Operating Instructions

91
4. Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
Belichtingscompensatie
Toepasbare modi:
Gebruik deze functie wanneer u de geschikte belichting niet kunt verkrijgen wegens het
verschil in helderheid tussen het object en de achtergrond.
Draai aan de knop van de belichtingscompensatie
om de compensatiewaarde te selecteren.
Met de draaiknop van de belichtingscompensatie kan een
waarde ingesteld worden binnen een bereik van j3 EV tot
i3EV.
A Uitlijnen met de aanwijzer
B Waarde belichtingscompensatie
De belichting over een breed bereik compenseren
1 Stel het menu in dat [Belichtingscomp.] aan een functieknop toegekend moet
worden. (P50)
2 Druk de functieknop op het opnamescherm in.
3 Draai de bedieningsknop om de belichting te
compenseren.
C Belichting Bracket
D Belichtingscompensatie
terwijl de belichting met een functieknop ingesteld is, kan
een waarde ingesteld worden binnen een bereik van
j5 EV tot i5EV.
U kunt Belichting Bracket instellen door op 3/4 te
drukken. (P132)
4 Op [MENU/SET] drukken om in te stellen.
U kunt ook de sluiterknop tot halverwege indrukken om in te stellen.
Onderbelichting Juiste belichting Overbelichting
De belichting positief
compenseren.
De belichting negatief
compenseren.
98
98
98
60
1.7
+
30
+
30
+3+3+1+1 +2+2 +3+3
-
5
-
5
-
4
-
4
-
3
-
3
-
2
-
2
-
1
-
100
+5+5+4+4
+1+1
OFFOFF