Gebruiksaanwijzing Digitale Camera Model Nr. DMC-FX500/DMC-FX520 Gelieve deze gebruiksaanwijzing volledig door te lezen alvorens dit apparaat in gebruik te nemen. QuickTime en het QuickTime-logo zijn merken of geregistreerde merken van Apple Inc. en worden onder licentie gebruikt.
Voor Gebruik Voor Gebruik Geachte Klant, Wij willen van de gelegenheid gebruik maken u te bedanken voor de aanschaf van deze Panasonic Digitale Fotocamera. Lees deze handleiding met aandacht en bewaar hem binnen handbereik voor toekomstige raadpleging.
Voor Gebruik ∫ Over de batterijoplader WAARSCHUWING! • OM EEN GOEDE VENTILATIE TE VERZEKEREN, DIT APPARAAT NIET IN EEN BOEKENKAST, EEN INGEBOUWDE KAST OF EEN ANDERE GESLOTEN RUIMTE INSTALLEREN OF GEBRUIKEN. ZORG ERVOOR DAT DE VENTILATIEWEGEN NIET DOOR GORDIJNEN OF ANDERE MATERIALEN WORDEN AFGESLOTEN, OM GEVAAR VOOR ELEKTRISCHE SCHOK OF BRAND TEN GEVOLGE VAN OVERVERHITTING TE VOORKOMEN.
Voor Gebruik ∫ Wat u wel en niet met het toestel mag doen • Het toestel niet erg schudden of stoten. U kunt hiermee de lens of de LCD-monitor beschadigen, problemen met het toestel veroorzaken, of het opnemen onmogelijk maken. • We raden het sterk aan het toestel niet in uw broekzak te laten wanneer u zit en het ook niet in een volle of te kleine tas te proppen, enz. Dit zou schade aan de LCD-monitor of persoonlijk letsel tot gevolg kunnen hebben.
Voor Gebruik ∫ Over Condensatie (Wanneer de lens en LCD-monitor beslagen zijn) • Condensatie doet zich voor wanneer de omgevingstemperatuur of -vochtigheid verandert. Pas op condensatie, aangezien dit vlekken op de lens en de LCD-monitor, schimmel en storing van het toestel veroorzaakt. • Als er condens in de camera komt, zet u het toestel uit en laat het ongeveer 2 uur met rust. De aanslag verdwijnt vanzelf als de camera weer op kamertemperatuur komt. ∫ Lees ook de “Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik”.
Inhoud Voor Gebruik Informatie voor Uw Veiligheid ...................2 Beknopte gebruiksaanwijzingen................8 Standaard Accessoires ...........................10 Namen van de onderdelen......................11 Hoe het Aanraakpaneel te gebruiken......13 • Wat u Kunt Doen m.b.v. Aanraakoperatie ...............................14 Voorbereiding De batterij opladen ..................................15 Over de batterij (Opladen/Aantal opnamen) .....................
• [BABY1]/[BABY2] ..............................75 • [HUISDIER] .......................................76 • [ZONSONDERG.] .............................76 • [H. GEVOELIGH.] .............................76 • [HI-SPEED BURST] ..........................77 • [STERRENHEMEL] ..........................78 • [VUURWERK] ...................................78 • [STRAND] .........................................79 • [SNEEUW] ........................................79 • [LUCHTFOTO] ..................................
Voor Gebruik Voor Gebruik Beknopte gebruiksaanwijzingen Dit is een beknopt overzicht van hoe u opnamen opneemt en terugspeelt met het toestel. Bij elke stap controleert u de pagina’s waarnaar verwezen wordt en die tussen haakjes staan. 1 plug-in type De batterij opladen. (P15) • De batterij wordt niet opgeladen voor de verzending. Laad dus de batterij eerst op. 90° inlaattype 2 Doe de batterij en de kaart in het toestel.
Voor Gebruik 4 Speel de opnamen terug af. 1 Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] focusschakelaar naar [(]. 2 Kies de opname die u wilt bekijken.
Voor Gebruik Standaard Accessoires Controleer of alle accessoires aanwezig zijn voordat u het toestel gebruikt. 1 Batterijpakket (In de tekst wordt deze aangeduid als batterij) 2 Batterijoplader (In de tekst wordt deze aangeduid als oplader) 3 AC-Kabel 4 USB-kabel 5 AV-Kabel 6 CD-ROM • Software 7 CD-ROM • Gebruiksaanwijzing 8 Draagriem 9 Batterijhouder 10 Styluspen • De accessoires en hun vorm zullen verschillen afhankelijk van het land of zone waar het toestel aangeschaft is.
Voor Gebruik Namen van de onderdelen 1 2 3 Flits (P54) Lens (P5, 145) Zelfontspannerlampje (P60)/ AF assistentielamp (P100) 4 5 6 7 8 9 10 Aanraakpaneel/LCD-monitor (P13, 51, 141) Statuslampje (P20, 31, 37) [MENU/SET] knop (P23) [DISPLAY] knop (P51) [Q.
Voor Gebruik 12 13 14 15 16 Toestel AAN/UIT (P23) Zoomhendeltje (P44) Luidspreker (P116) Microfoon (P80, 100, 127) Ontspanknop (P37, 80) 12 13 14 15 16 17 Lusje voor draagriem • Zorg ervoor de riem te bevestigen 17 18 19 20 21 wanneer u het toestel gebruikt om er zeker van te zijn dat u het niet laat vallen.
Voor Gebruik Hoe het Aanraakpaneel te gebruiken U kunt te werk gaan door direct de LCD-monitor (aanraakpaneel) aan te raken met uw vinger. Het is gemakkelijker de styluspen (meegeleverd) te gebruiken voor gedetailleerde operatie zoals titelbewerking of als het moeilijk is met uw vingers te werk te gaan. ∫ Aanraken Het aanraakpaneel aanraken en vrijgeven. Deze wordt gebruikt om icoon of beeld te selecteren. ∫ Slepen Een beweging zonder vrijgeven van het aanraakpaneel.
Voor Gebruik Wat u Kunt Doen m.b.v. Aanraakoperatie Hieronder volgen voorbeelden van wat u kunt doen m.b.v. aanraakoperatie. Wanneer u opneemt [OPNAME] functie (P35) selecteren [OPNAME] functie kan geselecteerd worden door aanraken. AanraakAF/AE (P61) Het is mogelijk de focus en belichting in te stellen op het op het aanraakpaneel gespecificeerde onderwerp.
Voorbereiding Voorbereiding De batterij opladen • Gebruik hiervoor de oplader. • De batterij wordt niet opgeladen voor de verzending. Laad dus de batterij eerst op. • Laad de batterij op met de oplader. • Laad de batterij op bij in een temperatuur tussen 10 oC tot 35 oC. (Dit moet ook de temperatuur van de batterij zelf zijn.) 1 Steek de batterij in de goede richting. 2 Steek de stekker van de oplader in het stopcontact. plug-in type • De AC-kabel gaat niet helemaal in de AC-aansluiting.
Voorbereiding ∫ Als het [CHARGE] lampje knippert • De batterij is te heet of te koud. Het zal langer duren dan normaal om de batterij op te laden. Het kan ook zijn dat de batterij niet helemaal opgeladen wordt. • De polen op de lader of op de batterij zijn vuil. Wrijf ze in dit geval schoon met een droge doek. Aantekening • Als u hebt opgeladen, trekt u de stekker uit het stopcontact. • De batterij wordt warm na het gebruik/laden of tijdens het laden. Ook de fotocamera wordt warm tijdens het gebruik.
Voorbereiding Over de batterij (Opladen/Aantal opnamen) ∫ Batterijaanduiding De batterijaanduiding verschijnt op de LCD-monitor. [Deze verschijnt niet wanneer u de camera gebruikt met de AC-adapter (optioneel).] • De aanduiding wordt rood en knippert als de resterende batterijstroom op is. (De statusindicator knippert als de LCD-monitor uit gaat.) Laad de batterij opnieuw op of vervang deze met een volle batterij.
Voorbereiding Het aantal op te nemen beelden varieert afhankelijk van de intervaltijd van de opname. Hoe langer de intervaltijd van het beeld, hoe minder op beelden er opgenomen kunnen worden. [b.v. Wanneer u elke 2 minuten een opname maakt, neemt het aantal op te nemen beelden af tot ongeveer 70.] Terugspeeltijd Ongeveer 300 min Het aantal opnamen en de terugspeeltijd zal variëren afhankelijk van de werkingsomstandigheden en opslagcondities van de batterij.
Voorbereiding Een kaart of batterij in het toestel doen • Controleer of het toestel uit staat. • We raden een kaart van Panasonic aan. 1 Zet de vrijgavehendeltje in de richting van de pijl en open de batterij/kaartklep. • Altijd echte Panasonic batterijen gebruiken. • Als u andere batterijen gebruikt, garanderen wij de kwaliteit van dit product niet. 2 Batterij: Zet deze er helemaal in en let op de richting waarin u deze erin doet.
Voorbereiding Aantekening • Haal de batterij uit het toestel na gebruik. De batterij opslaan in de batterijhouder (bijgeleverd). • De batterij niet verwijderen totdat de LCD-monitor en het statuslampje (groen) uit zijn gegaan omdat anders de instellingen verkeerd opgeslagen kunnen worden. • De geleverde batterij is alleen bedoeld voor dit toestel. Gebruik de batterij niet voor andere apparatuur.
Voorbereiding Over het ingebouwde geheugen/de kaart De volgende operaties kunnen uitgevoerd worden m.b.v. dit apparaat. • Wanneer er geen kaart inzit: Kunnen beelden opgenomen worden in het ingebouwde geheugen en teruggespeeld worden. • Wanneer er wel een kaart inzit: Kunnen beelden opgenomen worden op de kaart en teruggespeeld worden.
Voorbereiding Kaart De volgende soorten kaarten kunnen met dit apparaat gebruikt worden. (Deze kaarten worden aangeduid als kaart in de tekst.) Soort kaart Eigenschappen SD-geheugenkaart (8 MB tot 2 GB) • Snelle opname en grote schrijfsnelheid. A (Geformatteerd m.b.v. het FAT12 of • Schakelaar schrijfbescherming A FAT16 formaat in overeenstemming met voorzien.
Voorbereiding De datum en de tijd instellen (Klokinstelling) We raden aan [TAAL] (P34) te selecteren vanaf het [SET-UP] menu (P29) voordat u de datum/tijd instelt. • De klok is niet ingesteld wanneer het toestel vervoerd wordt. 1 OFF ON Zet het toestel aan. • Het [AUB KLOK INSTELLEN] bericht verschijnt. (Dit bericht verschijnt niet in [AFSPELEN] functie.) A Joystick A 2 Op [MENU/SET] drukken.
Voorbereiding Veranderen van de klokinstelling (In programma-AE-functie) 1 2 3 4 Druk op [MENU/SET]. Verplaats 3/4 om [KLOKINST.] te selecteren. Verplaats 1 en vervolgens de stappen 3 en 4 uitvoeren om de klok in te stellen. Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten. • U kunt de klok ook in het [SET-UP] menu instellen. (P29) Aantekening • De klok wordt afgebeeld wanneer [DISPLAY] verschillende keren ingedrukt wordt tijdens opname.
