Operation Manual
- 99 -
Gevorderd (Terugspelen)
U kunt tekst (commentaar) aan de beelden toevoegen. Nadat er tekst geregistreerd is, kan dit
in de afdrukken gezet worden m.b.v. [TEKST AFDR.] (P101). (Er kunnen alleen alfabetische
tekens en symbolen ingevoerd worden.)
Selecteer [TITEL BEW.] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P25)
Verplaats 3/4 om [ENKEL] of [MULTI] te selecteren
druk vervolgens op [MENU/SET].
Verplaats 3/4/2/1 om tekst te selecteren en druk dan
op [MENU/SET] om te registreren.
• Druk op [DISPLAY] om te schakelen tussen [A] (hoofdletters), [a]
(kleine letters) en [&/1] (speciale letters en nummers).
• De cursor bij de invoerpositie kan verschoven worden naar links met
[L] en naar rechts met [Z].
• Om een spatie in te voeren, de cursor verschuiven naar [SPATIE] of om een ingevoerd teken
te wissen, de cursor verschuiven naar [WISSEN], en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
• Om te stoppen met bewerken op een willekeurig tijdstip tijdens het invoeren van tekst, op [‚]
drukken.
• Er kan een maximum van 30 tekens ingevoerd worden.
[TITEL BEW.]
Selecteer het beeld en druk
vervolgens op [MENU/SET] om in
te stellen.
• [’] A is afgebeeld voor beelden die al
opgenomen zijn met tekst in [BABY1]/
[BABY2] (P66) of [HUISDIER] (P67)
naaminstellingen in scènefunctie of
[TITEL BEW.].
Instelling [MULTI]
Op [DISPLAY] drukken om (herhalen)
in te stellen en vervolgens op [MENU/
SET] drukken.
•
De instelling wordt geannuleerd wanneer
[DISPLAY] nog een keer ingedrukt wordt.
• Titels kunnen niet veranderd of gewist
worden in [MULTI].
[ENKEL] [MULTI]
Verplaats 2/1 om
het beeld te
selecteren.
Verplaats 3/4/2/1
om de beelden te
selecteren.
1
2
3
A
4










