Gebruiksaanwijzing voor geavanceerde kenmerken Digitale Camera Model Nr. DMC-FP2 DMC-FP1 Gelieve deze gebruiksaanwijzing volledig door te lezen alvorens dit apparaat in gebruik te nemen.
Beknopte handleiding De batterij is niet opgeladen wanneer de camera wordt geleverd. Laad vóór gebruik de batterij op en stel de klok in. Als u de kaart (optioneel) niet gebruikt, kunt u foto’s opnemen of afspelen via het ingebouwde geheugen (→11). Laad de batterij op Plaats de batterij en de kaart in de camera Raak de lens niet aan. Open de lenskap Lenskap -knop Afspeelknop Selecteer de gewenste opnamemodus ■ Instellingen gebruiken die automatisch door de camera worden geselecteerd Druk op de -knop.
Inhoudsopgave Voordat u de camera gaat gebruiken Voordat u de camera gaat gebruiken... 5 Lees eerst dit.................................................5 Schade, defecten en storingen voorkomen...5 Standaardaccessoires .......................... 6 Namen van onderdelen ......................... 7 Cursorknop....................................................7 Voorbereidingen Batterij opladen ..................................... 8 Richtlijnen voor het aantal foto’s dat kan worden gemaakt en de opnametijd .
Inhoudsopgave (vervolg) Toepassingen (Fotograferen) Weergave informatie voor opname wijzigen................................................. 33 Fotograferen met de zelfontspanner ... 34 Fotograferen met een flitser ............... 35 Close-upfoto’s maken ......................... 37 Bekijken als lijst (Meerdere afspelen/Kalender afspelen) ... 61 Films bekijken ...................................... 62 Verschillende afspeelmethoden (Afspeelmodus) ...................................
Voordat u de camera gaat gebruiken Lees eerst dit ■ Verwijder het strookje plakband volledig van de lenskap voordat u de camera in gebruik neemt. Strookje plakband ■ Maak eerst een testopname! Controleer eerst of u met succes foto’s kunt maken en geluiden kunt opnemen. ■ We keren geen vergoedingen uit voor mislukte/verloren geraakte opnamen of voor directe/indirecte schade. Panasonic keert geen schadevergoeding uit, zelfs niet als de schade wordt veroorzaakt door storingen met de camera of de kaart.
Voordat u de camera gaat gebruiken Standaardaccessoires (vervolg) Schade, defecten en storingen voorkomen ■ Lens • Laat de lens niet in de volle zon liggen. ■ Gebruik van een driepoot- of eenpootstatief • Oefen niet te veel kracht uit en draai de schroeven niet aan als ze krom zijn. (Hierdoor kunnen de camera, het schroefgat of het label beschadigd raken.) • Zorg ervoor dat het statief stabiel staat. (Lees de handleiding bij het statief.) ■ Transport van de camera Schakel de camera uit.
Namen van onderdelen Zoomhendel (→29) Vrijgavehendel (→10) Ontspanknop (→25, 49) Flitser (→35) Statiefaansluiting Lens (→6) Indicator voor zelfontspanner (→34)/ Klepje voor kaart/batterij AF-assistlampje (→59) (→10) Lenskap (→23) Microfoon (→49) Aan/uit-knop (→24) -knop (→25) Afspeelknop (→31) LCD-scherm (→33, 80) Luidspreker (→17, 62) [MODE]-knop (→27) Cursorknop Oogje voor polsbandje [DISPLAY]-knop (→33) [Q.
Batterij opladen ■Batterijen die u in dit toestel kunt gebruiken Er zijn op aantal plaatsen imitatiebatterijen aangetroffen die nauwelijks van echt te onderscheiden zijn. Dergelijke imitatiebatterijen zijn veelal niet voorzien van de interne beveiliging die nodig is voor een veilig gebruik. Een dergelijke imitatiebatterij zou spontaan kunnen ontbranden of ontploffen.
Laad de batterij altijd op voordat u de camera voor het eerst gebruikt! (wordt niet opgeladen verkocht) Richtlijnen voor het aantal foto’s dat kan worden gemaakt en de opnametijd De waarden kunnen lager uitvallen wanneer de flitser, de zoomfunctie of de [LCD MODE] vaak of in koudere klimaten wordt gebruikt.
De kaart (optioneel)/ de batterij plaatsen en verwijderen Schakel de camera uit en schuif de ontgrendelingshendel naar [OPEN] voordat u het klepje opent Vrijgavehendel Hendel Raak de aansluiting niet aan Opgeladen batterij (controleer de richting) Kaart (controleer de richting: de aansluitpunten zijn naar het lcd-scherm gericht) [OPEN] [LOCK] Schuif de batterij en de kaart volledig naar binnen • Batterij: naar binnen schuiven totdat de hendel vastklikt.
Bestemming voor het opslaan van foto’s (kaarten en ingebouwd geheugen) Foto’s worden opgeslagen op een kaart als er een kaart aanwezig is, of in het ingebouwde geheugen als dat niet zo is. ■ Ingebouwd geheugen (ongeveer 40 MB) ● Foto’s kunnen van een kaart naar het ingebouwde geheugen worden gekopieerd en omgekeerd (→73). ● De toegangstijd voor het ingebouwde geheugen kan langer zijn dan de toegangstijd voor een kaart. ● [QVGA] onder [OPN.
De klok instellen Raak de lens niet aan. Open de lenskap De camera wordt ingeschakeld. Als het taalkeuzescherm niet wordt weergegeven, gaat u naar stap . Druk op [MENU/SET] terwijl het bericht wordt weergegeven Lenskap Druk op ▲▼ om de taal te selecteren en druk op [MENU/SET] ■Lokale tijd instellen op een reisbestemming in het buitenland • Het bericht [AUB KLOK INSTELLEN] verschijnt.
