten door zo veel mogelijk in te zoomen en door de afstand tussen de camera en het onderwerp te verkleinen. [Zachte huid] Maakt een helder portret met zachte, jonge huidtinten.
Opnemen [Scherp tegenlicht] Buitenshuis wordt de flits gebruikt om het gezicht gelijkmatiger te verlichten. Tips • Open de flitser. (U kunt deze op [ ‰ ] zetten.) • De witverzadiging kan optreden als het onderwerp te dichtbij is. • Geflitste foto’s die dichterbij of buiten het bereik van de flitser genomen worden, kunnen te helder of te donker blijken te zijn. [Ontspannen atmosfeer] Creëert een ontspannen atmosfeer met warme kleurtonen.
Opnemen [Landschap] Landschappen worden nog pakkender door de lucht en de bomen iets verzadigder weer te geven. [Blauwe lucht] Maakt opnamen bij volle zon helderder met een stralende blauwe hemel. [Romantische zonsondergang] Versterkt de atmosfeer van een romantische zonsondergang door de paarstinten te accentueren. [Levendige zonsondergang] Creëert een krachtige zonsondergang door de roodtinten te accentueren.
Opnemen [Glinsterend water] Maakt glinsterende waterpartijen helderder en versterkt de blauwtinten licht. • De weergave van het opnamescherm zal meer dan normaal vertraagd worden en het scherm zal eruit zien als of er frames wegvallen. • Het sterrenfilter dat op deze wijze gebruikt wordt, kan glinstering veroorzaken op onderwerpen anders dan wateroppervlakken [Heldere nachtopname] Verbetert opnamen bij weinig licht door de kleuren in het donkere beeld meer te verzadigen.
Opnemen [Warme nachtopname] Creëert een gloeiende avondhemel door warme kleurtinten te versterken. Tips • Wij raden u aan een statief en de zelfontspanner te gebruiken. • De sluiter kan gesloten blijven nadat u de opname gemaakt heeft. Dit komt door signaalverwerking en duidt niet op storing. • Er kan ruis zichtbaar worden wanneer u opnamen maakt op donkere plekken. [Artistieke nachtopname] Verleent nachtopnamen een artistiek effect door lichtsporen vast te leggen met een langzame sluitertijd.
Opnemen [Nachtportret] Maakt een helder portret tegen een nachtelijke achtergrond met de invulflits en een langere belichting. Tips • Open de flits. (U kunt instellen op [ ].) • Wij raden u aan een statief en de zelfontspanner te gebruiken. • Als [Nachtportret] geselecteerd is, houd het onderwerp dan ongeveer 1 seconde stil nadat de foto genomen is. • De sluiter kan gesloten blijven nadat u de opname gemaakt heeft. Dit komt door signaalverwerking en duidt niet op storing.
Opnemen [Gerechten] Geeft gerechten op hun best weer door de helderheid van het beeld te verhogen. Tips • Als u een lens met de zoomfunctie gebruikt, kunt u het effect vergroten door zo veel mogelijk in te zoomen en door de afstand tussen de camera en het onderwerp te verkleinen. • Wij raden u aan een statief en de zelfontspanner te gebruiken. • Voor het maken van close-ups raden wij aan dat u de flitser sluit en het gebruik ervan vermijdt.
Opnemen [Sport] Maakt scherpe opnamen van bijvoorbeeld sportevenementen met minder kans op beweging door een snellere sluitertijd. [Monochroom] Creëert monochrome opnamen die de unieke sfeer van het moment kunnen vastleggen.
Opnemen Foto’s maken met verschillende beeldeffecten (Creative Control modus) Opnamemodus: In deze modus maakt u opnames met extra beeldeffecten. U kunt de effecten die u wilt toevoegen instellen door de voorbeeldbeelden te selecteren en deze op het scherm na te kijken. 1 2 Stel de functieknop in op [ ]. A Raak het voorbeeldbeeld aan om de beeldeffecten te selecteren (filters). • Het beeldeffect van het geselecteerde voorbeeldbeeld zal toegepast worden in een preview-weergave A.
Opnemen Pas het effect aan om het overeen te doen komen met uw preferenties. De sterkte en de kleuren van de effecten kunnen gemakkelijk afgesteld worden om ze overeen te doen komen met uw preferenties. 1 2 Raak [ ] aan. Raak [ ] aan om het instellingenbeeldscherm te laten weergeven. • Het instellingenbeeldscherm kan ook weergegeven worden EXPS vanuit het opnamescherm, door op cursorknop 1 te drukken. 3 Versleep de schuifbalk om in te stellen.
Opnemen [Expressief] Versterkt kleuren en geeft opnamen een popart-effect. Items die ingesteld kunnen worden Frisheid Zwak uitgedrukte kleuren Pop kleuren [Retro] Vervaagt de foto voor een ouderwetse indruk. Items die ingesteld kunnen worden Kleur Geel benadrukt Rood benadrukt [Vroeger] Dit effect voegt een heldere, zachte en nostalgische sfeer aan het beeld in zijn geheel toe.
Opnemen [Donker] Dit effect geeft het beeld een donkere, ontspannen uitstraling en verbetert heldere delen. Items die ingesteld kunnen worden Kleur Rood benadrukt Blauw benadrukt [Sepia] Dit effect veroorzaakt een sepiabeeld. Items die ingesteld kunnen worden Contrast Laag contrast Hoog contrast [Dynamisch zwart/wit] Dit effect verhoogt het contrast voor indrukwekkende zwart-witopnamen.
Opnemen [Hoge dynamiek] Dit effect levert optimale helderheid voor zowel donkere als heldere delen. Items die ingesteld kunnen worden Frisheid Zwart-wit Popkleuren [Kruisproces] Geeft foto's een bezielend kleureffect. Items die ingesteld kunnen worden Kleur Groene toon/Blauwe toon/Gele toon/Rode toon • Raak aan om de kleurbalans te XPRO selecteren die u wilt voortbrengen. [Speelgoedcam.effect] Dit effect vermindert de helderheid van omranding om de indruk te geven van een speelgoedcamera.
Opnemen [Speelgoedcamera levendig] Dit effect creëert een levendig en helder beeld, alsof het door een speelgoedcamera gemaakt is. Items die ingesteld kunnen worden Zone met afgenomen helderheid aan de randen Klein Groot [Bleach bypass] Dit effect geeft een groter contrast en minder verzadiging, voor de creatie van een kalm beeld.
Opnemen [Miniatuureffect] Dit effect vervaagt de buitenranden van de foto om de indruk te wekken van een kijkdoos. Items die ingesteld kunnen worden Frisheid Zwak uitgedrukte kleuren Popkleuren ∫ Instelling van het type defocus Met [Miniatuureffect] kunt u het onderwerp opzettelijk laten uitkomen door focus en defocus delen in te stellen. U kunt de oriëntatie van de opname (defocus oriëntatie) en de positie en de afmetingen van het scherp gestelde deel instellen.
Opnemen [Zachte focus] Dit effect vervaagt het hele beeld om een zachtere uitstraling te creëren. Items die ingesteld kunnen worden Mate van defocus Zwakke defocus Sterke defocus • De weergave van het opnamescherm zal meer dan normaal vertraagd worden en het scherm zal eruit zien als of er frames wegvallen. [Fantasie] Dit effect creëert een fantastisch beeld in een bleke kleurtoon.
Opnemen [Kleuraccent] Versterkt uw persoonlijke indruk door een kleur te accentueren en andere te vervagen. Items die ingesteld kunnen worden Hoeveelheid overgelaten kleur Kleine hoeveelheid kleur Grote hoeveelheid kleur ∫ Stel de kleur in die u overlaat Stel de kleur in die u overlaat door een locatie op het scherm te selecteren. 1 Raak [ 2 Raak [ ] aan om het instellingenbeeldscherm te laten weergeven. • U kunt het instellingenscherm ook weergeven door op [Fn3] te drukken.
Opnemen ∫ Instelling van de lichtbron U kunt de positie en de grootte van een lichtbron veranderen. 1 Raak [ 2 Raak [ ] aan om het instellingenbeeldscherm te laten weergeven. • U kunt het instellingenscherm ook weergeven door op [Fn3] te drukken. 3 Raak de plek aan waar u wilt dat het midden van de lichtbron geplaatst wordt. • De positie van de lichtbron kan ook bewogen worden met ] aan. de cursorknop. • Het midden van de lichtbron kan naar de rand van het scherm bewogen worden.
Opnemen Registreren van uw favoriete instellingen (Klantmodus) Opnamemodus: U kunt de huidige camera-instellingen als klantinstellingen registreren. Als u vervolgens opnames maakt in de Klantmodus, kunt u de geregistreerde instellingen gebruiken. • Begininstelling van de AE-programmafunctie is aan het begin geregistreerd als de standaard instellingen. Registratie van eigen menu-instellingen (registratie van klantinstellingen) Om opnemen toe te laten m.b.v.
Opnemen Opnemen m.b.v. geregistreerde gebruikelijke instelling U kunt gemakkelijk de instellingen die u geregistreerd heeft met [Geh voorkeursinst.] oproepen. Zet de modusknop op [ ]. • De gebruikelijke instelling die geregistreerd is voor [ 1 Zet de modusknop op [ ] wordt opgeroepen. ]. • De gebruikelijke instelling die geregistreerd is voor [ ], [ ] of [ ] wordt opgeroepen. De meest recentelijk gebruikelijke instelling wordt opgeroepen.
Opnemen Optische beeldstabilisator Toepasbare modussen: De camera detecteert het schudden tijden de opname en corrigeert dit automatisch. U kunt dus beelden opnemen die minder bewogen zijn. Er wordt een lens vereist die de stabilisatorfunctie ondersteunt. – De onderling verwisselbare lens (H-PS14042, H-FS14140, H-FS1442A, H-FS014042, H-FS45150) ondersteunt de stabilisatorfunctie. • De onderling verwisselbare lens (H-FS14140) heeft een O.I.S.-schakelaar.
Opnemen • Er wordt aanbevolen om de optische beeldstabilisator uit te schakelen als een statief gebruikt wordt. Dan zal [ ] op het beeldscherm weergegeven worden. • Er wordt geadviseerd om foto’s met de zoeker te maken als u in [ ] aan het pannen bent. In deze gevallen niet beschikbaar: • De stabilisatorfunctie kan niet voldoende werken in de volgende gevallen. Houd het toestel stil wanneer u op de sluiterknop drukt. – Wanneer er veel camerabeweging is. – Als de zoomuitvergroting erg hoog is.
Opnemen Beelden maken met de zoom Toepasbare modussen: U kunt uitzoomen om landschappen, enz. op te nemen met groothoek (Wide) of inzoomen om mensen en voorwerpen dichterbij te laten lijken (Tele). Gebruik van de onderling verwisselbare lens (H-PS14042) die de power zoom ondersteunt (elektrisch werkende zoom). Gebruik van de onderling verwisselbare lens (H-FS14140/ H-FS1442A/H-FS014042/H-FS45150) die geen power zoom ondersteunt.
Opnemen Vergroten van het telescopische effect [Ex. tele conv.] De Extra teleconversielens stelt u in staat om beelden op te nemen die verder uitvergroot zijn zonder dat dit afbreuk aan de beeldkwaliteit doet. Fotograferen Max. 2k¢ [Ex. tele conv.] ¢ Wanneer een beeldformaat van [S] (4 M) en een beeldverhouding van [4:3] geselecteerd is. Het vergrotingsniveau verschilt afhankelijk van de instellingen van [Fotoresolutie] en [Aspectratio].
Opnemen Eenvoudig inzoomen met de extra teleconversielens [MENU] > [Opname]>[Ex. tele conv.]>[TELE CONV.] [MENU] > [Bewegende beelden]>[Ex. tele conv.]>[ON] 4:3 4:3 A A [OFF] • Als de Extra Tele Conversie gebruikt wordt, zal de gezichtshoek voor foto’s anders zijn dan die voor video’s omdat de zoomfactoren verschillend zijn. De gezichtshoek voor een opname kan van tevoren gecontroleerd worden door [Opn.gebied] (P214) in te stellen op de wijze waarmee u wilt opnemen.
Opnemen Veranderen van de instellingen voor een power-zoomlens [MENU] > [Voorkeuze]>[Powerzoomlens] Dit kan alleen geselecteerd worden wanneer een lens gebruikt wordt die compatibel is met power zoom (elektrisch werkende zoom). – De onderling verwisselbare lens (H-PS14042) is compatibel met stroomzoom. – De onderling verwisselbare lens (H-FS14140, H-FS1442A, H-FS014042, H-FS45150) zijn niet compatibel met power zoom. (raadpleeg onze website voor compatibele lenzen.) Onderdeel [Brandp.afst.
Opnemen [Dig. zoom] Ofschoon de beeldkwaliteit afneemt telkens wanneer u verder inzoomt, kunt u tot vier keer verder inzoomen dan de oorspronkelijke zoomvergroting. [MENU] > [Opname]>[Dig. zoom]>[4t]/[2t] [MENU] > [Bewegende beelden]>[Dig. zoom]>[4t]/[2t] • Wanneer u de digitale zoom gebruikt, raden wij het gebruik van een statief en de zelfontspanner (P184) aan om opnamen te maken. In deze gevallen niet beschikbaar: • [Dig.
Opnemen Zoomen met gebruik van aanrakingshandelingen U kunt zoomhandelingen uitvoeren door middel van aanraken. (Aanraakzoom) (De optische zoom en de extra teleconversie voor het maken van foto's zijn werkzaam) • Wanneer een onderling verwisselbare lens gebruikt wordt die niet compatibel is met power zoom (H-FS14140, H-FS1442A, H-FS014042 of H-FS45150), kan de extra teleconversie voor foto's alleen bediend worden door de volgende instellingen te maken. – Zet [Ex. tele conv.
Opnemen Foto’s maken met de flitser Toepasbare modussen: ∫ Openen/Sluiten van de ingebouwde flitser Fotograferen met de flitser wordt mogelijk door de ingebouwde flitser te openen. A De flits openen Druk op de knop voor het openen van de flitser. B De flits sluiten Druk op de flits totdat deze klikt. • Het geforceerd sluiten van de flitser kan de camera schade berokkenen. • De flitsinstelling is vastgesteld op [Œ] terwijl de flits gesloten wordt.
Opnemen Als de onderling verwisselbare lens (H-FS1442A) gebruikt wordt Beschikbaar flitsbereik Breed [AUTO] in [Gevoeligheid] [AUTO] in [Gevoeligheid] Tele 30 cm tot 9,4 m 30 cm tot 5,9 m Als de onderling verwisselbare lens (H-FS014042) gebruikt wordt Als de onderling verwisselbare lens (H-FS45150) gebruikt wordt Beschikbaar flitsbereik Beschikbaar flitsbereik Breed Breed 50 cm tot 9,4 m Tele 30 cm tot 5,9 m 90 cm tot 8,3 m Tele 90 cm tot 5,9 m • Het beschikbare flitsbereik is een benadering
Opnemen Veranderen van de flitsermodus Toepasbare modussen: Stel de ingebouwde flitser in voor de opname. • Open de flits. 1 2 3 Selecteer [Flitser] in het [Opname]-menu. (P43) Raak [Flitserfunctie] aan. Raak het item aan. ‰ Onderdeel ([Flitser altijd aan]) ([Gdw. aan/ rode-og])¢ ([Langz. sync.]) ([Lngz. sync./ rode-og])¢ Œ ([Gedwongen uit]) Beschrijving van instellingen De flits wordt altijd geactiveerd ongeacht de opnamecondities.
Opnemen ∫ Sluitertijd voor elke flitsfunctie Flitsinstelling ‰ Sluitertijd (Sec.) Flitsinstelling 1/60¢1 tot 1/160e Sluitertijd (Sec.) 1 tot 1/4000e 60¢2 tot 1/4000e Œ ¢1 Dit wordt 60 seconden in de sluiter-prioriteit-AE-modus en B (Bulb) in de Handmatige Belichtingsfunctie. ¢2 Dit wordt B (Bulb) in de Handmatige Belichtingsfunctie. • Als de flitser geactiveerd is, is de snelste sluitersnelheid die geselecteerd kan worden 1/160 van een seconde.