Voorbereiding Menu instellen Het toestel wordt geleverd met menu’s die u de mogelijkheid bieden instellingen te maken voor het maken van beelden en deze terug te spelen precies zoals u wilt en menu’s die u de mogelijkheid bieden meer plezier te hebben met het toestel en deze met groter gemak te gebruiken. In het bijzonder, bevat het [SET-UP] menu belangrijke instellingen met betrekking tot de klok en de stroom van het toestel.
Voorbereiding Menuonderdelen instellen Deze sectie beschrijft hoe de functie-instellingen van de programma-AE te selecteren en dezelfde instelling kan gebruikt kan worden voor het [AFSPELEN] menu en ook voor het [SET-UP] menu. Voorbeeld: Instelling [AF MODE] vanuit [Ø] naar [š] in de normale AE-functie 1 2 Zet het toestel aan. A [MENU/SET]-knop B [OPNAME]/[AFSPELEN] selectieschakelaar C [MODE] knop Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] selectieschakelaar naar [¦/!] en druk vervolgens op [MODE].
Voorbereiding Overschakelen naar het [SET-UP] menu 1 Verplaats 2. 2 Verplaats 4 om het [SET-UP] menupictogram te kiezen [ ]. 3 Verplaats 1. • Kies een menuonderdeel en stel het in. 5 Verplaats 3/4 om [AF MODE] te selecteren. • Selecteer het item helemaal onderaan en verplaats 4 om naar het tweede scherm te verplaatsen. 6 Verplaats 1. • Afhankelijk van het item, zou de instelling ervan niet kunnen verschijnen of zou het op een andere wijze afgebeeld kunnen worden.
Voorbereiding Gebruik van het snelle menu M.b.v. het snelle menu, kunnen sommige menu-instellingen gemakkelijk gevonden worden. • Sommige menu-items kunnen niet ingesteld worden door de functies. • Wanneer [DISPLAY] ingedrukt wordt terwijl [STABILISATIE] (P99) geselecteerd is, kan [JITTER, DEMO BEW. ONDW.] afgebeeld worden. 1 Druk op [Q.MENU] en houd dit ingedrukt tijdens het opnemen. Q.
Voorbereiding Voer deze instellingen uit indien nodig. Over het set-up Menu [KLOKINST.], [AUTO REVIEW] en [BESPARING] zijn belangrijke onderdelen. Controleer de instellingen ervan voordat u ze gebruikt. • In de Intelligente automatische functie, kunnen alleen [KLOKINST.], [WERELDTIJD], [REISDATUM], [TOON] en [TAAL] ingesteld worden. Voor details over hoe de [SET-UP] menu-instellingen geselecteerd moeten worden, P26 raadplegen. U [KLOKINST.] De datum en de tijd instellen. • Raadpleeg P23 voor details.
Voorbereiding Deze menu-instellingen maken het gemakkelijker voor u om de LCD-monitor te zien wanneer u op heldere plekken bent of wanneer u het toestel hoog boven uw hoofd houdt. LCD [LCD MODE] [OFF] „ [AUTO POWER LCD]: De helderheid wordt automatisch aangepast afhankelijk van hoe helder het om het toestel heen is. … [SPANNING LCD]: De LCD-monitor wordt helderder en gemakkelijker zichtbaar tijdens het opnemen ook buiten. Å [GR.
Voorbereiding [RICHTLIJNEN] Stel het patroon in van de richtlijnen die afgebeeld worden wanneer u beelden maakt. U kunt ook instellen of u de beeldinformatie wel of niet afgebeeld wilt hebben wanneer de richtlijnen afgebeeld worden. (P51) [OPNAME INFO.]: [OFF]/[ON] • De [PATROON] instelling is vastgesteld op [ [HISTOGRAM] [PATROON]: [ ]/[ ] ] in de intelligente automatische functie. Dit biedt u de mogelijkheid om het histogram wel of niet af te beelden.
Voorbereiding Stel in hoeveel tijd na de opname het beeld op het scherm verschijnt. o [AUTO REVIEW] [OFF] [1SEC.] [2SEC.] [HOLD]: De beelden worden afgebeeld totdat erop een willekeurige knop gedrukt wordt. [ZOOM]: De opname verschijnt 1 seconde, wordt dan uitvergroot tot 4k en verschijnt nogmaals 1 seconde.
Voorbereiding Het USB-communicatiesysteem kiezen voordat of nadat u het toestel op uw PC of printer aansluit met de USB-kabel (bijgeleverd). x [USB MODE] y [SELECT. VERBINDING]: [PC] of [PictBridge(PTP)] kiezen als u het toestel op een PC of een printer hebt aangesloten die PictBridge verwerkt. { [PictBridge(PTP)]: Instellen na of voor het aansluiten op een printer die PictBridge verwerkt. z [PC]: Instellen na of voor het aansluiten op een PC.
Voorbereiding [FORMATEREN] Het ingebouwde geheugen of de kaart wordt geformatteerd. Het formatteren wist alle gegevens onherroepelijk, dus controleer de gegevens zorgvuldig voordat u formatteert. • Gebruikt een batterij met voldoende batterijstroom of de AC-adapter (optioneel) wanneer u formatteert. Schakel het toestel niet uit tijdens het formatteren. • Als er een kaar inzit, wordt alleen de kaart geformatteerd. Om het ingebouwde geheugen te formatteren, de kaart verwijderen.
Voorbereiding Functieschakeling Het selecteren van de [OPNAME] Functie Wanneer de [OPNAME] functie geselecteerd is, kan het toestel ingesteld worden op de Intelligente automatische functie waarin de optimale instellingen vastgesteld worden in overeenkomst met het onderwerp dat opgenomen moet worden en met de opnameomstandigheden of op de scènefunctie die u in staat stelt beelden te maken die overeenkomen met de scène die opgenomen wordt. 1 Zet het toestel aan.
Voorbereiding ∫ Lijst van [OPNAME] functies ¦ Intelligente automatische functie (P37) De onderwerpen worden opgenomen met behulp van instellingen die automatisch geselecteerd worden door het toestel. » AE-programmafunctie (P41) De onderwerpen worden opgenomen m.b.v. uw eigen instellingen. ¹ Openingsvoorrang AE-functie (P62) De onderwerpen worden opgenomen met ingestelde opening. ¼ Sluitervoorrang AE-functie (P63) De onderwerpen worden opgenomen met ingestelde sluitertijd.
Basiskennis [OPNAME] functie: ñ Basiskennis Beelden maken m.b.v. de automatische functie (Intelligente Automatische Functie) Alle instellingen van de camera worden aangepast aan het onderwerp en de opnamecondities. Wij raden deze manier van opnemen dus aan voor beginners of als u de instellingen wenst over te laten aan de camera om gemakkelijker opnamen te maken. • De volgende functies worden automatisch geactiveerd. – Scèneherkenning/[STABILISATIE]/[SLIMME ISO]/Gezichtsherkenning/[QUICK AF]/ [I.
Basiskennis 2 Raak [INTELLIGENT AUTO] aan. 3 Het toestel voorzichtig vasthouden met beide handen, armen stil houden en uw benen een beetje spreiden. A A Flits B AF-lamp B 4 Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen. 1 • De focusaanduiding 1 (groen) gaat branden wanneer er op het onderwerp scherpgesteld is. • De AF-zone 2 wordt afgebeeld rond het gezicht van het onderwerp door de gezichtsherkenningfunctie.
Basiskennis Scènedetectie Wanneer het toestel de optimale scène identificeert, wordt de icoon van de scène in kwestie in het blauw gedurende 2 seconden afgebeeld, waarna die terugkeert naar zijn gewoonlijke rode kleur. ¦ > [i-PORTRET] [i-LANDSCHAP] [i-MACRO] [i-NACHTPORTRET] • Alleen wanneer [‡] geselecteerd is [i-NACHTL. SCHAP] • Alleen wanneer [Œ] geselecteerd is • [¦] is ingesteld als geen van de scènes van toepassing zijn en de standaardinstellingen ingesteld zijn.
Basiskennis Over de flits • Wanneer [‡] geselecteerd is, zal digitale rode-ogencorrectie (P56) aangaan afhankelijk van het soort onderwerp en de helderheid ervan, daarom zal het [ ], [ ], of [ ] of [ ] ingesteld is, wordt de flits tweemaal geactiveerd. ] worden. • Wanneer [ Instellingen in intelligente automatische functie • Alleen de volgende functies kunnen ingesteld worden in deze functie. [OPNAME] functiemenu – [FOTO RES.
Basiskennis [OPNAME] functie: ³ Het maken van beelden met uw favoriete instellingen (AE-programmafunctie) Er kunnen nog veel meer menu-items ingesteld worden en u kunt beelden maken met grotere vrijheid dan wanneer u beelden maakt in de intelligente automatische functie (P37). 1 Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] selectieschakelaar naar [¦/!] en druk vervolgens op [MODE]. A [MODE] knop B [OPNAME]/[AFSPELEN] selectieschakelaar 2 B A Raak [PROGRAM AE] aan.
Basiskennis Scherpstellen Richt de AF-zone op het onderwerp en druk vervolgens de ontspanknop tot de helft in.
Basiskennis Golfstoring (camerabeweging) Wanneer de beeldbibber alert [ ] verschijnt, [STABILISATIE] (P99), een statief of de zelfontspanner (P60) gebruiken. • De sluitertijd zal vooral in de volgende gevallen langzamer zijn. Houdt het toestel stil vanaf het moment dat u de ontspanknop indrukt totdat het beeld op het scherm verschijnt. We raden in dit geval het gebruik van een statief aan. – Langzame synchr/Reductie rode-ogeneffect – In [NACHTPORTRET], [NACHTL.
Basiskennis [OPNAME] functie: ñ³±´²¿n Beelden maken met de zoom Gebruik van de Optische Zoom/Gebruik van de Extra Optische Zoom (EZ)/Gebruik van de Digitale Zoom U kunt inzoomen om personen en voorwerpen dichterbij te doen lijken of uitzoomen om landschappen in brede hoek op te nemen. Om onderwerpen nog dichterbij te doen lijken [maximum van 8,9k], de beeldgrootte niet op de hoogste instelling zetten voor elke aspect ratio (X/Y/W). Nog hogere niveaus van uitvergroting zijn mogelijk wanneer [DIG.
Basiskennis • Wanneer de zoomfunctie gebruikt wordt, zak er een benadering verschijnen van het focusbereik samen met de staaf van de zoomafbeelding. (Voorbeeld: 0.5 m –¶) ¢1 Het uitvergrotingniveau verschilt afhankelijk van [FOTO RES.] en [ASPECTRATIO] instelling. ¢2 De zoomaanduiding op het scherm kan tijdelijk stoppen met bewegen als u het zoomhendeltje op de uiterste Telestand zet.