Bij aflevering van de camera is de klok nog niet ingesteld. Druk op ◄► om de items (jaar, maand, dag, uur, minuten, weergavevolgorde of tijdweergave-indeling) te selecteren en druk op ▲▼ om deze in te stellen Het in te stellen item selecteren De waarden en instellingen wijzigen Selecteer [24 UURS] of [AM/PM] voor de indeling van de tijdweergave. Selecteer de weergavevolgorde voor de dag, de maand en het jaar ([M/D/J], [D/M/J] of [J/M/D]).
Het menu instellen Zie het onderstaande procedurevoorbeeld wanneer u het menu [SET-UP], het menu [OPNAME] en het menu [AFSPELEN] gebruikt. (Voorbeeld) De instelling [LCD MODE] in het menu [SET-UP] wijzigen in de modus [NORMALE FOTO]. Raak de lens niet aan. Open de lenskap De camera wordt ingeschakeld. Selecteer de modus [NORMALE FOTO] Druk op de [MODE]-knop. Druk op ▲▼ om [NORMALE FOTO] te selecteren en druk dan op [MENU/SET].
De weergave van de instellingen kan verschillen, afhankelijk van de items. Afhankelijk van de modus kunnen er verschillende menu-items worden weergegeven. Selecteer de instelling Instellingen Geselecteerde instelling Sluit het menu • U kunt dit menu ook afsluiten in de opnamemodus door de ontspanknop half in te drukken. Menutype Menu [OPNAME] (alleen opnamemodus) Voorkeuren voor foto’s wijzigen (→53 - 59) • Hiermee kunt u kleur, gevoeligheid, pixelniveau en andere instellingen opgeven.
Het menu instellen (vervolg) Gebruik van het Quick-menu Hierin vastgelegde menu-onderdelen kunnen gemakkelijk weer opgeroepen worden. Open in de opnamemodus het snelmenu Druk op de knop totdat het snelmenu wordt weergegeven Kies het onderdeel en de instelling Quick-menu Keuze Druk (Voltooid) Instelling Item ●Welke onderdelen er worden getoond, is afhankelijk van de gekozen opnamestand.
Gebruik van het menu [SET-UP] Zie voor meer informatie over de instelprocedure in het menu [SET-UP] (→14) Algemene camera-instellingen uitvoeren zoals de klok instellen, de gebruiksduur van de batterij verlengen en de geluidssignalen wijzigen. [KLOKINST.], [AUTO REVIEW] en [AUTOM. UIT] zijn belangrijk voor de instelling van de klok en de gebruiksduur van de batterij. Controleer deze instellingen voordat u de camera gebruikt. Onderdeel [KLOKINST.
Gebruik van het menu [SET-UP] (vervolg) Zie voor meer informatie over de instelprocedure in het menu [SET-UP] (→14) Onderdeel [LCD MODE] Instellingen, opmerkingen [OFF]: Normal (instelling annuleren) Het lcd-scherm beter zichtbaar maken. [AUTO POWER LCD]: De helderheid wordt automatisch ingesteld, afhankelijk van de lichtsterkte rondom de camera. [SPANNING LCD]: Hiermee maakt u het scherm helderder dan normaal (voor buiten). [GR.
Zie voor meer informatie over de instelprocedure in het menu [SET-UP] (→14) Onderdeel [AUTOM. UIT] De camera automatisch uitschakelen na een opgegeven periode van inactiviteit. [AUTO REVIEW] Foto’s automatisch weergeven direct nadat u ze hebt gemaakt. Instellingen, opmerkingen [OFF]/[2 MIN.]/[5 MIN.]/[10 MIN.] • Wordt in de volgende situaties niet gebruikt.
Gebruik van het menu [SET-UP] (vervolg) Zie voor meer informatie over de instelprocedure in het menu [SET-UP] (→14) Onderdeel Instellingen, opmerkingen [RESETTEN] [OPNAME INSTELLINGEN RESETTEN ?] Terugkeren naar de standaardinstellingen. [JA]/[NEE] [PARAMETERS SET-UP RESETTEN ?] [JA]/[NEE] • Als u de instelparameters terugzet op de beginwaarden, wordt ook het volgende teruggezet.
Zie voor meer informatie over de instelprocedure in het menu [SET-UP] (→14) Onderdeel [VIDEO UIT] Het videosignaal wijzigen wanneer de camera is aangesloten op een tv enzovoort (alleen in de afspeelmodus). [TV-ASPECT] Hiermee past u de aspectratio (beeldverhouding) aan wanneer u de camera aansluit op een tv enzovoort. (Alleen Terugspeelfunctie) [VERSIE DISP.] Instellingen, opmerkingen [NTSC]/[PAL] • Functioneert wanneer de AV-kabel is aangesloten. / • Werkt als er een AV-kabel is aangesloten.
Gebruik van het menu [SET-UP] (vervolg) Zie voor meer informatie over de instelprocedure in het menu [SET-UP] (→14) Onderdeel [TAAL] Instellingen, opmerkingen Hiermee stelt u de schermtaal in. Schermtaal wijzigen. [DEMOFUNCTIE] Een demonstratie van functies bekijken. [O.I.S.
Opnamevolgorde Stel de klok in voordat u gaat opnemen. (→12) Raak de lens niet aan. Open de lenskap De camera wordt ingeschakeld. Selecteer de gewenste opnamemodus en maak opnamen ■ Instellingen gebruiken die automatisch door de camera worden geselecteerd Druk op de -knop. ■ Opnamemodus handmatig selecteren Lenskap Aan/uit-knop -knop Afspeelknop Druk op de knop [MODE]. Druk op ▲▼ om de opnamemodus te selecteren en druk vervolgens op [MENU/ SET]. Speel de gemaakte foto’s af Druk op de afspeelknop.
