Operation Manual

Overige
- 151 -
Functies die niet ingesteld kunnen worden of niet
zullen werken onder bepaalde omstandigheden
Afhankelijk van de specificaties van het toestel, zou het niet mogelijk kunnen zijn bepaalde
functies in te stellen of zouden sommige functies niet kunnen werken onder bepaalde
omstandigheden waarin het toestel gebruikt wordt.
De tabel hieronder noemt deze functies en de overeenkomende omstandigheden ervan
op.
Voor de functies die niet ingesteld kunnen worden of niet zullen werken in de Intelligente
automatische functie,
Instellingen in intelligente automatische functie (P40) raadplegen.
Functies die niet ingesteld
kunnen worden of niet zullen
werken
Hoofdomstandigheden waarin de functies niet ingesteld kunnen
worden of niet zullen werken
[AUTO POWER LCD]/
[GR. KIJKHOEK] (P30)
( functie
[BATT. BESP.] (P31)
Als u een AC-adapter gebruikt
Als u het toestel aansluit op een PC of een printer
Als u bewegende beelden opneemt of afspeelt
Tijdens een diavoorstelling
[AUTO DEMO]
[AUTO LCD UIT] (P31)
Als u een AC-adapter gebruikt
Terwijl het menuscherm afgebeeld is
Als de zelfontspanner ingesteld is
Terwijl u bewegende beelden opneemt
Als u het toestel aansluit op een PC of een printer
[AUTO REVIEW] (P32)
$ functie
Extra Optische Zoom
(P44)
9 en ô in [SCÈNE MODE]
$ functie
[DIG. ZOOM] (P44)
-, :, ;, í, 9 en ô in [SCÈNE MODE]
Wanneer [SLIMME ISO] geselecteerd is
Aanraakzoom (P47)
Wanneer u bewegende beelden afspeelt
Stilstaande beelden met geluid (wanneer u geluid afspeelt)
[HISTOGRAM] (P31, 52)
$ functie
Tijdens meervoudig afspelen
Tijdens aanraakzoom
[KALENDER]
[FLITS] (P54)
Wanneer auto bracket ingesteld is
Wanneer de burstfunctie ingesteld is
,, /, ï, ô, 5, 4 en 7 in [SCÈNE MODE]
$ functie
[ZELFONTSPANNER]
(P60)
ô in [SCÈNE MODE]
$ functie