Basiskennis [AFSPELEN] functie: ¸ Beelden terugspelen ([NORMAAL AFSP.]) 1 Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] keuzeschakelaar A naar [(]. B [MODE] Knop • Het Normaal afspelen is automatisch ingesteld in de volgende gevallen. – Waneer de functie geschakeld werd van de [OPNAME] naar [AFSPELEN]. – Wanneer het toestel aangezet werd terwijl de [OPNAME]/[AFSPELEN] keuzeschakelaar op [(] stond 2 A B Het beeld verder of terugspoelen door [2]/[1] aan te raken links en rechts van het scherm.
Basiskennis De Aanraakzoom gebruiken 1 2 Raak de [ scherm. ] aan rechts onderaan het Raak het te vergroten gedeelte aan. 1k>2k>4k>8k>16k • Portie dat aangeraakt wordt zal vergroot worden. • Beeld kan ook vergroot worden door de zoomhendel richting [Z] (T) te draaien. • Deze zal terugkeren naar normaal afspelen door [ANNUL] aan te raken. 3 Verplaats de af te beelden positie door het beeld (P13) te slepen.
Basiskennis Schakelen van de [AFSPELEN] functie 1 2 Druk op [MODE] tijdens afspelen. Raak het te selecteren item aan. ∫ Lijst van [AFSPELEN] functies ( [NORMAAL AFSP.] (P46) Alle beelden worden afgespeeld. K [DIASHOW] (P101) De beelden worden teruggespeeld in opeenvolging. [EENVOUDIG ORDENEN] (P109) Beelden kunnen bewerkt/gewist worden d.m.v. het aanraakpaneel. Ü [FAVORIET AFSP.] (P108)¢ Uw favoriete beelden worden afgespeeld. ¢ [FAVORIET AFSP.
Basiskennis [AFSPELEN] functie: ¸ Beelden wissen Is het beeld eenmaal gewist dan kan hij niet meer teruggehaald worden. • Beelden op het ingebouwde geheugen of de kaart, die afgespeeld worden, zullen gewist worden. Om een enkele opname uit te wissen 1 Selecteer het te wissen beeld en druk dan op [‚]. A [DISPLAY] knop B [‚] Knop A B 2 Verplaats 2 om [JA] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET]. Om meerdere beelden (tot 50) te wissen of alle beelden te wissen 1 2 Op [‚] drukken.
Basiskennis ∫ Wanneer [ALLES WISSEN] geselecteerd is met de [FAVORIETEN] (P110) instelling Het selectiescherm wordt opnieuw afgebeeld. Selecteer [ALLES WISSEN] of [ALLES WISSEN BEHALVEÜ], verplaats 3 om [JA] te selecteren en wis de beelden. Aantekening • Het toestel niet uitschakelen terwijl u aan het wissen bent (d.w.z. terwijl [‚] afgebeeld wordt). Gebruik een voldoende opgeladen batterij of de AC-adapter (optioneel).
Gevorderd (Opname van beelden) Gevorderd (Opname van beelden) Over de LCD-monitor Druk op [DISPLAY] om te wijzigen. A LCD-monitor B [DISPLAY] knop • Wanneer het menuscherm verschijnt, wordt de [DISPLAY] knop niet geactiveerd. A B In opnamefunctie C Normale weergave¢1 D Non-display¢3 E Non-display (Opnamerichtlijn)¢1, 2, 3 C D E 9 2 In terugspeelfunctie F Normale weergave G Display met opname-informatie¢1 H Non-display¢3 F G 100_0001 1/9 1E DAG 2 mnd. 10 dg. 10:00 1. DEC.
Gevorderd (Opname van beelden) ∫ Opnamerichtlijn Wanneer u het object uitlijnt op de horizontale en verticale richtlijnen of het kruispunt van deze lijnen, kunt u opnamen maken met goed ontworpen compositie door de grootte, de helling en de balans van het object te bekijken. A [ ]: Dit wordt gebruikt wanneer het hele scherm verdeeld wordt in 3k3 voor het maken van beelden met een goed gebalanceerde samenstelling.
Gevorderd (Opname van beelden) Aantekening • Als de opname en het histogram niet samenvallen in de volgende omstandigheden, wordt het histogram oranje afgebeeld.
Gevorderd (Opname van beelden) [OPNAME] functie: ñ³±´²¿ Beelden maken met de ingebouwde flits A Fotoflits Deze niet met uw vinger of andere voorwerpen bedekken. A Naar de geschikte flitsinstelling schakelen De flits instellen voor opnamen. 1 Verplaats 1 [‰]. 2 Verplaats 3/4 om de functie te kiezen. 3 Op [MENU/SET] drukken. • U kunt ook 1 [‰] verplaatsen om te selecteren.
Gevorderd (Opname van beelden) Onderdeel Beschrijving van instellingen De flits wordt automatisch geactiveerd wanneer dit nodig is voor de ‡: AUTO opnamecondities. De flits wordt automatisch geactiveerd wanneer dit nodig is voor de opnamecondities. De flits wordt een keer geactiveerd vóór de eigenlijke opname om het : rode-ogeneffect (ogen van het object die rood worden op het beeld) te AUTO/ verminderen en vervolgens opnieuw geactiveerd voor de eigenlijke Rode-ogenreductie¢ opname.
Gevorderd (Opname van beelden) ∫ Over de digitale rode-ogencorrectie Wanneer de flits gebruikt wordt met de Rode-ogenreductie ([ ], [ ], [ ]) geselecteerd, zal deze automatisch rode ogen in de beeldgegevens herkennen en reduceren. ¢ Het zou niet mogelijk kunnen zijn rode ogen te corrigeren afhankelijk van de opnamecondities. ∫ Beschikbare flitsinstellingen voor de opnamefuncties De beschikbare flitsinstellingen zijn afhankelijk van de opnamefuncties.
Gevorderd (Opname van beelden) ∫ Het beschikbare flitsbereik om opnamen te maken • Het beschikbare flitsbereik is een benadering. Beschikbaar flitsbereik ISO-gevoeligheid Breed Tele AUTO 60 cm tot 6,0 m 1,0 m tot 2,8 m ISO100 60 cm tot 1,9 m 1,0 m ISO200 60 cm tot 2,7 m 1,0 m tot 1,2 m ISO400 60 cm tot 3,8 m 1,0 m tot 1,8 m ISO800 80 cm tot 5,4 m 1,0 m tot 2,5 m ISO1600 1,15 m tot 7,7 m 1,0 m tot 3,6 m • In [H. GEVOELIGH.
Gevorderd (Opname van beelden) Aantekening • Als u de flits te dicht bij een voorwerp brengt, kan dit worden vervormd of verkleurd door de hitte of het licht van de flits. • Als u een opname maakt buiten het bereik van de flits, kan het object verkeerd belicht zijn en de opname te donker of te licht zijn. • Wanneer de flits opgeladen wordt, knippert de flitsicoon in het rood en kunt u geen beeld maken, zelfs niet wanneer u de ontspanknop helemaal indrukt.
Gevorderd (Opname van beelden) [OPNAME] functie: ³±´²n Close-up’s maken Met deze functie kunt u close-up’s maken van een object, bijv. wanneer u opnamen van bloemen maakt. U kunt opnamen maken van een object tot op een afstand van 5 cm van de lens door het zoomhendeltje zo ver mogelijk naar Breed te zetten (1k). 1 Verplaats 4 [#]. • In macrofunctie, wordt [ ] afgebeeld. Om te annuleren, weer 4 verplaatsen. 2 Maak de beelden. ∫ Focusbereik ¢ Het focusbereik verandert in stappen.
Gevorderd (Opname van beelden) [OPNAME] functie: ñ³±´²¿ Opnamen maken met de zelfontspanner 1 Verplaats 2 [ë]. 2 Verplaats 3/4 om de functie te kiezen. 3 Op [MENU/SET] drukken. • U kunt ook 2 [ë] verplaatsen om te selecteren. • U kunt ook de ontspanknop tot de helft indrukken om het menu te sluiten. • Het menuscherm verschijnt na ongeveer 5 seconden. Nu wordt het geselecteerde item automatisch ingesteld.
Gevorderd (Opname van beelden) [OPNAME] functie: ñ³±´²¿ Beelden Maken met Focus en Belichting Ingesteld op Onderwerp (Aanraking AF/AE) Het is mogelijk de focus en belichting in te stellen op het op het aanraakpaneel gespecificeerde onderwerp. Focus zal automatisch het onderwerp blijven volgen zelfs als deze zich verplaatst. 1 Raak [ 2 Raak het onderwerp aan. ] aan. • AF zone zal afgebeeld worden wanneer het onderwerp herkend wordt en de focus zal de beweging volgen van het onderwerp.
Gevorderd (Opname van beelden) [OPNAME] functie: ± Beelden Maken met Ingestelde Opening (Openingsprioriteit AE) Stel de openingswaarde in op een hogere waarde als u een scherpe achtergrond wenst. Stel de openingswaarde minder groot in als u de achtergrond niet echt scherp wenst. 1 Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] selectieschakelaar naar [¦/!] en druk vervolgens op [MODE]. 2 Raak [LENSOPEN INGSPR.] aan. 3 4 Raak de opening ingestelde staaf aan.
Gevorderd (Opname van beelden) [OPNAME] functie: ´ Beelden maken met Instellen Sluitertijd (Sluiterprioriteit AE) Als u een scherpe opname wenst te maken van een snel bewegend object, stelt u een hogere sluitertijd in. Als u een trail-effect wenst, stelt u een lagere snelheid in. 1 Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] selectieschakelaar naar [¦/!] en druk vervolgens op [MODE]. 2 Raak [SLUITER PRIORITEIT] aan. 3 Raak de sluitertijd ingestelde staaf aan.
Gevorderd (Opname van beelden) [OPNAME] functie: ² Beelden Maken met Belichting Handmatig Ingesteld (Handmatige belichting) Bepaalde belichting door handmatig de opening en de sluitertijd in te stellen. 1 Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] selectieschakelaar naar [¦/!] en druk vervolgens op [MODE]. 2 Raak [HANDM. BELICHT.] aan. 3 Raak de opening ingestelde staaf A of sluitertijd ingestelde staaf B aan. A B 4 Druk de ontspanknop half in.
Gevorderd (Opname van beelden) ∫ Hulp bij handmatige belichting De belichting is goed. Stel een hogere sluitertijd of een grotere opening in. Stel een lagere sluitertijd of een kleinere opening in. • Handmatige Belichtingsassistentie is een benadering. Het wordt aangeraden op te nemen door te bevestigen in afspeelfunctie. Aantekening • Lees P66 voor de beschikbare openingswaarden en sluitersnelheden. • Helderheid van de LCD-monitor kan verschillen van het eigenlijk opgenomen beeld.