Opnamevolgorde (vervolg) ■De camera vasthouden AF ass. lamp Flitser • Als de beweging merkbaar wordt, houd de camera dan met beide handen vast, houd uw armen tegen uw lichaam aan en ga staan met uw voeten op schouderbreedte. • Raak de lens niet aan. • Zorg dat de microfoon niet wordt geblokkeerd als u filmt. (→7) • Blokkeer nooit de flitser of de AF ass. lamp. Kijk niet van dichtbij in de flitser of de lamp. • Houd de camera stabiel wanneer u op de ontspanknop drukt.
Foto’s nemen met automatische instellingen Modus [INTELLIGENT AUTO] Opnamemodus: Er wordt automatisch voor de optimale instellingen gekozen op basis van informatie zoals ‘gezicht’, ‘beweging’, ‘helderheid’ en ‘afstand’ door de camera op het onderwerp te richten. Dit betekent dat u duidelijke foto’s kunt maken zonder dat u handmatig iets hoeft in te stellen. Open de lenskap De camera wordt ingeschakeld.
Foto’s nemen met automatische instellingen Modus [INTELLIGENT AUTO] (vervolg) Opnamemodus: ■Flitsen Selecteer (i Auto) of (Gedwongen uit). • Wanneer wordt gebruikt, worden , (Auto/ rode-og), (Lngz. sy./rode-og) en (Langz. sync.) automatisch geselecteerd, afhankelijk van het soort onderwerp en de helderheid. (Zie voor meer informatie (→36)) • en geven aan dat de digitale rode-ogenreductie is geactiveerd. • Bij en is de sluitertijd langer.
Foto’s maken met uw eigen instellingen Modus [NORMALE FOTO] Opnamemodus: Via het menu [OPNAME] instellingen wijzigen en uw eigen opnameomgeving instellen. Ontspanknop Open de lenskap De camera wordt ingeschakeld.
Foto’s maken met uw eigen instellingen [NORMALE FOTO] modus (vervolg) Opnamemodus: Scherpstellen voor de gewenste compositie Handig als het onderwerp zich niet in het midden van de foto bevindt.
Foto’s maken met zoom Opnamemodus: ‘Optische zoom’ biedt een vergroting van 4 x. Bij een lager opnamepixelniveau kan met ‘Extra optische zoom’ maximaal 8,4 x (DMC-FP2) of 7,8 x (DMC-FP1) worden ingezoomd. Voor nog verder inzoomen is ‘Digital zoom’ beschikbaar. In-/uitzoomen Groter gebied fotograferen (groothoek) Richting W (groothoek): 1 x Het onderwerp vergroten (tele) Richting T (tele): maximaal 4 x Scherpstelgebied Zoomfactor (ong.
Foto’s maken met zoom (vervolg) Opnamemodus: Verder vergroten [DIG. ZOOM] De zoomfactor is 4 maal groter dan met optische/extra optische zoom. (Let op: bij vergroting met digitale zoom neemt de beeldkwaliteit af.) Geef het menu [OPNAME] weer Selecteer [ON] Selecteer [DIG. ZOOM] Sluit het menu Het digitale zoomgebied verschijnt op de zoombalk van het scherm. • Het zoomen stopt even als u overgaat naar het digitale zoombereik.
Uw foto’s bekijken [NORMAAL AFSP.] Afspeelmodus: Wanneer er een kaart in de camera aanwezig is, worden de beelden van de kaart afgespeeld. Zonder een kaart worden de beelden vanuit het ingebouwde geheugen afgespeeld. Druk op de afspeelknop Zoomhendel • Druk opnieuw op deze knop om naar de opnamemodus te gaan. Doorloop de foto’s Vorige Volgende [DISPLAY] ■Vergroten (Zoom afspelen) Bestandsnummer Fotonummer/Totaal aantal foto’s • Druk op de ontspanknop om naar de opnamemodus te gaan.
Foto’s verwijderen Afspeelmodus: De foto’s worden van de kaart verwijderd als de kaart in de camera is geplaatst, of uit het ingebouwde geheugen als deze niet is geplaatst. (Verwijderde foto’s kunnen niet worden teruggehaald.) Druk hierop om de weergegeven foto te verwijderen Selecteer [JA] • Schakel tijdens de verwijdering de stroom niet uit.
Weergave informatie voor opname wijzigen U kunt schakelen tussen verschillende gegevens op het lcd-scherm, zoals richtlijnen en opnamegegevens. Indrukken om de weergave te wijzigen ●In de opnamemodus Opname-informatie ●In de weergavemodus Fotogegevens Geen schermweergave Richtlijnen Fotogegevens + opnamegegevens Geen schermweergave ■Richtlijnen • Referentie voor evenwicht en compositie tijdens het fotograferen.
Fotograferen met de zelfontspanner Opnamemodus: We raden u aan een statief te gebruiken. Deze optie is ook effectief om trillingen te voorkomen wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, door de zelfontspanner in te stellen op 2 seconden. Geef [ZELFONTSPANNER] weer Selecteer de tijdsduur (Kan ook worden geselecteerd met ◄.) Het menuscherm wordt ongeveer 5 seconden weergegeven. Items die u in deze periode selecteert, worden automatisch geselecteerd.
Fotograferen met een flitser Opnamemodus: Geef [FLITS] weer Selecteer het gewenste type (Kan ook worden geselecteerd met ►.) ●Zorg voor een minimale afstand van 1 m. als u flitsopnamen maakt van kleine kinderen. Type, bewerkingen [AUTO] • Bekijkt automatisch of er moet worden geflitst. [AUTO/RODE-OG]∗1 • Bekijkt automatisch of er moet worden geflitst (met rode-ogenreductie). [FLITS ALTIJD AAN] • Altijd flitsen [GDW. AAN/RODE-OG]∗1 • Altijd flitsen (met rode-ogenreductie) [LNGZ. SY.