Opnemen ‰ Scene Guide modus Œ [Geprononceerd portret] ± ¥ — — ± [Zachte huid] ± ¥ — — ± [Zacht tegenlicht] — — — — ¥ [Scherp tegenlicht] ¥ — — — ± [Ontspannen atmosfeer] — — — — ¥ [Kindergezicht] ± ¥ — — ± [Landschap] — — — — ¥ [Blauwe lucht] — — — — ¥ [Romantische zonsondergang] — — — — ¥ [Levendige zonsondergang] — — — — ¥ [Glinsterend water] — — — — ¥ [Heldere nachtopname] — — — — ¥ [Koele nachtopname] — — — — ¥ [Warme nach
Opnemen Instelling van de 2de gordijnsynchronisatie Toepasbare modussen: De functie voor de 2e gordijnsluitersynchronisatie doet de flits werken vlak voordat de sluiter zich sluit als u opnamen maakt van bewegende beelden zoals een auto met een lagere sluitertijd. 1 2 3 Selecteer [Flitser] in het [Opname]-menu. (P43) Raak [Flits-synchro] aan. Raak het item aan. Onderdeel [1ST] [2ND] Beschrijving van instellingen 1e gordijnsynchro De normale methode wanneer u beelden maakt met de flits.
Opnemen De flitsoutput aanpassen Toepasbare modussen: Regel de helderheid van de flitser als de beelden die met de flitser gemaakt zijn over- of onderbelicht zijn. 1 2 3 Selecteer [Flitser] in het [Opname]-menu. (P43) Raak [Flitser instel.] aan. Stel de flits-output in door de schuifbalk te verslepen en raak vervolgens [Inst.] aan. • U kunt van [j3 EV] tot [i3 EV] in stappen van [1/3 EV] instellen. • Selecteer [n0] om terug te keren naar de oorspronkelijke flitser-output.
Opnemen Instellen van de draadloze flitser Toepasbare modussen: Door flitsers te gebruiken die de draadloze bediening ondersteunen (DMW-FL360L: optioneel) kunt u het afgaan van de ingebouwde flitser (of van een flitser die op de hete schoen van dit toestel bevestigd is), en drie flitsergroepen, afzonderlijk regelen. Voorbereiding: Open de flitser van dit toestel door op de knop voor het openen van de flitser te drukken. Bevestig als alternatief een flitser (DMW-FL360L: optioneel) op dit toestel.
Opnemen Onderdeel Beschrijving van instellingen [Flitser functie] [Interne flitser]¢1, 2 [TTL]: De camera stelt automatisch de output van de ingebouwde flitser in. [OFF]: De ingebouwde flitser vuurt alleen een signaalflits af. [Flitser instel.] De output van de ingebouwde flitser wordt handmatig ingesteld. [Flitser functie] [Externe flitser]¢1, 2 [TTL]: De camera stelt automatisch de output van de externe flitser in. [AUTO]: De flitser-output wordt door de externe flitser ingesteld.
Opnemen ∫ Controleerbaar bereik van de draadloze flitser Breng de draadloze flitser in positie met de draadloze sensor in de richting van de camera gekeerd. Het geschatte controleerbare bereik wordt in de volgende afbeelding getoond. Het controleerbare bereik varieert afhankelijk van de omringende omgeving. Voorbeeld van plaatsing 7m 30° 5m C 30° 7m A 50° 50° B 5m • Het aangeraden aantal draadloze flitsen voor iedere groep is drie of minder.
Opnemen Belichtingscompensatie Toepasbare modussen: Gebruik deze functie wanneer u de geschikte belichting niet kunt verkrijgen wegens het verschil in helderheid tussen het object en de achtergrond. Zie de volgende voorbeelden. 1 2 Druk op de functieknop achterop om te schakelen naar Belichtingscompensatie-werking. Draai de functieknop om de belichting te compenseren. A Belichtingscompensatiewaarde B [Lichtmeter] Onderbelicht SS F 250 125 60 3.5 60 De belichting positief compenseren. 15 5.
Opnemen • Om de belichting te compenseren met gebruik van de functiehendel zet u [Functieschakelaar] (P20) in het [Voorkeuze]-menu op [EXP.]. • Als [Auto. belichtingscomp.] in [Flitser] in het [Opname]-menu op [ON] gezet is, zal de helderheid van de ingebouwde flitser automatisch op het geschikte niveau voor de geselecteerde belichtingscompensatie gezet worden. (P145) • Als de belichtingswaarde buiten het EV-bereik j3 EV tot i3 EV ligt, zal de helderheid van het opnamescherm niet langer veranderen.
Opnemen Eenvoudig optimaliseren van de helderheid van een bepaalde zone (Touch AE) Toepasbare modussen: U kunt de helderheid van een aangeraakte positie gemakkelijk optimaliseren. Als het gezicht van het onderwerp donker lijkt, kunt u het scherm helderder maken overeenkomstig de helderheid van het gezicht.
Opnemen In deze gevallen niet beschikbaar: • In de volgende gevallen kan [Touch AE] niet gebruikt worden met een functieknop. – Als u de digitale zoom gebruikt. – Als [Touch AF] in [Touch inst.] van het [Voorkeuze]-menu op [AF+AE] gezet is. (P152) Optimaliseren van het brandpunt en de helderheid van een aangeraakte positie 1 2 3 Selecteer [Touch inst.] in het [Voorkeuze]-menu. (P43) Selecteer [Touch AF] en raak vervolgens [AF+AE] aan. Raak het onderwerp aan waarvoor u de helderheid wilt optimaliseren.
Opnemen • Wanneer opnames met Touch Shutter gemaakt worden, worden de scherpstelling en de helderheid van de aangeraakte positie geoptimaliseerd voordat de opname plaatsvindt. • Aan de rand van het scherm kan het focussen beïnvloed worden door de helderheid rondom de aangeraakte plek. In deze gevallen niet beschikbaar: • [AF+AE], die het brandpunt en de helderheid optimaliseert, werkt in de volgende gevallen niet. – Op Manuele Focus – Als u de digitale zoom gebruikt.
Opnemen De lichtgevoeligheid instellen Toepasbare modussen: Hiermee kan de gevoeligheid voor het licht (ISO-gevoeligheid) worden ingesteld. Als u deze hoger zet, kunnen ook op donkere plaatsen opnamen worden gemaakt zonder dat de opnamen donker worden. 1 2 3 Druk op 3 ( ). Selecteer de ISO-gevoeligheid door aan de modusknop op de achterkant te draaien. Druk op de modusknop op de achterkant om in te stellen.
Opnemen Kenmerken van de ISO-gevoeligheid. 160 Opnamelocatie (aangeraden) Sluitertijd Ruis Schommelen van het onderwerp Wanneer het licht is (buiten) 12800 Wanneer het donker is Langzaam Snel Minder Verhoogd Verhoogd Minder • Voor het focusbereik van de flitser als [AUTO] ingesteld is, raadpleegt u P139. • Wanneer [Elektronische sluiter] op [ON] gezet is, kan de ISO-gevoeligheid ingesteld worden tot [ISO 1600].
Opnemen De witbalans instellen Toepasbare modussen: In zonlicht, onder gloeilampen of in andere soortgelijke toestanden waar de kleur van wit naar roodachtig of blauwachtig gaat, past dit item zich aan de kleur van wit aan die het dichtst in de buurt zit van wat gezien wordt door het oog in overeenkomst met de lichtbron. 1 2 Druk op 1 ( ). Selecteer de witbalans door aan de modusknop op de achterkant te draaien. &RUU WB 3 AWB Druk op de modusknop op de achterkant om in te stellen.
Opnemen • Onder fluorescente verlichting, LED-verlichting-inrichting enz., zal de geschikte Witbalans variëren afhankelijk van het verlichtingstype, gebruik daarom [AWB] of [ [ 2 ]. 1 ], • De witbalans wordt alleen berekend voor onderwerpen die binnen het bereik van de flitser van het toestel liggen.
Opnemen De witbalans handmatig instellen Stel de witbalanswaarde in. Een gebruik voor het overeen doen komen van de omstandigheid waarin u foto’s maakt. 1 2 Selecteer [ 1 ], [ 2 ] en raak vervolgens [Wit-instelling kiezen] aan. Richt het toestel op een wit vel papier, enz., zo dat het frame in het midden alleen met wit gevuld wordt en raak vervolgens [Inst.] aan. ,QVW • De witbalans zou niet correct ingesteld kunnen zijn wanneer het onderwerp te helder of te donker is.
Opnemen De witbalans fijn afstellen U kunt de witbalans fijn instellen als u de gewenste tint niet krijgt met de gewone witbalans. 1 2 Selecteer de witbalans en raak vervolgens [Corr.] aan. Versleep hem binnenin het frame om een fijne instelling uit te voeren. • U kunt ook fijn afstellen door op de cursorknop op G A B 3/4/2/1 te drukken.
Opnemen Witbalans Bracket Bracket wordt ingesteld op basis van de afstellingen van de witbalansfijnafstelling; met één druk op de sluiterknop worden automatisch 3 opnamen ineens met verschillende kleuren gemaakt. 1 Stel de witbalans fijn af in stap 2 van de “De witbalans fijn afstellen” procedure en raak [ aan om de bracket in te stellen.
Opnemen Foto’s maken met Auto Focus Toepasbare modussen: Op deze manier kunt u de focusmethode gebruiken die bij de posities en het aantal te selecteren onderwerpen past. 1 2 3 Zet de [Focusfunctie] op [AFS], [AFF] of [AFC]. (P162) Druk op 2 ( ). Raak het item aan. • Het selectiescherm van de AF-zone wordt weergegeven als op 4 gedrukt wordt terwijl [š], [ ], [Ø] of [ ] geselecteerd is. Raadpleeg voor de bediening van het selectiescherm van de AF-zone P167. 4 Raak [Inst.] aan.
Opnemen Over de focusmodus (AFS/AFF/AFC) Toepasbare modussen: 1 Selecteer [Focusfunctie] in het [Opname]-menu. (P43) 2 Raak het item aan. • Selecteer de [Focusfunctie] afhankelijk van de beweging van het onderwerp en de scène die u aan het opnemen bent. Onderdeel De beweging van het onderwerp en de scène (aanbevolen) Beschrijving van instellingen Onderwerp staat stil (Landschaps-, verjaardagsfoto, enz.) “AFS” is een afkorting van “Auto Focus Single”.
Opnemen Wanneer u opneemt met gebruik van [AFF], [AFC] • Het kan enige tijd duren om scherp te stellen als u het zoomhendeltje van Wide naar Tele zet of plotseling van een onderwerp dat ver weg is op een onderwerp dichtbij scherpstelt. • Druk de opspanknop opnieuw half in als u niet goed scherp kunt stellen. • Terwijl de ontspanknop tot de helft ingedrukt is, zou er trilling op het scherm gezien kunnen worden. • Afhankelijk van de lens die gebruikt wordt, zouden [AFF] en [AFC] niet kunnen werken.
Opnemen Soort Auto Focus modus Over [š] ([Gezichtsdetectie]) De camera vindt automatisch het gezicht van de persoon. De focus en de belichting worden ingesteld op de waarden die het best passen bij dat gezicht, ongeacht waar het gezicht zich in het beeld bevindt. (max. 15 zones) Als het toestel een gezicht detecteert, wordt de AF-zone weergegeven. Geel: Wanneer de ontspanknop tot de helft ingedrukt wordt, wordt de frame groen wanneer het toestel scherpgesteld heeft.
Opnemen Instelling van [ ] ([Tracking AF]) De focus en de belichting kunnen worden aangepast aan een specifiek onderwerp. De focus en de belichting zullen het onderwerp blijven volgen, zelfs als dat beweegt. (Dynamische opsporing) ∫ Als het aanraakscherm gebruikt wordt U kunt het onderwerp vergrendelen door het aan te raken. • Doe dit na de Touch-sluiterfunctie te hebben geannuleerd. • De AF-zone wordt geel terwijl het onderwerp vergrendeld wordt.
Opnemen Over [ ] ([23-zone]) Er kan op max. 23 punten per AF-zone worden scherpgesteld. Dit is doeltreffend wanneer het onderwerp zich niet in het midden van het scherm bevindt. (Het kader van de AF-zone is gelijk aan de instelling van de beeldverhouding) • De 23 AF-zones kunnen in 9 zones onderverdeeld worden en de zone waarop men wilt scherpstellen kan ingesteld worden. (P167) Over [ ] ([1-zone]) Het toestel stelt scherp op het object in de AF-zone in het midden van het scherm.
Opnemen Instellen van de positie van de AF-zone/veranderen van de maat van de AF-zone Het is mogelijk om scherp te stellen op het onderwerp dat op het aanraakscherm gespecificeerd wordt. (Zet [Touch AF] van [Touch inst.] in het [Voorkeuze]-menu op [AF].) • Doe dit na de Touch-sluiterfunctie te hebben geannuleerd. Als [š], [Ø] geselecteerd worden De positie en de maat van de AF-zone kunnen veranderd worden. 1 Raak het onderwerp aan. • Het beeldscherm voor de instelling van de AF-zone wordt weergegeven.
Opnemen Wanneer u [ ] selecteert U kunt de scherpstelpositie op precieze wijze instellen door het scherm te vergroten. • De focuspositie kan niet op de rand van het beeldscherm ingesteld worden. 1 Raak het onderwerp aan. • Het hulpscherm voor het instellen van de focuspositie wordt vergroot tot ongeveer 5 keer de originele grootte.
Opnemen Instelling van de gewenste focusmethode Door het [Voorkeuze]-menu te gebruiken, kunt u de focusmethode in detail instellen.
Opnemen Wel/niet inschakelen van de AF Assist-lamp [MENU] > [Voorkeuze]>[AF ass. lamp]>[ON]/[OFF] De AF-hulplamp zal het onderwerp verlichten als de sluiterknop tot halverwege ingedrukt wordt en maakt het zo gemakkelijker voor het toestel om scherp te stellen als een opname bij weinig licht gemaakt wordt. (Al naargelang de opnameomstandigheden zal een grotere AF-zone weergegeven worden.) • Het effectieve bereik van het AF Assist-lampje varieert afhankelijk van de lens die wordt gebruikt.
Opnemen Opnamen maken met handmatig scherpstellen Toepasbare modussen: Gebruik deze functie als u een vaste scherpstelling wenstof als de afstand tussen de lens en het object vast is en u de automatische scherpstelling niet wenst te gebruiken. De handelingen die gebruikt worden om handmatig scherp te stellen variëren afhankelijk van de lens.
Opnemen Instelling van de weergavemethode van MF Assist [MENU] > [Voorkeuze]>[MF assist] Onderdeel Beschrijving van instellingen [ ] Vergroten door aan de focusring te draaien of de focushendel te bewegen of door op 2 ( ) te drukken. [ ] Vergroten door aan de focusring te draaien of de focushendel te bewegen. [ ] [OFF] Vergroten door op 2 ( ) te drukken. MF Assist wordt niet weergegeven.
Opnemen MF-ASSIST ∫ Weergeven van MF Assist • Dit wordt afgebeeld door de focushendel te verplaatsen, de focusring te draaien of het scherm aan te raken. (In de Creatieve Bedieningsfunctie [Miniatuureffect], kan MF Assistance niet afgebeeld worden door het scherm aan te raken) • Het kan ook weergegeven worden door op 2 te drukken om het instellingsbeeldscherm voor de vergrote zone weer te geven. Besluit met de cursorknop welke zone vergroot moet worden en druk daarna op [MENU/SET].
