Operation Manual
Het opnemen van opnamen (basis)
42
Optische beeldstabilisator [STABILIZER]
Deze functie herkent en compenseert
golfstoringen. U kunt wazigheid
veroorzaakt door golfstoringen reduceren
wanneer u de fotocamera met één hand
vasthoudt voor het maken van een opname
van uzelf of wanneer u binnen opnamen
maakt waar de sluitertijd verlangzaamd
wordt.
1 Optische Beeldstabilisatorknop
1 Houd u de stabilisatorknop
ingedrukt totdat [STABILIZER]
verschijnt en selecteer
vervolgens de functie van de
stabilisatorfunctie.
• De stabilisatorfunctie kan niet voldoende
werken in de volgende gevallen.
– Wanneer zich te veel golfstoring
voordoet.
– In digitaal zoombereik.
– Wanneer u opnamen maakt terwijl u
onderwerpen in beweging volgt.
– Wanneer de sluitertijd extreem
langzaam is wegens de donkere
omgeving of andere redenen.
• Voor golfstoringen, P29 raadplegen.
• In simpele functie [ ] of
[SELF PORTRAIT] in scènefunctie (P51),
is de stabilisatorfunctie vastgesteld op
[MODE2].
• In Bewegende beeldfunctie [ ], kan
[MODE2] niet ingesteld worden en
verschijnt het functiemenu van de
stabilisator niet.
1
SELECT SET
MODE1
MODE2
OFF
STABILIZER
MODE1
()
De stabilisator werkt continu en
kan assisteren tijdens
fotocompositie.
MODE2
()
De stabilisatorfunctie is in
stand-by en activeert op het
moment dat de sluiter het beeld
vangt. Deze functie biedt een
grotere stabilisatiegraad.
Normaal gesproken raden we
aan in te stellen op [MODE2].
OFF
()
Wanneer beeldstabilisering niet
vereist is.
FX2_7-DUT.book 42 ページ 2004年7月28日 水曜日 午前1時21分