Fotograferen met een flitser (vervolg) Opnamemodus: ■Beschikbare typen per modus (○: beschikbaar, —: niet beschikbaar, ○ : standaardinstelling) [SCÈNE MODE] ○ ○ ○ ○ ○∗ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ∗ Stel in op (Auto), (Auto/rode-og), afhankelijk van het onderwerp en de helderheid. ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ (Lngz. sy./rode-og) of ○ - ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ (Langz. sync.
Close-upfoto’s maken Opnamemodus: Wanneer u het onderwerp van dichtbij beeldvullend wilt opnemen, kunt u door instellen op [MACRO-AF] ( ) onderwerpen dichter benaderen dan bij de normale scherpstelafstand (tot op 10 cm in de maximale W groothoekstand). Open de [MACRO STAND] Selecteer [MACRO-AF] ●Het kan even duren totdat onderwerpen op grote afstand scherp worden.
Close-upfoto’s maken (vervolg) Opnamemodus: Fotograferen van nóg dichterbij [MACRO ZOOM] Om uw onderwerp nog dichter te benaderen, kunt u instellen op [MACRO ZOOM] zodat uw onderwerp nog groter in beeld verschijnt dan bij de [MACRO-AF]. Zoomhendel Open de [MACRO STAND] Stel in op [MACRO ZOOM] Het menuscherm wordt ongeveer 5 seconden weergegeven. Items die u in deze periode selecteert, worden automatisch geselecteerd.
Foto’s maken met belichtingscompensatie Opnamemodus: Corrigeert de belichting wanneer een goede belichting niet mogelijk is (bij grote verschillen tussen de helderheid van het object en de achtergrond enzovoort). Afhankelijk van de helderheid is dit in sommige gevallen niet mogelijk.
Foto’s maken die zijn afgestemd op de scène [SCÈNE MODE] Opnamemodus: Met [SCÈNE MODE] kunt u fotograferen met optimale instellingen voor specifieke scènes (belichting, kleur enzovoort). Ga naar het scherm voor selectie van de opnamemodus Zoomhendel Selecteer [SCÈNE MODE] [DISPLAY] [MENU/SET] ■Veelgebruikte scènes registreren [MY SCENE MODE] (→48) Kies de scènefunctie en stel deze in ● Scènemenu Met de zoomhendel kunt u ook naar het volgende scherm gaan.
Flitser gebruiken in scènemodi (→36) Scène Toepassingen, Tips Opmerkingen • Standaardinstelling voor [AF Verbetert de huidskleur van onderwerpen MODE] is voor een gezonder uiterlijk in helder daglicht. (gezichtsdetectie). [PORTRET] [GAVE HUID] Tips • Ga zo dicht mogelijk bij het onderwerp staan. • Zoom: Zo telescopisch mogelijk (richting T) Verzacht de kleuren van de huid in helder daglicht buiten (portretten vanaf de borst). Tips • Ga zo dicht mogelijk bij het onderwerp staan.
Foto’s maken die zijn afgestemd op de scène [SCÈNE MODE] (vervolg) Opnamemodus: Scène Toepassingen, Tips Foto’s van uzelf maken. Opmerkingen • Belangrijke vaste instellingen [STABILISATIE]: [MODE 2] [AF ASS. LAMP]: [OFF] [ZELFONTSPANNER]: [OFF]/ [2 SEC.] • Standaardinstelling voor [AF MODE] is (gezichtsdetectie).
Een scène selecteren (→40) Flitser gebruiken in scènemodi (→36) Scène Toepassingen, Tips Duidelijke foto’s maken van nachtscènes. Tips • Ga op minstens 5 m afstand staan. • Statief en zelfontspanner aanbevolen [NACHTL. SCHAP] Opmerkingen • Als de camera is ingesteld op [STABILISATIE] en er zeer weinig trillingen zijn of als [STABILISATIE] is ingesteld op [OFF], kan de sluitertijd worden verlengd naar maximaal 8 seconden. • Er kan interferentie optreden bij donkere scènes.
Foto’s maken die zijn afgestemd op de scène [SCÈNE MODE] (vervolg) Opnamemodus: Scène Toepassingen, Tips Opmerkingen • De leeftijd en naam worden na het instellen van deze modus ongeveer 5 seconden weergegeven. • Leeftijd en naam vastleggen (U kunt [BABY1] en [BABY2] fzonderlijk instellen.) • Als de camera is ingesteld op [STABILISATIE] en er zeer weinig trillingen zijn of als [STABILISATIE] is ingesteld op [OFF], kan de sluitertijd worden verlengd naar maximaal 1 seconde.
Een scène selecteren (→40) Flitser gebruiken in scènemodi (→36) Scène Toepassingen, Tips Voorkomt dat onderwerpen in donkere omgevingen binnen onscherp worden. Selecteer met ▲▼ de aspectratio (beeldverhouding) en fotoresolutie en druk op [MENU/SET]. [H. GEVOELIGH.] Tips • Scherpstelling: Max. W: 10 cm en hoger Max. T: 50 cm en hoger Foto’s maken van snelle bewegingen of beslissende momenten. Selecteer met ▲▼ de aspectratio (beeldverhouding) en fotoresolutie en druk op [MENU/SET].
Foto’s maken die zijn afgestemd op de scène [SCÈNE MODE] (vervolg) Opnamemodus: Scène Toepassingen, Tips Voor doorlopend opnemen op plaatsen met weinig licht. Gebruik ▲▼om het beeldformaat en de beeldverhouding te kiezen en druk dan op [MENU/SET] om die vast te leggen. [FLITSBURST] Neem uw foto’s (Houd de ontspanknop ingedrukt). Er worden doorlopend foto’s gemaakt zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt. Aantal achtereenvolgende foto’s: Max.
Een scène selecteren (→40) Flitser gebruiken in scènemodi (→36) Scène Toepassingen, Tips Duidelijke foto’s maken van vuurwerk in de nachtlucht. Tips • Ga op minstens 10 m afstand staan. • Statief aanbevolen. [VUURWERK] Het heldere blauw van de lucht en de zee naar voren halen zonder dat de foto te donker wordt. [STRAND] De natuurlijke kleur van de sneeuw naar voren halen op scènes van skipistes en [SNEEUW] bergen.