Gevorderd (Opname van beelden) [OPNAME] functie: ±´² Openingswaarde en sluitertijd ∫ AE-openingsvoorrang Beschikbare openingswaarde (Per 1/3 EV) Sluitertijd (Sec.) 8 tot 1/2000 F8.0 F7.1 F6.3 F5.6 8 tot 1/1600 F5.0 F4.5 F4.0 8 tot 1/1300 F3.5 F3.2 F2.8 8 tot 1/1000 ∫ AE-sluitervoorrang Sluitertijd (Sec.) (Per 1/3 EV) Lensopening 8 6 5 4 3.2 2.5 2 1.6 1/1.6 1.3 1 1/1.3 1/2 1/2.5 1/3.
Gevorderd (Opname van beelden) ∫ Handmatige belichting Beschikbare openingswaarde (Per 1/3 EV) Sluitertijd (Sec.) (Per 1/3 EV) F2.8 tot F3.5 60 tot 1/1000 F4.0 tot F5.0 60 tot 1/1300 F5.6 tot F7.1 60 tot 1/1600 F8.0 60 tot 1/2000 Aantekening • De openingswaarden in de tabel boven zijn de waarden die gelden als de zoomhendel op Breed staat. • Afhankelijk van de zoomuitvergroting kunt u sommige openingswaarden niet kiezen.
Gevorderd (Opname van beelden) [OPNAME] functie: ³±´¿n Belichtingscompensatie Gebruik deze functie wanneer u de geschikte belichting niet kunt verkrijgen wegens het verschil in helderheid tussen het object en de achtergrond. Zie de volgende voorbeelden. Onderbelichting Juiste belichting De belichting positief compenseren. 1 Overbelicht De belichting negatief compenseren. Verplaats 3 [È] totdat [BELICHTING] verschijnt en corrigeer de belichting met 2/1.
Gevorderd (Opname van beelden) [OPNAME] functie: ³±´²¿ Beelden maken met Auto Bracket In deze functie, worden 3 opnamen automatisch gemaakt in het gekozen bereik van de belichtingscompensatie telkens als de ontspanknop ingedrukt wordt. U kunt het beeld met de beste belichting kiezen uit de 3 opnamen met verschillende belichtingen.
Gevorderd (Opname van beelden) [OPNAME] functie: ¿ Opnamen maken met een scènefunctie die past bij de omstandigheden (Scènefunctie) Als u een scènefunctie kiest om een opname te maken van een beeld in een bepaalde situatie zal de camera automatisch de optimale belichting instellen en aanpassen voor de gewenste opname. 1 Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] selectieschakelaar naar [¦/!] en druk vervolgens op [MODE]. 2 Raak [SCÈNE MODE] aan. 3 Raak de scènefunctie aan om te selecteren.
Gevorderd (Opname van beelden) [PORTRET] Wanneer u overdag beelden maakt van personen buiten, biedt deze functie de mogelijkheid deze personen er beter uit te laten zien en hun huid een gezonder uiterlijk te geven. ∫ Technieken voor portretten Deze functie doeltreffender maken: 1 Het zoomhendeltje zo ver mogelijk op Tele zetten. 2 Ga dicht bij het object staan om deze functie beter te laten werken. Aantekening • De startinstelling voor [AF MODE] is [š].
Gevorderd (Opname van beelden) [ZELFPORTRET] Kies dit om een opname van uzelf te maken. ∫ Zelfportrettechnieken • Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen. De zelfontspanneraanduiding begint te branden als u scherp in beeld staat. Houd de camera stil en druk de ontspanknop helemaal in om de foto te maken. • Het object is niet scherpgesteld als de zelfontspanneraanduiding knippert. Druk de ontspanknop opnieuw half in om scherp te stellen.
Gevorderd (Opname van beelden) [NACHTPORTRET] Hiermee kunt u opnamen maken van een persoon met een achtergrond die even helder is als in het echt. ∫ Technieken voor nachtportretten ].) • Gebruik de flits. (U kunt instellen op [ • Omdat de sluitertijd langzamer wordt, raden we het gebruik van een statief en de zelfontspanner aan voor deze opnamen. • Het object gedurende ongeveer 1 seconde stil laten staan nadat u de opname gemaakt hebt.
Gevorderd (Opname van beelden) [PARTY] Kies deze functie als u opnamen wilt maken op een huwelijksreceptie, een feestje binnenshuis enz. U kunt er opnamen mee maken van mensen met een heldere achtergrond. ∫ Technieken voor opnamen van feesten ] of [ ].) • Gebruik de flits. (U kunt instellen op [ • We raden het gebruik van een statief en de zelfontspanner aan voor deze opnamen. • We raden aan het zoomhendeltje op Breed (1k) te zetten en ongeveer 1,5 m van het object af te staan wanneer u opnamen maakt.
Gevorderd (Opname van beelden) [BABY1]/[BABY2] Met deze functie kunt u opnamen maken vaneen baby met een mooi huidkleurtje. Als u de flits gebruikt, is het licht van de flits zwakker dan anders. Voor [BABY1] en [BABY2] kunnen verschillende geboortedata en namen worden ingesteld. U kunt kiezen of u deze tijdens het terugspelen wilt laten afbeelden of op de gemaakte opname wilt laten afdrukken met [TEKST AFDR.] (P119). ∫ Verjaardag/Naaminstelling 1 [SET] van [LEEFTIJD] of [NAAM] aanraken.
Gevorderd (Opname van beelden) [HUISDIER] Kies dit als u opnamen wil maken van een huisdier zoals een hond of een kat. U kunt de geboortedatum en naam van uw huisdier instellen. U kunt kiezen of u deze tijdens het terugspelen wilt laten afbeelden of op de gemaakte opname wilt laten afdrukken met [TEKST AFDR.] (P119). Voor informatie over [LEEFTIJD] of [NAAM], [BABY1]/[BABY2] op P75 raadplegen. Aantekening • De begininstelling voor de AF-lamp is [OFF].
Gevorderd (Opname van beelden) [HI-SPEED BURST] Dit is een handige manier om snelle bewegingen of een beslissend ogenblik vast te leggen. ∫ Beeldresolutie en aspectratio 1 Raak de beeldgrootte en aspectratio aan om te selecteren. • 2M (4:3), 2,5M (3:2) of 2M (16:9) is geselecteerd als de 2 beeldgrootte. Beelden maken. • Stilstaande beelden worden continu gemaakt terwijl de ontspanknop helemaal ingedrukt is.
Gevorderd (Opname van beelden) [STERRENHEMEL] Met deze functie kunt u levendige opnamen maken van een sterrenhemel of een donker voorwerp. ∫ De sluitertijd instellen Kies een sluitertijd van [15 SEC.], [30 SEC.] of [60 SEC.]. 1 Raak het aantal te selecteren seconden aan. • Het is ook mogelijk om het aantal seconden te veranderen m.b.v. het snelle menu. (P28) 2 Beelden maken. • Druk de ontspanknop helemaal in om het aftelscherm af te beelden. Beweeg het toestel niet als dit scherm afgebeeld wordt.
Gevorderd (Opname van beelden) [STRAND] Hiermee kunt u levendige opnamen maken van de blauwe kleur van de zee of de hemel enz. Het voorkomt ook onderbelichting van mensen in te sterk zonlicht. Aantekening • De startinstelling voor [AF MODE] is [š]. • Raak de camera niet aan met natte handen. • Zand of zeewater kunnen de camera beschadigen. Laat geen zand of zeewater in de lens of op de aansluitingen komen.
Gevorderd (Opname van beelden) [OPNAME] functie: n Bewegende beelden 1 Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] selectieschakelaar naar [¦/!] en druk vervolgens op [MODE]. 2 Raak [BEWEGEND BEELD] aan. 3 Druk de opspanknop half in om scherp te stellen en druk hem dan helemaal in om beelden te maken. A Geluidsopname • De beschikbare opnametijd B verschijnt op het display rechts boven en de voorbije opnametijd C staat onderaan rechts. • Nadat u de ontspanknop helemaal ingedrukt heeft, deze onmiddellijk loslaten.
Gevorderd (Opname van beelden) De aspectratio en de beeldkwaliteit wijzigen 1 Op [MENU/SET] drukken. 2 Verplaats 3/4 om [ASPECTRATIO] te selecteren en verplaats vervolgens 1. 3 Verplaats 3/4 om het onderdeel te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. 4 Verplaats 3/4 om [FOTOMODE] te selecteren en verplaats vervolgens 1. 5 Verplaats 3/4 om het onderdeel te kiezen en vervolgens op [MENU/ SET] drukken.
Gevorderd (Opname van beelden) Aantekening • P165 raadplegen voor informatie over de beschikbare opnametijd. • De beschikbare opnametijd die afgebeeld wordt op het scherm zou niet op regelmatige wijze af kunnen lopen. • Wanneer u de beeldkwaliteit instelt op [÷], [ý], [ü] of [ÿ], raden we aan een hoge snelheidskaart te gebruiken met “10MB/s” of groter afgebeeld op de verpakking. • Afhankelijk van het type kaart, kan de kaartaanduiding even verschijnen na het maken van bewegende beelden.
Gevorderd (Opname van beelden) [OPNAME] functie: ñ³±´²¿n Nuttige functies op reisbestemmingen De dag van uw vakantie opslaan waarop u de foto maakt Voor details over de [SET-UP] menu-instellingen, P26 raadplegen. Als u een vertrekdatum voor uw vakantie op voorhand instelt, zal het aantal dagen dat is verstreken sinds die vertrekdatum (en de dag van uw vakantie) worden opgeslagen als u een opname maakt.
Gevorderd (Opname van beelden) ∫ De vertrekdatum wissen De reisdatum wordt automatisch gewist als de huidige datum later is dan de einddatum. Als u de reisdatum wil annuleren voordat uw vakantie voorbij is, kiest u [OFF] op de pagina die u ziet in stap 2 en drukt u vervolgens twee keer op [MENU/SET]. Aantekening • De reisdatum wordt berekend aan de hand van de manier waarop de klok is ingesteld en de vertrekdatum die u hebt ingevoerd.
Gevorderd (Opname van beelden) Opnamedata/Tijden op Overzeese Reisbestemmingen (Wereldtijd) Voor details over de [SET-UP] menu-instellingen, P26 raadplegen. U kunt de plaatselijke tijden op de reisbestemmingen afbeelden en deze opnemen op de beelden die u maakt. • Kies [KLOKINST.] om de huidige datum en tijd op voorhand in te stellen. (P23) 1 Selecteer [WERELDTIJD] vanuit het [SET-UP] menu en verplaats vervolgens 1.
Gevorderd (Opname van beelden) 4 Verplaats 3 om [BESTEMMING] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] om dit in te stellen. C Afhankelijk van de instelling verschijnt de tijd in uw vakantiebestemmingsgebied of uw eigen woongebied op het scherm. 5 Verplaats 2/1 om de zone van uw reisbestemming te kiezen en dan op [MENU/ SET]. C D E D Huidige tijd van de bestemmingszone E Tijdsverschil • Als het zomeruur [ ] gebruikt wordt op de reisbestemming, 3 verplaatsen. (De tijd wordt één uur vooruit gezet.