Opnemen Technieken voor Manuele Focus 1 Stel scherp door de focushendel te verplaatsen of de focusring te draaien. 2 Verplaats de focushendel of draai de focusring een beetje verder in dezelfde richting. 3 Stel de focus fijn af door de focushendel enigszins in de tegenovergestelde richting te verplaatsen of de focusring enigszins in de tegenovergestelde richting te draaien. • Als u na het scherpstellen op een onderwerp in-/uitzoomt, kan de nauwkeurigheid van het brandpunt verloren gaan.
Opnemen Over de referentiemarkering van de focusafstand De referentiemarkering van de focusafstand is een markering die gebruikt wordt om de focusafstand te meten. Gebruik dit voor opnamen met manueel scherpstellen of close-ups.
Opnemen Vastzetten van het brandpunt en de belichting (AF/AE-vergrendeling) Toepasbare modussen: Dit is handig wanneer u een opname wilt maken van een onderwerp dat zich buiten de AF-zone bevindt of wanneer het contrast te sterk is en u niet de juiste belichting vindt. De [AF/AE LOCK]/[Fn2]-knop kan op twee manieren gebruikt worden, als [AF/AE LOCK] of als [Fn2] (functie 2). Op het moment van aankoop staat het aanvankelijk op AF/ AE-vergrendeling. • Raadpleeg P52 voor details over de functieknop.
Opnemen Handhaven/niet handhaven van de vergrendeling wanneer [AF/AE LOCK] vrijgegeven wordt [MENU] > [Voorkeuze]>[AE-vergr.-vast]>[ON]/[OFF] • Als een AE-vergrendeling uitgevoerd wordt, staat de helderheid van het opnamescherm dat op het scherm verschijnt, vast. • AF-vergrendeling is alleen effectief wanneer u beelden maakt in handmatige belichtingsfunctie. • De AE-vergrendeling is alleen effectief wanneer u beelden maakt met de Handmatige Scherpstelling.
Opnemen Selecteer een drive-modus Toepasbare modussen: Door een drive-modus te selecteren kunt u de werking veranderen, zoals een burst-opname of met de zelfontspanner, voor wanneer u op de sluiterknop drukt. 1 Druk op 4 ( 2 Selecteer een drive-modus. ). 1 2 3 4 A H 31/3 B 0HHU LQVWHOOHQ ,QVW A Als dit aangeraakt wordt, wordt de drive-modus weer op de fabrieksinstelling gezet (enkel).
Opnemen Opnamen maken met de burstfunctie Toepasbare modussen: Beelden worden continu gemaakt terwijl de ontspanknop ingedrukt wordt. Foto’s die met burst-snelheid [SH] genomen worden, zullen als een enkele burst-groep opgenomen worden (P81). 1 2 Op 4 ( ) drukken. Selecteer de burst-icoon ([ ], enz.) en raak vervolgens [Meer instellen] aan. H 31/3 0HHU LQVWHOOHQ ,QVW 3 Raak de burst-snelheid aan.
Opnemen • De burst-snelheid kan afhankelijk van de volgende instellingen lager worden. – [Fotoresolutie] (P188)/[Kwaliteit] (P189)/[Gevoeligheid] (P154)/[Focusfunctie] (P162)/ [Prio. focus/ontspan] (P170) • De burst-snelheid kan ook ingesteld worden met [Burstsnelh.] in het [Opname]-menu. • Raadpleeg P189 voor informatie over RAW-bestanden. 4 Stel scherp op het onderwerp en maak een beeld. 50 i 4:3 L AFS H • De ontspanknop helemaal ingedrukt houden om de burstfunctie te activeren.
Opnemen • Wij raden aan de afstandssluiter (DMW-RSL1: optioneel) te gebruiken als u de sluiterknop tijdens het maken van opnamen in de burstfunctie helemaal ingedrukt wilt houden. Ga naar P312 voor informatie over de afstandsontpanner. • Als de burst-snelheid op [SH] of [H] gezet is (wanneer [Focusfunctie] [AFS] of [MF] is) staan de belichting en de witbalans vast op de instellingen die gebruikt worden voor het eerste beeld en deze worden ook voor de volgende beelden gebruikt.
Opnemen Opnamen maken met gebruik van Auto Bracket Toepasbare modussen: Telkens wanneer de sluiterknop wordt ingedrukt, worden er maximaal 7 opnamen met verschillende belichtingsinstellingen gemaakt, afhankelijk van het bereik van de belichtingscompensatie. Met Auto Bracket [Stap]: [3•1/3], [Serie]: [0/s/r] 1 2 1ste beeld 2de beeld 3de beeld d0 EV j1/3 EV i1/3 EV Op 4 ( ) drukken. Selecteer de icoon van Auto Bracket ([ 3 1/3 ], enz.) en raak vervolgens [Meer instellen] aan.
Opnemen ∫ Annuleren van Auto Bracket Selecteer [ ] (enkele beeldopname) of [ ] in de drive-modussen. (P178) ∫ Veranderen van de instellingen voor [Enkel/Burst instellen], [Stap] en [Serie] in Auto Bracket 1 Selecteer [Auto bracket] in het [Opname]-menu. (P43) 2 Raak [Enkel/Burst instellen], [Stap] of [Serie] aan. 3 Raak de instelling aan.
Opnemen Opnamen maken met de zelfontspanner Toepasbare modussen: 1 2 Druk op 4 ( ). Selecteer de icoon van de zelfontspanner ([ 10 ], enz.) en raak vervolgens [Meer instellen] aan. H 31/3 0HHU LQVWHOOHQ ,QVW 3 Raak de tijdinstelling voor de zelfontspanner aan. Onder deel 10 10 2 Beschrijving van instellingen Beeld wordt 10 seconden nadat de ontspanknop ingedrukt wordt gemaakt. Na 10 seconden maakt het toestel 3 foto’s met tussenpozen van ongeveer 2 seconden.
Opnemen 4 Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen en druk de knop helemaal in om de opname te maken. • Er zal geen foto gemaakt worden zolang het onderwerp niet scherp gesteld is. Focus en belichting zullen ingesteld worden als de sluiterknop tot halverwege ingedrukt wordt. • Als u de sluiterknop helemaal wilt indrukken ook al is het onderwerp niet scherp, zet u [Prio. focus/ontspan] in het [Voorkeuze]-menu op [RELEASE].
Opnemen Gebruik van het [Opname] Menu Raadpleeg P43 voor details over de menu-instellingen van [Opname]. • [Fotostijl], [Focusfunctie], [Meetfunctie], [Int.dynamiek], [I.resolutie] en [Dig. zoom] maken onderdeel uit van zowel het [Opname]-menu als het [Bewegende beelden]-menu. Het veranderen van deze instellingen in één van deze menu’s wordt weerspiegeld in het andere menu.
Opnemen ∫ Bijstellen van de beeldkwaliteit • De beeldkwaliteit kan in de Intelligent Auto modus ( 1 2 3 of ) niet afgesteld worden. Raak [ ]/[ ] aan om het type fotostijl te selecteren. • In de Scene Guide modus kunt de fotostijl niet selecteren. Raak de onderdelen aan. Versleep de schuifbalk om in te stellen. 6WDQGDDUG -5 0 +5 ±0 S ±0 ±0 ±0 &86720 ,167(//,1* ,QVW Onderdeel Effect [r] Verhoogt het verschil tussen de heldere en donkere vlakken op het beeld.
Opnemen [Aspectratio] Toepasbare modussen: Dit biedt u de mogelijkheid de aspectratio van de beelden te kiezen die het best bij het afdrukken of het terugspelen past. Instellingen [4:3] Beschrijving van instellingen [Aspectratio] van een 4:3 TV [3:2] [Aspectratio] van een 35 mm filmcamera [16:9] [Aspectratio] van een hoge-definitie TV, enz.
Opnemen [Kwaliteit] Toepasbare modussen: De compressiesnelheid instellen waarop de beelden opgeslagen moeten worden. Instellingen Bestandsformaat [A] JPEG [›] [ ] [ ] [ Beschrijving van instellingen Een JPEG-beeld waarin prioriteit aan de beeldkwaliteit gegeven werd. ] Een JPEG-beeld met standaard beeldkwaliteit. Dit is nuttig voor het veranderen van het aantal opnames zonder het aantal pixels te verhogen. RAWiJPEG U kunt gelijktijdig een RAW-beeld en een JPEG-beeld opnemen ([A] of [›]).
Opnemen [Meetfunctie] Toepasbare modussen: Type optische meting om helderheid te meten kan veranderd worden. Instellingen Beschrijving van instellingen [ ] (Meervoudig) Dit is de methode waarbij de camera de beste belichting meet door de helderheid op het hele beeld automatisch te berekenen. Wij raden aan om zoveel mogelijk deze methode te gebruiken.
Opnemen [Int.dynamiek] (Intelligent dynamic range control) Toepasbare modussen: Contrast en belichting worden gecompenseerd als het verschil in helderheid tussen de achtergrond en het onderwerp groot is, enz. Instellingen: [AUTO]/[HIGH]/[STANDARD]/[LOW]/[OFF] • [AUTO] stelt automatisch de intensiteit van het effect in op grond van de opname-omstandigheden. In deze gevallen niet beschikbaar: • Dit kenmerk kan automatisch uitgeschakeld worden, afhankelijk van de lichtomstandigheden.
Opnemen [HDR] Toepasbare modussen: U kunt 3 beelden met verschillende niveaus van belichting in een enkel beeld combineren met rijke schakeringen. U kunt het verlies aan gradatie minimaliseren in heldere en donkere zones, wanneer het contrast tussen de achtergrond en het onderwerp bijvoorbeeld groot is. Een door HDR gecombineerd beeld wordt in JPEG opgenomen. Instellingen Beschrijving van instellingen [ON] Neemt HDR-beelden op. [OFF] Neemt geen HDR-beelden op.
Opnemen [Multi-belicht.] Toepasbare modussen: U kunt tot vier belichtingen per beeld opnemen. 1 Raak [Start] aan. 2 Bepaal de samenstelling en maak het eerste beeld. • Na het maken van de foto de sluiterknop tot halverwege indrukken om de volgende foto te maken. • De volgende handelingen kunnen uitgevoerd worden door een item aan te raken. 9ROJ 1LHXZ [Volg.]: [Nieuw]: [Exit]: 3 ([LW Ga verder naar het volgende beeld. Ga terug naar het eerste beeld.
Opnemen ∫ Over automatische instelling van controle krijgen Selecteer [Auto gain] op het beeldscherm dat getoond wordt in stap 1 en stel het in. [ON]: Het helderheidniveau wordt afgesteld volgens het aantal gemaakte beelden en de beelden worden over elkaar heen gelegd. [OFF]: De belichting compenseren om overeen te komen met het onderwerp zodat alle over elkaar heen gelegde belichtingseffecten precies goed zullen zijn.
Opnemen [Intervalopname] Toepasbare modussen: U kunt de starttijd van de opname, het opname-interval en het aantal beelden instellen en automatisch onderwerpen opnemen zoals dieren en planten, terwijl de tijd verstrijkt. De beelden worden als een enkele beeldengroep opgenomen (P81). U kunt films creëren m.b.v. [Intervalvideo] in [Afspelen]-menu. (P234) • Voer van tevoren de datum- en tijdinstellingen uit. (P41) ∫ Stel opnametijd/interval/aantal beelden in 1 Raak het onderdeel aan.
Opnemen 2 3 Raak [Start] aan. Druk de ontspanknop geheel in. • De opname start automatisch. • Tijdens opname standby zal de stroom automatisch uitgeschakeld worden als gedurende bepaalde tijd geen handelingen verricht worden. Time Lapse Shot wordt zelfs voortgezet als de stroom uitgeschakeld is. Wanneer de opnamestarttijd bereikt wordt, wordt de stroom automatisch ingeschakeld. Om de stroom handmatig in te schakelen, drukt u de sluiterknop tot halverwege in.
Opnemen [Stop-motionanimatie] Toepasbare modussen: Een stop-motionbeeld wordt gecreëerd door beelden samen te voegen. • Voer van tevoren de datum- en tijdinstellingen uit. (P41) • De beelden die met [Stop-motionanimatie] genomen zijn, worden weergegeven als een reeks groepsbeelden. (P81) Vóór het maken van een film met [Stop-motionanimatie] Met [Stop-motionanimatie] kunt u een film maken waarin het lijkt alsof de voorwerpen bewegen, door telkens wanneer u bijvoorbeeld een pop, enz.
Opnemen 2 3 4 Raak [Nieuw] aan. Druk de ontspanknop geheel in. • Er kunnen tot 9999 frames opgenomen worden. Beweeg het onderwerp om de compositie te bepalen. • Herhaal de opname op dezelfde manier. • Als dit toestel tijdens het opnemen uitgeschakeld wordt, zal een bericht voor het hervatten van de opname weergegeven worden. Door [Ja] te selecteren, kunt u de opname voorzetten vanaf het punt van onderbreking. Vakkundig opnemen van materialen • Het opnamescherm toont tot twee eerder opgenomen beelden.
Opnemen 7 Raak [Uitvoer.] aan. • Het bevestigingsscherm wordt afgebeeld. Dit gebeurt wanneer [Ja] geselecteerd wordt. • Er kunnen ook films gecreëerd worden met [Stop-motionvideo] in het [Afspelen]-menu. (P235) ∫ Toevoegen van beelden aan de stop-motion-animatiegroep Door [Aanvullend] in stap 2 te selecteren, zullen groepsbeelden weergegeven worden die opgenomen zijn met [Stop-motionanimatie]. Selecteer een reeks groepsbeelden, raak [Inst.] aan en selecteer vervolgens [Ja] op het bevestigingsscherm.
Opnemen [Elektronische sluiter] Toepasbare modussen: Het sluitergeluid kan uitgeschakeld worden om opnames in een stille omgeving te maken. Het mechanische sluitergeluid wordt uitgeschakeld zodat het gemakkelijk wordt foto's met minimale ruis te maken. Wij adviseren om van tevoren een proefopname te maken omdat het kan zijn dat vervormde onderwerpen of horizontale strepen opgenomen worden, afhankelijk van de opnameomstandigheden. Instellingen: [ON]/[OFF] • De flitser staat vast op [Œ] ([Gedwongen uit]).
Opnemen [Rode-ogencorr] Toepasbare modussen: Wanneer de rode-ogenreductie ([ ], [ ]) geselecteerd is, wordt de digitale rode-ogencorrectie telkens uitgevoerd wanneer de flitser gebruikt wordt. Het toestel spoort automatisch rode ogen op en corrigeert het beeld. Instellingen: [ON]/[OFF] •[ ] wordt op de icoon weergegeven als [ON] ingesteld is. In deze gevallen niet beschikbaar: • Onder bepaalde omstandigheden, kan de rode ogenreductie niet gecorrigeerd worden.
Opnemen [ISO-verhoging] Toepasbare modussen: U kunt voor iedere 1/3 EV de instellingen van de ISO-gevoeligheid bijstellen. Instellingen [1/3 EV] [160]/[200]/[250]/[320]/[400]/[500]/[640]/[800]/[1000]/[1250]/[1600]/[2000]/ [2500]/[3200]/[4000]/[5000]/[6400]/[8000]/[10000]/[12800]/[H.16000]¢/ [H.20000]¢/[H.25600]¢ [1 EV] [160]/[200]/[400]/[800]/[1600]/[3200]/[6400]/[12800]/[H.25600]¢ ¢ Alleen beschikbaar als [Uitgebreide ISO] ingesteld is.
Opnemen [Lang sl.n.red] Toepasbare modussen: De camera verwijdert automatisch ruis die ontstaat bij een tragere sluitertijd, wanneer u nachtscènes enz. wilt opnemen, zodat u toch mooie opnamen kunt maken. Instellingen: [ON]/[OFF] • Als u deze op [ON] zet, wordt op het scherm afgeteld zodra de sluiter wordt ingedrukt. Beweeg de camera dan niet. Nadat het aftellen is voltooid, wordt [Lange sluitertijd ruisreductie lopend] even lang weergegeven als de geselecteerde sluitertijd voor signaalbewerking.