Veelgebruikte scènes registreren [MY SCENE MODE] Opnamemodus: U kunt een veelgebruikte scènemodus in registreren. Nadat u deze hebt geregistreerd, schakelt u over naar [MY SCENE MODE] en kunt u opnemen in de geregistreerde scènemodus. Zoomhendel Ga naar het scherm voor selectie van de opnamemodus Selecteer [MY SCENE MODE] [DISPLAY] [MENU/SET] ■Fotograferen in geregistreerde scènemodus Druk op de [MODE]-knop. Druk op ▲▼ om de geregistreerde scène te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
Filmen van bewegende beelden Modus [BEWEGEND BEELD] Opnamemodus: U maakt als volgt films met geluid. (U kunt geen films zonder geluid opnemen.
Filmen van bewegende beelden [BEWEGEND BEELD] modus (vervolg) Opnamemodus: [OPN. KWALITEIT] Gebruik wanneer u een film opneemt een kaart met een SD-snelheidsklasse∗ van ‘klasse 6’ of hoger. ∗ Met SD-snelheidsklasse wordt een specificatie voor constante schrijfsnelheden bedoeld. Geef het menu [OPNAME] weer Selecteer de gewenste beeldkwaliteit Selecteer [OPN.
Nuttige functies voor op reis Opnamemodus: ∗ ∗ Alleen bij opnemen. (Niet instelbaar.) [REISDATUM] (Reisdatum en bestemming vastleggen) Informatie vastleggen over de opnamedag en -plaats door een vertrekdatum en bestemming in te stellen. Instellen: • U moet van tevoren de klok instellen (→12).
Nuttige functies voor op reis (vervolg) ∗ Opnamemodus: ∗ Alleen bij opnemen. (Niet instelbaar.) [WERELDTIJD] (Lokale tijd registreren op een overzeese bestemming) Instellen: • U moet van tevoren de klok instellen (→12). • Druk op [MENU/SET] → Menu [SET-UP] → Selecteer [WERELDTIJD] [GELIEVE DE THUISZONE INSTELLEN] wordt weergegeven wanneer u de wereldtijd voor het eerst instelt. Druk in dit geval op [MENU/SET] en ga naar stap .
Gebruik van het [OPNAME] menu Zie voor meer informatie over de instelprocedure in het menu [OPNAME] (→14) Het ‘Quick-menu’ (→16) is handig voor het vlot oproepen van vaak gebruikte menu’s. [FOTO RES.] Fotoresolutie instellen. Deze instelling bepaalt hoeveel foto’s u kunt maken.
Gebruik van het [OPNAME] menu (vervolg) [GEVOELIGHEID] U kunt de ISO-gevoeligheid (lichtgevoeligheid) handmatig instellen. We raden hogere instellingen aan om scherpe foto’s te maken op donkere locaties.
Zie voor meer informatie over de instelprocedure in het menu [OPNAME] (→14) [WITBALANS] Pas bij onnatuurlijke kleuren de kleuring aan de lichtbron aan.
Gebruik van het [OPNAME] menu (vervolg) [AF MODE] De scherpstelmethode kan worden gewijzigd afhankelijk van de positie en het aantal onderwerpen. ■ Modus: ■ Instellingen: / / Herkent gezichten (max. 15 personen) en past de belichting en scherpstelling hierop aan. AF-gebied Geel: Als u de ontspanknop half indrukt, wordt het kader groen als de camera is scherpgesteld. Wit: Verschijnt bij detectie van meerdere gezichten.
Zie voor meer informatie over de instelprocedure in het menu [OPNAME] (→14) [BURSTFUNCTIE] Hiermee kunt u een snelle serie foto’s maken. Een serie gemaakte foto’s terwijl de ontspanknop ingedrukt wordt gehouden. ■ Modus: ■ Instellingen: [OFF]/ Snelheid∗ Aantal foto’s DMC-FP2 Ca. 1,5 foto’s/sec. DMC-FP1 Ca. 1,8 foto’s/sec. Tot kaart/ingebouwd geheugen vol is ∗ Het fotograferen wordt langzaam maar zeker trager.
Gebruik van het [OPNAME] menu (vervolg) [KLEURFUNCTIE] Kleureffecten instellen. ■ Modus: ■ Instellingen: [STANDARD] / [NATURAL] (zacht) / [VIVID] (scherp) / [B/W] / [SEPIA] / [COOL] (meer blauw) / [WARM] (meer rood) ●Wanneer er duidelijk sprake is van interferentie: instellen op [NATURAL]. ●In de ([INTELLIGENT AUTO] modus) kunnen alleen [STANDARD], [B/W], en [SEPIA] worden gekozen. [STABILISATIE] Neemt automatisch trillingen waar en corrigeert die.
Zie voor meer informatie over de instelprocedure in het menu [OPNAME] (→14) [AF ASS. LAMP] Maakt de lamp aan als het donker is, zodat u gemakkelijker kunt scherpstellen. ■ Modus: ■ Instellingen: [OFF] : Lamp uit (dieren in het donker fotograferen enzovoort) [ON] : Lamp gaat aan als u de ontspanknop half indrukt en groter AF-gebied weergegeven) ( ●Kan niet worden ingesteld in de opnamemodus voor films. In andere opnamemodi wordt de instelling toegepast.
Tekst invoeren Met de cursorknoppen kunt u namen invoeren in de scènemodi [BABY] en [HUISDIER] of namen invoeren van een [LOCATIE] in [REISDATUM]. (Ga op het instelscherm van elk menu als volgt te werk) Selecteer het type teken : hoofdletters/kleine letters : symbolen/cijfers Verandert elke keer als u op de knop drukt. Selecteer tekens en druk op [MENU/SET] (herhalen) • Er wordt tekst ingevoegd op de cursorpositie. Cursorpositie Selecteer [INST.
