Operation Manual
- 70 -
Gevorderd (Opname van beelden)
[OPNAME] functie: ¿
Opnamen maken met een scènefunctie die past bij
de omstandigheden (Scènefunctie)
Als u een scènefunctie kiest om een opname te maken van een beeld in een bepaalde
situatie zal de camera automatisch de optimale belichting instellen en aanpassen voor de
gewenste opname.
Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] selectieschakelaar naar [¦/!] en
druk vervolgens op [MODE].
Raak [SCÈNE MODE] aan.
Raak de scènefunctie aan om te selecteren.
• Menuscherm kan geschakeld worden door [2]/[1]
aan te raken in het linker en rechter gedeelte van het
scherm.
• Het menuscherm schakelt over naar het
opnamescherm in de ingestelde scènefunctie.
∫ Over de informatie
•
Als de informatie op [ON] staat, zal er uitleg afgebeeld
worden over de geselecteerde scènefunctie wanneer de
scènefunctie aangeraakt wordt in stap
3.
Aantekening
•
Als u [SCN] aanraakt op het opnamescherm van de scènefunctie, zal het scherm terugkeren
naar het scherm dat beschreven wordt in de stap hierboven
3.
• Lees P57 voor informatie over de sluitertijd.
• De flitsinstelling van de scènefunctie wordt weer op de begininstelling gezet wanneer de
scènefunctie veranderd wordt.
• Wanneer u een opname maakt met een scènefunctie dat niet geschikt is voor dat doeleinde,
kan de tint van het beeld verschillen van de werkelijke scène.
• De volgende items kunnen niet ingesteld worden in de scènefunctie omdat het toestel ze
automatisch op de optimale instelling zet.
– [SLIMME ISO]/[GEVOELIGHEID]/[MEETFUNCTIE]/[I.CONTRAST]/[KLEUR EFFECT]/
[FOTO INST.]
• Aanraking AF/AE kan gebruikt worden behalve voor de volgende scènefuncties.
– [STERRENHEMEL]/[VUURWERK]
• [I.CONTRAST] wordt automatisch geactiveerd behalve in de volgende scènefuncties.
– [NACHTL. SCHAP]/[VOEDSEL]/[HUISDIER]/[HI-SPEED BURST]/[STERRENHEMEL]/
[VUURWERK]/[STRAND]/[SNEEUW]/[LUCHTFOTO]
1
2
3