Opnemen [Ex. tele conv.] • Raadpleeg P134 voor details. [Dig. zoom] • Raadpleeg P137 voor details. [Kleurruimte] Toepasbare modussen: Stel dit in als u de kleurweergave wenst te corrigeren van opgeslagen beelden op de PC, een printer enz. Instellingen Beschrijving van instellingen [sRGB] Kleurbereik is ingesteld op sRGB-Kleurbereik. Dit wordt het meeste gebruikt in computeruitrustingen. [AdobeRGB] Kleurbereik is ingesteld op AdobeRGB-Kleurbereik.
Opnemen [Gezicht herk.] Toepasbare modussen: Gezichtsdetectie is een functie die een gezicht vindt dat op een geregistreerd gezicht lijkt en het scherpstellen en de belichting automatisch prioriteit geeft. Zelfs als de persoon geplaatst is zich enigszins op de achtergrond bevindt of aan het uiteinde van een rij op een groepsfoto staat, kan het toestel toch een duidelijk beeld maken. Instellingen: [ON]/[OFF]/[MEMORY] [Gezicht herk.] wordt aanvankelijk ingesteld op [OFF] op het toestel. [Gezicht herk.
Opnemen • [Gezicht herk.] werkt alleen als de AF-functie op [š] staat. • Tijdens de burstfunctie, kan [Gezicht herk.] beeldinformatie alleen als bijlage van het eerste beeld ingesteld worden. • Gelijkaardige gelaatskenmerken kunnen tot gevolg hebben dat het ene gezicht als het andere herkend wordt. • Gezichtsdetectie zou langer kunnen duren om geselecteerd te worden en om kenmerkende gezichtsuitdrukkingen te herkennen dan normale gezichtsdetectie.
Opnemen Gezichtsinstellingen U kunt informatie registreren zoals namen en verjaardagen voor gezichtsbeelden van maximaal 6 personen. De registratie kan vergemakkelijkt worden door het maken van meerdere gezichtsbeelden van elk persoon (maximaal 3 beelden/registratie). ∫ Opnamepunt wanneer u de gezichtsbeelden registreert • Gezichtvoorkant met open ogen en mond gesloten, ervoor zorgend dat de uitlijn van het gezicht, de ogen of de wenkbrauwen niet bedekt worden door het haar wanneer u registreert.
Opnemen 4 Selecteer het item. • U kunt t/m 3 gezichtsbeelden registreren. Onderdeel Beschrijving van instellingen [Naam] Het is mogelijk namen te registreren. 1 Raak [SET] aan. 2 De naam invoeren. • Voor details over hoe karakters in te voeren, raadpleeg “Tekst Invoeren” sectie op P64. [Leeftijd] Het is mogelijk de verjaardag te registreren. 1 Raak [SET] aan. 2 Stel Jaar/Maand/Dag in door voor iedere item [ raken en raak [Inst.] aan. ]/[ ] aan te Extra gezichtsbeelden toevoegen.
Opnemen De informatie veranderen of wissen voor een geregistreerde persoon U kunt de beelden of informatie modificeren van een al geregistreerde persoon. U kunt ook de informatie wissen van de geregistreerde persoon. 1 2 3 Raak [MEMORY] aan. Raak het te bewerken of te wissen gezichtsbeeld aan. Selecteer het item. Onderdeel Beschrijving van instellingen [Info bew.] De informatie veranderen van een reeds geregistreerde persoon. Voer stap 4 in “Gezichtsinstellingen” uit.
Opnemen [Profiel instellen] Toepasbare modussen: Als u de naam en verjaardag van uw kind of huisdier van tevoren instelt, dan kunt u hun naam en leeftijd in maanden en jaren op de foto's opnemen. U kunt deze bij het afspelen weergeven of op de opgenomen beelden stempelen met gebruik van [Tekst afdr.] (P230). Instellingen: [ ] ([Baby1])/[ ] ([Baby2])/[ ] ([Huisdier])/[OFF]/[SET] ∫ Instellen van [Leeftijd] of [Naam] 1 2 3 4 Raak [SET] aan. Raak [Baby1], [Baby2] of [Huisdier] aan.
Films Opname Bewegend Beeld Toepasbare modussen: Dit kan volledig hoge definitie bewegende beelden die compatibel zijn met het AVCHD-formaat of bewegende beelden die opgenomen zijn in MP4 opnemen. De audio zal stereo opgenomen worden. De functies die beschikbaar zijn tijdens het opnemen van video’s zijn anders al naargelang de gebruikte lens en het werkgeluid van de lens kan opgenomen worden. Raadpleeg P22 voor details.
Films Wanneer [AVCHD] geselecteerd is Onderdeel Grootte Framesnelheid Bitsnelheid [FHD/50p]¢1 1920k1080 50p 28 Mbps [FHD/50i] 1920k1080 50i 17 Mbps [FHD/25p] 1920k1080 50i¢2 24 Mbps [FHD/24p] 1920k1080 24p 24 Mbps [HD/50p] 1280k720 50p 17 Mbps Grootte Framesnelheid Bitsnelheid [FHD/50p] 1920k1080 50p 28 Mbps [FHD/25p] 1920k1080 [HD/25p] 1280k720 [VGA/25p] 640k480 ¢1 AVCHD Progressive ¢2 De sensor-output is 25 frames/seconde Wanneer [MP4] geselecteerd is Onderdeel 20 M
Films ∫ Aanduiding van de icoon A Formaat B Grootte C Beeldsnelheid (sensor-output) A B AVCHD FHD 50i C • Wat is bit rate Dit is het volume van de gegevens voor een bepaalde tijdsperiode en de kwaliteit neemt toe wanneer het aantal groter wordt. Dit apparaat gebruikt de “VBR”-opnamemethode. “VBR” is een afkorting van “Variable Bit Rate” en de bit rate (volume van gegevens voor een bepaalde tijdsperiode) wordt automatisch veranderd afhankelijk van het op te nemen onderwerp.
Films Opname Bewegend Beeld 1 Start het opnemen door op de bewegend beeldknop te drukken. A Verstreken opnametijd B Beschikbare opnametijd • Het is mogelijk om geschikte video’s voor iedere functie • • • • 2 op te nemen. De indicator van de opnamestaat (rood) C zal flitsen tijdens het opnemen van bewegende beelden. Als ongeveer 1 minuut verstreken is zonder dat een handeling uitgevoerd is, zal een deel van het display verdwijnen. Druk op [DISP.
Films • Het bedrijfsgeluid van de zoom of knopwerking zou opgenomen kunnen worden wanneer deze gehanteerd worden tijdens de opname van een bewegend beeld. • Wanneer u de onderling verwisselbare lens (H-PS14042) gebruikt en u haalt uw vinger van de zoomhendel, de brandpunthendel of de functiehendel tijdens het opnemen van een film, dan kan het zijn dat het geluid van de terugkerende hendel opgenomen wordt. Wanneer u de hendel weer op de beginstand zet, doe dat dan zachtjes.
Films Foto’s maken terwijl u een film maakt Toepasbare modussen: Er kunnen foto’s gemaakt worden, zelfs als u een film opneemt. (Simultaan opnemen) Druk de sluiterknop tijdens de opname van de video volledig in om een foto te maken. • De simultane opname-indicator A wordt weergegeven tijdens het maken van de foto’s. • Opnemen terwijl ook de Touch Shutter-functie (P70) beschikbaar is.
Films Films opnemen met de handmatig ingestelde lensopeningwaarde/sluitertijd (Creatieve bewegende beeldfunctie) Opnamemodus: Het is mogelijk om de openingswaarde en de sluitersnelheid manueel te veranderen en video’s op te nemen. 1 2 3 Zet de modusknop op [ ]. Selecteer [Belicht.stand] in het [Bewegende beelden]-menu. (P43) Raak om het even welke van [P], [A], [S] of [M] aan.
Films Minimaliseren van werkgeluiden tijdens een filmopname Het bedrijfsgeluid van de zoom of knopwerking zou opgenomen kunnen worden wanneer deze gehanteerd worden tijdens de opname van een bewegend beeld. Het gebruik van de aanraakiconen maakt de stille werking tijdens het opnemen van films mogelijk. • Zet [Stille bediening] in het [Bewegende beelden]-menu op [ON]. 1 2 3 Start de opname. Raak [ ] aan. Aanraakicoon voor de weergave van het instellingenscherm.
Films Gebruik van het [Bewegende beelden] Menu Raadpleeg P43 voor details over de menu-instellingen van [Bewegende beelden]. • [Fotostijl], [Focusfunctie], [Meetfunctie], [Int.dynamiek], [I.resolutie] en [Dig. zoom] maken onderdeel uit van zowel het [Opname]-menu als het [Bewegende beelden]-menu. Het veranderen van deze instellingen in één van deze menu’s wordt weerspiegeld in het andere menu. – Raadpleeg voor details de uitleg van de overeenkomstige instelling in het [Opname]-menu.
Films [Highlight opn.] Toepasbare modussen: De met wit verzadigde zones zullen zwart en wit knipperen. Instellingen: [ON]/[OFF] • Als er wit verzadigde gebieden zijn, raden we aan de belichting naar negatief (P149) te compenseren, onder raadpleging van het histogram (P74) en om de foto vervolgens opnieuw te maken. Dit kan een betere beeldkwaliteit tot gevolg hebben. [Ex. tele conv.] • Ga naar P133 voor meer informatie.
Films [Micr. weerg.] Toepasbare modussen: Stel in of de microfoonniveaus el of niet op het opnamescherm weergegeven moeten worden. Instellingen: [ON]/[OFF] In deze gevallen niet beschikbaar: • Niet beschikbaar met [Miniatuureffect] in Creatieve Bedieningsfunctie. [Micr. instellen] Toepasbare modussen: Stel het ingangsniveau van het geluid in op 19 verschillende niveaus. In deze gevallen niet beschikbaar: • Niet beschikbaar met [Miniatuureffect] in Creatieve Bedieningsfunctie.
Afspelen/Bewerken Gebruik van het [Afspelen] Menu Met dit menu kunt u diverse afspeelfuncties gebruiken, zoals het afsnijden van beelden en andere bewerkingen van de opgenomen beelden, instellingen van de bescherming, enz. • Met [Retouche wissen], [Tekst afdr.], [Intervalvideo], [Stop-motionvideo], [Nw. rs.] of [Bijsnijden] wordt er een nieuw bewerkt beeld gecreëerd.
Afspelen/Bewerken ∫ Bediening tijdens een diavoorstelling 3 2 Afspelen/Pauzeren Terug naar het vorige beeld (tijdens pauze/afspelen van films/afspelen van groepsbeelden) Modus Verlaagt het niveau van het knop volume op de achterkant (links) 4 Diavoorstelling verlaten 1 Verder naar het volgende beeld (tijdens pauze/afspelen van films/afspelen van groepsbeelden) Modus Verhoogt het niveau van knop het volume op de achterkant (rechts) • Normaal afspelen wordt hernomen nadat de diavoorstelling eindigt.
Afspelen/Bewerken [Set-up] [Duur] of [Herhalen] kan ingesteld worden. Onderdeel Instellingen [Duur] [1SEC]/[2SEC]/[3SEC]/[5SEC] [Herhalen] [ON]/[OFF] [Geluid] [AUTO]: Er klinkt muziek als stilstaande beelden afgespeeld worden en audio als bewegende beelden afgespeeld worden. [Muziek]: Er wordt muziek afgespeeld. [Audio]: Er wordt audio (alleen voor films) afgespeeld. [OFF]: Er zal geen geluid zijn. • [Duur] kan alleen ingesteld worden wanneer [OFF] geselecteerd is als de [Effect] instelling.
Afspelen/Bewerken [Afspeelfunctie] Afspelen in [Normaal afsp.], [Alleen foto's], [Alleen bew. beeld], [3D-weergave], [Categor. afsp.] of [Favoriet afsp.] kan geselecteerd worden. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Afspeelfunctie] 2 Raak de af te spelen groep aan. • Raadpleeg P292 voor de wijze van afspelen van [3D-weergave] beelden in 3D. Als [Categor. afsp.] bij voorgaande stap 2 geselecteerd is 3 Raak de categorie aan die u wilt afspelen.
Afspelen/Bewerken [Locatie vermelden] De locatie-informatie (lengte-/breedtegraad) die vereist wordt door de smartphone/tablet kan naar de camera gezonden worden en op de beelden geschreven worden. Voorbereiding: Locatie-informatie naar de camera versturen vanaf de smartphone/tablet. • U dient “Panasonic Image App” op uw smartphone/tablet te installeren. (P248) • Lees de [Help] in het “Image App”-menu voor meer details over hoe te werk te gaan. 1 Selecteer het menu.
Afspelen/Bewerken [Retouche wissen] U kunt onnodige delen die op de opgenomen beelden geregistreerd zijn wissen. • Het wissen kan alleen uitgevoerd worden door aanraking. [Retouche wissen] schakelt automatisch de aanraakbediening in. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Retouche wissen] 2 3 Versleep het scherm horizontaal om een beeld te selecteren en raak vervolgens [Inst.] aan. Sleep uw vinger over het deel dat u wilt wissen. • De te wissen delen zijn gekleurd. • Door [Onged.
Afspelen/Bewerken • De beelden kunnen onnatuurlijk lijken omdat de achtergrond van de gewiste delen kunstmatig gecreëerd wordt. • Voer voor groepsbeelden [Retouche wissen] op ieder beeld uit (ze kunnen niet in één keer bewerkt worden). • Als [Retouche wissen] op groepsbeelden uitgevoerd wordt, worden deze als nieuwe beelden bewaard, gescheiden van de oorspronkelijke beelden. In deze gevallen niet beschikbaar: • Niet beschikbaar wanneer de zoeker in gebruik is.
Afspelen/Bewerken [Titel bew.] U kunt tekst (commentaar) toevoegen aan beelden. Nadat er tekst geregistreerd is, kan het afgedrukt worden bij het printen m.b.v. [Tekst afdr.] (P230). 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Titel bew.]>[Enkel]/[Multi] 2 Selecteer een beeld waaraan u tekst wilt toevoegen. • [’] wordt afgebeeld voor beelden met al geregistreerde titels. Instelling [Enkel] 1 Versleep het scherm horizontaal en selecteer het beeld. 2 Raak [Inst.] aan.
Afspelen/Bewerken [Tekst afdr.] U kunt de opnamedatum/tijd, naam, plaats, reisdatum of titel op de gemaakte beelden afdrukken. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Tekst afdr.]>[Enkel]/[Multi] 2 Selecteer een beeld dat u wilt afdrukken met tekst. • [‘] verschijnt op het scherm als het beeld afgedrukt wordt met tekst. Instelling [Enkel] 1 Versleep het scherm horizontaal en selecteer het beeld. 2 Raak [Inst.] aan. ,QVW Instelling [Multi] 1 Raak een beeld aan (herhalen).
Afspelen/Bewerken 4 Selecteer het te stempelen item. Onderdeel [Opnamedatum] Beschrijving van instellingen [ZON. TIJD]: Druk het jaar, de maand en de datum af. [MET TIJD]: Druk het jaar, de maand, de dag, het uur en de minuten af. [OFF] [Naam] [ ]: ([Gezichtsherken ning]) De in [Gezicht herk.] geregistreerde naam zal gestempeld worden. [ ]: ([Baby/ Huisdieren]) De in [Profiel instellen] geregistreerde naam zal gestempeld worden.
Afspelen/Bewerken • Wanneer u beelden afdrukt die bedrukt zijn met tekst, zal de datum over de bedrukte tekst heen afgedrukt worden als u het afdrukken van de datum specificeert bij de fotowinkel of op uw printer. • U kunt tot 100 beelden per keer instellen met [Multi]. • De beeldkwaliteit zou kunnen verslechteren wanneer de tekstafdruk uitgevoerd wordt. • Afhankelijk van de printer die u gebruikt, kunnen sommige letters afgeknipt worden tijdens het printen. Controleer dit op voorhand.
