Operating Instructions
59
3. Opnamemodussen
De Intelligent Auto Plus modus stelt u in staat onderstaande instellingen aan te passen
terwijl de Intelligent Auto modus ook voor andere instellingen gebruikt wordt.
∫ Auto Focus, Gezichts-/Oogdetectie en Gezichtsherkenning
De Auto Focusmodus wordt automatisch op [š] gezet. Als u het onderwerp aanraakt, zal
de AF Tracking-functie werken.
• De AF Tracking-functie zal ook werken als u op [ ] drukt en de
sluiterknop vervolgens tot halverwege indrukt.
• Wanneer [Gezicht herk.] op [ON] gezet is en een gezicht gedetecteerd
wordt dat lijkt op het geregistreerde gezicht, dan wordt [R] weergegeven op
de rechter bovenkant van [ ], [ ] en [ ].
∫ Over de flitser
Wanneer u opnames met de flitser maakt, selecteert de camera automatisch [ ], [ ],
[ ] of [ ] afhankelijk van het type en de helderheid van het onderwerp.
∫ Scènedetectie
• Gebruik een statief of gelijkaardige ondersteuning als de scènedetectie als [ ] geïdentificeerd
is.
Als de camera beoordeeld heeft dat het schudden van de camera minimaal is, wordt de
sluitertijd langzamer dan normaal.
Zorg ervoor de camera niet te bewegen wanneer u foto’s maakt.
• Afhankelijk van de opname-omstandigheden kunnen verschillende soorten scènes voor
hetzelfde onderwerp geselecteerd worden.
Intelligent Auto Plus
modus
Intelligent Auto modus
Instellen van de
helderheid
± —
Instellen van de
kleurtoon
± —
Defocus Control ± —
Menu’s die ingesteld
kunnen worden
Veel Weinig
• Raadpleeg P147 voor details over externe flitsers.
• Wanneer [ ] of [ ] ingesteld is, is de rode-ogenverwijdering ingeschakeld.
• De sluitertijd zal langzamer zijn tijdens [ ] of [ ].
Tegenlichtcompensatie
Bij tegenlicht ziet het onderwerp er donkerder uit en zal de camera automatisch
proberen om dit te corrigeren door de helderheid van het beeld te verhogen.
De tegenlichtcompensatiefunctie werkt automatisch in de Intelligent Auto Plus modus
of in de Intelligent Auto modus.