Bekijken als lijst (Meerdere afspelen/Kalender afspelen) Afspeelmodus: U kunt 12 (of 30) foto’s tegelijk bekijken (meerdere afspelen), of alle foto’s bekijken die op een bepaalde datum zijn gemaakt (afspelen op kalender). Druk op de afspeelknop • Foto's bekijken: Druk op ◄► Stel in op weergave op meerdere schermen Opnamedatum Fotonr. ■Herstellen Draai in de richting van de T. Elke keer als u de knop naar W draait, bladert u verder.
Films bekijken Afspeelmodus: Films kunnen net als foto’s worden afgespeeld.
Verschillende afspeelmethoden (Afspeelmodus) Afspeelmodus: Opgenomen beelden kunnen worden weergegeven op diverse manieren. Druk op de afspeelknop Open het scherm voor selectie van de afspeelmodus ■[NORMAAL AFSP.] Selecteer de afspeelmethode (→31) ■[DIASHOW] (→64) ■[CATEGOR. AFSP.] (→66) ■[FAVORIET AFSP.] (→66) ●Wanneer er geen kaart is geplaatst, zullen de beelden worden weergegeven uit het ingebouwde geheugen.
Verschillende afspeelmethoden (Afspeelmodus) (vervolg) Afspeelmodus: [DIASHOW] Foto’s automatisch op volgorde en met muziek afspelen. Aanbevolen voor het bekijken van uw beelden op een TV-scherm. Selecteer een weergavemethode • [ALLE] : Alle foto’s afspelen • [CATEGORIESELECTIE] : Selecteer een categorie en speel af. (Selecteer categorie met ▲▼◄► en druk op [MENU/SET].
Zie voor meer informatie over de overschakelingsprocedure voor de afspeelmodus (→63) ■Bediening tijdens de diavertoning Pauze/weergave (In de pauzestand) Volgende (In de pauzestand) Vorige Stoppen Volume omlaag Volume omhoog ●Wanneer er [URBAN] is geselecteerd, kan het beeld in zwart/wit verschijnen als schermeffect. ●U kunt geen muziekeffecten toevoegen. ●Filmbestanden kunnen niet in een diashow worden afgespeeld.
Verschillende afspeelmethoden (Afspeelmodus) (vervolg) Afspeelmodus: [CATEGOR. AFSP.] Beelden kunnen automatisch worden ingedeeld, zodat u ze per categorie kunt bekijken. De automatische indeling begint u wanneer de [CATEGOR. AFSP.] kiest uit het afspeelfunctie-keuzemenu. Selecteer de categorie [CATEGORIE] Pictogrammen van fotocategorieën (donkerblauw) Aantal foto’s (verschijnt na een aantal seconden) Bekijk de beelden • Foto’s verwijderen → Druk op .
Gebruik van het menu [AFSPELEN] Afspeelmodus: Zie voor meer informatie over de instelprocedure in het menu [AFSPELEN] (→14) [KALENDER] Kies een datum in het kalenderscherm om alleen de foto’s genomen op die dag te bekijken (→61). Instellen: Druk op [MENU/SET] → Menu [AFSPELEN] → Selecteer [KALENDER] ●Deze instelling is alleen mogelijk wanneer de afspeelfunctie staat ingesteld op [NORMAAL AFSP.]. [TEKST AFDR.
Gebruik van het menu [AFSPELEN] (vervolg) Afspeelmodus: ■Onderdelen die kunnen worden afgedrukt [OPNAMEDATUM] [NAAM] [LOCATIE] [REISDATUM] [ZON. TIJD]: de opnamedatum afdrukken [MET TIJD]: de opnametijd afdrukken Namen afdrukken die zijn geregistreerd in [BABY] of [HUISDIER] Bestemmingen afdrukken die zijn geregistreerd in [REISDATUM] Reisdatums afdrukken die zijn geregistreerd in [REISDATUM] • Onderdelen waarvoor u [OFF] selecteert, worden niet afgedrukt.
Zie voor meer informatie over de instelprocedure in het menu [AFSPELEN] (→14) ■[MULTI] Selecteer in stap op de linkerbladzijde [MULTI] Selecteer een foto (maximaal 50 foto’s) Selecteer de resolutie Beschrijving van nieuwe resolutie: Druk op de knop [DISPLAY] Selecteer het aantal pixels na de resolutiewijziging Instelling Nw. rs. Aantal pixels voor/na de resolutiewijziging • Annuleren → Druk nogmaals op de knop [DISPLAY]. • Instellen → Druk op [MENU/SET].
Gebruik van het menu [AFSPELEN] (vervolg) Afspeelmodus: [LCD ROTEREN] Portretfoto’s automatisch draaien. Instellen: Druk op [MENU/SET] → Menu [AFSPELEN] → Selecteer [LCD ROTEREN] Selecteer [ON] [ON] [OFF] ●[LCD ROTEREN] kunnen niet voor bewegende beelden worden gebruikt. ●Foto’s die zijn gemaakt met het lensoppervlak recht omhoog of omlaag en foto’s die op andere camera’s zijn gemaakt, worden mogelijk niet gedraaid.
Zie voor meer informatie over de instelprocedure in het menu [AFSPELEN] (→14) [PRINT INST.] U kunt de instellingen voor foto/fotonr./datum afdrukken uitvoeren wanneer u afdrukt met DPOF-compatibele printers of in DPOF-compatibele fotocentrales. (Vraag bij de fotozaak of ze DPOF kunnen afdrukken) Menu [AFSPELEN] → Selecteer [PRINT INST.
