Operation Manual

VQT2N06 25
Foto’s nemen met automatische instellingen
Modus [INTELLIGENT AUTO]
Opnamemodus:
Automatische scènedetectie
De scène wordt geïdentificeerd wanneer de camera op het onderwerp wordt gericht en
de optimale instellingen worden automatisch gekozen.
[i PORTRET]: er worden personen
waargenomen
[i NACHTPORTRET]: er worden personen
en een nachtlandschap waargenomen
(Alleen wanneer
wordt geselecteerd)
[i LANDSCHAP]: er wordt een landschap waargenomen
[i NACHTL. SCHAP]: er wordt een
nachtlandschap waargenomen
[i MACRO]: er wordt een close-
upopname waargenomen
[i ZONSONDERG.]: er wordt een
zonsondergang waargenomen
De beweging van het onderwerp wordt gedetecteerd om wazig beeld te voorkomen
wanneer de scène niet met een van de hierboven genoemde instellingen overeenkomt.
Als tijdens de automatische scènedetectie wordt vastgesteld dat er personen op de foto
staan ( of ), wordt de gezichtsdetectie geactiveerd en worden de scherpstelling
en belichting op basis van de herkende gezichten aangepast.
Open de lenskap
De camera wordt ingeschakeld.
Selecteer de modus [INTELLIGENT AUTO]
Druk opnieuw op de knop om terug te
keren naar de vorige opnamemodus.
Opnamemoduspictogram (zie onder)
Maak foto’s
Druk half in
(druk licht in en
stel scherp)
Druk volledig in
(druk de knop helemaal
in om een foto te maken)
Scherpstelweergave
(als scherpstelling is
voltooid:
knippert verlicht)
Het type scène dat wordt waargenomen, wordt twee
seconden met een blauw pictogram aangeduid
Er wordt automatisch voor de optimale instellingen gekozen op basis van informatie zoals
‘gezicht’, ‘beweging’, ‘helderheid’ en ‘afstand’ door de camera op het onderwerp te richten.
Dit betekent dat u duidelijke foto’s kunt maken zonder dat u handmatig iets hoeft in te stellen.
Ontspanknop