Afspelen/Bewerken [Splits video] De opgenomen video kan in twee delen gesplitst worden. Dit wordt aanbevolen wanneer u een deel dat u nodig heeft wilt afsplitsen van een deel dat u niet nodig heeft. Het splitsen van een video is permanent: Denk goed na voordat u splitst! 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Splits video] 2 Versleep het scherm horizontaal om een film te selecteren en raak vervolgens [Inst.] aan. 3 Raak [ ] aan op het punt van splitsing.
Afspelen/Bewerken [Intervalvideo] Deze functie stelt u in staat om een film te creëren uit een beeldengroep die opgenomen is met [Intervalopname]. De zo gecreëerde film wordt in het MP4-opnameformaat bewaard. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Intervalvideo] 2 3 Versleep het scherm horizontaal om de [Intervalopname]-beeldengroep te selecteren en raak vervolgens [Inst.] aan. Selecteer de items en de instellingen. Onderdeel [Opn.
Afspelen/Bewerken [Stop-motionvideo] Er wordt een film gecreëerd uit de groepsbeelden die met [Stop-motionanimatie] gemaakt zijn. De gecreëerde films worden bewaard in het MP4-opnameformaat. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Stop-motionvideo] 2 3 Versleep het scherm horizontaal om de stop-motion-animatiegroep te selecteren en raak vervolgens [Inst.] aan. Creëer een film door de creatiemethode te selecteren.
Afspelen/Bewerken [Nw. rs.] Om gemakkelijk posten naar webpagina's, bijlagen naar email enz. toe te laten, wordt de beeldresolutie (aantal pixels) gereduceerd. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Nw. rs.]>[Enkel]/[Multi] 2 Selecteer het beeld en de resolutie. Instelling [Enkel] 1 Versleep het scherm horizontaal om een beeld te selecteren en raak vervolgens [Inst.] aan. 2 Raak het formaat aan dat u wilt veranderen en raak vervolgens [Inst.] aan. • Het bevestigingsbeeldscherm wordt weergegeven.
Afspelen/Bewerken [Bijsnijden] U kunt eerst uitvergroten en dan een belangrijk deel van de opname kiezen. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Bijsnijden] 2 Versleep het scherm horizontaal om een beeld te selecteren en raak vervolgens [Inst.] aan. 3 Selecteer de af te knippen delen. Raak [ ] aan: Vergroten Raak [ ] aan: Verkleinen Verslepen: Verplaatsen • U kunt ook bewegen met gebruik van de cursorknoppen 3/4/2/1.
Afspelen/Bewerken [Roteren]/[Scherm roteren] Met deze functie kunt u automatisch opnamen verticaal afbeelden als deze gemaakt werden met een verticaal gehouden toestel of opnamen handmatig draaien met stappen van 90o. [Roteren] (Het beeld wordt handmatig gedraaid) • De [Roteren]-functie wordt uitgeschakeld als [Scherm roteren] op [OFF] gezet is. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Roteren] 2 Versleep het scherm horizontaal om een beeld te selecteren en raak vervolgens [Inst.] aan.
Afspelen/Bewerken [Favorieten] U kunt het volgende doen als er een markering toegevoegd is aan opnamen en deze ingesteld zijn als favorieten. • De opnamen die ingesteld zijn als favorieten alleen als diavoorstelling afspelen. • Alleen de beelden die ingesteld zijn als favorieten afspelen. ([Favoriet afsp.]) • Alle foto's wissen die niet ingesteld zijn als favorieten. ([Alles wissen behalve Favoriet]) 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Favorieten]>[Enkel]/[Multi] 2 Selecteer de opname.
Afspelen/Bewerken [Print inst.] DPOF “Digital Print Order Format” is een systeem waarmee de gebruiker kan kiezen welke opnamen hij afdrukt, hoeveel exemplaren van elk beeld hij afdrukt en of de opnamedatum wel of niet afgedrukt moet worden met een DPOF-compatibele fotoprinter of fotograaf. Voor details raadpleegt u uw fotograaf. Als u [Print inst.] voor een groep beelden instelt, zal de afdrukinstelling voor het aantal afdrukken op ieder beeld van de groep toegepast worden. 1 Selecteer het menu.
Afspelen/Bewerken ∫ Alle [Print inst.] instellingen annuleren Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Print inst.]>[Annul] • Het bevestigingsbeeldscherm wordt weergegeven. Het wordt uitgevoerd als [Ja] geselecteerd wordt. Verlaat het menu na de uitvoering. ∫ De datum afdrukken Nadat het aantal afdrukken ingesteld is, stel het afdrukken met de opnamedatum dan in, of wis het, door [Datum] aan te raken.
Afspelen/Bewerken [Beveiligen] U kunt een beveiliging instellen voor opnames waarvan u niet wilt dat ze per ongeluk gewist kunnen worden. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Beveiligen]>[Enkel]/[Multi] 2 Selecteer de opname. Instelling [Enkel] Versleep het scherm horizontaal om een beeld te selecteren en raak vervolgens [Inst./annul] aan. • De instelling wordt geannuleerd door [Inst./annul] opnieuw aan te raken. • Verlaat het menu nadat het ingesteld is.
Afspelen/Bewerken [Gez.herk. bew.] U kunt alle informatie m.b.t. gezichtsdetectie in geselecteerd beelden annuleren en verplaatsen. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Afspelen]>[Gez.herk. bew.]>[REPLACE]/[DELETE] 2 Versleep het scherm horizontaal om een beeld te selecteren en raak vervolgens [Inst.] aan. 3 4 Raak de naam van de persoon aan die u wenst te bewerken. (Wanneer [REPLACE] geselecteerd is) Raak de te vervangen persoon aan. • Het bevestigingsbeeldscherm wordt weergegeven.
Wi-Fi/NFC Wi-FiR-functie/NFC-functie ∫ Gebruik de camera als een draadloze LAN-inrichting Wanneer u apparatuur of computersystemen gebruikt die betrouwbaardere veiligheid vereisen dan draadloze LAN-inrichtingen, zorg er dan voor dat de juiste metingen genomen worden voor veiligheidsontwerpen en -defecten voor de systemen die gebruikt worden.
Wi-Fi/NFC ∫ Dit toestel is compatibel met NFC Gebruik de NFC “Near Field Communication”-functie om gemakkelijk de gegevens over te zetten die nodig zijn voor een Wi-Fi-verbinding tussen deze camera en de smartphone/tablet. Compatibele modellen Deze functie kan gebruikt worden met een NFC-compatibel apparaat met Android (OS versie 2.3.3 of hoger).
Wi-Fi/NFC ∫ Beschrijvingsmethode In deze gebruiksaanwijzing worden de stappen voor de instelling van een menu-onderdeel als volgt beschreven. [Wi-Fi] > [Nieuwe verbinding]>[Op afstand opnemen en weergeven] Als een stap “selecteer [Smartphone]”, enz., bevat, voer dan ongeacht welke van de volgende handelingen uit. Aanraakbediening: Raak [Smartphone] aan. Knopbediening: Selecteer [Smartphone] met de cursorknop en druk vervolgens op [MENU/SET].
Wi-Fi/NFC Wat u kunt doen met de Wi-Fi functie Wat kunt u doen Bediening met een smartphone/tablet Opnames maken met een smartphone. De beelden bewaren die in de camera opgeslagen zijn. Beelden naar een SNS versturen. P248 Gemakkelijke verbinding, gemakkelijke overdracht Er kan gemakkelijk een verbinding tot stand gebracht worden door op [Wi-Fi] te drukken en deze ingedrukt te houden of door de NFC-functie te gebruiken. De beelden kunnen ook gemakkelijk overgezet worden.
Wi-Fi/NFC Bediening met een smartphone/tablet U kunt de camera op afstand bedienen met gebruik van een smartphone/tablet. U moet de “Panasonic Image App” (van nu af “Image App” genoemd) op uw smartphone/tablet installeren. Installeren van de “Panasonic Image App” app voor smartphone/tablet De “Image App” is een applicatie die door Panasonic verstrekt wordt. Voor AndroidTM apps OS iOS 4.3~iOS 6.1 1 1 2 Installatieprocedure Voor iOS apps Android 2.2~Android 4.2¢ 3 4 Verbind uw Android.
Wi-Fi/NFC Verbinden met een smartphone/tablet Er kan gemakkelijk een verbinding tot stand gebracht worden door op [Wi-Fi] te drukken en deze ingedrukt te houden of door de NFC-functie te gebruiken. Voorbereiding: • Installeer van tevoren “Image App”. (P248) 1 Druk op [Wi-Fi] en houd de knop ingedrukt. • De informatie (SSID en password) wordt weergegeven die vereist is voor het rechtstreeks tot stand brengen van een verbinding tussen uw smartphone/tablet en dit toestel.
Wi-Fi/NFC ∫ Veranderen van de verbindingsmethode Druk voor het veranderen van de verbindingsmethode op [DISP.] en selecteer vervolgens de andere verbindingsmethode. Op de camera Selecteer [Via netwerk] of [Direct] en maak de verbinding. (P280) Op uw smartphone/tablet Wanneer u verbindt met [Via netwerk]: 1 2 3 Schakel de Wi-Fi-functie in. Selecteer het draadloze toegangspunt waarmee u verbinding wilt maken en stel in. Start “Image App ”.
Wi-Fi/NFC Verbinding maken met een smartphone/tablet met gebruik van de NFC-functie Gebruik de NFC “Near Field Communication”-functie om gemakkelijk de gegevens over te zetten die nodig zijn voor een Wi-Fi-verbinding tussen deze camera en de smartphone/ tablet. ∫ Compatibele modellen Deze functie kan gebruikt worden met een NFC-compatibel apparaat met Android (OS versie 2.3.3 of hoger).
Wi-Fi/NFC Wanneer de verbinding voor het eerst gemaakt wordt, wordt het bevestigingsscherm weergegeven. 1 2 Wanneer het bevestigingsscherm op dit toestel weergegeven wordt, selecteer dan [Ja]. Raak opnieuw de smartphone/tablet aan op [ ] van de camera. • De verbonden smartphone/tablet wordt op deze camera geregistreerd. • Er kunnen tot 20 smartphones/tablets geregistreerd worden.
Wi-Fi/NFC Fotograferen via een smartphone/tablet (remote opname) 1 2 Verbinding met een smartphone/tablet maken. (P249) Selecteer [ ] op de smartphone/tablet. • De opgenomen beelden worden in de camera bewaard. • Er kunnen ook films opgenomen worden. • Sommige instellingen zijn niet beschikbaar. • Als dit toestel op de Panorama Shot-modus staat, kunnen geen opnames op afstand gemaakt worden. • Het scherm verschilt afhankelijk van het uitvoerende systeem.
Wi-Fi/NFC Gemakkelijk overzetten/bewaren van beelden die in de camera opgeslagen zijn NFC Met gebruik van de NFC-functie kunt u beelden in de camera gemakkelijk naar een smartphone/tablet overzetten. Een beeld kan onmiddellijk nadat het opgenomen is verstuurd worden. U kunt het dus gemakkelijk naar de smartphone/tablet¢ van uw familie of vrienden versturen. ¢ Het is nodig om voor het gebruik de “Image App” te installeren.
Wi-Fi/NFC Beelden in de camera naar een SNS versturen 1 2 3 Verbinding met een smartphone/tablet maken. (P249) Selecteer [ ] op de smartphone/tablet. Versleep een beeld om het naar een SNS, enz., te versturen. • Het beeld wordt naar een web-service zoals een SNS verstuurd. • De functie kan toegekend worden aan de bovenkant, de onderkant, links of rechts, al naargelang uw voorkeur.
Wi-Fi/NFC Versturen van beelden naar een smartphone/tablet door de camera te bedienen ∫ Methoden voor het versturen en beelden die verstuurd kunnen worden JPEG RAW MP4 AVCHD 3D Versturen van een beeld telkens als een opname gemaakt wordt ([Afbeeldingen versturen tijdens opname]) ± — — — — Versturen van geselecteerde beelden ([Afbeeldingen versturen van camera]) ± — ± — — • Het kan zijn dat enkele beelden niet afgespeeld of verzonden worden, afhankelijk van de apparatuur.
Wi-Fi/NFC Versturen van een beeld telkens wanneer een opname gemaakt wordt ([Afbeeldingen versturen tijdens opname]) 1 Selecteer het menu. [Wi-Fi] > 2 [Nieuwe verbinding]>[Afbeeldingen versturen tijdens opname]> [Smartphone] Selecteer [Via netwerk] of [Direct] en maak de verbinding. (P280) Op uw smartphone/tablet Wanneer u verbindt met [Via netwerk]: 1 Schakel de Wi-Fi-functie in. 2 Selecteer het draadloze toegangspunt waarmee u verbinding wilt maken en stel in. 3 Start “Image App”.
Wi-Fi/NFC Versturen van geselecteerde beelden ([Afbeeldingen versturen van camera]) 1 Selecteer het menu. [Wi-Fi] > 2 [Nieuwe verbinding]>[Afbeeldingen versturen van camera]> [Smartphone] Selecteer [Via netwerk] of [Direct] en maak de verbinding. (P280) Op uw smartphone/tablet Wanneer u verbindt met [Via netwerk]: 1 Schakel de Wi-Fi-functie in. 2 Selecteer het draadloze toegangspunt waarmee u verbinding wilt maken en stel in. 3 Start “Image App”.
Wi-Fi/NFC Weergeven van beelden op een TV U kunt beelden op de TV weergeven als deze de Digital Media Renderer (DMR) -functie van de DLNA-standaard ondersteunt. Voorbereiding: Zet de TV op de DLNA-wachtmodus. • Lees de gebruiksaanwijzing van uw TV. • Voor details over compatibele inrichtingen raadpleegt u de ondersteunende sites hieronder. http://panasonic.jp/support/global/cs/dsc/ (Deze site is alleen in het Engels.) 1 Selecteer het menu.
Wi-Fi/NFC Versturen van beelden naar een printer U kunt beelden naar een compatibele printer versturen en ze draadloos afdrukken. ∫ Methoden voor het versturen en beelden die verstuurd kunnen worden Versturen van geselecteerde beelden ([Afbeeldingen versturen van camera]) JPEG RAW MP4 AVCHD 3D ± — — — — • Het kan zijn dat enkele beelden niet verzonden worden, afhankelijk van de apparatuur. • Raadpleeg P286 voor details over hoe de beelden verzonden moeten worden.
Wi-Fi/NFC Versturen van beelden naar een AV-inrichting U kunt foto's en films naar AV-apparatuur in uw huis versturen (AV-thuisapparatuur). U kunt ze ook via “LUMIX CLUB” naar de apparatuur (externe AV-apparatuur) van uw familie of vrienden versturen die ver weg wonen.
Wi-Fi/NFC Voorbereiding: Als u een beeld naar [Thuis] stuurt, zet uw apparaat dan op de DLNA-wachtmodus. • Lees de instructiehandleiding van het apparaat in kwestie voor details. Voor het versturen van beelden naar [Extern] is het volgende nodig: • Registratie bij “LUMIX CLUB” (P274) • Adresnummer en toegangsnummer die door het externe AV-apparaat van bestemming verworven zijn. (P279) Klik op het volgende om naar het begin van ieder menu te springen.
Wi-Fi/NFC Versturen van geselecteerde beelden ([Afbeeldingen versturen van camera]) 1 Selecteer het menu. [Wi-Fi] > 2 3 4 5 [Nieuwe verbinding]>[Afbeeldingen versturen van camera]>[AV-toestel] Selecteer [Thuis] of [Extern]. Selecteer [Via netwerk] of [Direct] en maak de verbinding. (P280) • Als [Extern] geselecteerd is, kan [Direct] niet geselecteerd worden. Selecteer een apparaat waarmee u verbinding wilt maken. • Als de verbinding gemaakt is, wordt het scherm weergegeven.