Gevorderd (Opname van beelden) Het functiemenu [OPNAME] gebruiken [FOTO RES.] Voor gedetailleerde informatie over [OPNAME] functiemenu, P26 raadplegen. Stel het aantal pixels in. Hoe hoger het aantal pixels, hoe fijner het detail van de beelden zal blijken zelfs wanneer ze afgedrukt worden op grote vellen. Toepasbare functies: ñ³±´²¿ ∫ Aspectratio [X]. ¢ Dit item kan niet ingesteld worden in de intelligente automatische functie.
Gevorderd (Opname van beelden) Aantekening • “EZ” is een afkorting van “Extra optical Zoom”. • Een digitaal beeld is opgemaakt uit talrijke punten die pixels heten. Hoe groter het aantal pixels, hoe fijner het beeld zal zijn wanneer deze afgedrukt wordt op een groot stuk papier of afgebeeld wordt op een PC monitor. A Heel veel pixels (Fijn) B Weinig pixels (Grof) ¢ Deze opnamen zijn voorbeelden van dit effect. • Als u de aspectratio verandert, de beeldgrootte opnieuw instellen.
Gevorderd (Opname van beelden) [ASPECTRATIO] Voor gedetailleerde informatie over [OPNAME] functiemenu, P26 raadplegen. Dit biedt u de mogelijkheid de aspectratio van de beelden te kiezen die het best bij het afdrukken of het terugspelen past. Toepasbare functies: ñ³±´²¿n [X]: [ASPECTRATIO] van een 4:3 TV [Y]: [ASPECTRATIO] van een 35 mm filmcamera [W]: [ASPECTRATIO] van een hoge-definitie TV, etc.
Gevorderd (Opname van beelden) [GEVOELIGHEID] Voor gedetailleerde informatie over [OPNAME] functiemenu, P26 raadplegen. Dit laat het aan de gevoeligheid voor licht (ISO-gevoeligheid) toe ingesteld te worden. Het instellen op een hoger figuur, staat u in staat ook op donkere plekken beelden te maken zonder dat de beelden donker worden.
Gevorderd (Opname van beelden) [WITBALANS] Voor gedetailleerde informatie over [OPNAME] functiemenu, P26 raadplegen. In zonlicht, onder gloeilampen of in andere soortgelijke toestanden waar de kleur van wit naar roodachtig of blauwachtig gaat, past dit item zich aan de kleur van wit aan die het dichtst in de buurt zit van wat gezien wordt door het oog in overeenkomst met de lichtbron.
Gevorderd (Opname van beelden) De witbalans handmatig instellen 1 Kies [Ó] en druk dan op [MENU/SET]. 2 Richt de camera op een wit stuk papier of iets dergelijks zodat het frame in het middel gevuld is met het witte object en druk dan op [MENU/SET]. 3 Na het instellen, [Ò] selecteren. Aantekening • De witbalansinstelling blijft opgeslagen, ook als u het toestel uit zet. (De witbalansinstelling voor een scènefunctie wordt weer [AWB] als u een andere scènefunctie kiest.
Gevorderd (Opname van beelden) [MEETFUNCTIE] Voor gedetailleerde informatie over [OPNAME] functiemenu, P26 raadplegen. Type optische meting om helderheid te meten kan veranderd worden. Toepasbare functies: ³±´²n [C]: Multipel Dit is de methode waarbij de camera de beste belichting meet door de helderheid op het hele beeld automatisch te berekenen. Wij raden aan om zoveel mogelijk deze methode te gebruiken.
Gevorderd (Opname van beelden) [AF MODE] Voor gedetailleerde informatie over [OPNAME] functiemenu, P26 raadplegen. Op deze manier kunt u de focusmethode gebruiken die bij de posities en het aantal te selecteren onderwerpen past. Toepasbare functies: ³±´²¿n [š]: Gezichtsherkenning Het toestel herkent automatisch het gezicht van de persoon. De focus en belichting kunnen vervolgens afgesteld worden om bij dat gezicht te passen ongeacht in welk gedeelte van het beeld deze zich bevindt. (max.
Gevorderd (Opname van beelden) Over [š] Geel: Wanneer de ontspanknop tot de helft ingedrukt wordt, wordt de frame groen wanneer het toestel scherpgesteld heeft. Wit: Afgebeeld wanneer er meer dan één gezicht gevonden wordt. Er wordt ook op de andere gezichten die zich op dezelfde afstand bevinden als gezichten binnen de gele AF-zones scherpgesteld.
Gevorderd (Opname van beelden) [BURSTFUNCTIE] Voor gedetailleerde informatie over [OPNAME] functiemenu, P26 raadplegen. Beelden worden continu gemaakt terwijl de ontspanknop ingedrukt wordt. Selecteer de beelden die u echt mooi vindt tussen alle beelden die u gemaakt hebt. Toepasbare functies: ñ³±´²¿ [OFF] ˜ ò — 2,5¢ Ongeveer 2 A — max. 3 › — max. 5 Burstsnelheid (opnamen/ seconde) Aantal opnamen Hangt af van de resterende ruimte in het ingebouwde geheugen/ de kaart.
Gevorderd (Opname van beelden) [I.CONTRAST] Voor gedetailleerde informatie over [OPNAME] functiemenu, P26 raadplegen. Contrast en belichting zullen automatisch aangepast worden wanneer er een groot verschil is in helderheid tussen de achtergrond en het onderwerp, om het beeld dichtbij te brengen naar hoe u ziet. Toepasbare functies: ³±´² [OFF]/[ON] Aantekening • Wanneer [ON] ingesteld is, is [ ] afgebeeld op het scherm. • [GEVOELIGHEID] wordt veranderd naar [AUTO] wanneer [I.
Gevorderd (Opname van beelden) [FOTO INST.] Voor gedetailleerde informatie over [OPNAME] functiemenu, P26 raadplegen. De beeldresolutie instellen. Toepasbare functies: ³±´² [CONTRAST]: [r]: Verhoogt het verschil tussen de heldere en donkere vlakken op het beeld. [s]: Vermindert het verschil tussen de heldere en donkere vlakken op het beeld. [SCHERPTE]: [r]: Het beeld is zeer scherp. [s]: Het beeld is onscherp. [VERZADIGING]: [r]: De kleuren van het beeld zijn levendig.
Gevorderd (Opname van beelden) [STABILISATIE] Voor gedetailleerde informatie over [OPNAME] functiemenu, P26 raadplegen. Met behulp van deze functies, wordt golfstoring tijdens het maken van beelden opgespoord, en compenseert het toestel automatisch de golfstoring, het mogelijk makend golfstoringvrije beelden te maken. Toepasbare functies: ñ³±´²¿n [OFF] [MODE1]: Golfstoring wordt altijd gecompenseerd tijdens [OPNAME] functie.
Gevorderd (Opname van beelden) [AUDIO OPNAME] Voor gedetailleerde informatie over [OPNAME] functiemenu, P26 raadplegen. Geluid kan tegelijk opgenomen worden met het beeld. U kunt de conversatie tijdens het filmen of de situatie als een memo opnemen. Toepasbare functies: ³±´²¿ [OFF]: Er zal geen geluid opgenomen worden. [ON]: [B] wordt afgebeeld op het scherm. Het geluid zal opgenomen worden zo snel als het beeld opgenomen wordt. (Dit zal binnen 5 seconden stoppen.
Gevorderd (Terugspelen) [AFSPELEN] functie: ¸ Gevorderd (Terugspelen) Beeld in Opeenvolging Afspelen (Diavoorstelling) U kunt de beelden die u heeft gemaakt op gesynchroniseerde wijze met muziek afspelen en u kunt dit doen in opeenvolging terwijl u een vastgestelde ruimt laat tussen de beelden. Verder kunt u de beelden in groepen afspelen, die gebaseerd worden op categorie of alleen die beelden afspelen die u ingesteld heeft als favorieten als een diavoorstelling.
Gevorderd (Terugspelen) ∫ Operaties die uitgevoerd worden tijdens diavoorstelling 1 Geef bedieningspaneel weer door het scherm aan te raken. • Als er gedurende 2 seconden geen operatie uitgevoerd wordt, zal deze terugkeren naar zijn originele status. A: Bedieningspaneel A 2 Bedieningspaneel hanteren door aan te raken.
Gevorderd (Terugspelen) ∫ De diavoorstellinginstellingen veranderen Instelscherm van de diavoorstelling U kunt de instellingen veranderen voor [EFFECT] en [MUZIEK] tijdens het afspelen van de diavoorstelling op het instelscherm van de diavoorstelling. [EFFECT] Dit biedt u de mogelijkheid het schermeffecte te selecteren wanneer u van het ene beeld naar het andere beeld overschakelt.
Gevorderd (Terugspelen) [AFSPELEN] functie: ¸ Meervoudige Beelden ([MEERVOUDIG AFSPELEN]) afbeelden 1 Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] selectieschakelaar naar [(], en druk vervolgens op [MODE]. 2 Raak [MEERVOUDIG AFSPELEN] aan. A Het aantal gekozen beelden en het totaal opgenomen beelden B Schuifstaaf • U kunt ook de zoomhendel verschillende keren richting [L] (W) draaien om het meervoudige scherm te schakelen. 3 Raak het beeld aan om te selecteren.
Gevorderd (Terugspelen) [AFSPELEN] functie: ¸ Beelden afspelen volgens opnamedatum ([KALENDER]) U kunt beelden afbeelden per opnamedatum. 1 Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] selectieschakelaar naar [(], en druk vervolgens op [MODE]. 2 Raak [KALENDER] aan. • U kunt ook de zoomhendel verschillende keren richting [L] (W) draaien om het kalenderscherm te schakelen. 3 Raak de datum aan om af te spelen.
Gevorderd (Terugspelen) [AFSPELEN] functie: ¸ Beelden afspelen op de Dubbele Display ([DUBBEL AFSP.]) U kunt twee opgenomen beelden tonen op het scherm om deze te vergelijken. 1 Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] selectieschakelaar naar [(], en druk vervolgens op [MODE]. 2 Raak [DUBBEL AFSP.] aan. • U kunt niet [DUBBEL AFSP.] selecteren als er geen opgenomen beelden zijn of slechts 1 opgenomen beeld is. 3 Raak een van bovenaf of van onderaf te selecteren beeld aan. A 1 3 2 ANNUL 2008.12.
Gevorderd (Terugspelen) [AFSPELEN] functie: ¸ Beelden Selecteren en deze Afspelen ([CATEGOR. AFSP.]/[FAVORIET AFSP.]) [CATEGOR. AFSP.] Deze functie biedt u de mogelijkheid beelden te zoeken per scènefunctie of andere categorieën (zoals [PORTRET], [LANDSCHAP] of [NACHTL. SCHAP]) en beelden te sorteren naar elk van de categorieën. U kunt dan de beelden in elke categorie terugspelen. 1 Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] selectieschakelaar naar [(], en druk vervolgens op [MODE]. 2 Raak [CATEGOR. AFSP.] aan.
