Operation Manual
- 75 -
Opnemen
Gebruik van het [Opname] Menu
Voor details over [Opname] functiemenu, P39 raadplegen.
Toepasbare modussen:
De flits instellen voor opnamen.
¢1 Deze kan alleen ingesteld worden wanneer de Intelligent Automatische Functie ingesteld is.
¢2 De flits wordt twee keer geactiveerd. Het object mag niet bewegen totdat de tweede
flits geactiveerd is. Interval tot de tweede flits hangt af van de helderheid van het
onderwerp.
[Rode-ogencorr] (P95) in het [Opname]-menu staat op [Aan]. [ ] verschijnt op de
flitsicoon.
[Flitser]
Instellingen Beschrijving van instellingen
‡ [Auto] De flits wordt automatisch geactiveerd wanneer dit nodig is voor
de opnamecondities.
[Intelligent auto]
¢1
[Auto/rode-og]
¢2
De flits wordt automatisch geactiveerd wanneer dit nodig is voor
de opnamecondities.
De flits wordt een keer geactiveerd vóór de eigenlijke opname om
het rode-ogeneffect (ogen van het object die rood worden op het
beeld) te verminderen en vervolgens opnieuw geactiveerd voor
de eigenlijke opname.
• Gebruik deze functie wanneer u opnamen maakt van
personen in slecht belichte omstandigheden.
‰ [Flitser altijd aan]
De flits wordt altijd geactiveerd ongeacht de opnamecondities.
• Gebruik deze functie wanneer uw object
achtergrondbelichting heeft of onder fluorescent licht staat.
[Lngz. sync./
rode-og]
¢2
Als u beelden maakt met een donker landschap op de
achtergrond, maakt deze functie de sluitertijd langzamer zodra de
flits geactiveerd wordt, zodat het donkere landschap op de
achtergrond helder zal worden. Tegelijkertijd vermindert het
rode-ogeneffect.
• Gebruik deze functie wanneer u opnamen maakt van
personen op een donkere achtergrond.
Œ [Gedwongen uit]
De flits wordt in geen enkele opnameconditie geactiveerd.
• Gebruik deze functie om opnames te maken op plaatsen
waar het gebruik van een flitser niet toegestaan is.