Wi-Fi/NFC Versturen van beelden naar een PC U kunt foto's en films die met dit toestel opgenomen zijn naar een PC sturen.
Wi-Fi/NFC Een map creëren die beelden ontvangt • Creëer een PC-gebruikersaccount (tot 254 karakters) en een password (tot 32 karakters) die uit alfanumerieke karakters bestaan. Een poging om een ontvangstmap te creëren kan mislukken als de account niet-alfanumerieke karakters bevat. ∫ Wanneer u “PHOTOfunSTUDIO ” gebruikt 1 Installeer “PHOTOfunSTUDIO” op de PC. • Voor details over hardwarevereisten en installatie, lees “Over de geleverde software” 2 (P299).
Wi-Fi/NFC Versturen van een beeld telkens wanneer een opname gemaakt wordt ([Afbeeldingen versturen tijdens opname]) 1 Selecteer het menu. [Wi-Fi] > 2 3 [Nieuwe verbinding]>[Afbeeldingen versturen tijdens opname]>[PC] Selecteer [Via netwerk] of [Direct] en maak de verbinding. (P280) Selecteer de PC waarmee u verbinding wilt maken.
Wi-Fi/NFC Versturen van geselecteerde beelden ([Afbeeldingen versturen van camera]) 1 Selecteer het menu. [Wi-Fi] > 2 3 [Nieuwe verbinding]>[Afbeeldingen versturen van camera]>[PC] Selecteer [Via netwerk] of [Direct] en maak de verbinding. (P280) Selecteer de PC waarmee u verbinding wilt maken. • Als de PC waarmee u verbinding wilt maken niet weergegeven wordt, selecteer dan [Handmatige invoer] en voer de computernaam van de PC in (naam van NetBIOS voor Apple Mac computers).
Wi-Fi/NFC Gebruik van web-diensten U kunt foto's en films via “LUMIX CLUB” naar een SNS, enz., versturen. Door automatische overzettingen van foto's en films naar [Cloud-synchr. service] in te stellen, kunt u de overgezette foto's of films op een PC of smartphone ontvangen. LUMIX CLUB A Draadloos toegangspunt B [Webservice] C [Cloud-synchr. service] Klik op het volgende om naar het begin van ieder menu te springen.
Wi-Fi/NFC Voorbereiding: U dient zich bij “LUMIX CLUB” (P274) te registreren om een beeld naar een webservice te versturen. Om beelden naar een webservice te sturen, moet u de webservice registreren. (P268) Klik op het volgende om naar het begin van ieder menu te springen.
Wi-Fi/NFC Registreren van web-services Wanneer u beelden verstuurd naar web-diensten, moet de gebruikte web-dienst geregistreerd worden bij de “LUMIX CLUB”. • Controleer de “FAQ / Contact” op de volgende site voor compatibele webservices. http://lumixclub.panasonic.net/ned/c/lumix_faqs/ Voorbereiding: Zorg ervoor dat u een account op de webservice gecreëerd heeft dat u wilt gebruiken en dat u de log-in informatie beschikbaar heeft.
Wi-Fi/NFC Versturen van geselecteerde beelden ([Afbeeldingen versturen van camera]) 1 Selecteer het menu. [Wi-Fi] > [Nieuwe verbinding]>[Afbeeldingen versturen van camera]>[Webservice] 2 3 Selecteer [Via netwerk] en maak de verbinding. (P281) Selecteer een webservice waarmee u verbinding wilt maken. • Als de verbinding gemaakt is, wordt het scherm weergegeven. Om de instelling voor het 4 Selecteer [Enkelvoudig select.] of [Multi selecteren].
Wi-Fi/NFC Wanneer u berichten verstuurt naar [Cloud-synchr. service] ∫ Methoden voor het versturen en beelden die verstuurd kunnen worden JPEG RAW MP4 AVCHD 3D Versturen van een beeld telkens als een opname gemaakt wordt ([Afbeeldingen versturen tijdens opname]) ± — — — ± Versturen van geselecteerde beelden ([Afbeeldingen versturen van camera]) ± — ± — ± • Het kan zijn dat enkele beelden niet afgespeeld of verzonden worden, afhankelijk van de apparatuur.
Wi-Fi/NFC Versturen van een beeld telkens wanneer een opname gemaakt wordt ([Afbeeldingen versturen tijdens opname]) 1 Selecteer het menu. [Wi-Fi] > [Nieuwe verbinding]>[Afbeeldingen versturen tijdens opname]>[Cloud-synchr. service] 2 3 Selecteer [Via netwerk] en maak de verbinding. (P281) Controleer de verzendinstelling. • Als de verbinding gemaakt is, wordt het scherm weergegeven. Om de instelling voor het 4 Opnamen maken. • Om de instelling te veranderen of om af te sluiten, drukt u op [Wi-Fi].
Wi-Fi/NFC Registratie bij “LUMIX CLUB” Over de [LUMIX CLUB] Verkrijg een “LUMIX CLUB” login ID (gratis). Als u dit apparaat registreert bij de “LUMIX CLUB”, kunt u beelden synchroniseren tussen de inrichtingen die u gebruikt of deze beelden overzetten naar webservices. Gebruik de “LUMIX CLUB” wanneer u beelden upload naar webservices of externe AV-inrichting. • U kunt dezelfde “LUMIX CLUB” login-ID voor dit toestel en een smartphone/tablet instellen. (P277) Raadpleeg de “LUMIX CLUB”-site voor details.
Wi-Fi/NFC 5 Lees de “LUMIX CLUB”-gebruiksmaatregelen door en selecteert [Akkoord]. • U kunt pagina's schakelen via 3/4. • U kunt het display (2k) vergroten door de modusknop op de achterkant naar rechts te draaien. • U kunt het vergrote display weer op de oorspronkelijke maat (1k) zetten door de modusknop op de achterkant naar links te draaien. 6 7 • U kunt de positie van het vergrote display verplaatsen met 3/4/2/1. • Druk op [ ] om het proces te annuleren zonder een login ID te verkrijgen.
Wi-Fi/NFC Gebruik van de verkregen login-ID/Controleren of veranderen van de login-ID of het password ([Gebr. naam wijzigen]) Voorbereiding: Als de verkregen login-ID gebruikt wordt, controleer dan de ID en het password. Om het “LUMIX CLUB”-password op de camera te veranderen, gaat u naar de “LUMIX CLUB”-website vanaf uw smartphone/tablet of PC en verandert u het “LUMIX CLUB”-password van tevoren.
Wi-Fi/NFC Instellen van dezelfde login-ID voor de camera en de smartphone/tablet • Het instellen van dezelfde login-ID voor dit toestel en de smartphone/tablet is handig voor het versturen van beelden, die in dit toestel zitten, naar andere apparatuur of webservices. Wanneer of dit toestel of de smartphone/tablet de login-ID verworven heeft: 1 2 Verbind dit toestel met de smartphone/tablet. (P249) Stel de gemeenschappelijke login-ID in vanuit het “Image App”-menu.
Wi-Fi/NFC Wis uw login ID en account vanuit de “LUMIX CLUB” Wis de login ID van de camera wanneer u deze overzet naar een derde of deze weggooit. U kunt tevens uw “LUMIX CLUB”-account wissen. 1 Selecteer het menu. [MENU] > [Set-up]>[Wi-Fi]>[Wi-Fi setup]>[LUMIX CLUB] 2 3 4 5 Selecteer [Verwijder account]. • Het bericht wordt weergegeven. Selecteer [Volgende]. Selecteer [Ja] in het bevestigingscherm van het wissen van de login ID. • Het bericht wordt weergegeven. Selecteer [Volgende].
Wi-Fi/NFC Configureren van de instellingen van een extern AV-apparaat Er kunnen beelden verstuurd worden naar de AV-inrichting van familie en kennissen via “LUMIX CLUB”. • Zie de volgende site voor de AV-inrichting die compatibel is met “LUMIX CLUB”. http://panasonic.jp/support/global/cs/dsc/ (Deze site is alleen in het Engels.) Voorbereiding: Controleer het adresnummer (16-cijferig nummer) en het toegangsnummer (4-cijferig nummer) van de bestemming-AV-inrichting die uitgegeven is door “LUMIX CLUB”.
Wi-Fi/NFC Verbindingen U kunt een verbindingsmethode selecteren na een Wi-Fi-functie en een bestemming te hebben geselecteerd. Het tot stand brengen van een rechtstreekse verbinding is handig wanneer u zich ver van huis bevindt, op een plaats waar geen toegangspunten beschikbaar zijn, of wanneer u tijdelijk verbinding maakt met een apparaat dat u normaal niet gebruikt.
Wi-Fi/NFC Verbinding maken vanuit uw huis (via het netwertk) U kunt de methode selecteren om verbinding met een draadloos toegangspunt te maken. ¢ WPS verwijst naar een functie die u in staat stelt de instellingen van de verbinding en van de veiligheid van LAN-apparatuur gemakkelijk te configureren. Om te controleren of het draadloze toegangspunt dat u gebruikt compatibel is met WPS dient u de handleiding van het draadloze toegangspunt te raadplegen.
Wi-Fi/NFC Als u niet zeker bent over de compatibiliteit met WPS (verbinden met [Handmatig. verbinden.]) Zoek naar beschikbare draadloze toegangspunten. • Bevestig encryptiesleutel van het geselecteerde draadloze toegangspunt als de netwerkauthenticatie gecodeerd is. • Wanneer u verbindt d.m.v. [Handmatige invoer], bevestig SSID, encryptietype, encryptiesleutel van het draadloze toegangspunt dat u gebruikt. 1 Selecteer het draadloze toegangspunt waarmee u verbinding maakt. • Het drukken op [DISP.
Wi-Fi/NFC Verbinding maken vanuit een locatie ver van uw huis (rechtstreekse verbinding) U kunt de methode selecteren om verbinding te maken met het apparaat dat u gebruikt. Selecteer de verbindingsmethode die door uw apparaat ondersteund wordt. Verbindingsmethode [Wi-Fi Direct] Beschrijving van instellingen 1 2 3 Zet het apparaat op de Wi-Fi DirectTM modus. Selecteer [Wi-Fi Direct]. Selecteer het apparaat waarmee u verbinding wilt maken.
Wi-Fi/NFC Snel verbinding maken met dezelfde instellingen als voorheen ([Selecteer doelapparaat uit geschiedenis]/[Selecteer doelapparaat uit favorieten]) Als de Wi-Fi-functie gebruikt wordt, wordt een record in de historie bewaard. U kunt de records als favorieten registreren. Door verbinding te maken vanuit de historie van favorieten, kunt u gemakkelijk verbinding maken met dezelfde instellingen als voorheen. 1 Druk op [Wi-Fi].
Wi-Fi/NFC Bewerken van de items zie als Favorieten geregistreerd zijn 1 2 3 4 Druk op [Wi-Fi]. Selecteer [Selecteer doelapparaat uit favorieten]. Selecteer het favoriete item dat u wilt bewerken en druk vervolgens op 1. Selecteer het item. Onderdeel Beschrijving van instellingen [Verwijderen uit favorieten] [Volgorde van favorieten wijzigen] [Geregistreerde naam wijzigen] — Selecteer de bestemming. • Voor details over hoe karakters in te voeren, raadpleeg “Tekst Invoeren” sectie op P64.
Wi-Fi/NFC Instellingen om beelden te versturen Als u beelden verstuurt, selecteer dan de methode om ze te versturen na [Nieuwe verbinding] te hebben geselecteerd. Nadat de verbinding tot stand gekomen is, kunnen de instellingen voor het versturen, zoals de beeldgrootte, ook veranderd worden. • Wanneer u beelden verstuurt op een mobiel netwerk, kunnen er hoge pakketcommunicatiekosten in rekening gebracht worden afhankelijk van de details van uw contract.
Wi-Fi/NFC Veranderen van de instellingen om beelden te versturen Door op [DISP.] te drukken nadat een verbinding tot stand gebracht is, kunt u de instellingen voor het versturen veranderen, zoals de beeldgrootte voor het versturen. Onderdeel [Grootte] [Bestandsindeling] Beschrijving van instellingen Grootte aanpassen van het te versturen beeld. [Origineel]/[Automatisch]¢1/[Wijzig] • Als u [Automatisch] selecteert, zal het beeldformaat bepaald worden door de omstandigheden op de bestemming.
Wi-Fi/NFC [Wi-Fi setup] Menu Configureer de instellingen die nodig zijn voor de Wi-Fi-functie. [Wi-Fi setup] kan niet veranderd worden als er een Wi-Fi-verbinding is. (uitgezonderd [Netwerkadres]) Selecteer het menu. [MENU] > [Set-up]>[Wi-Fi]>[Wi-Fi setup]>Gewenst item dat ingesteld moet worden [LUMIX CLUB] Verwerft of verandert de “LUMIX CLUB”-login-ID. • Raadpleeg P274 voor details. U kunt de werkgroep instellen.
Wi-Fi/NFC Stelt een beeldoverdracht in waarbij gebruik van de NFC-functie gemaakt wordt. [Touch sharing] [Wi-Fi-wachtwoord] [ON]: Als een verbinding tot stand gebracht wordt met de NFC-functie, tijdens het afspelen van een enkel beeld, kan het beeld overgezet worden. [OFF] Om incorrecte hantering of gebruik van de Wi-Fi functie door derden te voorkomen en om opgeslagen informatie te beschermen, wordt het aanbevolen dat u de Wi-Fi functie met een wachtwoord beschermt.
Aansluiten op andere apparatuur Van 3D-beelden genieten 3D-beelden opnemen Als u de onderlinge verwisselbare 3D-lens (H-FT012: optioneel) op uw toestel aanbrengt, kunt u voor extra effecten 3D-beelden opnemen. Om 3D-beelden te kunnen bekijken, heeft u een televisie nodig die 3D ondersteunt. 1 2 Bevestig de onderling verwisselbare 3D-lens op het toestel. Breng het onderwerp in het frame en neem op door de sluiterknop volledig in te drukken. • Scherpstellen is niet nodig bij het opnemen van 3D-beelden.
Aansluiten op andere apparatuur ∫ Functies die tijdens het 3D-opnemen niet gebruikt kunnen worden Wanneer u met de onderling verwisselbare 3D-lens (H-FT012: optioneel) opneemt, worden de volgende kenmerken uitgeschakeld: (Opnamefuncties) • Werking van Auto Focus/Manuele Focus • Instelling van openingswaarde • Werking van de zoom • Opname bewegende beelden¢1 • Panoramamodus • [Glinsterend water]/[Fonkelende verlichting] (Scene Guide modus) • [Expressieve indruk]/[Hoge dynamiek]/[Speelgoedcam.
Aansluiten op andere apparatuur Afspelen van 3D-beelden Sluit het toestel aan op een televisie die compatibel is met 3D, speel de in 3D opgenomen beelden af en geniet van de extra effecten van de 3D-beelden. Het is ook mogelijk om de in 3D opgenomen beelden af te spelen door een SD-kaart in de 3D-compatibele televisie, die een kaartsleuf heeft, te plaatsen. Voorbereiding: Zet [HDMI-functie] op [AUTO], [1080p] of [1080i]. (P60) Zet [3D-weergave] op [ ].
Aansluiten op andere apparatuur • Als een in 3D opgenomen beeld op dit toestel weergegeven wordt, wordt het afgespeeld in 2D (conventioneel beeld). • Er zal enkele seconden lang een zwart beeldscherm weergegeven worden als u tussen het afspelen van 3D-beelden en 2D-beelden heen en weer schakelt. • Als u een thumbnail van een 3D-beeld selecteert, kan het enkele seconden duren voordat het afspelen van start gaat.