Gevorderd (Terugspelen) [FAVORIET AFSP.] Beelden die niet ingesteld zijn als [FAVORIETEN] (P110) kunnen afgespeeld worden. (Alleen als hun beelden al ingesteld zijn als [FAVORIETEN]) 1 Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] selectieschakelaar naar [(], en druk vervolgens op [MODE]. 2 Raak [FAVORIET AFSP.] aan. Aantekening • U kunt alleen [ROTEREN], [LCD ROTEREN], [DPOF PRINT], [BEVEILIGEN] of [AUDIO DUB.] in het [AFSPELEN] menu gebruiken.
Gevorderd (Terugspelen) [AFSPELEN] functie: ¸ Beelden organiseren ([EENVOUDIG ORDENEN]) Favoriete instelling van het beeld, aanraakzoom, bewerken en wissing kan gemakkelijk bewerkstelligd worden m.b.v. het aanraakpaneel. 1 Schuif de [OPNAME]/[AFSPELEN] selectieschakelaar naar [(], en druk vervolgens op [MODE]. 2 Raak [EENVOUDIG ORDENEN] aan. ∫ [EENVOUDIG ORDENEN] Scherm A Het vorige beeld wordt getoond. B Het vogende beeld wordt getoond.
Gevorderd (Terugspelen) [FAVORIETEN] U kunt het volgende doen als er een markering toegevoegd is aan opnamen en deze ingesteld zijn als favorieten. • Alleen de beelden die ingesteld zijn als favorieten afspelen. ([FAVORIET AFSP.]) • De opnamen die ingesteld zijn als favorieten alleen als diavoorstelling afspelen. • Alle beelden wissen die niet ingesteld zijn als favorieten. ([ALLES WISSEN BEHALVEÜ]) 1 2 Raak een beeld aan vanuit thumbnail aan de onderkant van het scherm. Raak [Ü] aan.
Gevorderd (Terugspelen) [BEWERKEN] [NW. RS.] De beeldgrootte (aantal pixels) reduceren We raden aan om nieuwe grootte op [ ] in te stellen als u een beeld als bijlage wilt meesturen met een e-mail of een beeld wilt gebruiken op een website. (Beelden die ingesteld zijn op het minimum aantal pixels voor [ASPECTRATIO] kunnen niet verder gereduceerd worden in grootte.) 1 Raak een beeld aan vanuit thumbnail aan de onderkant van het scherm. 2 Raak [ 3 Raak [NW. RS.] aan. 4 Selecteer de beeldgrootte.
Gevorderd (Terugspelen) [BIJSNIJD.] U kunt eerst uitvergroten en dan een belangrijk deel van de opname kiezen. 1 Raak een beeld aan vanuit thumbnail aan de onderkant van het scherm. 2 Raak [ 3 Raak [BIJSNIJD.] aan. 4 Selecteer het te bewerken gedeelte. ] aan. Reductie Vergroting () Raak [ ] aan: Vergroten Raak [ ] aan: Reduceren Slepen (P13) of Raak [3]/[4]/[2]/[1] aan: Verplaatsen • Ook de zoomhendel en joystick De positie verplaatsen kunnen gebruikt worden.
Gevorderd (Terugspelen) 5 6 Raak [INST.] aan. Raak [JA] aan. Aantekening • De beeldresolutie van het bijgewerkte beeld zou kleiner kunnen worden dan die van het origineel afhankelijk van de snijgrootte. • De beeldkwaliteit van het bijgewerkte beeld zal slechter worden. • Opnamen die met andere apparatuur opgenomen zijn kunnen wellicht niet bijgewerkt worden.
Gevorderd (Terugspelen) [TITEL BEW.] U kunt tekst (commentaar) aan de beelden toevoegen. Nadat er tekst geregistreerd is, kan dit in de afdrukken gezet worden m.b.v. [TEKST AFDR.] (P119). (Er kunnen alleen alfabetische tekens en symbolen ingevoerd worden.) U kunt de styluspen (meegeleverd) gebruiken als het moeilijk is met uw vingers te werk te gaan. 1 Raak een beeld aan vanuit thumbnail aan de onderkant van het scherm. 2 Raak [ 3 Raak [TITEL BEW.] aan. 4 Letters invoeren.
Gevorderd (Terugspelen) [WISSEN] Is het beeld eenmaal gewist dan kan hij niet meer teruggehaald worden. • Wis de beelden op de kaart terwijl de kaart in het toestel zit. • Raadpleeg P49 om meervoudige of alle beelden te wissen. 1 Raak een beeld aan vanuit thumbnail aan de onderkant van het scherm. 2 Raak [‚] aan. 3 Raak [JA] aan.
Gevorderd (Terugspelen) [AFSPELEN] functie: ¸ Bewegende beelden terugspelen/Beelden met geluid Bewegende beelden Selecteer bewegend beeld [ af te spelen. ] en raak [ ] aan om B A A De tijd voor opnamen van bewegende beelden B Bewegend beeldicoon • Nadat het afspelen start, wordt de verstreken afspeeltijd rechts bovenaan het scherm afgebeeld. Bijvoorbeeld, 8 minuten en 30 seconden wordt afgebeeld als [8m30s].
Gevorderd (Terugspelen) [AFSPELEN] functie: ¸ Stilstaande beelden maken van een filmpje U kunt een enkel stilstaand beeld maken (met 1 of met 9 schermen) van een filmpje met bewegende beelden. Dit is handig om de beweging van bijvoorbeeld een sporter te bestuderen van wie u bewegende beelden hebt opgenomen. 1 Raak [ ] aan terwijl u bewegend beeld afspeelt en pauzeert.
Gevorderd (Terugspelen) Beeldgrootte Onderdeel 1 opname 9 beelden ÷/ö 0,3 M 2M ù/ø 0,3 M 1M ý/ü/ÿ/þ 2M 2M • [KWALITEIT] is vast ingesteld op [›]. Aantekening • Stilstaande beelden opslaan uit een filmpje dat is gemaakt zijn met andere apparatuur is wellicht onmogelijk.
Gevorderd (Terugspelen) [AFSPELEN] functie: ¸ Het functiemenu [AFSPELEN] gebruiken U kunt verschillende functies gebruiken in terugspeelfunctie om opnamen terug te spoelen, de beveiliging in te stellen voor deze opnamen, enz. • Met [TEKST AFDR.], [MULTI RESIZE] of [ASPECT CONV.] wordt er een nieuw beeld gecreëerd.
Gevorderd (Terugspelen) 4 Verplaats 3/4/2/1 om [OPNAMEDATUM], [LEEFTIJD], [REISDATUM] of [TITEL] te kiezen en druk dan op [MENU/SET] om elk onderdeel in te stellen. [OPNAMEDATUM] [ZON. TIJD]: Druk het jaar, de maand en de datum af. [MET TIJD]: Druk het jaar, de maand, de dag, het uur en de minuten af. [LEEFTIJD] (P75) Als deze ingesteld is op [ON], wordt [LEEFTIJD] afgedrukt op de beelden. [REISDATUM] Als deze ingesteld is op [SET], wordt [REISDATUM] afgedrukt op de beelden.
Gevorderd (Terugspelen) [MULTI RESIZE] De beeldgrootte (aantal pixels) reduceren We raden aan om nieuwe grootte op [ ] in te stellen als u een beeld als bijlage wilt meesturen met een e-mail of een beeld wilt gebruiken op een website. (Beelden die ingesteld zijn op het minimum aantal pixels voor [ASPECTRATIO] kunnen niet verder gereduceerd worden in grootte.) 1 Selecteer [MULTI RESIZE] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P26) 2 Verplaats 3/4 om de grootte te kiezen, en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
Gevorderd (Terugspelen) [ASPECT CONV.] U kunt beelden converteren die gemaakt zijn met een [W] aspectratio in een [Y] of [X] aspect ratio. 1 Selecteer [ASPECT CONV.] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P26) 2 Verplaats 3/4 om [Y] of [X] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. 3 Verplaats 2/1 om een beeld te selecteren dat genomen is met [W] aspectratio en druk vervolgens op [MENU/SET]. 4 Verplaats 2/1 om de horizontale positie te bepalen en vervolgens op [MENU/SET] drukken om in te stellen.
Gevorderd (Terugspelen) [ROTEREN]/[LCD ROTEREN] Met deze functie kunt u automatisch opnamen verticaal afbeelden als deze gemaakt werden met een verticaal gehouden toestel of opnamen handmatig draaien met stappen van 90o. Draaien (Het beeld wordt handmatig gedraaid) 1 Selecteer [ROTEREN] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P26) • De [ROTEREN] functie wordt uitgeschakeld wanneer [LCD ROTEREN] ingesteld is op [OFF]. 2 Verplaats 2/1 om het beeld te kiezen, en druk vervolgens op [MENU/SET].
Gevorderd (Terugspelen) [DPOF PRINT] DPOF “Digital Print Order Format” is een systeem waarmee de gebruiker kan kiezen welke opnamen hij afdrukt, hoeveel exemplaren van elk beeld hij afdrukt en of de opnamedatum wel of niet afgedrukt moet worden met een DPOF-compatibele fotoprinter of fotograaf. Voor details raadpleegt u uw fotograaf.
Gevorderd (Terugspelen) ∫ Alle [DPOF PRINT] instellingen annuleren 1 [ANNUL] op het scherm dat getoond wordt in stap 2 kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. 2 Verplaats 3 om [JA] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. 3 Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten. • U kunt geen [ANNUL] selecteren als er geen enkel beeld ingesteld is voor DPOF-afdrukken.
Gevorderd (Terugspelen) [BEVEILIGEN] U kunt een beveiliging instellen voor opnamen waarvan u niet wilt dat ze per ongeluk gewist kunnen worden. 1 Selecteer [BEVEILIGEN] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P26) 2 Verplaats 3/4 om [ENKEL] of [MULTI] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. 3 Selecteer het beeld en vervolgens op [MENU/SET] drukken. [ENKEL] [MULTI] Wanneer [MULTI] geselecteerd is • Deze stappen herhalen voor elk beeld.
Gevorderd (Terugspelen) [AUDIO DUB.] U kunt geluid toevoegen nadat u een beeld gemaakt heeft. 1 Selecteer [AUDIO DUB.] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P26) 2 Verplaats 2/1 drukken om het beeld te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken om de geluidsopname te starten. • Het berichtscherm [AUDIOGEGEVENS OVERSCHRIJVEN ?] verschijnt wanneer er al geluid opgenomen is. Verplaats 3 om [JA] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET] om de geluidsopname te starten.
Gevorderd (Terugspelen) [KOPIE] U kunt de gegevens van de beelden de u gemaakt hebt kopiëren van het ingebouwde geheugen naar een kaart of van een kaart naar het ingebouwde geheugen. 1 2 Selecteer [KOPIE] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P26) Verplaats 3/4 om de kopiebestemming kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. : Alle beeldgegevens die in het ingebouwde geheugen zijn opgeslagen, worden in één keer gekopieerd op de kaart. > stap 4.
