Operation Manual
VQT2P57 61
Zie voor meer informatie over de instelprocedure in het menu [OPNAME] (→15)
[KLEURFUNCTIE]
Kleureffecten instellen.
■
Modus:
■
Instellingen: [STANDARD] / [NATURAL] (zacht) / [VIVID] (scherp) / [B/W] / [SEPIA] /
[COOL] (meer blauw) / [WARM] (meer rood)
●
Wanneer er duidelijk sprake is van interferentie: instellen op [NATURAL].
●
In de ([INTELLIGENT AUTO] modus) kunnen alleen [STANDARD], [B/W], en
[SEPIA] worden gekozen.
[STABILISATIE]
Neemt automatisch trillingen waar en corrigeert die.
■
Modus:
■
Instellingen:
Instellingen Effect
[OFF] Foto’s die opzettelijk worden gemaakt zonder bewegingscorrectie
[AUTO]
De optimale beeldstabilisatie wordt automatisch ingeschakeld, al naar
gelang de opnameomstandigheden.
[MODE 1]
Constante correctie
(Monitorbeeld stabiel, compositie gemakkelijk te maken)
[MODE 2]
Correctie op het moment dat de ontspanknop wordt ingedrukt
(Effectiever dan [MODE 1])
●
Deze instelling is vastgezet op
[MODE 2]
in de scènemodus [ZELFPORTRET] en op
[OFF] in de scènemodus [STERRENHEMEL].
●
Omstandigheden waarbij de optische beeldstabilisatie minder goed werkt:
Heftig schudden of trillen, extreme zoomstand (inclusief het digitale zoombereik),
snel bewegende onderwerpen, opnamen binnenhuis of bij slecht licht (vanwege een
langzame sluitertijd)
●
Deze staat vast op [MODE 1] tijdens het filmen van bewegende beelden.