Aansluiten op andere apparatuur Beelden terugspelen op een TV-scherm Beelden die met dit toestel opgenomen zijn, kunnen op een TV afgespeeld worden. Voorbereiding: Schakel het toestel en de televisie uit. • Bevestig de aansluitingen op uw TV en gebruik een kabel die daarmee compatibel is. De beeldkwaliteit kan variëren al naargelang de gebruikte aansluitingen. 1 Hoge kwaliteit 2 HDMI aansluiting 3 Video aansluiting 1 Sluit het toestel en de TV op elkaar aan.
Aansluiten op andere apparatuur 2 3 Schakel de TV in en selecteer de ingang die bij de gebruikte connector past. Zet het toestel aan en druk vervolgens op [(]. • De TV-invoer zal automatisch omschakelen, en het afspeelscherm wordt weergegeven, als een aansluiting tot stand gebracht is met een TV die compatibel is met VIERA Link, gebruikmakend van een HDMI-minikabel, terwijl [VIERA link] (P61) op [ON] staat.
Aansluiten op andere apparatuur Gebruik van VIERA Link (HDMI) Wat is VIERA Link (HDMI) (HDAVI Control™)? • Met deze functie kunt u met behulp van de afstandsbediening voor de Panasonic-TV eenvoudige handelingen uitvoeren wanneer dit toestel met behulp van een HDMI-minikabel (optioneel) voor automatisch gekoppelde handelingen is aangesloten op het VIERA Link-compatibele apparaat. (Niet alle handelingen zijn mogelijk.
Aansluiten op andere apparatuur ∫ Andere gekoppelde handelingen Uitschakelen van dit toestel: Als u een afstandsbediening van de TV gebruikt om de TV uit te schakelen, wordt dit toestel ook uitgeschakeld. Automatische ingangsschakeling: • Als u de aansluiting met een HDMI-minikabel tot stand brengt en dit toestel vervolgens inschakelt en dan op [(] drukt, zal het uitgangskanaal van de stroom van de TV automatisch naar het scherm van het toestel schakelen.
Aansluiten op andere apparatuur Bewaren van foto's en films op uw PC U kunt opnamen op een PC zetten door het toestel en de PC met elkaar te verbinden. • Sommige PC's kunnen direct van de kaart lezen die uit de camera gehaald is. Voor details, de handleiding raadplegen van uw PC. • Als de gebruikte computer geen SDXC-geheugenkaarten ondersteunt, kan een bericht verschijnen waarin u verzocht wordt om te formatteren.
Aansluiten op andere apparatuur Over de geleverde software De geleverde CD-ROM bevat de volgende software. Installeer de software op uw computer voor gebruik. • PHOTOfunSTUDIO 9.2 PE (Windows XP/Vista/7/8) Deze software stelt u in staat beelden te beheren. U kunt bijvoorbeeld foto's en films naar een PC sturen en ze sorteren op opnamedatum of modelnaam. U kunt ook handelingen verrichten zoals het schrijven van beelden naar een DVD, het verwerken en corrigeren van beelden en het opmaken van films.
Aansluiten op andere apparatuur ∫ Installeren van bijgeleverde software • Voordat u de CD-ROM erin doet, dient u alle lopende toepassingen te sluiten. 1 Controleer de omgeving van uw PC. • Operationele verwerkingsomgeving van “PHOTOfunSTUDIO 9.
Aansluiten op andere apparatuur ∫ Beelden naar een PC overbrengen Voorbereiding: Installeer “PHOTOfunSTUDIO ” op de PC. 1 Verbind de computer en de camera met de USB-aansluitkabel (bijgeleverd). • Schakel dit toestel en uw PC in alvorens de aansluiting te maken. • Open en draai de monitor van dit toestel op een wijze dat het scherm naar buiten gericht is. • Controleer de richtingen van de connectors, en doe ze er recht in of haal ze er recht uit.
Aansluiten op andere apparatuur ∫ Naar een PC kopiëren zonder gebruik van “PHOTOfunSTUDIO ” Als u niet in staat bent om “PHOTOfunSTUDIO ” te installeren, kunt u de bestanden en de mappen naar uw PC kopiëren door de bestanden van dit toestel te verslepen en zo over te brengen. • De inhoud (mapstructuur) op de kaart van dit toestel is als volgt.
Aansluiten op andere apparatuur ∫ De USB-aansluitkabel veilig losmaken Selecteer de [ ] icoon op de takenbalk op de PC en klik vervolgens op [DMC-XXX uitwerpen] (XXX varieert al naargelang het model). • Al naargelang de instellingen van uw PC kan het zijn dat deze icoon niet weergegeven wordt. • Als de icoon niet weergegeven wordt, controleer dan of [Toegang] niet op de monitor van de digitale camera weergegeven wordt, voordat u de hardware verwijdert.
Aansluiten op andere apparatuur Bewaren van foto's en films op een recorder Als u een kaart, met inhouden die met dit toestel opgenomen zijn, in een Panasonic recorder plaatst, kunt u de inhoud naar een Blu-ray disc of een DVD, enz. dubben. De methoden om foto's en films naar andere apparatuur te exporteren, zullen afhankelijk zijn van het bestandsformaat (JPEG, RAW, MPO, AVCHD, of MP4).
Aansluiten op andere apparatuur Beelden afdrukken Als u de camera aansluit op een printer die PictBridge ondersteunt, kunt u de af te drukken beelden selecteren en opdracht geven dat het printen van start gaat op de monitor van de camera. • Gegroepeerde beelden worden afzonderlijk weergegeven. • Sommige printers kunnen direct van de kaart afdrukken die uit de camera gehaald is. Voor details, de handleiding raadplegen van uw printer. Voorbereiding: Het toestel en de printer aanzetten.
Aansluiten op andere apparatuur Een beeld kiezen en uitprinten 1 Versleep het scherm horizontaal om een beeld te selecteren en raak vervolgens [Printen] aan. PictBridge Pi 9HHOY DIGU 3ULQWHQ 2 Raak [Print start] aan. • Raadpleeg P307 voor de items die ingesteld kunnen worden voordat u met het afdrukken van de beelden begint. • De USB-aansluitkabel losmaken na het afdrukken. Meerdere beelden kiezen en uitprinten 1 2 Raak [Veelv. afdr.] aan. Raak het item aan.
Aansluiten op andere apparatuur Printinstellingen Selecteer de items en stel deze zowel op het scherm in stap 2 van de “Een beeld kiezen en uitprinten” als in stap 3 van de “Meerdere beelden kiezen en uitprinten” procedures in. • Wanneer u beelden wilt afdrukken op een papierformaat of met een opmaak die niet verwerkt worden door het toestel, stelt u [Papierafmeting] of [Lay-out pagina] in op [{] en stelt u vervolgens het papierformaat of de opmaak in op de printer.
Aansluiten op andere apparatuur ∫ [Papierafmeting] Onderdeel { Beschrijving van instellingen De printerinstellingen hebben voorrang. [L/3.5qk5q] 89 mmk127 mm [2L/5qk7q] 127 mmk178 mm [POSTCARD] [16:9] 100 mmk148 mm 101,6 mmk180,6 mm [A4] 210 mmk297 mm [A3] 297 mmk420 mm [10k15cm] 100 mmk150 mm [4qk6q] 101,6 mmk152,4 mm [8qk10q] 203,2 mmk254 mm [LETTER] 216 mmk279,4 mm [CARD SIZE] 54 mmk85,6 mm • Papiermaten die niet verdragen worden door de printer zullen niet afgebeeld worden.
Aansluiten op andere apparatuur ∫ Opmaakafdrukken Wanneer u een beeld verschillende keren afdrukt op 1 vel papier. Als u bijvoorbeeld een beeld 4 keer wilt afdrukken op 1 vel papier, stelt u [Lay-out pagina] in op [ä] en vervolgens [Aantal prints] op 4. Wanneer u verschillende beelden afdrukt op 1 vel papier. Als u bijvoorbeeld 4 verschillende beelden wilt afdrukken op 1 vel papier, [Lay-out pagina] instellen op [ä] en vervolgens [Aantal prints] in instellen op 1 voor elk van de 4 beelden.
Overige Optionele accessoires Externe Flits (optioneel) Na het bevestigen van de flits (DMW-FL360L, DMW-FL220, DMW-FL360, DMW-FL500: optioneel), zal het effectieve bereik vergroot worden wanneer deze vergeleken wordt met de ingebouwde flits van het toestel. Voorbereiding: • Zet het toestel uit en sluit de ingebouwde flits. ∫ Gebruik van de speciale flitser (DMW-FL360L: optioneel) 1 2 3 4 Bevestig de betreffende flitser op de hete schoen en schakel de camera en de flitser vervolgens in.
Overige • U kunt de openingswaarde, de sluitertijd en de ISO-gevoeligheid op het toestel instellen zelfs wanneer de externe flits erop gezet wordt. • Sommige commerciële externe flitsen hebben synchronische terminals met hoge voltage of omgekeerde polariteit. Het gebruik van zulke extra flitsen zou storing kunnen veroorzaken of het toestel zou niet normaal kunnen functioneren.
Overige Externe Microfoon (optioneel) Door de stereo shotgun-microfoon (DMW-MS2: optioneel) te gebruiken, kunt u schakelen tussen opname door de (eenrichtings) gun en stereo-opname met groot bereik. Voorbereidingen: • Sluit de ingebouwde flitser en schakel dit toestel vervolgens uit. 1 2 3 Bevestig de speciale stereo shotgun-microfoon aan op dit toestel en schakel dit toestel vervolgens in. Selecteer [Speciale microfoon] in het [Bewegende beelden]-menu.
Overige Netadapter (optioneel)/DC-koppelaar (optioneel) Door de netadapter (optioneel) aan te sluiten, en deze vervolgens in een stopcontact te steken, kunt u dit toestel op een PC of printer aansluiten zonder dat u zich zorgen om de capaciteit van de batterij hoeft te maken. Voor het gebruik van de netadapter, wordt een DC-koppelaar (optioneel) vereist. • Gebruik altijd een originele Panasonic netadapter (optioneel).
Overige Display Monitor/Display Zoeker • De volgende afbeeldingen zijn voorbeelden van wanneer het displayscherm in de monitor op [ ] (monitorstijl) gezet is. ∫ In Opname Opnemen in de Programme AE-modus [ 1 2 3 ] 4 5 6 7 8 9 10 11 50 4:3 L 1 20 23 AFS × 26 13 Fn6 25 Fn7 3.
Overige ∫ Tijdens de opname (na het instellen) 31 32 33 34 35 36 37 38 C1 50 64 63 62 AFL 44 39 ラュン 61 AEL BKT AWB 60 59 58 R12s 40 Kleur¢3 (P95) 41 Defocus control Functie¢3 (P93) 42 Helderheid¢3 (P94) 43 Aanraaktab ( )¢3 (P18, 94) 45 46 47 48 49 40 45 45 41 41 47 42 42 42 43 46 48 F 23 SS 22 21 ISO 20 49 50 57 56 55 54 53 31 Standaardinstellingen (P129) 32 Display instelling Creative Control (P120) 33 Flitser (P144, 146) 34 Extra Tele Conversie (bij video-opnames) (P13
Overige ¢1 Alleen weergegeven op het beeldscherm voor opname-informatie op de monitor. ¢2 Alleen beschikbaar wanneer een lens bevestigd is die de stabilisatorfunctie ondersteunt. ¢3 Alleen op de monitor weergegeven. ¢4 Het is mogelijk de display te schakelen tussen het aantal opneembare beelden en beschikbare opnametijd met de [Rest-aanduiding] instelling in het [Voorkeuze] menu. ¢5 “m” is een afkorting voor minuten en “s” voor seconden. ¢6 Dit wordt tijdens het terugtellen weergegeven.
Overige ∫ In Terugspelen 1 2 3 4 5 6 7 4:3 1 20 3s 19 18 17 16 15 ( '$* 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 foto 8 9 10 11 0 WB ISO 160 AWB 160 AFS P 4:3 12 PQG GJ 0 60 F3.5 9 14 13 L 1/98 F3.5 60 1 2 Weergave histogram Weergave van gedetailleerde informatie 5 6 22 AWB F3.5 60 STD.
Overige Waarschuwingen op het scherm Soms verschijnen op het scherm bevestigingen of foutmeldingen. De belangrijkste meldingen worden hieronder beschreven. [Deze foto is beveiligd] > Het beeld wissen nadat de beveiliginstelling geannuleerd is. (P242) [Deze foto kan niet gewist worden]/[Sommige foto’s kunnen niet gewist worden] • Dit kenmerk kan alleen gebruikt worden voor beelden die aan de DCF-standaard voldoen. > Voer het formatteren (P63) op dit toestel uit na de benodigde gegevens op een PC, enz.
Overige [Storing geheugenkaart]/[Parameterfout geheugenkaart]/[Deze geheugenkaart kan niet worden gebruikt.] > Gebruik een kaart die met dit toestel compatibel is. (P37) • SD-geheugenkaart (8 MB tot 2 GB) • SDHC-geheugenkaart (4 GB tot 32 GB) • SDXC-geheugenkaart (48 GB, 64 GB) [Plaats SD-kaart opnieuw]/[Andere kaart proberen a.u.b.] • Er heeft zich een fout voorgedaan bij het toetreden van de kaart. > Voer de kaart opnieuw in. > Er een andere kaart inzetten.
Overige [Bewerking niet mogelijk omdat er informatie wordt verwerkt.] • Als er teveel beeldbestanden zijn, kan de icoon van de informatie die op dat moment opgevraagd wordt ([ ] of [ ]) lange tijd op het afspeelscherm weergegeven worden. Gedurende deze tijd is het niet mogelijk te wissen en het [Afspelen]-menu te gebruiken. • Als dit toestel uitgeschakeld wordt terwijl informatie verworven wordt, worden alleen de beelden die de informatie reeds verworven hebben als een groep bewaard.
Overige [Uploaden naar cloudmap is beschikbaar als de cloud-synchronisatie is ingesteld op apparaten met een downloadfunctie, zoals PC of smartphone.] • De apparaten die beelden uit een cloudmap donwloaden, worden niet geregistreerd. • Voer de Cloud Sync. instelling uit. Configureer de instellingen op een PC met “PHOTOfunSTUDIO” of op een smartphone/tablet met “Image App”. Raadpleeg P272 voor details over [Cloud-synchr. service].
Overige Menulijst Klik op het volgende om naar het begin van ieder menu te springen. [Opname] [Voorkeuze] [Afspelen] P322 [Bewegende beelden] P326 [Set-up] P325 P328 P330 [Opname] In dit menu kunt u de beeldverhouding, het aantal pixels en andere aspecten van de beelden die u aan het opnemen bent instellen. • [Fotostijl], [Focusfunctie], [Meetfunctie], [Int.dynamiek], [I.resolutie] en [Dig. zoom] maken onderdeel uit van zowel het [Opname]-menu als het [Bewegende beelden]-menu.
Overige [Multi-belicht.] Heeft een effect als multi-belichting tot gevolg. (equivalent aan tot 4 keer voor een afzonderlijk beeld) P193 [Intervalopname] U kunt de starttijd van de opname, het opname-interval en het aantal beelden instellen en automatisch onderwerpen opnemen zoals dieren en planten, terwijl de tijd verstrijkt. P195 Een stop-motionbeeld wordt gecreëerd door beelden samen te voegen.
Overige [Stabilisatie] Wanneer er toestelschudding opgemerkt wordt tijdens het opnemen, corrigeert de camera dit automatisch. P131 [Gezicht herk.] Stelt de focus en de belichting automatisch in, de prioriteit gevend aan geregistreerde gezichten. P205 [Profiel instellen] Als u de naam en verjaardag van uw kind of huisdier van tevoren instelt, dan kunt u hun naam en leeftijd in maanden en jaren op de foto's opnemen.