Aansluiten op andere apparatuur Aansluiten op andere apparatuur Aansluiting op de PC U kunt opnamen op een PC zetten door het toestel en de PC met elkaar te verbinden. • U kunt gemakkelijk de beelden die u geïmporteerd heeft afdrukken of versturen via e-mail. Het gebruik de bijgesloten “PHOTOfunSTUDIO-viewer-”-software op de CD-ROM (bijgeleverd) is een handige manier hiervoor. Voorbereiding: Zet het toestel en de PC aan. Verwijder de kaart voordat u de beelden gebruikt in het ingebouwde geheugen.
Aansluiten op andere apparatuur 2 USB MODE Verplaats 3/4 om [PC] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. SEL. USB MODE PictBridge(PTP) PC • Als [USB MODE] (P33) van te voren ingesteld is op [PC] in het [SET-UP] menu, zal het toestel automatisch verbonden worden aan de PC zonder het [USB MODE] selectiescherm af te beelden. Dit is handig omdat deze niet elke keer dat u de PC verbindt ingesteld hoeft te worden.
Aansluiten op andere apparatuur ∫ De inhoud bekijken van het ingebouwde geheugen of kaart m.b.v. de PC (mapsamenstelling) Ingebouwde geheugen Kaart DCIM 100_PANA 1 100_PANA P1000001.JPG 2 3 1 Mapnummer 2 Bestandsnummer 3 JPG: Opnamen MOV: Bewegende beelden MISC: P1000002.JPG DPOF-print Favoriet P1000999.JPG 101_PANA 999_PANA MISC Er wordt een nieuwe map gecreëerd wanneer er beelden gemaakt worden in de volgende situaties. • Nadat [NR.
Aansluiten op andere apparatuur Beelden afdrukken Als u het toestel verbindt aan een printer die PictBridge verdraagt, kunt u de af te drukken beelden selecteren en beginnen met afdrukken op de LCD-monitor van het toestel. Voorbereiding: Het toestel en de printer aanzetten. Verwijder de kaart voordat u de beelden afdrukt in het ingebouwde geheugen. Voer de instelling van de afdrukkwaliteit en andere instellingen uit op de printer voordat u de beelden afdrukt.
Aansluiten op andere apparatuur Aantekening • Geen enkele andere USB-kabel gebruiken dan de meegeleverde kabel. • Zet het toestel uit voordat u de AC-adapter vast of loskoppelt (optioneel). • Voordat u er een kaart indoet of uithaalt, het toestel uitzetten, en de USB-verbindingskabel loskoppelen. • U kunt niet schakelen tussen het ingebouwde geheugen en de kaart terwijl het toestel aangesloten is op de printer.
Aansluiten op andere apparatuur Meerdere beelden kiezen en uitprinten 1 Verplaats 3. 2 Verplaats 3/4 om een item te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. • Als het scherm van de afdrukcontrole verschenen is, [JA] PictBridge MULTI SELECTEREN ALLES SELECTEREN DPOF FOTO FAVORIETEN selecteren en de beelden afdrukken. ANNUL Onderdeel SELEC INST. MENU Beschrijving van instellingen [MULTI SELECTEREN] Meerdere beelden tegelijkertijd worden nu afgedrukt.
Aansluiten op andere apparatuur Printinstellingen Selecteer de items en stel deze zowel op het scherm in stap 2 van de “Een beeld kiezen en uitprinten” als in stap 3 van de “Meerdere beelden kiezen en uitprinten” procedures in. • Wanneer u beelden wilt afdrukken op een papierformaat of met een MULTI SELECTEREN PRINT START PRINT MET DAT.
Aansluiten op andere apparatuur [PAPIERAFMETING] Onderdeel { Beschrijving van instellingen De printerinstellingen hebben voorrang. [L/3.5qk5q] 89 mmk127 mm [2L/5qk7q] 127 mmk178 mm [POSTCARD] 100 mmk148 mm [16:9] 101,6 mmk180,6 mm [A4] 210 mmk297 mm [A3] 297 mmk420 mm [10k15cm] 100 mmk150 mm [4qk6q] 101,6 mmk152,4 mm [8qk10q] 203,2 mmk254 mm [LETTER] 216 mmk279,4 mm [CARD SIZE] 54 mmk85,6 mm • Papiermaten die niet verdragen worden door de printer zullen niet afgebeeld worden.
Aansluiten op andere apparatuur [LAY-OUT PAGINA] (Paginaopmaken die ingesteld kunnen worden met dit toestel) Onderdeel Beschrijving van instellingen { De printerinstellingen hebben voorrang. á 1 beeld zonder frame op 1 pagina â 1 beeld met een frame op 1 pagina ã 2 beelden op 1 pagina ä 4 beelden op 1 pagina • U kunt geen enkel onderdeel kiezen als de paginaopmaak niet verwerkt kan worden door de printer.
Aansluiten op andere apparatuur [AFSPELEN] functie: ¸ Beelden terugspelen op een TV-scherm Opnamen terugspelen met de AV-kabel (bijgeleverd) A 2 B DC IN AV OUT/ DIGITAL 1 COMPONENT OUT Voorbereiding: [TV-ASPECT]. (P33) instellen. Schakel het toestel en de televisie uit. 1 Geel: naar de videoaansluiting 2 Wit: naar de geluidsaansluiting A De markeringen uitlijnen en erin doen. B AV-kabel (bijgeleverd) • Controleer de richtingen van de connectors, en doe ze er recht in of haal ze er recht uit.
Aansluiten op andere apparatuur Opnamen terugspelen op een TV met een slot voor een SD-geheugenkaart Stilstaande opnamen die gemaakt zijn met een SD-geheugenkaart kunnen teruggespeeld worden op een TV met een SD-geheugenkaartslot. Aantekening • Afhankelijk van het TV-model kunnen de opnamen misschien niet afgespeeld worden op het hele scherm. • Bewegende beelden kunnen niet teruggespeeld worden. Om bewegende beelden terug te spelen, het toestel op de TV aansluiten met de AV-kabel (bijgeleverd).
Aansluiten op andere apparatuur Afspelen op de TV Met Componentaansluiting U kunt beelden en bewegende beelden op de TV van hoge kwaliteit genieten door het toestel aan te sluiten op de TV m.b.v. componentkabel (DMW-HDC2: optioneel). Componentoutput wordt uitgegeven als 1080i. Verbinden met een TV die compatibel is met de 1080i. Voorbereiding: Schakel het toestel en de televisie uit. 1 2 AV OUT/ DIGITAL B DC IN #WFKQ .
Overige Overige Schermdisplay ∫ In Opname Opnemen met programma AE-functie [»] (Begininstelling) 3 4 1 2 5 6 7 1 Opnamefunctie 2 Flitsfunctie (P54) 3 AF-zone (P42) 16 4 Focus (P42) 9 15 5 Beeldgrootte (P87) 6 Kwaliteit (P88) 7 Batterij-aanduiding (P17) 8 Aantal opnamen (P163) 9 Ingebouwd geheugen (P21) F2.
Overige ∫ Tijdens de opname (na het instellen) 17 18 19 20 21 17 Macrofunctie (P59) 18 Witbalans (P91) ISO 19 ISO-gevoeligheid (P90) 100 COOL 22 Maximaal ISO-gevoeligheidniveau (P89) R 3s 37 23 20 Kleureffect (P97) 36 24 21 Beeldkwaliteit (P81) Q 35 22 Beschikbare opnametijd (P80): R8m30s 25 34 23 AF-Puntzone (P94) 33 24 Naam¢1 (P75) 32 26 1 3s 27 25 Histogram (P31, 52) 26 Reisdatum (P83) 28 31 30 29 27 Verstreken opnametijd (P80) : Intelligente ISO (P89) 28 Huidige datum en tijd/“: Reisdatum ingesteld (P
Overige ∫ In Terugspelen 1 Terugspeelfunctie (P46) 1 2 3 4 5 6 7 2 Beveiligd beeld (P126) 3 Favorieten (P110) 22 4 Afgedrukt met tekstaanduiding (P119) 100_0001 21 5 Beeldgrootte (P87) 1 1/9 20 Beeldkwaliteit (P81) 9s 6 Kwaliteit (P88) 19 7 Batterij-aanduiding (P17) 1E DAG 18 17 2 mnd. 10 dg. 8 Map/bestandsnummer (P131) 16 Ingebouwd geheugen (P21) 10:00 1.DEC.
Overige Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik Wat u wel en niet moet doen met dit toestel Laat het toestel niet vallen, klop er niet mee en oefen er geen zware kracht op uit. • Erop letten de tas/hoes waar het toestel inzit nergens tegen aan te stoten en niet te laten vallen aangezien dit schade zou kunnen opleveren aan het toestel, de lens of de LCD-monitor. • Pas op geen grote druk uit te oefenen op de LCD-monitor met accessoires enz. die aan de riem hangen.
Overige Schoonmaken Voordat u het toestel schoonmaakt, de batterij verwijderen of de stekker uit het stopcontact trekken. Vervolgens het toestel schoonvegen met een droge zachte doek. • Wanneer het toestel bevuild is, kan deze schoongemaakt worden door het vuil eraf te wrijven met een uitgeknepen vochtige doek en daarna met een droge doek. • Geen schoonmaakmiddelen gebruiken zoals benzeen, verdunner, alcohol, keukenmiddelen, enz.
Overige Batterij De batterij is een oplaadbare lithium-ionbatterij. De stroom wordt opgewekt door de chemische reactie in de batterij. Deze reactie wordt beïnvloed door de temperatuur en de vochtigheid. Door te hoge of te lage temperaturen gaan batterijen minder lang mee. Haal de batterij altijd uit het toestel na gebruik. • Steek de verwijderde batterij in de meegeleverde batterijhouder. Als u de batterijen per ongeluk laat vallen, controleert u of de batterijen en de aansluitingen beschadigd zijn.
Overige Wanneer u het toestel niet gebruikt gedurende een lange tijdsperiode • Sla de batterij op een koele en droge plek met een relatief stabiele temperatuur op: [Aanbevolen temperatuur:15 oC tot 25 oC, Aanbevolen vochtigheid: 40% tot 60%] • De batterijen en de kaart altijd uit het toestel verwijderen. • Als de batterijen in het toestel gelaten worden zullen ze ontladen zelfs als het toestel uitstaat.
Overige Waarschuwingen op het scherm Soms verschijnen op het scherm bevestigingen of foutmeldingen. De belangrijkste meldingen worden hieronder beschreven. [GEHEUGENKAART VERGRENDELD] > De Schrijfbeveiliging op de SD-geheugenkaart en de SDHC-geheugenkaart staat op [LOCK]. Verschuif de schakelaar terug om deze te ontgrendelen. (P22) [GEEN JUISTE FOTO OM WEER TE GEVEN] > Een beeld opnemen of een kaart in het toestel doen met een opgenomen beeld en dit vervolgens afspelen.
Overige [NIET VOLDOENDE RUIMTE INTERN GEHEUGEN]/[NIET VOLDOENDE GEHEUGEN OP DE KAART] • Er is geen ruimte over in het ingebouwde geheugen of op de kaart. – Wanneer u opnamen kopieert van het ingebouwde geheugen op de geheugenkaart (batchkopie), worden de opnamen gekopieerd totdat de kaart vol is. [DIV. FOTO’S KUNNEN NIET GEKOP. WORDEN]/[KOPIE KAN NIET VOLTOOID WORDEN] • De volgende beelden kunnen niet gekopieerd worden.
