Operating Instructions
2. Opstarten/Basisbediening
50
Toekennen van veelgebruikte functies aan de
knoppen (functieknoppen)
1
Selecteer het menu.
2
Druk op 3/4 om de functieknop waaraan u
een functie wilt toekennen te selecteren en
druk vervolgens op [MENU/SET].
3
Druk op
3
/
4
om de functie die u wilt toekennen
te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET].
• Raadpleeg voor details over de functies die in [Instelling in opnamemodus] ingesteld
kunnen worden P51
• Raadpleeg voor details over de functies die in [Instelling in afspeelmodus] ingesteld
kunnen worden P53
• Selecteer [Terug naar standaard] om de instellingen van de default-functieknop opnieuw in te stellen.
∫ De functieknoppen instellen vanuit het beeldscherm met opname-informatie op
de monitor
U kunt het beeldscherm in stap
2 ook laten weergeven door aanraking van [Fn] op het
scherm met opname-informatie op de monitor (P41).
∫ Snel functies toekennen
U kunt het scherm weergeven in stap
3 door op een functieknop ([Fn1] tot [Fn5]) te
drukken en die ingedrukt te houden (2 seconden).
Druk op de functieknop waarmee u de toegekende functie wilt gebruiken.
∫ Gebruik van de functieknoppen met
aanraakhandelingen
1 Raak [ ] aan.
2 Raak [Fn6], [Fn7], [Fn8], [Fn9] of [Fn10] aan.
> [Voorkeuze] > [Bediening] > [Fn knopinstelling]>
[Instelling in opnamemodus]/[Instelling in afspeelmodus]
• Sommige functies zijn mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van de modus of het
weergegeven beeldscherm.
• Sommige functies kunnen niet toegekend worden, afhankelijk van de functieknop.
Gebruik van de functieknoppen tijdens het opnemen
MENU
Fn10Fn10Fn10
Fn8Fn8Fn8
Fn6Fn6Fn6
OFFOFFOFF
Fn9Fn9Fn9
OFFOFFOFF
Fn7Fn7Fn7