Gebruik van het menu [AFSPELEN] (vervolg) Afspeelmodus: [BEVEILIGEN] Beveiliging instellen om te voorkomen dat foto’s worden gewist. Voorkomt dat belangrijke foto’s worden gewist. Menu [AFSPELEN] → Selecteer [BEVEILIGEN] Instellen: Druk op [MENU/SET] → Selecteer [ENKEL] of [MULTI] Selecteer een foto en maak de instelling ●[ENKEL] ●[MULTI] Foto beveiligd Foto beveiligd ■ Alles verwijderen Selecteer in stap • Annuleren → Druk nogmaals op [MENU/SET].
Zie voor meer informatie over de instelprocedure in het menu [AFSPELEN] (→14) [KOPIE] U kunt foto’s van het ingebouwde geheugen naar de geheugenkaart kopiëren en omgekeerd. Menu [AFSPELEN] → Selecteer [KOPIE] Instellen: Druk op [MENU/SET] → Selecteer een kopieermethode (richting) : alle foto’s van het ingebouwde geheugen naar de kaart kopiëren (ga naar stap ) : 1 foto tegelijkertijd van de kaart naar het ingebouwde geheugen kopiëren.
Gebruik met computer Foto’s en films kunnen van de camera naar uw computer worden geïmporteerd door deze op elkaar aan te sluiten. • Als uw computer geen SDXC-geheugenkaarten ondersteunt, wordt er een bericht weergegeven waarin u wordt gevraagd de kaart te formatteren. (Formatteer de kaart niet. Opgenomen foto’s worden dan gewist.) Raadpleeg als de kaart niet wordt herkend, de volgende klantenservicewebsite. http://panasonic.net/avc/sdcard/information/SDXC.
Sommige computers kunnen rechtstreeks de geheugenkaart van de camera lezen. Zie voor nadere details de handleiding van uw computer. U kunt foto’s op uw computer opslaan en gebruiken door mappen en bestanden naar aparte mappen op de computer te slepen. ■Map- en bestandsnamen op de computer ●Windows De stations worden weergegeven in de map ‘Deze computer’ of ‘Computer’. ●Macintosh DCIM (Foto’s/bewegende beelden) 100_PANA (maximaal 999 foto’s/map) P1000001.JPG : JPG: foto’s P1000999.
Afdrukken U kunt de camera rechtstreeks aansluiten op een PictBridge-compatibele printer om af te drukken. Voorbereiding: • Gebruik een volledig opgeladen batterij of sluit een netadapter aan (optioneel). • Wanneer u foto’s vanuit het ingebouwde geheugen afdrukt, dient u eventuele geheugenkaarten te verwijderen. • Pas desgewenst de afdrukkwaliteit of andere instellingen op uw printer aan. Controleer de richting van de aansluiting en sluit de stekker recht aan.
Sommige printers zijn in staat direct af te drukken vanaf de geheugenkaart van de camera. Zie voor nadere details de gebruiksaanwijzing van uw printer. Meerdere foto’s afdrukken Selecteer in stap op de vorige bladzijde [VEELV. AFDR.] Selecteer een optie (Zie hierna voor meer informatie) Druk af (Vorige pagina ) • [MULTI SELECTEREN] : Beweeg met ▲▼◄► door de foto’s en selecteer foto’s met [DISPLAY] om deze af te drukken. (Druk opnieuw op [DISPLAY] om de selectie te annuleren.
Afdrukken (vervolg) Afdrukinstellingen opgeven op de camera (Geef de instellingen op voordat u [PRINT START] selecteert.) Selecteer optie Selecteer instelling Onderdeel Instellingen [PRINT MET DAT.] [OFF]/[ON] [AANTAL PRINTS] Hier stelt u het aantal foto’s in (maximaal 999 foto’s) [PAPIERAFMETING] (printerinstellingen krijgen voorrang) [L/3.
Foto’s op tv bekijken U kunt foto’s en films op een tv bekijken door de camera met de AV-kabel (bijgeleverd) op een tv aan te sluiten. ●Raadpleeg ook de gebruiksaanwijzing van de tv. Voorbereiding: • Voer de instelling [TV-ASPECT] uit. • Schakel de camera en de tv uit. Sluit de camera aan op de tv Zet de tv aan ●Zet de tv op de ingang aux. Zet de camera aan Druk op de afspeelknop Controleer de richting van de aansluiting en sluit de stekker recht aan.
Lijst met symbolen op het lcd-schermen Tijdens het opnemen 1 2 3 4 5 13 6 7 12 14 15 20 19 8 16 9 17 11 10 1 Opnamemodus (→23) 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Flitsermodus (→35) Optische beeldstabilisatie (→58) Trillingswaarschuwing (→27) Macro-opname (→37) AF-gebied (→27) Scherpstelling (→27) Fotoresolutie (→53) Batterijcapaciteit (→11) Aantal te maken foto’s (→92) Bestemming voor opslaan (→11) Opnamestand Reisdatum (→51) Belichtingscompensatie (→39) Diafragmawaarde/ Sluitertijd (→27) Slimme ISO-modus (→54)
Druk op de knop [DISPLAY] om een andere weergave te kiezen (→7, 33).
Weergave berichten [DEZE GEHEUGENKAART KAN NIET WORDEN GEBRUIKT.] ● Er is een MultiMediaCard geplaatst. → Niet compatibel met de camera. Gebruik een compatibele kaart. [GEHEUGENKAART TEGEN SCHRIJVEN BEVEILIGD] ● Ontgrendel het schrijfbeveiligingsschuifje op de kaart. (→11) [GEEN JUISTE FOTO OM WEER TE GEVEN] ● Maak foto’s of plaats een andere kaart die al foto’s bevat in de camera.
Betekenis van en vereiste reacties op belangrijke berichten die op het lcd-scherm worden weergegeven. [STORING GEHEUGENKAART] [KAART FORMATEREN ?] ● De kaartindeling kan niet in deze camera worden gebruikt. → Sla de benodigde gegevens op een computer of ander apparaat op en voer dan [FORMATEREN] uit op de camera. (→21) [PLAATS SD-KAART OPNIEUW] [ANDERE KAART PROBEREN A.U.B.] ● Geen toegang tot de kaart. → Plaats de kaart opnieuw in de camera. ● Probeer het met een andere kaart.