Overige [SCHRIJFFOUT CONTROLEER DE GEHEUGENKAART] • Er heeft zich een fout voorgedaan tijdens het schrijven van de gegevens. > Het toestel uitzetten en de kaart eruit halen. De kaart er opnieuw indoen en het toestel weer aanzetten. Het toestel moet uit staan voordat u de kaart erin doet of eruit haalt omdat u anders de kaart kunt beschadigen. [OPNAME BEW. BEELDEN GEANN.
Overige Functies die niet ingesteld kunnen worden of niet zullen werken onder bepaalde omstandigheden Afhankelijk van de specificaties van het toestel, zou het niet mogelijk kunnen zijn bepaalde functies in te stellen of zouden sommige functies niet kunnen werken onder bepaalde omstandigheden waarin het toestel gebruikt wordt. De tabel hieronder noemt deze functies en de overeenkomende omstandigheden ervan op.
Overige Aanraak-AF/AE (P61) • 5 en 4 in [SCÈNE MODE] • $ functie • [B/W], [SEPIA], [COOL] of [WARM] in [KLEUR EFFECT] ingesteld is [BELICHTING] (P68) • º functie • 5 in [SCÈNE MODE] [AUTO BRACKET] (P69) • ô en 5 in [SCÈNE MODE] • $ functie [FOTO RES.
Overige [AUDIO OPNAME] (P100) • [AUTO BRACKET] • [BURSTFUNCTIE] • ô en 5 in [SCÈNE MODE] • $ functie [AF ASS. LAMP] (P100) • 0, ,, /, ï, 4 en 7 in [SCÈNE MODE] [NW. RS.] (P111) [MULTI RESIZE] (P121) • Bewegende beelden • Stilstaande beelden met audio • Beelden met weergave van de [TEKST AFDR.] [BIJSNIJD.] (P112) • Bewegende beelden • Stilstaande beelden met audio • Beelden met weergave van de [TEKST AFDR.] [TITEL BEW.] (P114) • Bewegende beelden • Beveiligde beelden [TEKST AFDR.
Overige Problemen oplossen Probeer eerst de volgende procedures (P154 tot 162). Als het probleem niet opgelost wordt, kan deze verbeterd worden door [RESETTEN] (P32) te selecteren op het [SET-UP] menu wanneer u beelden maakt. Batterijen en stroom Het toestel kan niet bediend worden zelfs wanneer het aanstaat. • De batterij is er niet goed ingedaan. (P19) • De batterij is op. De LCD-monitor gaat uit terwijl het toestel aanstaat.
Overige Opnemen Heet beeld kan niet opgenomen worden. • Is de [OPNAME]/[AFSPELEN] keuzeschakelaar naar de [¦/!] instelling geschoven? (P25) • Is er nog ruimte over in het ingebouwde geheugen of op de kaart? > De onnodige beelden wissen om het beschikbare geheugen te vergroten. (P49, 115) Het opgenomen beeld is witachtig. • Het beeld kan witachtig worden als er vuil zoals vingerafdrukken op de lens zit.
Overige Het opgenomen beeld ziet er onafgewerkt uit. Er verschijnt ruis op het beeld. • Is de ISO-gevoeligheid hoog of de sluitertijd langzaam? (De ISO-gevoeligheid is ingesteld op [AUTO] wanneer het toestel vervoerd wordt. Daarom zal er, wanneer u binnenshuis beelden enz. maakt, ruis optreden.) > De ISO-gevoeligheid verminderen. (P90) > Vergroot de instelling voor [RUISREDUCTIE] in [FOTO INST.] of verlaag de instelling voor elk van de items met uitzondering van [RUISREDUCTIE].
Overige LCD-monitor De LCD-monitor gaat uit ook al staat het toestel aan. • De LCD-monitor gaat uit en de statusindicator gaat branden wanneer [AUTO LCD UIT] (P31) geselecteerd is voor de [BESPARING] functie. [Dit gebeurt niet wanneer u een AC-adapter gebruikt (optioneel).] Als de resterende batterijstroom laag is, zou het langer kunnen duren de flits op te laden en zou de tijd dat de LCD-monitor uitstaat langer kunnen worden. De LCD-monitor wordt even donkerder of helderder.
Overige Terugspelen Het beeld dat teruggespeeld wordt, is gedraaid en wordt afgebeeld in een onverwachte richting. • Is [LCD ROTEREN] (P123) ingesteld op [ON]? • U kunt beelden draaien met de [ROTEREN] functie. (P123) De opname wordt niet teruggespeeld. • Is de [OPNAME]/[AFSPELEN] selectieschakelaar ingesteld op [(]? (P46) • Staat er een beeld op het ingebouwde geheugen of op de kaart? > De beelden in het ingebouwde geheugen verschijnen als er geen kaart in het toestel zit.
Overige Er verschijnen witte ronde vlekken als zeepbellen op het gemaakte beeld. • Als u een beeld maakt met een flits op een donkere plek of binnenshuis, zouden er witte vlekken kunnen verschijnen op het beeld veroorzaakt doordat de flits stofdeeltjes weerkaatst in de lucht. Dit is geen storing. Een kernmerk van dit fenomeen is dat het aantal ronde vlekken en hun positie verschillen in elk beeld. [WEERGAVE THUMBNAIL] verschijnt op het scherm.
Overige TV, PC en printer Het beeld verschijnt niet op de televisie. • Is het toestel correct op de TV aangesloten? > De TV-input instellen op extern. • Output vanaf de [COMPONENT OUT] uitlaat is niet mogelijk wanneer deze aangesloten is op de PC of de printer. > Sluit deze alleen aan op de TV. De displayzones op het TV scherm en de LCD-monitor van het toestel verschillen.
Overige Overige Er werd per ongeluk een onleesbare taal gekozen. > Druk op [MENU/SET], kies het [SET-UP] menupictogram [ pictogram om de gewenste taal in te stellen. (P34) ] en kies dan het [~] Een rode lamp gaat soms aan wanneer de ontspanknop tot de helft ingedrukt wordt. • Op donkere plekken gaat de AF-lamp (P100) branden om gemakkelijker op het object scherp te stellen. De AF-lamp gaat niet aan. • Is [AF ASS.
Overige De bestandsnummers zijn niet op volgorde opgenomen. • Wanneer u een handeling uitvoert na een bepaalde actie, kunnen de beelden opgeslagen worden in mappen met nummers die anders zijn dan de nummers die vóór deze handeling gebruikt werden. (P131) De mapnummers worden in toenemende volgorde opgeslagen.
Overige Overige Aantal mogelijke beelden en beschikbare opnametijd • Het aantal mogelijke opnamen en de opnametijd zijn correct bij benadering. (Ze wijzigen afhankelijk van de opnamecondities en het kaarttype.) • Het aantal mogelijke opnamen en de beschikbare opnametijd variëren afhankelijk van de onderwerpen.
Overige Y Aspectratio Beeldgrootte Kwaliteit Ingebouwd geheugen (Ongeveer 50 MB) 16 MB 32 MB 64 MB 128 MB 256 MB Kaart 512 MB 1 GB 2 GB 4 GB 8 GB 16 GB (9M): (3648k2432) A › (6M ): (3072k2048) A › (4,5M ): (2560k1712) A › (2,5M ): (2048k1360) A › 11 22 15 32 22 45 36 69 2 6 13 27 54 105 210 440 5 12 27 3 8 19 55 39 77 8 18 38 78 150 300 600 1220 2410 4910 9880 5 13 27 56 110 210 440 890 1740 12 26 54 110 210 430 860 1700 3350 9 20 43 88 170 340 680 1360 2680 18 40 83 165 330 650 1310
Overige ∫ Beschikbare opnametijd (om bewegende beelden op te nemen) X Aspectratio ù ø ý ü ÿ þ j j 1 min 43 s 5 min j j j j 16 MB 6s 26 s 26 s 1 min 22 s 0s 4s 5s 22 s 32 MB 17 s 58 s 59 s 2 min 55 s 4s 12 s 14 s 50 s 64 MB 39 s 2 min 2 min 6 min 13 s 29 s 33 s 1 min 45 s 128 MB 1 min 23 s 4 min 10 s 4 min 10 s 12 min 20 s 29 s 1 min 1s 1 min 11 s 3 min 35 s 256 MB 2 min 45 s 8 min 10 s 8 min 10 s 24 min 1 min 2 min 2 min 20 s 7 min 512 MB 5 min
Overige Specificaties Digitale Camera: Informatie voor uw veiligheid Stroom: DC 5,1 V Stroomverbruik: 1,6 W (Wanneer u opneemt) 0,8 W (Wanneer u terugspeelt) Toesteleffectieve pixels: 10.100.000 pixels 1/2,33q CCD, totaal pixelaantal 10.700.000 pixels, Beeldsensor: Primaire-kleurenfilter Lens: Optisch 5k zoom, fl4,4 mm tot 22 mm (35 mm filmcamera equivalent: 25 mm tot 125 mm)/F2.8 tot F5.9 Digitale zoom: Max. 4k Geactiveerde optische zoom: Max.
Overige Bewegende beeldopname: Burstopname Bursttijd: Aantal mogelijke beelden: Snelle snelheid-burst Bursttijd: Aantal mogelijke beelden: Wanneer de instelling van de aspectratio [X] is 640k480 pixels (30 frames/seconde, 10 frames/seconde, alleen wanneer u een Kaart gebruikt) 320k240 pixels (30 frames/seconde, 10 frames/seconde) Wanneer de instelling van de aspectratio [W] is 848k480 pixels (30 frames/seconde, 10 frames/seconde, alleen wanneer u een Kaart gebruikt) 1280k720 pixels (30 frames/seconde, 1
Overige ISO-gevoeligheid: Sluitertijd: Witbalans: Belichting (AE): Meetfunctie: LCD-monitor: Flits: Microfoon: Luidspreker: Opnamemedia: AUTO/100/200/400/800/1600 [H. GEVOELIGH.
Overige Kwaliteit: Opname-fileformaat Stilstaand beeld: Fijn/Standaard JPEG (gebaseerd op “Design rule for Camera File system”, gebaseerd op “Exif 2.21” standaard)/DPOF-overeenkomstig Beelden met geluid: JPEG (gebaseerd op “Design rule for Camera File system”, gebaseerd op “Exif 2.21” standaard)r“QuickTime” (opname met geluid) Bewegende beelden: “QuickTime Motion JPEG” (Bewegende beelden met audio) Interface Digitaal: “USB 2.
Overige Batterijoplader: Informatie voor uw veiligheid Input: 110 V tot 240 V Output: LADING Batterijpakket (lithium-ion): Informatie voor uw veiligheid Stroom/capaciteit: 4,2 V 50/60 Hz, 0,2 A 0,8 A 3,6 V, 1000 mAh - 170 -