Overige [Bewegende beelden] Dit menu laat u de [Opname-indeling], [Opn. kwaliteit], en andere aspecten voor filmopnames instellen. • [Fotostijl], [Focusfunctie], [Meetfunctie], [Int.dynamiek], [I.resolutie] en [Dig. zoom] maken onderdeel uit van zowel het [Opname]-menu als het [Bewegende beelden]-menu. Het veranderen van deze instellingen in één van deze menu’s wordt weerspiegeld in het andere menu. – Raadpleeg voor details de uitleg van de overeenkomstige instelling in het [Opname]-menu.
Overige [Voorkeuze] De werking van het toestel, zoals het weergeven van het beeldscherm en de werking van de knoppen, kan naar goeddunken ingesteld worden. Het is bovendien mogelijk om de gewijzigde instellingen te registreren. [Geh voorkeursinst.] Registreert de huidige camera-instellingen als standaardinstelling. P129 [AF/AE vergrend.] Stelt de vastgestelde inhoud voor het scherpstellen en de belichting in wanneer de AF/AE-vergrendeling ingeschakeld is. P176 [AE-vergr.
Overige [MF-gids] Wanneer u de focus handmatig instelt, wordt er een MF-gids die het u toelaat de richting te controleren voor het verkrijgen van de focus afgebeeld. P171 [Peaking] De scherp gestelde delen worden geaccentueerd als het scherpstellen handmatig plaatsvindt. P172 [Histogram] Dit biedt u de mogelijkheid om het histogram wel of niet af te beelden. P74 [Richtlijnen] Dit zal het patroon van de richtlijnen instellen dat weergegeven wordt wanneer een foto genomen wordt.
Overige [Oogsensor] Schakel de oogsensor in of uit. U kunt ook de gevoeligheid van de oogsensor instellen. P66 [Zelf ontsp. auto uit] Stelt in om de zelfontspanner al dan niet te annuleren als dit toestel uitgeschakeld wordt. P185 [Touch inst.] Schakelt de bediening door aanraking in/uit. P18 [Touch scrollen] Hiermee kunt u de snelheid van continu vooruit of achteruit spoelen van de beelden instellen met gebruik van de bediening door aanraking.
Overige [Besparing] Onderdrukt het stroomverbruik van het toestel om te voorkomen dat de batterij leeg geraakt. P59 [USB mode] Stelt de communicatiemethode in wanneer er aangesloten wordt m.b.v. de USB-aansluitkabel (bijgeleverd). P59 [Output] Hiermee wordt ingesteld hoe het toestel op een televisie, enz., aangesloten moet worden. P60 [VIERA link] Apparatuur dat de VIERA-link automatisch zal verbinden. P61 [3D-weergave] Instellen van de afspeelwijze van 3D-beelden. P61 [Menu hervat.
Overige [Afspelen] Dit menu laat u de Bescherming, Knip- of Afdrukinstellingen, enz. van gemaakte beelden instellen. [2D/3D-inst.] Schakelt de afspeelmethode voor 3D-beelden. P222 [Diashow] Selecteert het soort enz. van de beelden en speelt deze in volgorde af. P222 [Afspeelfunctie] Selecteert het soort enz. van de beelden en speelt alleen bepaalde beelden af.
Overige Problemen oplossen Probeer als eerste de volgende procedures (P331–346). Als het probleem niet wordt verholpen, kan het mogelijk worden verminderd door [Resetten] (P62) in het [Set-up]-menu te selecteren. Batterijen en stroom Het toestel kan niet bediend worden zelfs wanneer het aanstaat. Het toestel gaat uit onmiddellijk nadat het aangezet is. • De batterij is op. • De batterij opladen. • Als u het toestel aanlaat, zal de batterij opgaan. > Schakel het toestel vaal uit d.m.v. de [Besparing], enz.
Overige Opnemen Fotograferen is niet mogelijk. De sluiter zal niet onmiddellijk in werking treden wanneer er op de ontspanknop gedrukt wordt. • Is het onderwerp scherpgesteld? > [Prio. focus/ontspan] is ingesteld op [FOCUS] op het moment van aanschaf en u kunt geen beelden maken totdat er scherpgesteld is op het onderwerp. Als u in staat wilt zijn een beeld te maken wanneer u de ontspanknop helemaal indrukt zelfs als er nog niet geheel scherpgesteld is op het onderwerp, dient u [Prio.
Overige Het opgenomen beeld is wazig. De optische beeldstabiliseerder is niet effectief. • De sluitertijd wordt trager en de optische beeldstabilisatorfunctie werkt mogelijk vooral niet goed wanneer u opnamen op donkere plaatsen maakt. > We raden aan het toestel stevig vast te houden met beide handen wanneer u beelden maakt. (P65) > Wij raden aan een statief en de zelfontspanner (P184) te gebruiken wanneer u opnamen maakt met een langzame sluitertijd.
Overige De helderheid van de tint van het gemaakte beelden verschilt van de eigenlijke scène. • Wanneer u onder fluorescente of LED-verlichting enz. opneemt, zou het verhogen van de sluitertijd kleine veranderingen m.b.t. de helderheid en de kleur met zich mee kunnen brengen. Deze veranderingen zijn een resultaat van de eigenschappen van de lichtbron en duiden niet op storing.
Overige Bewegende beelden Opnemen video's is niet mogelijk. • Misschien bent u korte tijd niet in staat om opnames te maken wanneer u dit toestel net ingeschakeld heeft of wanneer u een kaart met grote capaciteit gebruikt. Opnemen van bewegende beelden stopt halverwege. • Gebruik een kaart met SD-snelheidsklassen met “Klasse 4” of hoger wanneer u bewegende beelden opneemt. • Afhankelijk van de kaart kan het opnemen halverwege stoppen.
Overige Lens Het opgenomen beeld zou vervormd kunnen worden of er zou zich een kleur om het onderwerp kunnen bevinden die er niet hoort. • Afhankelijk van de lens die wordt gebruikt, lijken opnamen mogelijk iets scheef of is er kleur zichtbaar in de hoeken, afhankelijk van de zoomfactor; dit komt door de eigenschappen van de lens. De randen van het beeld kunnen ook scheef lijken omdat het perspectief groter is wanneer de groothoek wordt gebruikt. Dit is geen storing.
Overige Monitor/Zoeker De monitor/zoeker gaat uit hoewel het toestel ingeschakeld is. • Als gedurende de ingestelde tijdsduur geen handelingen uitgevoerd worden, wordt [Auto LVF/ scherm uit] (P59) geactiveerd en schakelt de monitor/zoeker uit. • Als een voorwerp of uw hand zich vlakbij de oogsensor bevinden, kan het zijn dat de monitorweergave naar de zoekerweergave overschakelt. (P66) De monitor/zoeker is te helder of te donker. • Controleer de [Helderheid scherm]-instelling.
Overige Er verschijnt ruis op de monitor. • Op donkere plekken kan ruis optreden om de helderheid van de monitor te behouden. De kleurtoon van de zoeker is anders dan de daadwerkelijke kleurtoon. • Aangezien dit een kenmerk van de zoeker van dit toestel is, vormt dit fenomeen geen probleem. De opgenomen beelden worden er niet door beïnvloed. Terugspelen Het beeld dat teruggespeeld wordt is niet gedraaid of is gedraaid in een onverwachte richting, wanneer afgebeeld.
Overige Het afspeelgeluid of het werkgeluid is te laag. • Dekt iets de luidspreker af? (P14) Beelden met een andere datum dan de opnamedatum worden weergegeven in de kalenderweergave. • Is de klok van de camera goed ingesteld? (P41) • Beelden die op een PC zijn bewerkt of beelden die met andere camera's zijn opgenomen, geven tijdens de kalenderweergave mogelijk een andere datum weer dan de opnamedatum. Er verschijnen witte ronde vlekken als zeepbellen op het gemaakte beeld.
Overige Functies Wi-Fi Deze kan geen verbinding maken met de draadloze LAN. Radiogolven verliezen hun verbinding. • Gebruik binnen het communicatiebereik van het draadloze LAN-netwerk. • Verbindingstypes en veiligheidsinstellingmethodes verschillen afhankelijk van het draadloze toegangspunt. > Verwijs naar de bedrijfsinstructies van het draadloze toegangspunt.
Overige Het duurt steeds lang om verbinding te maken met een smartphone/tablet. • Het kan langer duren om verbinding te maken, afhankelijk van de instelling van de Wi-Fi-verbinding van de smartphone/tablet, maar dit is geen storing. Dit toestel wordt niet weergegeven op het Wi-Fi-instelscherm van de smartphone/tablet. Het duurt even om de verbinding op te zetten. > Probeer de ON/OFF van de Wi-Fi-functie in de Wi-Fi-instellingen van de smartphone/tablet om te schakelen.
Overige Het beeld dat geüpload moest zijn naar het web is er niet. • Uploaden zou niet voltooid kunnen zijn wanneer het onderbroken wordt tijdens het verzenden van het beeld. • Het zou even kunnen duren nadat het beeld geüpload is voordat het weergegeven wordt op het web, afhankelijk van de status van de server. > Wacht even en probeer opnieuw. • U kunt de zendstatus bij de instellingen van de link van de webservice controleren door in te loggen bij “LUMIX CLUB”.
Overige Film kan niet verzonden worden. • Het bestandformaat van de films die afgespeeld kunnen worden verschilt, afhankelijk van de bestemming. (P256, 260, 261, 264, 268, 272) • Is het beeld te groot? > Verstuur nadat u de film verdeeld heeft met [Splits video] (P233). Ik kan geen beelden naar een AV-apparaat sturen. • Het versturen kan mislukken al naargelang de werkstatus van het AV-apparaat. Bovendien kan het versturen enige tijd vergen. Er kan met NFC geen verbinding gemaakt worden.
Overige Het beeld verschijnt niet helemaal op de TV. > Controleer de [TV-aspect] instelling. (P60) VIERA Link werkt niet. • Is het correct met de (optioneel) HDMI-minikabel aangesloten? (P294) > Ga na dat de HDMI-minikabel (optioneel) er stevig in zit. > Druk op [(] op dit apparaat. • Staat [VIERA link] op dit toestel op [ON]? (P61) > Afhankelijk van de HDMI-aansluiting op de TV, wisselt het ingangskanaal mogelijk niet automatisch.
Overige Het beeld kan niet afgedrukt worden wanneer het toestel op een printer aangesloten is. • Er kunnen geen foto's afgedrukt worden met een printer die geen PictBridge ondersteunt. > [USB mode] op [PictBridge(PTP)] instellen. (P59, 305) De uiteinden van de beelden worden eraf geknipt bij het afdrukken. > Wanneer u een printer gebruikt met een Knip- of kantenvrije afdrukfunctie, dient u deze functie te annuleren voordat u afdrukt. (Voor details, de gebruiksaanwijzing lezen van de printer.
Overige Er werd per ongeluk een onleesbare taal gekozen. > Druk op [MENU/SET], kies het [Set-up] menupictogram [ om de gewenste taal in te stellen. (P62) ] en kies dan het [~] pictogram Een gedeelte van het beeld knippert in zwart en wit. • Dit is een highlight functie die de witte verzadigde zone toont. (P84) Een rode lamp gaat soms aan wanneer de ontspanknop tot de helft ingedrukt wordt. • Op donkere plekken gaat de AF-lamp (P170) branden om gemakkelijker op het object scherp te stellen.
Overige Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik Wat u wel en niet moet doen met dit toestel Houd dit toestel zo ver mogelijk uit de buurt van elektromagnetische apparatuur (zoals magnetrons, televisie, videospelletjes, enz.). • Indien u dit toestel op of naast een televisie gebruikt, kunnen beeld en/of geluid op dit toestel onderbroken worden door de straling van de elektromagnetische golven. • Gebruik dit toestel niet in de buurt van een mobiele telefoon.
Overige Schoonmaken Voordat u het toestel reinigt, dient u de batterij of de DC-koppelaar te verwijderen (optioneel), of de stekker uit het stopcontact te trekken. Wrijf het toestel vervolgens met een droge zachte doek. • Wanneer het toestel vuil is, kan het schoongemaakt worden door het vuil eraf te wrijven met een uitgewrongen natte doek en vervolgens met een droge doek. • Veeg het vuil of de stof van de zoomring en de focusring af met een droge, stofvrije doek.
Overige Over de Monitor/Zoeker • Druk niet met grote kracht op de monitor. Er kunnen dan ongelijke kleuren op de monitor verschijnen en dit kan voor een slechte werking zorgen. • Als de camera koud is wanneer u hem inschakelt, kan het beeld op de monitor/zoeker aanvankelijk een beetje donkerder dan normaal zijn. Het beeld zal echter weer normaal helder worden zodra de interne temperatuur van de camera stijgt. Het scherm van de monitor/zoeker wordt geproduceerd met zeer hoge precisietechnologie.
Overige Batterij De batterij is een oplaadbare lithium-ionbatterij. De stroom wordt opgewekt door de chemische reactie in de batterij. Deze reactie wordt beïnvloed door de temperatuur en de vochtigheid. Door te hoge of te lage temperaturen gaan batterijen minder lang mee. Haal de batterij altijd uit het toestel na gebruik. • Doe de verwijderde batterij in een plastic zak en verplaats of bewaar deze ver van metalen voorwerpen (paperclips, enz.).
Overige Over 3D ∫ Over 3D-opnames Als de onderling verwisselbare 3D-lens aangebracht is, dient u een onderwerp niet op te nemen op een afstand die kleiner is dan de minimum brandpuntafstand. • De 3D-effecten kunnen uitgesprokener zijn en kunnen daardoor vermoeidheid of een oncomfortabel gevoel veroorzaken. • Als de onderlinge verwisselbare 3D-lens (H-FT012: optioneel) gebruikt wordt, is de minimum brandpuntafstand 0,6 m.
Overige Kaart De kaart niet op plaatsen met een hoge temperatuur bewaren, waar makkelijk elektromagnetische golven of statische elektriciteit opgewekt kunnen worden, of op plaatsen die blootgesteld zijn aan direct zonlicht. De kaart niet plooien of laten vallen. • De kaart kan beschadigd worden of de opgenomen inhoud zou beschadigd of uitgewist kunnen worden. • De kaart in de kaarthoes of het zakje doen na gebruik en wanneer u de kaart opslaat of vervoert.
Overige Over de persoonlijke informatie Als een naam of verjaardag ingesteld is voor [Profiel instellen]/functie voor gezichtsherkenning, dan wordt deze persoonlijke informatie in het toestel bewaard en in het beeld opgenomen. Er wordt geadviseerd een Wi-Fi-password in te stellen om persoonlijke informatie te beschermen.
Overige Wanneer u het toestel niet gebruikt gedurende een lange tijdsperiode • De batterij op een koele en droge plaats opbergen met een relatief stabiele temperatuur: (Aanbevolen temperatuur: 15 oC tot 25 oC, Aanbevolen vochtigheid: 40%RH tot 60%RH) • De batterijen en de kaart altijd uit het toestel verwijderen. • Als de batterijen in het toestel gelaten worden zullen ze ontladen zelfs als het toestel uitstaat.
Overige • G MICRO SYSTEM is een op de Micro Four Thirds System-standaard gebaseerd digitale camerasysteem van LUMIX. • Micro Four Thirds™ en Micro Four Thirds Logo-merken zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Olympus Imaging Corporation, in Japan, de Verenigde Staten, De Europese Unie en andere landen. • Four Thirds™ en Four Thirds Logo-merken zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Olympus Imaging Corporation, in Japan, de Verenigde Staten, De Europese Unie en andere landen.
• QuickTime en het QuickTime-logo zijn merken of geregistreerde merken van Apple Inc. en worden onder licentie gebruikt. • Android en Google Play zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Google Inc. • Het logo Wi-Fi CERTIFIED is een kwaliteitsmerk van de Wi-Fi Alliance. • Het Wi-Fi Protected Setup Merk is een merk van Wi-Fi Alliance. • “Wi-Fi”, “Wi-Fi Protected Setup”, “Wi-Fi Direct”, “WPA” en “WPA2” zijn merken of gedeponeerde merken van Wi-Fi Alliance.