Operating Instructions

81
4. Instellingen van focus, helderheid (belichting) en kleurtoon
De Auto Focusmodus kan in de volgende geval niet ingesteld worden.
Als opnames gemaakt worden met de Post Focus-functie
In de volgende gevallen is de AF-modus vastgezet op [Ø].
– Bij het gebruik van de digitale zoom
Als [Miniatuureffect] in [Filterinstellingen] gebruikt wordt
([Gezicht/ogen detecteren])
De camera kan in bepaalde situaties mogelijk geen gezichten detecteren, zoals wanneer de
onderwerpen snel bewegen. In dergelijke situaties voert de camera [ ] uit.
([Tracking])
In situaties waarin Tracking AF niet correct werkt wegens bepaalde opname-omstandigheden,
zoals wanneer het onderwerp klein is of in een donkere locatie, zal [Ø] uitgevoerd worden.
[ ] kan niet gebruikt worden met [Intervalopname].
In de volgende gevallen, werkt [ ] als [Ø].
– Als [Sepia]/[Zwart-wit]/[Dynamisch zwart/wit]/[Ruw zwart-wit]/[Zacht zwart-wit]/[Zachte focus]/
[Sterfilter]/[Zonneschijn] in [Filterinstellingen] gebruikt wordt
– Als [Zwart-wit]/[L.Zwart-wit]/[L.Zwart-wit D] in [Fotostijl] gebruikt wordt
([Voorkeur multi]) gebruikt wordt
De AF-zones in het midden worden scherp gesteld tijdens 4K-foto-opnames of filmopnames
met gebruik van [Continu AF].
([Spot])
In de volgende gevallen, werkt [ ] als [Ø].
Wanneer u bewegende beelden opneemt
Bij 4K-foto-opnames
Deze kan in de volgende geval niet op [ ] gezet worden.
Als [AFS/AFF/AFC] in het [Opname]-menu op [AFF]/[AFC] gezet wordt
Beperkingen van de Auto Focusmodus