Vraag en antwoord Storingen verhelpen Batterij, spanning De camera werkt niet, ook niet als deze is ingeschakeld. ● De batterij is niet goed geplaatst (→10) of moet worden opgeladen. De camera wordt tijdens gebruik uitgeschakeld. ● De batterij moet worden opgeladen. ● De camera is ingesteld op [AUTOM. UIT]. (→19) → Druk op de aan/uit-knop om de camera weer in te schakelen. Opnemen Er kunnen geen foto’s worden gemaakt. ● De camera staat in de afspeelmodus.
Controleer eerst de volgende onderdelen (→84 - 89). (Wanneer u de menu-instellingen terugzet in de standaardwaarden, kunnen bepaalde problemen zijn opgelost. Gebruik in de opnamemodus [RESETTEN] in het menu [SET-UP] (→20).) Opnemen (vervolg) Opgenomen foto’s zijn onscherp. Optische beeldstabilisatie werkt niet goed. ● De sluitertijd is langer in donkere locaties en de optimale beeldstabilisatie is daar minder effectief. → Houd de camera stevig met beide handen vast en houd de armen strak langs uw lichaam.
Vraag en antwoord Storingen verhelpen (vervolg) LCD-scherm Het lcd-scherm wordt gedimd tijdens de opname van bewegende beelden. ● Het lcd-scherm kan worden gedimd als u gedurende langere tijd bewegende beelden opneemt. Het lcd-scherm wordt soms uitgeschakeld, zelfs als de stroom is ingeschakeld. ● Na het opnemen wordt de monitor uitgeschakeld totdat de volgende foto kan worden genomen. (Ongeveer 6 seconden (max.) bij opnemen in het ingebouwde geheugen) De helderheid is instabiel.
Afspelen (vervolg) Map-/bestandsnummer weergegeven als [-]. Foto is zwart. ● Foto bewerkt op computer of gemaakt op ander apparaat. ● Batterij direct verwijderd na het maken van de foto, of foto gemaakt met bijna lege batterij. → Gebruik [FORMATEREN] om de foto te verwijderen (→21). Onjuiste datum weergegeven bij afspelen kalender. ● Foto bewerkt op computer of gemaakt op ander apparaat. ● [KLOKINST.] is onjuist (→12).
Vraag en antwoord Storingen verhelpen (vervolg) Tv, computer, printer Geen beeld op de tv. Onscherp beeld of beeld niet in kleur. ● Niet correct aangesloten. (→79) ● De ingang van de tv is niet op AUX gezet. ● De tv ondersteunt het gebruikte type kaart niet. ● Controleer de instelling [VIDEO UIT] (NTSC/PAL) op de camera. (→21) Weergave tv-scherm wijkt af van lcd-scherm. ● Aspectratio (beeldverhouding) is mogelijk onjuist en op bepaalde tv’s worden de randen van foto’s afgesneden.
Diversen Menu niet weergegeven in gewenste taal. ● Verander de instelling van [TAAL] (→22). Camera rammelt als deze wordt geschud. ● Dit geluid wordt veroorzaakt door beweging van de lens en is geen storing. Kan [AUTO REVIEW] niet instellen. ● Niet beschikbaar wanneer [BURSTFUNCTIE] wordt gebruikt of in de scènemodi [ZELFPORTRET], [HI-SPEED BURST] of [FLITS-BURST]. Rode lampje gaat branden wanneer u de ontspanknop half indrukt op donkere locaties. ● [AF ASS. LAMP] ingesteld op [ON] (→59). AF-ass.
Waarschuwingen en opmerkingen tijdens gebruik Tijdens gebruik ●De camera kan warm worden als deze lange tijd wordt gebruikt, maar dit is geen storing. ●U voorkomt trillingen door een statief te gebruiken en dit op een stabiele locatie neer te zetten. (Vooral wanneer u telescopische zoom, langere sluitertijden of de zelfontspanner gebruikt) ●Houd de camera zo ver mogelijk uit de buurt van elektromagnetische apparatuur (zoals magnetrons, tv’s, videospellen enzovoort).
Geheugenkaarten ●Schade voorkomen aan kaarten en gegevens • Voorkom hoge temperaturen, rechtstreeks zonlicht, elektromagnetische golven en statische elektriciteit. • Laat de camera niet buigen, vallen en stel deze niet bloot aan ernstige schokken. • Raak de aansluitingen op de achterzijde van de kaart niet aan en laat deze niet vuil of nat worden.
Capaciteit/tijd voor het opnemen van foto’s Capaciteit voor het opnemen van foto’s ●Het aantal foto’s dat kan worden opgeslagen, varieert, afhankelijk van de instelling [FOTO RES.]. (→53) ●Wanneer het aantal op te nemen beelden meer dan 99.999 is, wordt er ‘+99999’ aangegeven. DMC-FP2 Beeldverhouding 14 M 10 M EZ 5 M EZ 3 M EZ 0.3 M EZ 12.5 M 10.
●De genoemde cijfers zijn een schatting. Ze kunnen variëren afhankelijk van omstandigheden, kaarttype en onderwerp. ●Opnamecapaciteit/tijden die op het lcd-scherm worden weergegeven, zullen mogelijk niet regelmatig verminderd zijn. DMC-FP1 Beeldverhouding 12 M 8 M EZ 5 M EZ 3 M EZ 0.3 M EZ 10.
• SDXC logo is een handelsmerk van SD-3C, LLC. • QuickTime en het QuickTime-logo zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Apple Inc., onder vergunning gebruikt. • Andere namen, bedrijfsnamen en productnamen die in deze instructies zijn afgedrukt, zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van de respectievelijke bedrijven.